Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-04-25
ECLI:NL:RBAMS:2025:3225
Strafrecht
Beschikking
1,290 tokens
Dictum
[veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
verblijvende bij [verblijfplek] .
die bij vonnis van deze rechtbank d.d. 4 juli 2019 werd veroordeeld tot de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna ook: de PIJ-maatregel).
De PIJ-maatregel is laatstelijk bij beschikking van deze rechtbank d.d. 5 november 2024 voor de tijd van zes maanden verlengd.
De inhoud van de vordering.
De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlengen van de termijn van de PIJ-maatregel met drie maanden.
De procesgang.
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld
parketnummer, waaronder:
- het op 4 februari 2025 op grond van artikel 2:18 van het Besluit tenuitvoerlegging
strafrechtelijke beslissingen uitgebrachte advies van [organisatie] , strekkende tot
verlenging van de PIJ-maatregel met drie maanden, alsmede de daarbij overgelegde
aantekeningen;
- een voortgangsverslag van de Reclassering d.d. 31 januari 2025.
De rechtbank heeft op 25 april 2025 de vordering in de raadkamer met gesloten deuren behandeld.
Verschenen en gehoord zijn:
mr. J.M. Pauwelussen, officier van justitie;
de veroordeelde [veroordeelde] en zijn raadsman, mr. J.S. Jordan;
[naam 1] , behandelcoördinator verbonden aan [JJI] ;
[naam 2] , reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland;
[naam 3] , woonbegeleider verbonden aan [zorggroep]
De standpunten
Voor de standpunten wordt verwezen naar het proces-verbaal van de behandeling van de vordering in raadkamer.
Beoordeling
Gelet op voormeld advies, het voortgangsverslag van de Reclassering, alsmede het verhandelde ter terechtzitting en artikel 6:6:31 van het Wetboek van Strafvordering, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen en een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van veroordeelde eisen dat de termijn van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met drie maanden wordt verlengd.
Het scholings- en trainingsprogramma (STP) van [veroordeelde] is in oktober 2024 aangevangen en verliep aanvankelijk voorspoedig. Midden december vond er evenwel een kentering plaats omdat [veroordeelde] werd opgepakt door de politie op verdenking van bedreiging en hij een time-out kreeg (dit feit is wel geseponeerd). Hierna is [veroordeelde] gestopt met zijn opleiding tot loodgieter en testte hij bij urinecontroles verschillende keren positief op cannabis. Ook meldde hij zijn aanhouding niet bij de reclassering terwijl hij daar op grond van de gestelde voorwaarden wel toe verplicht was.
Uiteindelijk is na veel overleg besloten het STP met ingang van 20 januari 2025 weer te hervatten, zij het met aanvullende voorwaarden (enkelband en locatieverbod). Sindsdien heeft [veroordeelde] laten zien dat hij zich aan zijn voorwaarden kan houden en meer stabiliteit kan bewerkstelligen. Hij heeft voor drie dagen per week werk gevonden in een fabriek en is daarnaast bezig met het behalen van zijn rijbewijs. [veroordeelde] draagt bij aan het huishouden bij Intellect Zorggroep, waar hij na zijn time-out weer is gaan wonen en heeft een positieve invloed op de groep. Bij de urinecontroles op cannabis blijft [veroordeelde] in de meeste gevallen onder de gestelde waarden.
De komende tijd zal [veroordeelde] moeten toewerken naar de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel door tijdens het STP stabiliteit te krijgen en verder te werken aan de gestelde doelen. Dan kan [veroordeelde] ook wennen aan het afbouwen van de enkelband. Wel is nadrukkelijk van belang dat hij onder de gestelde testwaarden blijft ten aanzien van zijn cannabisgebruik. In verband met het ontbreken van een adviesrapport kunnen de voorwaarden voor de voorwaardelijke beëindiging op dit moment nog niet worden bepaald.
De maatregel zal behoudens verdere verlenging en eventuele tussentijdse
opschortingsperiodes voorwaardelijk eindigen op 5 juli 2025 en onvoorwaardelijk
eindigen op 5 juli 2026.
De rechtbank beslist dienovereenkomstig.
Dictum
De rechtbank:
Wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van [veroordeelde] voornoemd met drie maanden.
Deze beschikking is gegeven door
mr. I.M. Nusselder voorzitter tevens kinderrechter,
mrs. M. van der Kaay en R.H. Mulderije, rechters,
in tegenwoordigheid van T. Bongenaar griffier
en uitgesproken tijdens de openbare raadkamer van 25 april 2025.