Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-05-20
ECLI:NL:RBAMS:2025:3224
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,831 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
Zaaknummer: AMS 24/5479
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. M. Jozefzoon-Flipse),
en
CIZ, Centrum Indicatiestelling Zorg, verweerder
(gemachtigde: mr. J.E. Koedood).
Samenvatting
1.1.
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers aanvraag voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2.1.
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wlz. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 26 september 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 21 maart 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 18 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
3. Eiser is een 35-jarige man en woont alleen in een zelfstandige woning in [woonplaats] . Eiser is bekend met schizofrenie, PTSS en depressieve klachten. Hij is behandeld voor traumaklachten en is driemaal opgenomen geweest wegens psychotische klachten. Eiser is geneigd te stoppen met zijn medicatie waarbij een risico ontstaat op decompensatie van de psychotische klachten, de medicatie wordt daarom dagelijks aangeboden en ingenomen door én onder toezicht van Cordaan Thuiszorg. Eisers zus is nauw betrokken bij de zorg aan en voor haar broer. Zij heeft een zorgbedrijf [naam] Care. Vanwege de psychische problemen heeft eiser consistent moeite met het aanbrengen van structuur en het toepassen van goede zelfzorg in het dagelijks leven. Hij kan zich er niet zelfstandig toe zetten om taken of activiteiten uit te voeren. Het lukt eiser ook niet om huishoudelijke taken te verrichten.
4. Op 3 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (het college) een aanvraag van eiser voor individuele ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) afgewezen. Deze afwijzing is met de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 6 september 2023 in stand gebleven. In deze uitspraak is overwogen dat uit rechtspraak volgt dat het college niet verplicht is een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo te treffen als eiser een indicatie op grond van de Wlz heeft of daarvoor in aanmerking zou kunnen komen. Vervolgens heeft eiser een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wlz, die door verweerder is afgewezen omdat er in de situatie van eiser geen sprake is van een medische noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid om ernstig nadeel te voorkomen.
5. De rechtbank overweegt dat tussen partijen niet langer in geschil is dat er bij eiser geen noodzaak bestaat tot 24 uur zorg in de nabijheid om ernstig nadeel te voorkomen. Verweerder heeft terecht de medische adviezen van 26 september 2023 en 27 februari 2024 ten grondslag gelegd aan de afwijzing van de aanvraag. In deze medische adviezen wordt de psychiater van eiser gevolgd in zijn standpunt dat eiser zorg in voldoende mate en structurele vorm moet krijgen. Structuur, regelmaat en focus op zelfzorg zijn van groot belang gebleken om de situatie van eiser stabiel te houden en gevaar en verwaarlozing te voorkomen. Derhalve is ondersteuning door derden nodig ten aanzien van inname van medicatie, goede zelfzorg en observatie en signalering van dreigende ontregeling. Zo lang eiser zijn medicatie gebruikt gaat het redelijk goed met hem. In de praktijk blijkt dat de zorg niet altijd in voldoende mate structureel wordt uitgevoerd. Opschaling van zorg is nog mogelijk. Derhalve is de conclusie dat met adequaat planbare zorg, in voldoende mate en structureel aangeboden, ernstig nadeel, zoals verwoord in de Wlz, voorkomen kan worden. Eventueel aangevuld met zorg op afroep.
6. De rechtbank is met eiser van oordeel dat hij door het college en verweerder ‘van het kastje naar de muur’ is gestuurd en dat duidelijk is dat hij daar de dupe van is geworden. Het is namelijk niet in geschil dat eiser een hulpvraag heeft. Gelet op het feit dat eiser niet in aanmerking komt voor zorg op grond van de Wlz is het nu aan eiser om een nieuwe aanvraag te doen bij het college voor individuele ondersteuning op grond van de Wmo.
7. Het college zal daarbij als uitgangspunt moeten hanteren dat eiser geen aanspraak kan maken op zorg vanuit de Wlz. Ten overvloede en ter voorkoming van verdere vertraging overweegt de rechtbank dat het college, indien het een eventuele aanspraak op een voorziening op grond van een andere wettelijke regeling wil tegenwerpen aan eiser, zo nodig contact zal moeten zoeken met de betreffende verlenende instantie om duidelijkheid te verkrijgen over een mogelijke aanspraak op de voorziening. Dit sluit aan bij de integraliteitsgedachte en de afstemmingsgedachte van de wetgever en komt ook mede tot uitdrukking in artikel 2.3.2, vierde lid, aanhef en onder f, van de Wmo. Tot slot hoopt de rechtbank dat eiser snel de zorg gaat krijgen die hij nodig heeft.
Conclusie
8. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Doets, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.C.M. Schilder, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 31 mei 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1046.