Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-05-13
ECLI:NL:RBAMS:2025:3117
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,771 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/6841
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 mei 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. E.B. Doganer)
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder (hierna: de gemeente)
(gemachtigde: mr. E.D. Mensing van Charante).
Conclusie
1. De rechtbank stelt mevrouw [eiseres] (eiseres) in het gelijk. De gemeente had aan het zoontje van eiseres, [naam kind] , aangepast leerlingenvervoer moeten toekennen op grond van de hardheidsclausule. Dit moet de gemeente nu alsnog doen. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Wat is de aanleiding voor deze rechtszaak?
De aanvraag
2.1.
Eiseres draagt de zorg voor haar vier kinderen alleen. Ze woont op de [adres] in Amsterdam. Haar zoon [naam kind] is zeven jaar en heeft een neurocognitieve ontwikkelingsstoornis, waardoor hij naar het speciaal basisonderwijs gaat. Eiseres haar jongste dochter, [naam dochter] (van vier jaar), gaat naar een gewone basisschool. Het lukt eiseres niet om beide kinderen op tijd naar twee verschillende scholen te brengen en ze weer op te halen. Ze heeft daarom leerlingenvervoer aangevraagd voor [naam kind] , zodat hij naar school gebracht kan worden met een busje.
Het besluit van de gemeente
2.2.
De gemeente heeft de aanvraag van eiseres afgewezen in het primaire besluit van 12 juni 2024 en heeft de afwijzing in het besluit op bezwaar van 10 oktober 2024 gehandhaafd. Eiseres voldoet niet aan één van de vereisten in de Verordening leerlingenvervoer om in aanmerking te kunnen komen voor aangepast leerlingenvervoer voor speciaal basisonderwijs. Er wordt namelijk niet voldaan aan het afstandsvereiste: de afstand tussen de woning en de school moet meer dan 5 kilometer zijn om recht te kunnen hebben op leerlingenvervoer. De school van [naam kind] , SBO [school 1] , ligt op 4 kilometer van het huis van eiseres.
2.3.
Onder de gestelde kilometergrens van 5 kilometer wordt er geen rekening gehouden met de organisatorische problemen van ouders en zijn zij zelf verantwoordelijk voor het organiseren van de begeleiding van het kind. Ook is er niet aangetoond dat er sprake is van een uitzonderlijke situatie waardoor de gemeente de hardheidsclausule had moeten toepassen.
Procesverloop
2.4.
Eiseres is het niet eens met het besluit van de gemeente en startte daarom deze procedure. De rechtbank hield zitting op 6 mei 2025, waar de zaak werd besproken met partijen. Op de zitting waren aanwezig eiseres, haar gemachtigde, mevrouw [naam O&K adviseur] (Ouder- en Kindadviseur) en de gemachtigde van de gemeente samen met haar collega van team leeringenvervoer, [collega] en nog twee toehoorders.
2.5.
Eiseres heeft beroepsgronden ingediend en uitgelegd waarom ze het niet eens is met het besluit van de gemeente. De gemeente heeft een verweerschrift en een aanvullende reactie op de gronden van eiseres ingediend.
Waarom stelt de rechtbank eiseres niet in het gelijk wat betreft het afstandscriterium?
Het standpunt van eiseres
3.1.
Eiseres voert aan dat er wel is voldaan aan het afstandscriterium. Bij de berekening van de afstand van de woning tot SBO [school 1] heeft de gemeente namelijk geen rekening gehouden met de afstand die de pont over het water aflegt naar Amsterdam Noord. Ook gaat eiseres niet rechtstreeks vanuit huis naar [school 1] maar via de school van [naam dochter] , waardoor de afstand langer is.
Beoordeling
3.2.
De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond niet slaagt. Uit de regelgeving volgt dat het bij de berekening van de afstandsgrens gaat om de afstand tussen de woning en de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Deze afstand mag - in de situatie van eiseres - maximaal vijf kilometer zijn om in aanmerking te kunnen komen voor aangepast leerlingenvervoer. De gemeente heeft de afstand berekend met behulp van GoogleMaps. In die berekening zit ook de afstand die de pont aflegt over het water. De afstand tussen de woning en de school van [naam kind] is vier kilometer en er wordt dus niet voldaan aan het afstandscriterium. Eiseres voldoet hierdoor niet aan de vereisten in de regelgeving om in aanmerking te kunnen komen voor aangepast leerlingenvervoer.
Waarom stelt de rechtbank eiseres in het gelijk in haar beroep op de hardheidsclausule?
Het standpunt van eiseres
4.1.
Eiseres heeft aangevoerd dat de gemeente, gelet op de bijzondere omstandigheden in haar situatie, de hardheidsclausule had moeten toepassen. [naam dochter] gaat sinds maart 2025 naar basisschool [school 2] waar de schooltijden van 08.30 tot 14.15 uur zijn. De schooltijden van SBO [school 1] zijn van 08.45 tot 14.15 uur. Samengevat voert eiseres aan dat zij [naam dochter] en [naam kind] rond hetzelfde tijdstip moet brengen en ook weer moet ophalen op twee verschillende scholen. Dit is praktisch niet mogelijk. Het Ouder- en Kindteam is betrokken bij eiseres en zij hebben gekeken of er mogelijkheden zijn in eiseres haar netwerk of middels vrijwilligers om een van de kinderen weg te brengen. Die zijn er niet. Eiseres heeft geen goed ondersteunend netwerk. Er zijn afspraken gemaakt met de scholen en [naam dochter] en [naam kind] missen nu allebei elke dag ongeveer een half uur lestijd, wat zorgelijk is en zorgt voor onrust bij de kinderen. Voor [naam kind] is dit extra problematisch omdat hij door zijn ontwikkelingsstoornis structuur nodig heeft en daarom juist naar bijzonder onderwijs gaat. Eiseres verwijst in dit kader naar het IVRK. Daarnaast heeft de oudste zoon van eiseres (van 16 jaar), [naam zoon] , de ziekte van Crohn, Dit is een ernstige ziekte waarvoor hij al twee keer op de IC heeft gelegen. Eiseres moet meerdere keren per maand met hem naar het ziekenhuis, waardoor het soms nog lastiger is om de jongste kinderen naar school te brengen.
Het standpunt van de gemeente
4.2.
De gemeente heeft op de zitting toegelicht dat zij geen aanleiding ziet om de hardheidsclausule toe te passen. Eiseres voldoet niet aan het afstandscriterium. Daarbij komt dat eiseres haar kinderen op tijd kan wegbrengen, omdat [naam dochter] om 8.15 uur op school kan worden gebracht en eiseres dan nog genoeg tijd heeft om [naam kind] om 8.45 uur op [school 1] te brengen. Verder vindt de gemeente het niet doorslaggevend dat [naam dochter] eerder van school wordt opgehaald en daardoor lestijd mist, omdat de leerplicht voor haar nog niet geldt. De gemeente heeft verder uiteengezet dat veel (alleenstaande) ouders te maken hebben met praktische knelpunten bij het naar school brengen van hun kinderen. De situatie van eiseres is daarom niet uitzonderlijk.
Beoordeling
4.3.
De gemeente mag in bijzondere gevallen afwijken van de regels en toch aangepast leerlingenvervoer toekennen, ook als niet is voldaan aan het afstandscriterium. Dat gebeurt via de hardheidsclausule. Daarnaast geldt dat op grond van het evenredigheidsbeginsel de nadelige gevolgen van een besluit niet zwaarder mogen wegen dan nodig is om het doel van dat besluit te bereiken.
4.4.
De rechtbank is het eens met de gemeente dat het in principe de verantwoordelijkheid is van (alleenstaande) ouders om hun kinderen naar school te brengen en dat veel ouders daarbij tegen praktische problemen aanlopen. In dit specifieke geval vindt de rechtbank de situatie van eiseres echter zodanig bijzonder, dat de gemeente in redelijkheid tot toepassing van de hardheidsclausule had moeten komen.
4.5.
De rechtbank overweegt in dit verband allereerst dat op grond van artikel 3 van het IVRK bij alle besluiten die gevolgen hebben voor kinderen, het belang van het kind voorop moet staan. Niet in geschil is dat [naam dochter] elke dag een half uur lestijd mist, omdat beide kinderen om 14.15 uur van twee verschillende scholen moeten worden gehaald. Het is voor eiseres niet mogelijk om op twee plekken tegelijk te zijn waardoor zij [naam dochter] een half uur eerder ophaalt zodat zij om 14.15 bij de school van [naam kind] is. Dit is niet wenselijk en zal, zodra [naam dochter] vijf jaar oud wordt, ook strijd opleveren met de Leerplichtwet. Het Ouder- en Kindteam is betrokken bij het gezin en heeft ter zitting bevestigd dat eiseres geen goed ondersteunend netwerk heeft. Er is niemand in haar netwerk die één van haar kinderen elke dag van school kan halen. Daar komt bij dat de oudste zoon van eiseres een ernstige ziekte heeft, waarvoor eiseres meerdere keren per maand met hem naar het ziekenhuis gaat. Deze afspraken zijn vaak niet planbaar en maken de dagelijkse coördinatie rondom het schoolvervoer op sommige dagen extra belastend. Verder staat vast dat [naam kind] naar de dichtstbijzijnde, toegankelijke school voor speciaal onderwijs gaat en dat hij daar structuur nodig heeft. Gezien deze bijzondere omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat de gemeente had moeten concluderen dat eiseres recht heeft op aangepast leerlingenvervoer voor [naam kind] .
4.6.
De rechtbank overweegt ten overvloede dat het niet duidelijk is geworden waarom eiseres in de ochtend problemen heeft om haar twee kinderen op tijd naar school te brengen. De scholen beginnen namelijk op verschillende tijdstippen. Op de website van [school 2] (de school van [naam dochter] ) staat dat de deuren om 8.15 uur opengaan voor alle kinderen. De Zeppelin (de school van [naam kind] ) begint om 8.45 uur. Eiseres zou met ongeveer een kwartier fietsafstand tussen beide scholen met dertig minuten voldoende tijd moeten hebben om [naam kind] op tijd naar school te brengen.
Wat zijn de gevolgen van deze uitspraak?
De gevolgen van het oordeel van de rechtbank
5.1.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. De rechtbank voorziet zelf in de zaak en bepaalt dat eiseres recht heeft op aangepast leerlingenvervoer voor [naam kind] . De relevante feiten en omstandigheden zijn voldoende duidelijk om tot deze conclusie te komen. De rechtbank ziet daarbij geen aanknopingspunten voor een andere uitkomst en vindt een finale oplossing van het geschil wenselijk. De gemeente moet een nieuw besluit nemen waarin de praktische uitvoering van het aangepast leerlingenvervoer wordt uitgewerkt. De rechtbank geeft hiervoor een termijn van drie weken na deze uitspraak.
De proceskosten
5.2.
Omdat het beroep gegrond is, bepaalt de rechtbank dat de gemeente aan eiseres het door haar betaalde griffierecht voor deze procedure van € 51,- vergoedt.
5.3.
Eiseres heeft voor deze procedure een gemachtigde ingeschakeld. De rechtbank veroordeelt de gemeente in de proceskosten die eiseres daarvoor heeft gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 1814,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 907,-).
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond.
- vernietigt het bestreden besluit.
- herroept het primaire besluit en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit.
- draagt de gemeente op binnen drie weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit te nemen waarin de praktische uitvoering van het aangepaste leerlingenvervoer wordt uitgewerkt.
- draagt de gemeente op het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt de gemeente in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1814,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.H. van Haeften, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.V.A. Teggelaar, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
14 mei 2025.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Partijen kunnen binnen zes weken na verzending van de uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, postbus 20019 2500 EA Den Haag.Dit kan ook digitaal. Aan het instellen van hoger beroep zijn kosten verbonden.
Bijlage
Voor deze uitspraak relevante regelgeving
Verordening leerlingenvervoer Amsterdam 2024
Artikel 8. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school
1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor het college minder kosten met zich mee brengt en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen.
Artikel 9. Afstandsgrens
1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor:
b. speciaal basisonderwijs meer bedraagt dan vijf kilometer;
2. In afwijking van het eerste lid wordt geen afstandsgrens gehanteerd wanneer aan het college genoegzaam is aangetoond dat het een gehandicapte leerling betreft. Zo nodig kan het college hierover advies vragen aan een (onafhankelijk medisch) deskundige, de commissie van onderzoek of de commissie van begeleiding van de school van aanvraag. De deskundige betrekt in zijn advies de mogelijkheden van de leerling om zelfstandig, al dan niet met begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer te reizen.
Artikel 23. Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen, het vervoer voor onderwijs aangaande, ten gunste van de ouders afwijken van de bepalingen in deze verordening, zo nodig na advies te hebben gevraagd aan deskundigen
Artikel 9, eerste lid en onder b, van de Verordening leerlingenvervoer Amsterdam 2024. Zie de bijlage bij deze uitspraak.
Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.
Artikel 23 van de Verordening leerlingenvervoer Amsterdam 2024. Zie de bijlage bij deze uitspraak.
Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hoge beroepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.