Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-04-10
ECLI:NL:RBAMS:2025:2378
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
2,595 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-002940-25
Datum uitspraak: 10 april 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 6 januari 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 14 november 2023 door the Piotrków Trybunalski Regional Court in Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] (Polen),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
feitelijk verblijfsadres:
[verblijfadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
Zitting 28 februari 2025
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 18 februari 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. C.N.G.M. Starmans, advocaat te Utrecht en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
Tussenuitspraak van 4 maart 2025
Bij tussenuitspraak van 4 maart 2025 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende
justitiële autoriteit aanvullende vragen te stellen over de detentieomstandigheden in Polen.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met dertig dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de geschorste gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Zitting 27 maart 2025
De behandeling van het EAB is – met instemming van de partijen – voortgezet op de zitting van 27 maart 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. F.S. Baardman, die waarneemt voor mr. C.N.G.M. Starmans, beiden advocaat in Utrecht en door een tolk in de Poolse taal.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3Tussenuitspraak
Bij tussenuitspraak van deze rechtbank van 4 maart 2025 is reeds geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de dubbele strafbaarheid, de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon zoals bedoeld in artikel 12 OLW en de toepassing van artikel 11 OLW in combinatie met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU. Hetgeen de rechtbank daarover heeft overwogen dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.
4Artikel 11 OLW: Poolse detentieomstandigheden
De rechtbank verwijst allereerst naar rubriek 6 van de tussenuitspraak van 4 maart 2025. Hetgeen de rechtbank daarover heeft overwogen dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.
Naar aanleiding van de tussenuitspraak zijn op 4 maart 2025 door het Internationaal Rechtshulp Centrum (hierna: IRC) de volgende vragen gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit:
“1. Could you please indicate, in general, that the Polish ‘Remand Centre’ [Areszt Sledczy], can include both departments for convicts and for pre-trial detainees?
2. Could you please indicate, in general, whether it is possible that a detainee in Poland, when placed in a ‘Remand Centre’ [Areszt Sledczy], is placed in the
‘remand regime’
for merely serving an irrevocably imposed sentence without there being, in addition, a pending criminal proceedings for which a ground of pre-trial detention exists?
3. Could you please indicate whether there is a possibility that, after the surrender of the requested person, he will be detained – either temporarily or not – in the
‘remand regime’
, whereas the surrender was only authorized for serving an irrevocable sentence and there being no pending criminal proceedings. And if this is a possibility, could you please indicate the duration of the detention in the
‘remand regime’
?”
Bij brief van 5 maart 2025 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit hierop, voor zover relevant, als volgt geantwoord:
“With reference to your correspondence of 4 March 2025, please be advised that the persons held in the Piotrków Trybunalski Remand Centre include both those with respect to whom the preventive measure of provisional detention has been ordered and those on whom custodial sentences have been imposed, however they are subject to the different regimes. Serving a sentence and provisional detention are two different things. Regardless of whether it is a remand centre or prison, both those in provisional detention and the convicts held in custody to serve their sentence are placed in the above entities. Individuals who are to serve their custodial sentence may be placed both in a remand centre and in a prison determined according to the catchment areas as well as appropriately to the category of a person in custody. Following the surrender based on the EAW, the person requested for the purpose of serving their custodial sentence will be placed in the correctional facility it is not required to make a provisional detention order in order to enforce it.”
Het standpunt van de raadsvrouw
De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat geen gevolg moet worden gegeven aan het EAB. Het antwoord van de Poolse autoriteiten sluit niet uit dat de opgeëiste persoon in een remand regime zal worden geplaatst, zodat een reëel gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling voor de opgeëiste persoon niet binnen een redelijke termijn kan worden uitgesloten. Subsidiair moet de behandeling van de zaak worden aangehouden om hierover nadere informatie te vragen.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat met voornoemde aanvullende informatie is bevestigd dat plaatsing in een remand prison niet betekent dat overgeleverde personen ook in het remand regime zullen worden geplaatst, omdat in een remand prison sprake is van verschillende regimes. Voor de opgeëiste persoon is in Polen daarom geen sprake van een algemeen reëel gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling in detentie, zodat de overlevering kan worden toegestaan.
Beoordeling
De rechtbank overweegt dat in voornoemde aanvullende informatie wordt bevestigd dat in een remand prison zowel personen die worden vervolgd en van wie de voorlopige hechtenis is bevolen, als personen aan wie reeds een gevangenisstraf is opgelegd, kunnen worden geplaatst, maar dat zij aan verschillende regimes worden onderworpen.
Gelet op de precieze vraagstelling in de tussenuitspraak en het antwoord daarop en het feit dat dit overleveringsverzoek ziet op de tenuitvoerlegging van een opgelegde straf, gaat de rechtbank er op grond van het vertrouwensbeginsel vanuit dat de opgeëiste persoon na overlevering voor de executie van zijn straf zal worden geplaatst in het executieregime en dus niet in een remand regime terecht zal komen.
Het CPT-rapport van 22 februari 2024 bevat geen gegevens die duiden op een reëel gevaar dat personen - zoals de opgeëiste persoon - die een gevangenisstraf moeten ondergaan, onmenselijk of vernederend worden behandeld zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De rechtbank beschikt ook overigens niet over dergelijke gegevens.
Nu geen algemeen gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden is aangenomen, hoeft dit voor de opgeëiste persoon dan ook niet te worden uitgesloten en wordt het verweer van de raadsvrouw verworpen.
Artikel 11 OLW staat gelet op voornoemde overwegingen dan ook niet aan overlevering in de weg. De rechtbank verwerpt het verweer.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
6Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 311 Wetboek van Strafrecht, en 2, 5 en 7 OLW.
Dictum
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Piotrków Trybunalski Regional Court in Polen voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. R.A. Sipkens, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en D.M.S. Gribling, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. E.A. Harland en D. Kloos, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 10 april 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
ECLI:NL:RBAMS:2025:1605