Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-04-01
ECLI:NL:RBAMS:2025:2376
Strafrecht; Materieel strafrecht
Beschikking
2,208 tokens
Dictum
[terbeschikkinggestelde] ,
geboren op [geboortedag] 1982 in [geboorteplaats] ([geboorteland]),
verblijvende in [instelling] te [afdeling 2] (hierna te noemen: de instelling),
hierna te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Procesgang
Bij vonnis van deze rechtbank van 28 februari 2005 is de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd na bewezenverklaring van de misdrijven vernieling, poging tot zware mishandeling, poging tot afpersing, meermalen gepleegd, huisvredebreuk, bedreiging en mishandeling. Dit is telkens een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De terbeschikkingstelling is daarom niet gemaximeerd tot een periode van vier jaar.
De terbeschikkingstelling is ingegaan op 15 maart 2005. Deze maatregel is voor het laatst bij beslissing van deze rechtbank van 28 maart 2023 met twee jaar verlengd.
De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie van 6 februari 2025 op de openbare zitting van 1 april 2025 behandeld. De vordering strekt tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
De rechtbank heeft de terbeschikkinggestelde, zijn raadsman mr. P. Jeeninga en de officier van justitie op zitting gehoord.
Daarnaast is [persoon 1] , GZ-psycholoog/regiebehandelaar, verbonden aan de instelling, als deskundige gehoord.
Stukken
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
een advies van de instelling [FPK] , locatie [afdeling 2] , met de aantekeningen over de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de terbeschikkinggestelde van 16 december 2024, opgemaakt door [persoon 4], psychiater, en [persoon 1] , GZ-psycholoog, en
de adviezen van twee externe gedragsdeskundigen [persoon 2] , forensisch psychiater, van 19 december 2024, en [persoon 3] , GZ-psycholoog, van 4 december 2024, zoals genoemd in artikel 6:6:12 lid 1 en lid 3 Sv.
Advies
Het advies van de instelling luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.
De diagnose
Betrokkene is gediagnosticeerd met schizofrenie en er is sprake van een hardnekkige stoornis in het gebruik van cannabis. Daarnaast is er sprake van een licht verstandelijke beperking.
De behandeldoelen, het behandelverloop en de risico-taxatie
Betrokkene is op 12 oktober 2022 geplaatst op de [afdeling 1] , een gesloten afdeling binnen de [FPK] , gespecialiseerd in de behandeling van agressie- en persoonlijkheidsproblematiek. Sinds november 2023 volgt betrokkene de verslavingsmodule ‘(Ge)-Zonder leven’. Betrokkene is gegroeid in zijn motivatie tot verandering van zijn gebruik van cannabis. Hij lijkt zich steeds meer te realiseren dat hij niet verder komt in zijn behandeling wanneer hij blijft gebruiken en wil proberen op [afdeling 2] niet meer te gebruiken. Hij is nu toe aan het volgende onderdeel van de verslavingsmodule, de vaardigheidstraining. Hiervoor is nodig dat hij de overstap kan maken naar een afdeling op een lager beveiligingsniveau zodat hij de geleerde vaardigheden direct kan toepassen.
Transmuraal verlof en daarmee verhuizing naar [afdeling 3] , een afdeling op het terrein, is passend voor de fase van behandeling waar betrokkene op dit moment in zit.
Betrokkene is vanwege zijn verstandelijke beperking en complexe psychopathologie blijvend aangewezen op professionele begeleiding. Het einddoel van de behandeling is de stapsgewijze terugkeer in de samenleving, wat voor betrokkene betekent toeleiding naar langdurig verblijf in een woonvorm voor reguliere zorg voor mensen met een lichte verstandelijke beperking. Door toetsing op een lager beveiligingsniveau zal duidelijk worden welke woonvorm en begeleidingsintensiteit betrokkene nodig heeft. In samenwerking met maatschappelijk werk zal onderzocht worden welke vervolginstelling past bij betrokkene, dit middels mogelijk proefverlof en daarna voorwaardelijke beëindiging. Op dit moment wordt ingeschat dat een woonvorm met
verblijf binnen de verstandelijke gehandicaptenzorg het meest passend zou zijn voor
betrokkene, waarbij voldoende kennis is van psychiatrische en forensische expertise en
aandacht is voor zijn verslavingsgevoeligheid.
De risico-inschatting in een situatie met begeleiding en controle is laag. Zonder de huidige begeleiding en controle is de risico-inschatting hoog. Hierdoor is het gevaarscriterium nog aanwezig.
Het advies luidt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met twee jaar te verlengen.
Ter zitting heeft de deskundige [persoon 1] verklaard dat terbeschikkinggestelde op 24 januari 2025 is verhuisd naar [afdeling 3] .
Advies van de externe gedragsdeskundigenDe externe deskundigen sluiten zich aan bij het advies van de kliniek tot verlenging van de termijn met twee jaar met continuering van de verpleging. Betrokkene staat nog aan het begin van zijn derde behandelpoging en blijft een man met een laag niveau van functioneren. Het behandelteam zal een lange adem moeten hebben en een balans moeten zoeken tussen ruimte geven en risico’s afwegen. De verwachting is dat het traject met vallen en opstaan zal blijven verlopen en daardoor de nodige tijd zal kosten.
Standpunten
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering.
De terbeschikkinggestelde heeft verklaard dat hij niet denkt dat de behandeling binnen een jaar zal zijn voltooid, maar heeft toch om een verlenging met één jaar gevraagd.
De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft verzocht de termijn met één jaar te verlengen om hem te belonen voor de stappen die hij heeft gemaakt en hem perspectief te geven.
Beoordeling
De rechtbank heeft kennisgenomen van alle voornoemde stukken. Zij komt op grond van de stukken en wat is besproken ter zitting tot het volgende oordeel.
Zowel de kliniek als de externe deskundigen verwachten dat voor het huidige behandeltraject zeker nog twee jaar nodig is. Ook de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gaan daarvan uit. Uitgangspunt is dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaar wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en de resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridisch kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging met één jaar.
De rechtbank begrijpt het verzoek van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman, maar ziet geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Een verlenging van de maatregel met één jaar zou hem geen echt perspectief geven omdat op voorhand duidelijk is dat de verpleging van overheidswege nog langer dan een jaar zal duren. De terbeschikkinggestelde verdient een eerlijk verhaal. Met elke stap die de terbeschikkinggestelde zet, krijgt hij meer vrijheden, wat de echte beloning is voor zijn inzet. De terbeschikkinggestelde zal zijn perspectief moeten vinden in de stappen die hij binnen dit traject kan zetten.
De stoornissen van de terbeschikkinggestelde zijn nog steeds aanwezig en het recidiverisico is onverminderd hoog.
De veiligheid van anderen en/of de algemene veiligheid van personen eist daarom de verlenging van de maatregel en de verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Dictum
De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met twee jaar.
Deze beslissing is gegeven door
mr. C.M. Degenaar, voorzitter,
mrs. A.Ş. Doğan en L. Dalhuisen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M. van Randeraat, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2025.
De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen de beslissing staat voor de terbeschikkinggestelde hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.