Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-03-27
ECLI:NL:RBAMS:2025:2375
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
2,254 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-235244-24
Datum uitspraak: 27 maart 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 23 juli 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 12 juni 2024 door the Vilnius Regional Court in Litouwen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Litouwen) op [geboortedag] 1998,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [P.I.] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
Zitting van 19 september 2024
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 19 september 2024, in
aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is
verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.W. Ebbink, advocaat te Haarlem, en door
een tolk in de Litouwse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank de gevangenhouding bevolen.
Tussenuitspraak van 3 oktober 2024
Bij tussenuitspraak van 3 oktober 2024 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende
justitiële autoriteit aanvullende vragen te stellen over de detentieomstandigheden in Litouwen.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met dertig dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Zitting van 12 november 2024
De behandeling van het EAB is hervat op de zitting van 12 november 2024, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan
door zijn raadsman en door een tolk in de Litouwse taal.
De rechtbank heeft het onderzoek geschorst voor onbepaalde tijd in afwachting van de antwoorden van de uitvaardigende justitiële autoriteit op de eerder gestelde vragen over de detentieomstandigheden. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij uitspraak moet doen over de verzochte overlevering op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW, met dertig dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding.
Zitting van 28 november 2024
De behandeling van het EAB is voortgezet op de zitting van 28 november 2024 in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Zijn raadsman is wel verschenen en heeft namens de opgeëiste persoon het woord gevoerd.
Tussenuitspraak van 12 december 2024
Bij tussenuitspraak van 12 december 2024 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit aanvullende vragen te stellen over de detentieomstandigheden in Litouwen.
Ook heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met dertig dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Zitting van 31 december 2024
De behandeling van het EAB is voortgezet op de zitting van 31 december 2024 in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Zijn raadsman is wel verschenen en heeft namens de opgeëiste persoon het woord gevoerd.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met dertig dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Tussenuitspraak van 14 januari 2025
Bij tussenuitspraak van 14 januari 2025 heeft de rechtbank vastgesteld dat de in de tussenuitspraak van 12 december 2024 geformuleerde vragen abusievelijk pas op 24 december 2024 aan de uitvaardigende justitiële autoriteit zijn gesteld. Het onderzoek is heropend en direct geschorst voor onbepaalde tijd om de antwoorden van de uitvaardigende justitiële autoriteit af te wachten.
Zitting van 5 februari 2025
De behandeling van het EAB is – met instemming van de partijen – voortgezet op de zitting van 5 februari 2025 in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Zijn raadsman is wel verschenen en heeft namens de opgeëiste persoon het woord gevoerd.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met dertig dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Tussenuitspraak van 19 februari 2025
Bij tussenuitspraak van 19 februari 2025 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en vastgesteld dat voor de opgeëiste persoon sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van zijn grondrechten, nu met de op 3 januari 2025 verkregen aanvullende informatie het eerder vastgestelde algemene gevaar niet is weggenomen. Op grond van artikel 11, tweede lid, OLW is de beslissing over de overlevering aangehouden omdat er een mogelijkheid bestond dat bij wijziging van de omstandigheden het reële gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling alsnog kan worden uitgesloten. De rechtbank heeft hier een redelijke termijn van 30 dagen aan verbonden en geoordeeld dat als binnen deze termijn zich geen gewijzigde omstandigheden voordoen, geen gevolg zal worden gegeven aan het EAB en de officier van justitie niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.
Ook heeft de rechtbank op basis van artikel 22, vierde lid, sub c, OLW de termijn verlengd waarbinnen zij uitspraak moet doen met 60 dagen, onder gelijktijdige verlenging van de geschorste gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Zitting van 27 maart 2025
De behandeling van het EAB is – met instemming van de partijen – voortgezet op de zitting van 27 maart 2025 in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Zijn raadsman is wel verschenen en heeft namens de opgeëiste persoon het woord gevoerd.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Litouwse nationaliteit heeft.
Conclusie
Nu is vastgesteld dat het EAB niet voldoet aan alle eisen van artikel 2 OLW, dient de overlevering te worden geweigerd.
5Toepasselijke wetsartikelen
Artikel 2 OLW.
Dictum
WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Vilnius Regional Court in Litouwen.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. R.A. Sipkens, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en D.M.S. Gribling, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. E.A. Harland en D. Kloos, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 27 maart 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Rb. Amsterdam 3 oktober 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:6168.
Rb. Amsterdam 12 december 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:8240.
Rb. Amsterdam 14 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:223.
ECLI:NL:RBAMS:2025:1539