Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-01-17
ECLI:NL:RBAMS:2025:2327
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,336 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/258939-22
Parketnummer vordering tul: 05/197208-20
Datum uitspraak: 17 januari 2025
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte]
,
geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats] ,
wonende op het adres [BRP-adres] ,
thans gedetineerd in de [penitentiaire inrichting] .
1Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 januari 2025. De verdachte was bij de behandeling van zijn strafzaak aanwezig.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. K. van der Willigen, en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. P.M. Breukink, naar voren hebben gebracht.
2Tenlastelegging
Aan verdachte is – zakelijk weergegeven – ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan:
1.
het medeplegen van afdreiging van [aangever] op 4 augustus 2021 in Amsterdam;
2.
poging tot het medeplegen van afdreiging van [aangever] op 4 augustus 2021 in Amsterdam.
De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3Waardering van het bewijs
3.1
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw van verdachte heeft geen bewijsverweer gevoerd.
3.3.
Beoordeling
De rechtbank heeft op basis van de aangifte van [aangever] (hierna: aangever) en de bekennende verklaring van verdachte de overtuiging gekregen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd zoals hierna onder rubriek 4 is weergegeven.
Omdat verdachte heeft bekend dat de tenlastegelegde handelingen hebben plaatsgevonden en zijn raadsvrouw daarvoor geen vrijspraak heeft bepleit, zal de rechtbank op grond van artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) volstaan met een opgave van de gebruikte bewijsmiddelen. Deze zijn opgenomen in bijlage II die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingelast. Gelet op de standpunten van de officier van justitie en de raadsvrouw behoeft dit oordeel geen verdere motivering.
4Bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
1.op 4 augustus 2021 in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, [aangever] door bedreiging met openbaring van een geheim, te dwingen tot het ter beschikking stellen van gegevens, te weten de codes van de paysafecards,
- een erotisch getint contact is aangegaan via Bullchat en vervolgens op Whatsapp met die [aangever] en
- daaruit, dan wel op andere wijze, (naakt)foto's en persoonlijke informatie van die [aangever] (op verzoek) heeft verkregen en vervolgens
- die [aangever] dreigende en dwingende berichten heeft gestuurd waarbij hij, verdachte, dwingende en dreigende uitlatingen heeft gedaan, onder meer inhoudende dat hij de (naakt)foto’s van die [aangever] zou "exposen", door die (naakt)foto’s van die [aangever] te verspreiden op internet en bij familie, indien hij geen geldbedragen zou sturen aan verdachte;
2.
op 4 augustus 2021 in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, [aangever] door bedreiging met openbaring van een geheim, te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag,
- een contact is aangegaan op Whatsapp met die [aangever] en
- ( naakt)foto's en persoonlijke informatie van die [aangever] heeft verkregen en
- die [aangever] dreigende en dwingende berichten heeft gestuurd waarbij hij, verdachte, dwingende en dreigende uitlatingen heeft gedaan, onder meer inhoudende dat hij de (naakt)foto’s en chatgesprekken van die [aangever] zou "exposen", door die (naakt)foto’s en chatgesprekken en het telefoonnummer, in elk geval persoonlijke informatie van die [aangever] te verspreiden op internet en bij familie en het werk en vrienden, indien hij geen geldbedrag zou overmaken aan verdachte, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.
5De strafbaarheid van de feiten
De bewezenverklaarde feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
6De strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
Motivering
7.1
De eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte schuldig wordt verklaard, zonder dat aan hem een straf of maatregel wordt opgelegd.
7.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft aansluiting gezocht bij de eis van de officier van justitie.
7.3
Beoordeling
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan afdreiging van aangever. Daarbij heeft verdachte bewust gezocht naar een chantabel persoon en heeft hij op een slinkse en achterbakse manier misbruik gemaakt van iemands kwetsbaarheid. Verdachte heeft zich op internet voorgedaan als iemand anders met seksuele intenties en heeft aangever zo bewogen om seksueel getinte foto’s van zichzelf naar hem te sturen. Nadat verdachte deze foto’s had ontvangen, heeft hij aangever onder druk gezet om Paysafecard-tegoeden voor hem te kopen met een totale waarde van € 200,-. Als aangever hier geen gehoor aan zou geven, dan zou verdachte de seksueel getinte foto’s en gesprekken van aangever openbaar maken binnen de omgeving van aangever en op het internet. Aangever heeft hierdoor onder zodanige druk gestaan dat hij gehoor heeft gegeven aan de dreiging van verdachte. Maar ook nadat aangever Paysafecard-tegoeden met een totale waarde van € 200,- aan verdachte ter beschikking had gesteld, bleef verdachte aangever onder druk zetten.
Het handelen van verdachte, ook wel bekend als sextortion, heeft doorgaans een grote impact op slachtoffers, omdat voortdurend sprake is van angst dat de dader het beeldmateriaal – ook na ontvangen betaling – openbaar zal maken. Verdachte heeft door deze manier van handelen ernstig inbreuk gemaakt op de integriteit van aangever en enkel oog gehad voor zijn eigen financiële gewin. Dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.
De persoon van de verdachte
De rechtbank heeft rekening gehouden met het uittreksel justitiële documentatie (het strafblad) van verdachte van 5 december 2024. Hieruit blijkt dat verdachte na de pleegdatum van de in dit vonnis bewezenverklaarde feiten op 11 juli 2024 onherroepelijk is veroordeeld door de rechtbank Gelderland tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden voor dezelfde soort feiten. Gelet op deze veroordeling is artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) van toepassing. Dit betekent dat de rechtbank rekening moet houden met de bepalingen over gelijktijdige bestraffing.
Geen straf of maatregel
Gelet op de ernst van de feiten acht de rechtbank in beginsel een fikse onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Echter, als deze feiten tegelijkertijd zouden zijn berecht met de feiten waarvoor verdachte door de rechtbank Gelderland is veroordeeld op 11 juli 2024, dan zou naar het oordeel van de rechtbank geen hogere of andere straf zijn opgelegd dan de straf die door de rechtbank Gelderland al is opgelegd. Gelet hierop en omdat sprake is van feiten die zich al meer dan drie jaar geleden hebben voorgedaan, acht de rechtbank het, met toepassing van artikel 9a Sr, passend en geboden dat geen straf of maatregel aan verdachte zal worden opgelegd.
8Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling
Bij de stukken bevindt zich de op 6 december 2024 bij de griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam in de zaak met parketnummer 05/197208-20. Die vordering gaat over het onherroepelijk geworden vonnis van 17 februari 2021 van de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland. Daarbij is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met het bevel dat van deze straf een gedeelte van 6 maanden niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van 3 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Ook zit in het dossier een stuk waaruit blijkt dat de mededeling voorwaardelijke veroordeling als bedoeld in artikel 366a Sv aan verdachte per post is toegezonden.
8.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering tenuitvoerlegging wordt afgewezen omdat het onduidelijk is of de voorwaardelijk opgelegde straf al (volledig) is tenuitvoergelegd.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, omdat het onduidelijk is of de voorwaardelijk opgelegde straf al (volledig) is tenuitvoergelegd.
8.3
Beoordeling
Uit het uittreksel justitiële documentatie (het strafblad) van verdachte is niet duidelijk geworden of de voorwaardelijk opgelegde straf in de zaak met parketnummer 05/197208-20 al (volledig) is tenuitvoergelegd. De rechtbank zal het Openbaar Ministerie daarom niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot tenuitvoerlegging.
9Beslag
Onder verdachte is in beslag genomen: 1470 EUR.
Net zoals de officier van justitie en de raadsvrouw, is de rechtbank van oordeel dat het bij verdachte in beslag genomen geldbedrag aan hem moet worden teruggegeven. Niet gebleken is dat dit geldbedrag met de tenlastegelegde feiten in verband kan worden gebracht.
Dictum
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezenverklaarde levert op:
ten aanzien van feit 1:
afdreiging;
ten aanzien van feit 2:
poging tot afdreiging.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte [verdachte] daarvoor strafbaar.
Bepaalt dat ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Verklaart het Openbaar-Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering na voorwaardelijke veroordeling in de zaak met parketnummer 05/197208-20.
Gelast de teruggave aan verdachte van 1470 EUR (Omschrijving: PL1300-2021159069-G6193386).
Dit vonnis is gewezen door
mr. C. Bruil, voorzitter,
mrs. A.H.E. van der Pol en G. Demmink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.A.W. Boeve, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 januari 2025.
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]