Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-04-01
ECLI:NL:RBAMS:2025:2315
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,126 tokens
Inleiding
RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/758662 / HA ZA 24-1180
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 1 april 2025
in de zaak van
VASTAPART EXPLOITATIE B.V.,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Vastapart,
advocaat: mr. R.A.M. Schram,
tegen
KNEPPERS BOUW- EN AANNEMINGSBEDRIJF B.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Kneppers,
advocaat: mr. R.A. Reijnen.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam.
De zaak wordt behandeld door mr. S.A.M. Groot, rechter, en mr. R.D. Lok als griffier.
Aanwezig zijn:
- [naam 1] , bestuurder van Vastapart - [naam 2] , projectmanager Vastapart
- R.A.M. Schram, Advocaat van Vastapart
- [naam 3] , medewerker van Kneppers
- [naam 4] , directeur van Kneppers
- R.A. Reijnen, advocaat van Kneppers.
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. De griffier heeft aantekeningen van de mondelinge behandeling gemaakt en deze zijn in het dossier gevoegd. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de rechtbank op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.
1De gronden van de beslissing
1.1.
Op 21 februari 2023 heeft Kneppers een vergunningaanvraag gedaan voor een bouwsteiger voor de periode van 1 maart 2023 tot en met 30 juni 2023 voor het [locatie 1] om schilder- en onderhoudswerkzaamheden aan de gevels van de betreffende panden te kunnen uitvoeren. Bij die aanvraag is onderstaande print gevoegd waarop geen steiger is ingetekend.
Om privacy redenen is de afbeelding verwijderd.
De rechter heeft deze print tijdens de mondelinge uitspraak aan partijen getoond.
1.2.
In reactie op die aanvraag heeft de gemeente Amsterdam in een e-mail van 22 februari 2023 aan Kneppers om een situatietekening gevraagd, ten einde de adviseur in de gelegenheid te stellen de vergunningaanvraag te beoordelen. In deze e-mail wordt gevraagd om gegevens te verstrekken betreffende het beladen gewicht van het voertuig/object, de oppervlakte van ieder object/voertuig en de afstand tot de kademuur. Dat alleen om informatie ten aanzien van belasting van de kade of kademuren wordt gevraagd, zoals door Vastapart wordt gesteld, staat niet expliciet in deze mail.
1.3.
Bij e-mail van 23 februari 2023 heeft Kneppers aan de gemeente Amsterdam de onderstaande situatietekening gestuurd, waarop Kneppers onder meer een steiger heeft ingetekend op het [locatie 1] en de hoek om de [locatie 2] op (hierna: de situatietekening).
Om privacy redenen is de afbeelding verwijderd.
De rechter heeft deze situatietekening tijdens de mondelinge uitspraak aan partijen getoond.
1.4.
In deze e-mail van 23 februari 2023 heeft Kneppers toegelicht dat het om de monumentale panden aan het [locatie 1] gaat, waarvan het pand op nummer [adres 3] de hoek om gaat de [locatie 2] op. De werkzaamheden die aan die panden zullen worden uitgevoerd staan expliciet vermeld, namelijk herstel van houtrot, vervangen van gebroken dakpannen, zink- en loodwerk en beglazing. Het moet de gemeente dan ook duidelijk zijn geweest, zeker in combinatie met de bijgevoegde situatietekening, dat de aanvraag bedoeld was voor een steiger bij de panden op het [locatie 1] en bij het hoekpand nummer [adres 3] de hoek om de [locatie 2] op.
1.5.
In een e-mail van 28 februari 2023 heeft Kneppers de gemeente Amsterdam gevraagd naar de status van de vergunningaanvraag. Bij deze e-mail heeft Kneppers nogmaals de situatietekening gevoegd.
1.6.
Op 2 maart 2023 heeft de gemeente Amsterdam de vergunning verleend. Hierin staat vermeld dat de vergunning is verleend voor het plaatsen van één of meerdere objecten ter hoogte van het [adres 2] , dat het gaat om een vaste steiger van 1 maart 2023 tot en met 30 juni 2023 en dat tekening(en) als bijlage zijn bijgevoegd.
1.7.
Op 22 maart 2023 heeft Kneppers de steiger geplaatst voor de gevels van het [locatie 1] en de hoek om voor de [adres 3] .
1.8.
Vastapart was destijds de eigenaar van het buurpand, [adres 4] . Op 7 april 2023 zou CIAMS in de stoep voor het pand op nummer [adres 4] een sleuf graven om leidingen vanaf de openbare hoofdleiding aan te leggen naar het pand, om die vervolgens aan te sluiten in het pand. Toen Liander op 7 april ter plaatse kwam bleek dat de graafwerkzaamheden niet konden worden uitgevoerd vanwege de steiger, die stond te dicht bij de plaats waar gegraven moest worden. Hierdoor liep het bouwproject van Vastapart in het betreffende pand vertraging op en heeft Vastapart schade geleden. Deze schade komt volgens Vastapart voor rekening van Kneppers, omdat zij jegens Vastapart onrechtmatig heeft gehandeld door de steiger daar zonder vergunning te plaatsen en doordat Kneppers Vastapart niet tijdig heeft geïnformeerd dat zij op de [locatie 2] een steiger zou plaatsen en geen rekening heeft gehouden met de belangen van Vastapart.
1.9.
De rechtbank is van oordeel dat Kneppers op grond van de hiervoor weergegeven e-mailcorrespondentie met de gemeente Amsterdam er in elk geval gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat haar de vergunning was verleend zoals Kneppers op de situatietekening had geschetst en in haar begeleidende e-mail had toegelicht. Dat een deel van de aanvraag zou zijn afgewezen blijkt niet uit de verleende vergunning. Daarin staat immers dat Kneppers steigers mocht plaatsen ter hoogte van [adres 2] en dat de tekening is bijgevoegd. Zoals hiervoor weergegeven gaat de rechtbank er van uit dat de bij de vergunning gevoegde tekening de door Kneppers overgelegde situatietekening betreft. Dat de gemeente Amsterdam onder dreiging van de onderhavige schadeclaim van Vastapart het standpunt heeft ingenomen dat geen vergunning is verleend voor de [locatie 2] maakt dat niet anders. Het vertrouwen bij Kneppers dat zij daar een steiger mocht plaatsen is door de inhoud van de hiervoor weergegeven communicatie met de gemeente Amsterdam en de inhoud van de verstrekte vergunning gerechtvaardigd.
1.10.
In de jurisprudentie is bepaald dat het beschikken over of juist het ontbreken van een publiekrechtelijk vereiste vergunning niet zonder meer bepalend is voor het antwoord op de vraag of jegens een bepaalde derde sprake is geweest van onrechtmatige hinder. Kneppers had een vergunning gekregen om steigers te plaatsen ter hoogte van [adres 2] en mocht er gerechtvaardigd op vertrouwen dat die vergunning ook gold voor de [adres 3] , dat ter hoogte van [adres 2] is gelegen. Er is daarom in dit geval geen grond om het handelen van Kneppers onrechtmatig te achten, enkel omdat de vergunning volgens Vastapart zou ontbreken.
1.11.
Verder heeft Vastapart gesteld dat Kneppers met het plaatsen van de steiger onrechtmatig heeft gehandeld, omdat zij rekening had moeten houden met de graafwerkzaamheden, waarvan Kneppers op de hoogte was gesteld. Kneppers betwist dat zij op de hoogte is gesteld. De e-mail van 15 februari 2023 waarin Vastapart aankondigt graafwerkzaamheden uit te voeren heeft Kneppers nooit bereikt, want die is aan haar opdrachtgever, de heer [naam 5] , verzonden.
Dictum
De rechtbank
2.1.
wijst de vorderingen van Vastapart af,
2.2.
veroordeelt Vastapart in de proceskosten van € 4.281,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Vastapart niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
2.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. S.A.M. Groot en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Hiervan is dit proces-verbaal opgemaakt.