Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-11-24
ECLI:NL:RBAMS:2025:11353
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,767 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2025:11353 text/xml public 2026-03-31T07:58:48 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2025-11-24 AMS 25/3439 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11353 text/html public 2026-03-31T07:58:31 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2025:11353 Rechtbank Amsterdam , 24-11-2025 / AMS 25/3439 De heffingsambtenaar heeft aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Eiser beroep ingesteld omdat hij dacht dat parkeren op deze locatie op zondag gratis was. Het beroep slaagt niet. RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 25/3439 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 november 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam. Procesverloop 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 5 juni 2025. 1.1. De heffingsambtenaar heeft aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. 1.2. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. 1.3. Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.4. De rechtbank heeft het beroep op 13 oktober 2025 op zitting behandeld. Daar zijn eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar verschenen. Beoordeling door de rechtbank 2. De heffingsambtenaar heeft de naheffingsaanslag opgelegd omdat eisers auto met kenteken [kenteken] op 6 april 2025 om 16:14 uur geparkeerd stond aan het [adres] , terwijl daarvoor geen parkeerbelasting was voldaan. 3. De rechtbank beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Zij komt tot de conclusie dat dit het geval is en dat eisers beroep niet slaagt. Hieronder licht de rechtbank dit oordeel toe. Is de naheffingsaanslag terecht opgelegd? 4. Eiser stelt dat hij op het moment dat hij zijn auto parkeerde, in de veronderstelling verkeerde dat hij daar op zondag gratis mocht parkeren. Ter zitting heeft eiser erkend dat hij zich hierin heeft vergist en dat hij een fout heeft gemaakt. Desondanks is de oplegging van de naheffingsaanslag volgens hem onredelijk. De parkeertarieven, tijden en zones wijzigen zo snel dat dit niet meer te volgen is. Bovendien is er in de betreffende wijk te weinig parkeergelegenheid. Eiser begrijpt dat er regels zijn, maar het stelt hem teleur dat de heffingsambtenaar daar in zijn geval niet van wil afwijken, aangezien het geen opzet, maar een vergissing betreft. 5. De heffingsambtenaar voert aan dat de regels op de betreffende locatie niet recent zijn gewijzigd en er ook op zondag parkeerbelasting dient te worden voldaan. Dit had eiser onder meer op de parkeerautomaten of op de website van de gemeente Amsterdam kunnen lezen. Dat eiser zich hiervan niet bewust was, dient voor zijn rekening en risico te komen. Verder biedt de toepasselijke regelgeving volgens heffingsambtenaar geen ruimte om een uitzondering voor eiser te maken. Parkeerbelasting is een objectieve belasting, waarbij opzet en schuld geen rol spelen en er geen rekening wordt gehouden met persoonlijke omstandigheden of vergissingen. Dit onder meer om willekeur te voorkomen. Indien eiser zich niet kan vinden in de regels, dan kan hij zich het beste wenden tot het gemeentebestuur. Het gemeentebestuur stelt de regels namelijk vast, de heffingsambtenaar dient deze slechts toe te passen, aldus de heffingsambtenaar. 6. De rechtbank overweegt dat de heffingsambtenaar volgens vaste rechtspraak een informatieplicht heeft. Dit betekent dat de heffingsambtenaar duidelijk kenbaar moet maken dat in een gebied betaald parkeren geldt en waar, wanneer en op welke wijze parkeerbelasting moet worden voldaan. Dit kan blijken uit borden in het gebied en uit parkeerautomaten in de directe omgeving van de parkeerplaats. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar in dit geval voldaan heeft aan zijn informatieplicht, door deze informatie beschikbaar te stellen op de website van de gemeente en het plaatsen van bebording en een parkeerautomaat met daarop informatie, op korte afstand van de locatie waar eiser heeft geparkeerd. 7. De parkeerder heeft vervolgens een onderzoeksplicht. Dit betekent dat van een parkeerder wordt verwacht dat hij zich zo goed mogelijk informeert over de ter plaatse geldende belastingplicht. Dat eiser in de veronderstelling was dat er op zondag vrij kon worden geparkeerd, dient naar het oordeel van de rechtbank – gelet op de op hem rustende onderzoeksplicht – voor zijn rekening te blijven. Eiser heeft ook niet aangevoerd dat en hoe hij onderzoek heeft gedaan en desondanks niet heeft kunnen vaststellen dat hij moest betalen. Hij heeft juist aangevoerd dat hij zich bij het doen van onderzoek heeft vergist. 8. Dat er sprake was van een vergissing en niet van opzet, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Zoals de heffingsambtenaar terecht opmerkt is parkeerbelasting een objectieve belasting, waarbij opzet en schuld geen rol (kunnen) spelen. Indien er geen parkeerbelasting is betaald op een locatie waar dat wel had gemoeten, dan dient de heffingsambtenaar de belasting alsnog te heffen. Daarin heeft de heffingsambtenaar volgens de geldende regels geen keuzevrijheid. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen (zoals een noodsituatie) kan strikte naleving niet van de parkeerder worden gevergd, maar dergelijke omstandigheden doen zich in het geval van eiser niet voor. 9. Het beroep van eiser slaagt daarom niet. Conclusie en gevolgen 10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en eiser deze dient te voldoen. Omdat eiser geen gelijk heeft, krijgt hij het door hem betaalde griffierecht niet terug. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. B.J. Mulder, rechter, in aanwezigheid van mr. S.M. Koning, griffier. griffier De rechter is buiten staat de uitspraak te ondertekenen Uitgesproken op 24 november 2025. De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld. Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.