Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-02-24
ECLI:NL:RBAMS:2025:1109
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Voorlopige voorziening
929 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/1031
uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 februari 2025 in de zaak tussen
[verzoekster] , te Amsterdam, verzoekster
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Met het besluit van 1 november 2024 en het besluit van 20 november 2024 (de primaire besluiten) heeft verweerder de aanvraag om bijzondere bijstand van verzoekster afgewezen.
Met het besluit van 15 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaren van verzoekster ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing door verweerder. Zij heeft daarnaast de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen en daarbij het bestreden besluit bijgevoegd.
Beoordeling
3. Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Met andere woorden, er moet een samenhang (connexiteit) bestaan tussen het verzoek om een voorlopige voorziening en de hoofdzaak. Dit volgt uit artikel 8:81, eerste lid, van de Awb.
4. Het connexiteitsvereiste van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kent een formeel en materieel (inhoudelijk) aspect. Het vereiste van formele connexiteit houdt in dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen, als er ook een bodemprocedure aanhangig is, in dit geval een beroepsprocedure. Daarnaast moet sprake zijn van materiële connexiteit. Dit houdt in dat de gevraagde voorlopige voorziening betrekking moet hebben op het in de bodemprocedure bestreden besluit.
5. Verzoekster heeft in haar verzoekschrift aangegeven dat zij te maken heeft met een huurachterstand en een aanstaande energieafsluiting. Zij is aangemeld bij de schuldhulpverlening, maar er is daar een lange wachtlijst en ze weet niet wanneer ze geholpen kan worden. Zij vraagt met de voorlopige voorziening dat verweerder haar bijzondere bijstand toekent voor de hoge energiekosten en de jaarafrekening. Het verzoek van verzoekster ziet dan ook op het bestreden besluit.
6. Het beroep van eiseres ziet hier echter niet op. In het beroepschrift van verzoekster vraagt zij de rechtbank om verweerder op te dragen binnen een redelijke termijn een besluit te laten nemen over haar energietoeslag en verweerder daarbij een dwangsom op te leggen, omdat verweerder niet tijdig een besluit heeft genomen op haar aanvraag om energietoeslag.
7. In dit geval voldoet het verzoek om een voorlopige voorziening dan ook niet aan het materiële connexiteitsvereiste.
8. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk, zodat de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb buiten zitting uitspraak zal doen.
9. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Sullivan, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.Y. Exterkate, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2025.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.