Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-10-17
ECLI:NL:RBAMS:2025:10997
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,664 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2025:10997 text/xml public 2026-03-06T11:59:39 2026-01-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2025-10-17 C/13/776329 / FA RK 25/7419 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Amsterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10997 text/html public 2026-03-06T11:55:30 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2025:10997 Rechtbank Amsterdam , 17-10-2025 / C/13/776329 / FA RK 25/7419 Wvggz. Verlening ZM. beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd zaaknummer / rekestnummer: C/13/776329 / FA RK 25/7419 kenmerk: ZM/IND/177971 Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Beschikking van 17 oktober 2025 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] , verblijvende te [verblijfplaats] , hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. C. van Oort te Utrecht, zorgaanbieder: Arkin. 1 Procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 29 september 2025. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 17 oktober 2025 in het gebouw van de zorgaanbieder op de locatie van Inforsa. De rechtbank heeft de volgende personen gehoord: - betrokkene; - de advocaat; - dhr. [naam] , arts. Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen. 2 Beoordeling 2.1. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie en een stoornis in het gebruik van middelen (cannabis en cocaïne). 2.2. Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. 2.3. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig. 2.4. Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van twaalf maanden: toedienen van medicatie; het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen (uitsluitend voor ECT), ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; beperken van de bewegingsvrijheid; onderzoek aan kleding of lichaam; onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen; controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen; aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam; opnemen in een accommodatie. Anders dan de advocaat namens betrokkene heeft bepleit, zal de rechtbank het verzoek wat betreft de verplichte zorg in de vorm van het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen (uitsluitend voor ECT), ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening toewijzen. Betrokkene staat op de wachtlijst voor ECT. De verwachting is dat dit binnen een jaar zal worden opgestart. Het is noodzakelijk dat betrokkene ECT krijgt, aangezien betrokkene resistent lijkt te zijn voor de voorgeschreven medicatie. Betrokkene geeft op dit moment aan dat hij vrijwillig zal meewerken aan de ECT, maar betrokkene weet volgens de arts mogelijk niet precies waar hij toestemming voor geeft. Daarnaast achten de behandelaren betrokkene niet wilsbekwaam in het maken van beslissingen over de behandeling. Gelet hierop zal de rechtbank deze vorm van verplichte zorg wel in de zorgmachtiging opnemen. De rechtbank zal de verplichte zorg in de vorm van beperken van het recht op het ontvangen van bezoek niet in de zorgmachtiging opnemen, omdat bij de mondelinge behandeling is gebleken dat er voor deze vorm van verplichte zorg geen noodzaak is. De rechtbank zal – zoals bepleit door de advocaat - de verplichte zorg in de vormen van insluiten en uitoefenen van toezicht evenmin in de zorgmachtiging opnemen, omdat deze vormen van verplichte zorg al langere tijd niet zijn toegepast en het niet voorzienbaar is dat deze vormen in de toekomst nodig zullen zijn. 2.5. De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. 2.6. Hetgeen namens en door betrokkene voorts als verweer is aangevoerd doet aan het voorgaande niet af. 2.7. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden. 3 Beslissing De rechtbank: verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] , inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen; bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 17 oktober 2026. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is op 17 oktober 2025 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. M.J.M. Marseille, rechter, bijgestaan door mr. K.W. de Haan als griffier en op 28 oktober 2025 schriftelijk uitgewerkt. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.