Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-12-03
ECLI:NL:RBAMS:2025:10847
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,990 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2025:10847 text/xml public 2026-02-13T12:22:37 2026-01-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2025-12-03 C/13/775533 / FA RK 25/6939 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Op tegenspraak Beschikking NL Amsterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10847 text/html public 2026-02-11T11:53:47 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2025:10847 Rechtbank Amsterdam , 03-12-2025 / C/13/775533 / FA RK 25/6939 voorlopige voorzieningen, gebruik echtelijke woning, gebruik per 3 maart 2026 toegewezen aan de man, en tot die tijd (vanaf datum beschikking tot 3 maart 2026) aan de vrouw, nu de man heeft aangegeven te willen meewerken aan het vinden van een woning voor de vrouw en haar in de gelegenheid te stellen om een woning te vinden die past bij haar problematiek. beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Privaatrecht Team Familie en Jeugd zaaknummer / rekestnummer: C/13/775533 / FA RK 25/6939 (MT/ MG) Beschikking van 3 december 2025 betreffende voorlopige voorzieningen in de zaak van: [de vrouw] , wonende te [woonplaats] , hierna mede te noemen: ‘de vrouw’, advocaat mr. C.M. Hettema te Amsterdam, tegen [de man] , wonende te [woonplaats] , hierna mede te noemen: ‘de man, advocaat mr. B.J. den Hartog te Amsterdam. 1 De procedure 1.1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift van de vrouw, ingekomen op 14 september 2025; het verweerschrift van de man, ingekomen op 7 oktober 2025; het F9-formulier met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 10 oktober 2025 het F9-formulier met bijlagen van de man, ingekomen op 13 oktober 2025. 1.2. De zaak is behandeld tijdens de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 15 oktober 2025. Gehoord zijn: de vrouw, bijgestaan door haar advocaat; de man, bijgestaan door zijn advocaat. 1.3. Na de mondelinge behandeling zijn, zoals afgesproken, nog de volgende stukken ontvangen: - het F9-formulier van de vrouw, ingekomen op 27 oktober 2025. 2 De feiten 2.1. Partijen zijn met elkaar gehuwd te Amsterdam op 28 november 2006. 2.2. De man heeft op 3 juni 2025 een verzoekschrift tot echtscheiding ingediend. Dit verzoek is geregistreerd onder het zaaknummer en kenmerk C/13/770367 FA RK 25/4211 . 3 Het verzoek en het verweer Het verzoek van de vrouw 3.1. De vrouw verzoekt de rechtbank voor de duur van de echtscheidingsprocedure zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning gelegen aan de [adres] te ( [postcode] ) [woonplaats] , aan de vrouw wordt toegewezen. Het verweer van de man. 3.2. De man voert verweer en verzoekt de rechtbank om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het gebruik van de echtelijke woning aan hem toe te wijzen. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna nader ingegaan. 4 De beoordeling Voorlopig gebruik echtelijke woning 4.1. De vrouw verzoekt – kort samengevat – het gebruik van de echtelijke woning aan haar toe te wijzen. Volgens de vrouw was de man tijdens het huwelijk zeer agressief en was er sprake van huiselijk geweld. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw aangegeven dat zij een mes bij zich droeg, omdat zij zich onveilig voelde. De vrouw heeft aangifte bij de politie gedaan, maar dat heeft nergens toe geleid. De vrouw verwijst naar de melding van Veilig Thuis van 17 juli 2025 en stelt dat de man haar heeft gedreigd neer te steken en dat hij een vrouw uit Engeland heeft laten overkomen om seks mee te hebben en drugs te gebruiken en zij door hen uit de woning is verdreven. Volgens de vrouw heeft zij meer belang bij het gebruik van de woning, omdat zij kampt met lichamelijke (waaronder hartklachten en schildklierproblemen) en geestelijke problemen. Daarnaast stelt de vrouw onder verwijzing naar de door haar overgelegde stukken dat zij niet over alternatieve woonruimte beschikt. Volgens de vrouw is de man wel gezond en kan hij elders verblijven. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw aangegeven nogmaals te zullen onderzoeken of zij bij een instantie terecht kan. Uit het na de mondelinge behandeling door de vrouw overgelegde formulier blijkt dat er op korte termijn geen plek vrij is bij GGD Vangnet en dat zij momenteel op plek 33 staat voor opvang (van zes maanden) bij het [locatie] . 4.2. De man voert verweer en verzoekt het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan hem toe te wijzen. De man betwist dat er sprake is van huiselijk geweld. Desgevraagd heeft de man tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat hij een vrouw uit Engeland (die hij heeft leren kennen via een videogame) heeft uitgenodigd en dat er iets tussen hen is ontstaan, maar hij ontkent dat hij de vrouw uit huis zou hebben gejaagd en stelt dat de Engelse vrouw ook bevriend was met de vrouw. De man heeft voorts aangegeven de vrouw te willen ondersteunen voor een korte tijd, om haar in de gelegenheid te stellen woonruimte te vinden. De man is echter van mening dat hij meer belang heeft bij het gebruik van de echtelijke woning, omdat de vrouw niet in staat is om zelfstandig in de woning te wonen. De man heeft verschillende hulpverleningsinstanties voor de vrouw ingeschakeld om haar te helpen zoals de GGD, het Leger des Heils en Mentrum. Volgens de man heeft de vrouw geprobeerd zichzelf en de zitbank in brand te steken, verbrandt zij wc papier op de wc en begraaft zij dingen in de tuin. Daarnaast stelt de man dat de vrouw de woning tijdens het huwelijk regelmatig heeft verlaten waarbij zij dagen of maanden is weggebleven. Volgens de man kan de vrouw dan ook elders verblijven. 4.1. Nu partijen beiden om het echtelijk gebruik van de woning hebben verzocht, zal de rechtbank een belangenafweging maken. Partijen hebben beiden belang bij de woning en het is niet eenvoudig om andere woonruimte te vinden. Dat de vrouw bij haar ouders zou kunnen verblijven ligt niet voor de hand omdat deze voor de uithuisgeplaatste kinderen van partijen zorgen en het de vrouw niet is toegestaan om bij hen te wonen. Uit de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken, blijkt dat partijen lijnrecht tegenover elkaar staan in hun opvattingen over wat er tussen hen is gebeurd. Deze voorlopige voorzieningenprocedure is gericht op het verkrijgen van een ordemaatregel in een situatie waarin een beslissing in de hoofdzaak (de echtscheidingsprocedure) niet kan worden afgewacht en daarbij is geen nader onderzoek mogelijk. De rechtbank zal het voorlopige gebruik van de echtelijke woning aan de man toewijzen, nu uit de melding van Veilig Thuis alleen blijkt dat de vrouw heeft verklaard dat man haar heeft bedreigd en het dossier wordt gesloten. Er zijn dus geen andere getuigen bij geweest. De door de vrouw overgelegde getuigenverklaringen maken dat niet anders, omdat deze van familieleden van de vrouw zijn en zij weergeven wat de vrouw aan hen heeft verklaard. Bovendien heeft de vrouw tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij het liefst een plek zou krijgen in een instelling, gelet op haar gezondheidsproblemen. Na de mondelinge behandeling heeft de advocaat van de vrouw de tijd gekregen om nader onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor de vrouw voor alternatieve huisvesting. Hij heeft daarna bericht dat er op dit moment geen plek is voor de vrouw in een instelling en dat zij ook nog niet terecht kan bij het [locatie] . Nu de man heeft aangegeven te willen meewerken, acht de rechtbank het redelijk dat de man de vrouw nu een termijn van drie maanden in de echtelijke woning zal laten verblijven, zodat de vrouw een kans krijgt op een woning die past bij haar problematiek. Zij is nu al geruime tijd genoodzaakt geweest om elders te verblijven zodat het redelijk voorkomt dat de man eerst gedurende een periode van 3 maanden tijdelijk een andere tijdelijke woonplek zoekt en hij daarna terugkeert in de woning. 4.3. Het vorenstaande leidt tot de volgende beslissing.