Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-12-22
ECLI:NL:RBAMS:2025:10772
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Eerste en enige aanleg
1,527 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2025:10772 text/xml public 2026-02-06T14:02:05 2026-01-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2025-12-22 C/13/778919 / HA RK 25-404 Uitspraak Eerste en enige aanleg Beschikking Verschoning NL Amsterdam Civiel recht; Burgerlijk procesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10772 text/html public 2026-02-06T10:06:03 2026-02-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2025:10772 Rechtbank Amsterdam , 22-12-2025 / C/13/778919 / HA RK 25-404 Verschoningsverzoek toegewezen. De rechter heeft in een eerdere procedure expliciet en onomwonden een oordeel gegeven over de rechtsverhouding van partijen. De Wrakingskamer is op grond van deze omstandigheid van oordeel dat de vrees voor vooringenomenheid die bij gedaagde partij leeft, objectief gerechtsvaardigd is. RECHTBANK AMSTERDAM Wrakingskamer Zaaknummer: C/13/778919 / HA RK 25-404 Beslissing van 22 december 2025 op het verzoek tot verschoning van: mr. T.T. Hylkema , rechter te rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter 1 De procedure 1.1. Bij de afdeling Privaatrecht van de rechtbank Amsterdam is bij de rechter een zaak aanhangig met zaaknummer C/13/765092 / HA ZA 25-674. 1.2. De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken: - een bij de wrakingskamer binnengekomen e-mail van de rechter van 18 november 2025, inhoudende een verschoningsverzoek met de volgende bijlage: een proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 11 november 2025 in de zaak met zaaknummer C/13/765092 / HA ZA 25-674; - een eerder vonnis van 30 november 2022 van de rechter in een andere zaak (met zaaknummer C/13/712266 / HA ZA 22-24). 1.3. Het verzoek is op de openbare terechtzitting van 22 oktober 2025 behandeld. Verschenen zijn de rechter en de advocaat van de eisers mr. J.J. Klaver. 1.4. Op 22 december 2025 is het dictum per e-mail door de griffier van de wrakingskamer aan betrokkenen meegedeeld. 2 De feiten 2.1. Bij de rechter is een zaak aanhangig met Capital Waters GMBH en Terrazas Media EOOD (hierna: Capital Waters c.s.) als eisers in conventie, tevens verweerders in reconventie, en Freshback Group B.V. (hierna: Freshback) als gedaagde in conventie, tevens eiser in reconventie. 2.2. In een eerdere zaak (met zaaknummer C/13/712266 / HA ZA 22-24), met Capital Waters c.s. als eisers en Northern Mountain B.V. (hierna: Northern Mountain) als gedaagde, heeft de rechter bij vonnis van 30 november 2022 op grond van het door Northern Mountain gevoerde verweer geoordeeld dat Capital Waters c.s. zich tot Freshback zullen moeten wenden ter zake van de bedragen die zijn gefactureerd en ontvangen door Freshback. In deze eerdere zaak was Freshback geen procespartij. 3 Het verzoek en de reactie van de rechter 3.1. Tijdens de mondelinge behandeling van 11 november 2025 heeft mr. Y. Moszkowicz, namens de gedaagde, aan de rechter verzocht om zich te verschonen. De stelling van mr. Moszkowicz, dat de rechter in het vonnis van 30 november 2022 al een oordeel heeft geveld over de positie van Freshback, die ook in de onderhavige zaak voorligt, ligt ten grondslag aan de indiening van het verschoningsverzoek van de rechter. 3.2. De rechter acht zich niet vooringenomen en laat het oordeel of hij bij Freshback naar objectieve maatstaven de gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid heeft gewekt aan de wrakingskamer. De rechter heeft te kennen gegeven dat hij zich kan voorstellen dat Freshback zich afvraagt in hoeverre de rechter, gelet op zijn eerdere vonnis, tot een onafhankelijk oordeel zal komen. Het oordeel over de positie van Freshback in zijn eerdere vonnis is voor de beoordeling van de onderhavige zaak niet relevant. De rechter ziet dit eerdere oordeel niet als reden om zijn verschoningsverzoek toe te wijzen. Het eerdere vonnis heeft namelijk geen gezag van gewijsde tegen Freshback. In de eerdere procedure was Freshback niet betrokken (de wrakingskamer begrijpt: als formele procespartij) en dus is haar standpunt niet meegenomen bij die eerdere beoordeling. De rechter acht zich in staat om de zaak, op grond van de stellingen en verweren van de voorliggende partijen, onbevooroordeeld te behandelen. 4 De beoordeling 4.1. Op grond van het bepaalde in artikel 40 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of sprake is van de in artikel 36 Rv genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 4.2. Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid. 4.3. Vooropgesteld wordt dat de rechter terecht heeft opgemerkt dat Freshback in de eerdere zaak geen procespartij was en dat het vonnis in die eerdere zaak geen gezag van gewijsde heeft in de thans aanhangige zaak. Ook heeft de rechter terecht opgemerkt dat van de rechter in een privaatrechtelijk geschil wordt verwacht dat hij tot een oordeel komt op basis van stellingen en verweren van procespartijen in de voorliggende zaak. Dat oordeel kan dus anders zijn dan een oordeel van de rechter in een eerder geschil, waarbij één van de partijen was betrokken. 4.4. De gedaagde vreest echter dat de rechter in de onderhavige procedure niet meer onpartijdig zal kunnen oordelen. De rechter heeft in de eerdere procedure expliciet en onomwonden een oordeel gegeven over de rechtsverhouding tussen Capital Waters c.s. en Freshback. De wrakingskamer is op grond van deze omstandigheid van oordeel dat de vrees voor vooringenomenheid die bij Freshback leeft, objectief gerechtvaardigd is. 4.5. Op grond van het vorenstaande wordt als volgt beslist. De rechtbank: - wijst het verzoek tot verschoning toe ; - beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 41, tweede lid Rv wordt toegezonden aan de advocaten van partijen en de rechter. Aldus gegeven op 22 december 2025 door: mr. K.A. Brunner, voorzitter, mrs. W.M.C. van den Berg en S. Djebali, leden, in tegenwoordigheid van mr. K.P.M. Smeets, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.