Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-02-21
ECLI:NL:RBAMS:2025:1064
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,765 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/4723
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 februari 2025 in de zaak tussen
[eiser] als wettelijk vertegenwoordiger van zijn zoon [persoon], uit Amsterdam, eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder
(gemachtigde: mr. J.C. Smit).
Inleiding
1.1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een driewielfiets/elektrische tandem.
1.2.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 17 april 2024 afgewezen. Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
1.3.
Met het bestreden besluit van 28 juni 2024 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
1.4.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft op beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.5.
De rechtbank heeft het beroep op 7 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder.
Totstandkoming van het bestreden besluit
2.1.
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een driewielfiets/elektrische tandem voor zijn 9-jarige zoon. Eisers zoon heeft het Syndroom van Down waardoor hij een lagere spierspanning heeft in zijn lichaam en hypermobiel is in zijn gewrichten. Hij is (nog) niet in staat om zelfstandig deel te nemen aan het verkeer.
2.2.
Verweerder heeft naar aanleiding van de aanvraag voor een driewielfiets/ elektrische tandem advies gevraagd aan Argonaut Advies B.V. (Argonaut). Op 5 april 2024 heeft Argonaut negatief geadviseerd, omdat er geen sprake is van een vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) te compenseren vervoersbeperking. Volgens de adviseur kan de zoon van eiser op geschikte wijze aan de hand van zijn ouders lopen of met het openbaar vervoer. De ouders beschikken ook over een auto waarmee in de vervoersbehoefte van eisers zoon kan worden voorzien.
2.3.
Verweerder heeft het advies van Argonaut aan zijn besluitvorming ten grondslag gelegd. Verweerder stelt zich op het standpunt dat er in dit specifieke geval ook goedkopere adequate oplossingen zijn ter compensatie voor de maatschappelijke participatie dan de voorziening die eiser heeft aangevraagd.
Beoordeling
3. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de aanvraag van eiser om een driewielfiets/elektrische tandem.
4.1.
Eiser voert aan dat het advies van Argonaut niet zorgvuldig is. Tijdens het onderzoek was sprake van een kort gesprek over de aandoening en niet over relevante zaken die belangrijk waren voor de aanvraag. Er is volgens eiser niet gesproken over wat bij zijn zoon zou passen of gevraagd naar medische documenten die hij had meegenomen. Ook is zijn zoon niet medisch onderzocht.
4.2.
Het bestreden besluit is gebaseerd op het advies van Argonaut van 5 april 2024. Volgens vaste rechtspraak mag verweerder een besluit baseren op een advies van een medisch adviseur, op voorwaarde dat het advies op een onpartijdige, objectieve en inzichtelijke wijze is opgesteld. Indien verweerder het advies aan zijn besluitvorming ten grondslag legt, moet verweerder zich er tevens van vergewissen dat het advies zorgvuldig tot stand is gekomen en dat de inhoud inzichtelijk en concludent is. Dat laatste houdt in dat de redenering duidelijk en voldoende controleerbaar moet zijn. De conclusie moet daar vervolgens op aansluiten. Als aan deze eisen is voldaan, mag verweerder in beginsel van dit advies uitgaan. Verweerder vindt dat aan die eisen is voldaan en dat hij zijn besluit op het advies mocht baseren.
4.3.
Op grond van paragraaf 4.10.2 van de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam januari 2024 geldt als voorwaarde dat de problemen bij het verplaatsen buitenshuis zich moeten voordoen op de zeer korte afstand (100 meter) of de iets langere afstanden (tot 500 meter). Verder moet niet of niet volledig op een andere wijze in de dagelijkse vervoersbehoefte kunnen worden voorzien. Andere wijzen zijn: openbaar vervoer, een algemeen gebruikelijk vervoermiddel, een vervoermiddel dat cliënt al heeft, collectief vervoer of een al eerder verstrekte voorziening, zoals een handbewogen rolstoel. Algemeen gebruikelijke fietsen, zoals een tweewielfiets al dan niet met hulpmotor, zijn van verstrekking uitgesloten.
4.4.
De rechtbank is van oordeel dat het advies van Argonaut inzichtelijk en concludent is. Dit betekent dat verweerder het advies aan zijn besluitvorming ten grondslag heeft mogen leggen. Uit het advies blijkt dat eisers zoon zijn vervoersbeperkingen kan compenseren met het openbaar vervoer of met de auto. Ook kan hij aan de hand van zijn ouders adequate afstanden lopen om in de woonomgeving bestemmingen te bereiken. Eiser heeft geen stukken overgelegd waaruit het tegenovergestelde blijkt. Het openbaar vervoer gaat doorgaans gepaard met kosten en deze kosten op zich geven geen noodzaak voor de toewijzing van eisers aanvraag voor een Wmo-voorziening.
4.5.
Gezien het voorgaande heeft verweerder de aanvraag van eiser om een driewielfiets/elektrische tandem kunnen afwijzen.
Conclusie
5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder terecht de aanvraag van eiser om een driewielfiets/elektrische tandem heeft afgewezen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug.
Dictum
De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Simonis, griffier. De uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingediend bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
De indiener van het hoger beroep kan de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening te treffen.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 6 februari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:466.