Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-07-02
ECLI:NL:RBAMS:2025:10423
Civiel recht
Bodemzaak
2,029 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2025:10423 text/xml public 2026-01-29T10:16:28 2025-12-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2025-07-02 C/13/771642 / KG ZA 25-520 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig Kort geding Mondelinge uitspraak Proceskostenveroordeling Proces-verbaal Op tegenspraak NL Amsterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10423 text/html public 2026-01-28T11:43:12 2026-01-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2025:10423 Rechtbank Amsterdam , 02-07-2025 / C/13/771642 / KG ZA 25-520 Kort geding mondeling vonnis. Geen misbruik van recht bank bij parate executie woning vanwege betalingsachterstanden. RECHTBANK Amsterdam Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel Zaaknummer: C/13/771642 / KG ZA 25-520 MdV/EvK Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 2 juli 2025 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser bij dagvaarding van 1 juli 2025, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. M.P. Harten te Rotterdam, tegen de naamloze vennootschap ABN AMRO BANK N.V. , gevestigd te Amsterdam, gedaagde, hierna te noemen: ABN, advocaat: mr. A.J.H. Peters te Rosmalen. Het kort geding wordt gehouden in de rechtbank Amsterdam. De zaak wordt behandeld door mr. W.M. de Vries, voorzieningenrechter, en mr. E.H. van Kolfschooten als griffier. Aanwezig zijn: [eiser] met mr. D.A. IJpelaar (namens mr. Harten), en namens ABN mr. Peters. 1 De procedure Tijdens de mondelinge behandeling op 2 juli 2025 heeft [eiser] de dagvaarding toegelicht. ABN heeft verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties in het geding ingebracht en ABN ook een pleitnota. De behandeling van de zaak is gesloten en de voorzieningenrechter heeft op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan. Daarvan is ingevolge artikel 29a lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dit proces-verbaal opgemaakt, dat op 2 juli 2025 aan partijen is afgegeven. 2 De feiten 2.1. [eiser] is eigenaar en samen met zijn dochter bewoner(s) van het appartement(srecht) rechtgevende op het gebruik van de zelfstandige woning aan de [adres] . 2.2. ABN heeft een overeenkomst van hypothecaire geldlening gesloten met [eiser] ten aanzien van deze woning. 2.3. [eiser] heeft een achterstand op zijn hypothecaire geldlening. Op 8 november 2024 heeft ABN [eiser] een brief geschreven waarin staat dat de betalingsachterstand op de hypothecaire geldlening van zijn woning op dat moment € 27.678,56 bedraagt. Daarnaast ligt op de woning ook executoriaal beslag van drie schuldeisers van [eiser] . [eiser] heeft met een deel van hen een betalingsregeling getroffen. Eén van de beslagleggers wil tot executie overgaan. ABN heeft vanwege de betalingsachterstand en de gelegde beslagen de lening opgezegd en de totale hypotheekschuld van € 412.678,56 opgeëist. 2.4. Bij exploot van 4 februari 2025 heeft ABN de executie van het onderpand aangezegd tegen 3 juli 2025. 2.5. ABN heeft daarna op 13 februari 2025 een verzoekschrift ingediend bij de rechtbank [woonplaats] waarin zij verzocht verlof te verlenen voor het inroepen van het huurbeding, machtiging te verlenen het onderpand in beheer en onder zich te nemen en te ontruimen. [eiser] heeft geen verweer gevoerd. In de beschikking van 12 maart 2025 zijn de verzoeken toegewezen. 2.6. Na de beschikking is de ontruiming van de woning na aanzegging gepland op 22 mei 2025 en later verplaatst naar 12 juni 2025. 2.7. [eiser] heeft hierna betalingen aan ABN verricht en partijen hebben gecorrespondeerd over de aangezegde executieveiling en ontruiming. 2.8. ABN heeft in haar e-mail van 21 mei 2025 uiteengezet aan welke voorwaarden moest worden voldaan om ontruiming en veiling van het onderpand te voorkomen: “(…) Uw client dient aan de volgende voorwaarden te voldoen: 1. Uw client voldoet vandaag uiterlijk om 23.59 uur de toegezegde € 15.000,00 op bankrekeningnummer [rekeningnummer] met vermelding van leningnummer [nummer] ; 2. Bij tijdige en volledige betaling van voornoemd bedrag wordt de ontruiming verplaatst naar 12 juni 2025; 3. Ter voorkoming van de verplaatste ontruiming én openbare verkoop (gepland op 3 juli 2025) voldoet uw client vervolgens uiterlijk 11 juni 2025 de gehele achterstand en kosten (opgave volgt na inventarisatie kosten) én; 4. Uw client treft met alle beslagleggers een betalingsregeling, levert onomstotelijk bewijs aan van het bestaan van de betalingsregeling én de correcte nakoming en alle beslagleggers moeten expliciet verklaren dat zij niet aandringen op openbare verkoop zolang de betalingsregeling wordt nagekomen én. 5. Toekomstige maandtermijnen dienen tijdig en volledig via automatische incasso te worden voldaan aan cliënte. Uw client geeft inzage in zijn inkomsten en uitgaven via bijgevoegd formulier om aan te tonen dat hij in staat is toekomstige maandtermijnen te voldoen. De laatste incasso werd bijvoorbeeld nog gestorneerd én 6. Er mag geen nieuwe aanleiding ontstaan om tot opeising van de geldlening en openbare verkoop over te gaan. Te denken valt aan achterstand, nieuwe beslaglegging of aandringen op veiling door bestaande beslaglegger(s), ongeoorloofde verhuur of het niet zelf bewonen van de woning door uw client. (…)” 2.9. [eiser] heeft op 21 mei 2025 het bedrag van € 15.000 aan ABN voldaan en de ontruiming is verplaatst naar 12 juni 2025. 2.10. Op 12 juni 2025 is de woning ontruimd. 3 Het geschil 3.1. [eiser] vordert, na vermeerdering van eis, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: I. primair: om ABN te verbieden de aangezegde woningveiling van 3 juli 2025 te laten doorgaan, alsmede om de woning van [eiser] op basis van dezelfde feiten op een ander tijdstip door een notaris te doen veilen; II. subsidiair: om de aangezegde woningveiling van voor een periode van zes maanden uit te stellen, om [eiser] de gelegenheid te geven om binnen deze termijn de betalingsachterstand op de hypotheek aan ABN te betalen, dan wel om de woning zelf via een makelaar op de vrije markt te verkopen; III. meer subsidiair: te bepalen dat [eiser] zijn appartement onderhands mag verkopen en dat ABN deze onderhandse verkoop door [eiser] dient te gehengen en te gedogen, in die zin dat het niet is toegestaan om het appartement reeds op 3 juli 2025 in het openbaar door de notaris te doen verkopen; IV. ABN te veroordelen in de proceskosten. 3.2. ABN voert verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. Vaststaat dat ABN het recht heeft van parate executie. De bank mag dus de woning openbaar verkopen. Voor een verbod daarop is nodig dat ABN daarmee misbruik maakt van haar recht. 4.2. Al op 8 november 2024 heeft ABN de lening opgeëist, niet alleen omdat er achterstanden waren maar ook omdat er andere beslagen waren gelegd. De veiling is vervolgens in februari van dit jaar aangezegd tegen 3 juli 2025. In de tussentijd heeft [eiser] van ABN kansen gekregen om ontruiming en veiling te voorkomen. Daar heeft hij voor een deel aan voldaan door iets te betalen, maar hij heeft niet aan alle voorwaarden voldaan die door de bank waren gesteld in de e-mail van 21 mei 2025; hij heeft geen inzage gegeven in zijn inkomsten (die hij overigens ook niet heeft), en niet alle beslagleggers hebben bevestigd dat ze niet aandringen op openbare verkoop, sterker nog, één van de beslagleggers dringt daar juist wel op aan. 4.3. [eiser] heeft verder nog een beroep gedaan op de Richtlijn 93/13 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Als het beding in de algemene bankvoorwaarden over de veilingkosten al onredelijk bezwarend zou zijn, levert dat geen misbruik van executiebevoegdheid op, hooguit een lagere uiteindelijke vordering van de bank. 4.4. De conclusie is dan ook dat de bank geen misbruik maakt van haar recht. 4.5. De belangenafweging valt ook niet uit in het voordeel van [eiser] . [eiser] heeft sinds februari de tijd gehad om een onderhandse koper te vinden. Het stadium van onderhandse verkoop is nu voorbij. Bovendien hoeft er niet van uitgegaan te worden dat een veiling minder zal opleveren dan een onderhandse verkoop.