Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-12-18
ECLI:NL:RBAMS:2024:8427
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
744 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Team Strafrecht
Parketnummer: 13/689056-19
Datum uitspraak: 18 december 2024
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats],
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres].
1Onderzoek op de zitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 december 2024.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S. Sondermeijer, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. V.A. van Biljouw, naar voren hebben gebracht.
2Beschuldiging
Verdachte wordt er – kort gezegd – van beschuldigd dat hij in de periode van 23 juli 2018 tot en met 8 augustus 2018 in Amsterdam, in vereniging [persoon] heeft opgelicht waardoor zij tot afgifte van € 88.000,- is bewogen.
De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3Ontvankelijkheid van de officier van justitie
De zaak is in eerste instantie aangebracht onder het parketnummer 13/689056-19 (compas), maar is vervolgens vanwege de overstap naar het systeem GPS omgezet naar het parketnummer 13/325035-22 (GPS). Vanwege technische redenen is het bij het openbaar ministerie niet mogelijk geweest om de zaak met parketnummer 13/689056-19 (compas) te beëindigen. De reden hiervoor is dat de zaak met parketnummer 13/689056-19 (compas) reeds op de terechtzitting van 22 maart 2022 is behandeld en toen voor onbepaalde tijd is aangehouden. De officier van justitie heeft vervolgens beide parketnummers aanhangig gemaakt voor de zitting op 4 december 2024, terwijl het bij beide parketnummers inhoudelijk om hetzelfde feit gaat. Nu het de bedoeling van het openbaar ministerie is geweest om de zaak met parketnummer 13/689056-19 (compas) te beëindigen en verdachte niet twee keer voor hetzelfde feit kan worden vervolgd, zal de rechtbank de officier van justitie in deze zaak nietontvankelijk verklaren in de vervolging van verdachte.
Dictum
De rechtbank komt op grond hiervan tot de volgende beslissing.
Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte in de zaak met parketnummer 13/689056-19 (compas).
Dit vonnis is gewezen door
mr. D. Bode, voorzitter,
mrs. E. van den Brink en M. Nieuwenhuijs, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. G. Brokkelkamp, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 december 2024.
[...]