Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-12-03
ECLI:NL:RBAMS:2024:8219
Strafrecht; Strafprocesrecht
Eerste en enige aanleg
540 tokens
Procesverloop
1.1.
Bij de rechtbank te Amsterdam is onder parketnummer 13-322444-23 een zaak aanhangig die is toegewezen aan de rechter.
2Het verzoek
2.1.
Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat de schijn van vooringenomenheid kan zijn ontstaan.
Beoordeling
3.1.
Op grond van het bepaalde in artikel 518 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 512 Sv genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.
3.3.
De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen, omdat de raadsman van de benadeelde partij onderdeel uitmaakt van de persoonlijke of zakelijke kennissenkring van de rechter.
De rechtbank:
wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de hoofdzaak met parketnummer 13-322444-23 wordt voortgezet voor een andere rechter;
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 518, tweede lid Sv wordt toegezonden aan:
de raadsvrouw van verdachte, mr. Schoolderman;
de raadsman van de benadeelde partij, mr. De Fluiter;
de officier van justitie;
de rechter.
Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en A.W.J. Ros, leden, op 3 december 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.