Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-12-10
ECLI:NL:RBAMS:2024:7638
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,904 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 23/5142
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 december 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit Amsterdam, eiseres
(gemachtigde: mr. R.M. Berendsen),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder, hierna: het college
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Inleiding
1.1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de intrekking van haar urgentieverklaring.
1.2.
Het college heeft met het besluit van 6 april 2023 de urgentieverklaring van eiseres ingetrokken. Met het bestreden besluit van 13 juli 2023 op het bezwaar van eiseres is het college bij dat besluit gebleven.
1.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 5 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.
Beoordeling
2.
2.1.
De rechtbank beoordeelt of het college de urgentieverklaring van eiseres terecht heeft ingetrokken op grond van de Huisvestingsverordening 2020 (Hvv) omdat eiseres niet tijdig heeft gereageerd op een passende woning. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt en haar urgentieverklaring van kracht blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Achtergrond van de zaak
3.
3.1.
Eiseres is een alleenstaande vrouw met de zorg over twee minderjarige kinderen. Eiseres is samen met haar kinderen inwonend bij haar ouders. Op 4 juni 2021 is aan eiseres een urgentieverklaring op medische gronden verleend, na een positief advies van de GGD. Eiseres komt in aanmerking voor een woning zonder etagebinding.
3.2.
Eiseres is in november 2022 per brief geïnformeerd over de nieuwe voorwaarden van directe bemiddeling, zoals deze vanaf 16 januari 2023 zouden gelden. Eiseres heeft haar handtekening gezet onder de nieuwe bemiddelingsvoorwaarden en daarbij stadsdeel West uitgesloten.
3.3.
Op 4 april 2023 om 16:00 uur heeft de woningcorporatie [naam woningcorporatie] eiseres per email een vierkamerwoning aangeboden op het adres de [de woning] (hierna: de woning) in [plaats] . Het gaat om een vierkamerwoning van 62 vierkante meter en gelegen op de derde etage, zonder lift. Aangegeven is dat deze woning op 25 april 2023 beschikbaar zal komen. In deze email staat onder andere:
“Graag binnen 2 werkdagen contact opnemen
Neemt u alstublieft binnen twee werkdagen contact op met Stadgenoot om op deze aanbieding te reageren en de vervolgafspraken in te plannen.”
3.4.
Op 4 april 2023 om 16:14 uur heeft de heer [naam] van het Buurtteam Amsterdam en de contactpersoon van eiseres, het college per email gevraag of hij nog een reactie zou kunnen krijgen op zijn email van 24 maart 2023. In die email had hij gevraagd of er mogelijkheden zijn voor eiseres om een woning aangeboden te krijgen in stadsdeel Zuidoost.
3.5.
Eiseres is op 4 april 2023 om 16:19 uur gebeld door [naam woningcorporatie] over het eenmalig woningaanbod. Eiseres gaf tijdens dit telefoongesprek aan dat zij in Zuidoost wil wonen in verband met haar medische klachten. Eiseres is erop gewezen dat slechts stadsdeel West is uitgesloten en dat de aangeboden woning passend is. Eiseres heeft aangegeven dit met haar contactpersoon van het Buurtteam te willen bespreken.
3.6.
Op 4 april 2023 omstreeks 17:58 uur heeft een medewerker binnen de gemeente Amsterdam de heer [naam] gesproken en zij heeft hem geïnformeerd over dat het college geen woonwensen kan inwilligen. De heer [naam] zou verder contact opnemen met eiseres.
3.7.
Op 5 april 2023 omstreeks 11:50 uur is er telefonisch contact geweest tussen eiseres en een medewerker binnen de gemeente Amsterdam om haar vragen te beantwoorden over het woningaanbod.
3.8.
Op 5 april om 12.00 uur heeft [naam woningcorporatie] per email aan het college gemeld dat eiseres via directe bemiddeling bij de woning als kandidaat is afwezen. Ongeveer tien minuten daarna heeft eiseres telefonisch aan [naam woningcorporatie] laten weten dat zij de woning wil accepteren.
3.9.
Het college heeft vervolgens de urgentieverklaring van eiseres met het besluit van 6 april 2023 ingetrokken omdat eiseres de woning zou hebben geweigerd. Bij het bestreden besluit heeft verweerder aangegeven dat het tot de eigen verantwoordelijkheid van eiseres behoort om op juiste wijze en tijdig te reageren op een passend eenmalig aanbod. Als de woning niet voor 5 april 2024 om 12:00 uur in WoningNet wordt geaccepteerd, dan telt dit als een weigering. Volgens verweerder wist eiseres dat de termijn op 5 april 2023 om 12.00 uur zou gaan verlopen. Dat was haar op 4 april 2023 nogmaals duidelijk gemaakt tijdens een telefonisch onderhoud.
Kon het college de urgentieverklaring van eiseres intrekken?
4.
4.1.
Eiseres voert aan dat het college uit is gegaan van onjuiste feiten en dat zij niet was geïnformeerd over dat zij voor 5 april 2023 12:00 uur de woning moest accepteren. Eiseres heeft op 4 april om 16:00 uur een email ontvangen van [naam woningcorporatie] waarin staat zij binnen twee werkdagen contact moet opnemen over het woningaanbod. Eiseres heeft haar belangstelling voor de woning telefonisch kenbaar gemaakt bij [naam woningcorporatie] op 5 april 2023 even na 12:00 uur. Eiseres wilde graag inloggen op Woningnet om de woning ook langs die weg te accepteren. Dat bleek niet (meer) mogelijk. [naam woningcorporatie] had het woningaanbod om 12.00 uur laten vervallen. Daarnaast kan volgens eiseres een te late aanvaarding niet gelijk worden gesteld met een weigering. Volgens eiseres heeft het college haar onvoldoende geïnformeerd over de gevolgen van weigeren en dat te laat reageren op een woningaanbod automatisch tot intrekking van de urgentieverklaring zou leiden.
4.2.
Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres op dinsdag 4 april 2023 om 16:00 uur een e-mail heeft ontvangen van [naam woningcorporatie] met het eenmalig woningaanbod. In deze email staat dat eiseres binnen twee werkdagen contact moet opnemen met [naam woningcorporatie] om op het woningaanbod te reageren en de vervolgafspraken in te plannen. Dit betekent dat eiseres tot en met donderdag 6 april 2023 16:00 uur de tijd had om contact op te nemen met [naam woningcorporatie] . Het dossier bevat geen aanknopingspunten dat eiseres vóór woensdag 5 april 2023 12.00 uur aan [naam woningcorporatie] moest doorgeven of zij de woning accepteerde.
4.3.
Vast staat dat eiseres op woensdag 5 april 2023 even na 12:00 uur telefonisch contact heeft opgenomen met [naam woningcorporatie] om haar belangstelling voor de woning kenbaar te maken. Anders dan verweerder is de rechtbank van oordeel dat eiseres tijdig, want binnen twee werkdagen, contact heeft opgenomen met [naam woningcorporatie] . De stelling van eiseres dat het niet meer mogelijk was om op 5 april 2023 na 12.00 uur de woning via woningnet te accepteren acht de rechtbank aannemelijk gezien de email van [naam woningcorporatie] waarin zij als kandidaat wordt afgewezen.
4.4.
De rechtbank kan het standpunt van het college niet volgen dat uit hoofdstuk 11, artikel 1, zevende lid, van de Nadere regels blijkt dat het niet of niet tijdig en correct reageren geldt als weigering van een aangeboden woning. De werkwijze uit hoofdstuk 11, artikel 1, van de Nadere regels ziet op de uitvoering van artikel 2.4.8 van de Hvv. In artikel 2.4.8 van de Hvv staat hoe zoekpunten worden opgebouwd en wanneer zoekpunten in mindering worden gebracht. De intrekking van een urgentieverklaring is geregeld in artikel 2.10.10 van de Hvv en is verder niet uitgewerkt in de Nadere regels.
4.5.
De rechtbank is daarom van oordeel dat het college zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiseres de woning heeft geweigerd door niet voor 5 april 2023 te reageren op het aanbod. Reeds hierom komt het bestreden besluit in aanmerking om te worden vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.
Conclusie
5.1.
Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet voorts aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht het primaire besluit wordt herroepen. Dit betekent dat de urgentieverklaring van 4 juni 2021 van kracht blijft.
5.2.
Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eiseres vergoeden. Eiseres krijgt ook een vergoeding van haar proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.750,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 13 juli 2023;
- herroept het besluit van 6 april 2023 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 184,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1.750,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, rechter, in aanwezigheid van
mr. G. dos Santos 't Hoen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
10 december 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Vanaf 16 januari 2023 krijgen houders van een urgentieverklaring een woning via directe bemiddeling. Dit staat in artikel 2.8.4 van de Hvv, geldig van 16 januari 2023 t/m 31 december 2023.
Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2020, geldend van 16 januari 2023.