Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-11-29
ECLI:NL:RBAMS:2024:7321
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,609 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
Zaaknummer: AMS 23/5681
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 november 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit Amsterdam, eiseres
(gemachtigde: mr. P.Y.L. Sie),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder
(gemachtigde: mr. J.H.G. van den Boorn).
Inleiding
1.1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een urgentieverklaring.
1.2.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 15 mei 2023 afgewezen omdat eiseres samen met haar ex-partner een gezin is gestart terwijl zij hiervoor geen geschikte woonruimte had. Met het bestreden besluit van 7 augustus 2023 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 12 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
2.1.
De rechtbank beoordeelt of verweerder de aanvraag voor een urgentieverklaring mocht afwijzen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Is er sprake van een urgent huisvestingsprobleem?
3.1.
Uit artikel 2.10.5, eerste lid, onder b, van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (hierna: Hvv) volgt dat de aanvraag voor een urgentieverklaring wordt geweigerd indien er geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem. In de Nadere regels worden omstandigheden genoemd die in ieder geval geen urgent huisvestingprobleem opleveren. Daartoe behoort de situatie waarin dat de huidige woning te klein is voor het huishouden van de aanvrager (paragraaf 3, ad b, onder punt 2, van de Nadere regels). Verweerder stelt zich op het standpunt dat deze algemene weigeringsgrond van toepassing is omdat de woning volgens eiseres te klein is.
3.2.
Eiseres stelt zich op het standpunt dat wel degelijk sprake is van een urgent huisvestingsprobleem. Eiseres slaapt met haar drie kinderen ( de tweeling [naam 1] en [naam 2] van 7 jaar oud en [naam 3] van 9 jaar oud ) in de enige slaapkamer. Het is volgens eiseres niet begrijpelijk dat er in de Nadere regels staat dat bij een te kleine woning er geen sprake kan zijn van een urgent huisvestingsprobleem. Er zijn immers omstandigheden denkbaar waarbij de woningzoekende buiten zijn / haar schuld in een te kleine woning terecht is gekomen, en waarbij er sprake is van een schrijnende situatie vanwege de medische en sociale omstandigheden van het gezin, zoals bij zoon [naam 2] , die is gediagnosticeerd met ASS (Autisme Spectrum Stoornis), die is aangewezen op cluster 4 speciaal onderwijs (ernstige gedragsproblemen) en die thuis een prikkelvrije omgeving nodig heeft waar hij zich kan afzonderen. Dat is in de huidige woning niet te realiseren. Daarnaast levert de woonsituatie veiligheidsrisico’s op voor [naam 2] . Hij is namelijk een keer naar het balkon geglipt waar hij vanaf wilde springen. Verder is er in de woning nog steeds sprake van muizenoverlast en sluit de deur in de keuken niet afdoende, waardoor het risico bestaat dat [naam 2] in een onbewaakt moment naar de keuken glipt en met het gas gaat spelen.
3.3.
De rechtbank volgt verweerder in het standpunt dat geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem. Voorop staat dat eiseres en haar minderjarige kinderen beschikken over een zelfstandige huurwoning en een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd hebben. Van dakloosheid of dreigende dakloosheid is dus geen sprake. Eiseres heeft stukken overgelegd waaruit volgt dat haar zoon is gediagnosticeerd met een autismespectrum stoornis. Uit de verklaring van [bedrijf] komt naar voren dat haar zoon moeilijk contact maakt, zeer bewegelijk/onrustig is, slecht slaapt en geen gevaar herkent. De rechtbank begrijpt dat zijn bewegelijkheid en het gegeven dat hij geen gevaar ziet, kan leiden tot ongewenste en gevaarlijke situaties. Deze veiligheidsproblemen in de woning zullen zich echter tot op zekere hoogte in elke woning kunnen voordoen. Bovendien is op de zitting gebleken dat inmiddels wel sloten op de deuren zijn geplaatst door de woningbouwvereniging, waardoor eiseres [naam 2] makkelijker van het balkon kan weghouden. Over het probleem van vocht en muizen in de woning zal eiseres contact moeten opnemen met de verhuurder; die is immers wettelijk verantwoordelijk voor het plegen van onderhoud aan de verhuurde woning en het verschaffen van woongenot. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Had eiseres het huisvestingsprobleem redelijkerwijs kunnen voorkomen?
4.1.
Uit artikel 2.10.5, eerste lid, onder c, van de Hvv volgt dat de aanvraag voor een urgentieverklaring wordt geweigerd indien eiseres het huisvestingsprobleem redelijkerwijs kon voorkomen. Volgens verweerder is dit het geval omdat eiseres een gezin heeft gesticht zonder over daartoe passende woonruimte te beschikken (paragraaf 3, ad c, onder punt 2, van de Nadere regels).
4.2.
Eiseres voert aan dat verweerder onvoldoende heeft onderzocht hoe het huisvestingsprobleem is ontstaan. Trouwen en kinderen krijgen is niet echt een keuze geweest van eiseres. Er was sprake van een gewelddadige relatie en eiseres is ongepland zwanger geraakt. In 2018 werd het mogelijk om een verblijfsvergunning te krijgen in Nederland wanneer er sprake was van een Nederlands kind. In 2018 is eiseres naar Amsterdam verhuisd vanuit België. Eiseres vond de woning ongeschikt voor meer dan één kind, maar haar partner dacht daar anders over. Vervolgens kreeg eiseres een tweeling, waarvan [naam 2] (thans 7 jaar oud) kampt met de hiervoor genoemde problemen.
4.3.
De rechtbank heeft geen aanleiding om te twijfelen aan de toelichting van eiseres over de gezinsvorming. Eiseres zelf vond de woning ongeschikt voor meer dan één kind en het was niet haar eigen keuze om zwanger te raken. Toch maken deze omstandigheden naar het oordeel van de rechtbank niet dat het huisvestingsprobleem redelijkerwijs niet kon worden voorkomen. De rechtbank volgt verweerder in het standpunt dat op grond van artikel 2.10.5, eerste lid, onder c, van de Hvv sprake is van een te voorkomen of oplosbaar probleem als de aanvrager een gezin heeft gesticht zonder daartoe over passende woonruimte te beschikken en dat onder ‘een gezin stichten’ ook de situatie valt waarin er kinderen worden geboren zonder dat dit gepland was of zonder dat dit de wens was van één van de ouders. Er is dus sprake van de algemene weigeringsgrond dat eiseres het huisvestingsprobleem redelijkerwijs had kunnen voorkomen. Ook op grond hiervan mocht verweerder de aanvraag voor een urgentieverklaring weigeren. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
Had verweerder de medische situatie van eiseres moeten onderzoeken?
5.1.
Eiseres heeft aangevoerd dat bij het ontbreken van algemene weigeringsgronden verweerder de aanvraag op medische en sociale gronden moet toetsen. Eiseres heeft naar voren gebracht dat er sprake is van medische en sociale problematiek bij haar zoon [naam 2] , waardoor de huidige woning niet passend is en zij dringend moet verhuizen naar een grotere woning. De huidige woning is te klein voor [naam 2] om te bewegen en tot rust te komen. Hierdoor komt hij moeilijk in slaap en wordt hij vroeg wakker, waardoor het hele gezin slaaptekort krijgt. Ook maakt [naam 2] storende geluiden en heeft hij ademhalingsproblemen.
5.2.
Uit paragraaf 10.1, eerste lid, van de Nadere regels volgt dat niet getoetst wordt aan de medische gronden voor verlening van een urgentieverklaring als de aanvraag moet worden geweigerd op grond van één van de algemene weigeringsgronden genoemd in artikel 2.10.5 van de Hvv. Aangezien de aanvraag van eiseres – zoals hierboven is geoordeeld – op goede gronden is geweigerd op grond van twee van de algemene weigeringsgronden hoefde verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet door te toetsen en onderzoek te verrichten naar de medische situatie van eiseres. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Had verweerder de hardheidsclausule moeten toepassen?
6.1.
Tot slot beroept eiseres zich op de hardheidsclausule. Volgens eiseres motiveert verweerder in het bestreden besluit niet waarom er geen sprake is van een aantoonbaar acuut levensbedreigend medisch probleem.
Conclusie
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
griffier
rechter
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J.M. Baldinger, rechter, in aanwezigheid van mr.J.C.M. Schilder, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
29 november 2024.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.