Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-02-27
ECLI:NL:RBAMS:2024:689
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
88,644 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
VONNIS
Parketnummers: 13/997037-18 (zaak A) en 13/997005-19 (zaak B)
Datum uitspraak: 27 februari 2024
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 1978,
gedetineerd.
Inhoudsopgave
1Onderzoek
1.1
Onderzoek ter terechtzitting
1.2
Inleidende opmerkingen
1.2.1
Werkwijze van de rechtbank
1.2.2
Start van het onderzoek
1.2.3
Procesdossier Marengo
2Tenlastelegging
3Voorvragen
3.1
Algemeen kader vormverzuimen
3.2.
De kroongetuige
3.2.1
Inleiding
3.2.2
Totstandkoming van de overeenkomst
3.2.3
Verweren betreffende de rechtmatigheid van de overeenkomst
3.2.4
Oordeel van de rechtbank ten aanzien van de overeenkomst
3.2.4.1 Onjuiste toepassing kroongetuigenregeling?
3.2.4.2 Zijn er ongeoorloofde toezeggingen gedaan?
3.2.4.3 Samenvatting en conclusie
3.2.5
Betrouwbaarheid van de kroongetuige
3.2.5.1 Verweer van de verdediging
3.2.5.2 Oordeel van de rechtbank
3.2.6
Prejudiciële vragen Hof van Justitie EU?
3.3
PGP-bewijs
3.3.1
Inleiding
3.3.1.1 Algemene uitgangspunten
3.3.1.2 Toetsingskader
3.3.2
Feitelijke gang van zaken
3.3.2.1 Ennetcom-data (onderzoek De Vink)
3.3.2.2 PGP-safe-data (onderzoek Sassenheim)
3.3.2.3 Hansken/Marengo-dataset
3.3.2.4 Controle geheimhouders Marengo-dataset
3.3.3
Gevoerde verweren
3.3.3.1 Verwerving
3.3.3.2 Verwerking
3.3.4
Oordeel van de rechtbank
3.3.4.1 Toepasselijkheid Unierecht bij de verwerving
3.3.4.2 Grondslag van de verkrijging van de data
3.3.4.3 Verwerking van de PGP-data in de onderzoeken Ennetcom en PGP-safe
3.3.4.4 Doorverstrekking van de PGP-data aan andere onderzoeken
3.3.5
Geheimhoudersbelangen bij verkrijging en verwerking van de PGP-data
3.3.5.1 Verweer van de verdediging
3.3.5.2 Oordeel van de rechtbank
3.3.6
Tactische en technische verwerking van de PGP-data
3.3.6.1 Verweren van de verdediging
3.3.6.2 Oordeel van de rechtbank
3.3.6.2.1 Inzage in brondata
3.3.6.2.2 Inzage in Marengo-dataset
3.3.6.2.3 Controle en contra-expertise Hansken
3.3.6.2.4 Hansken is geen (buitenwettelijk) technisch hulpmiddel
3.3.6.2.5 Onvolledigheid van de PGP-data
3.3.6.2.6 Forensische onbetrouwbaarheid van de PGP-data
3.3.6.2.6.1 Hashwaarden
3.3.6.2.6.2 Integriteit en betrouwbaarheid van de PGP-data
3.3.6.2.6.3 PGP-e-mailadres (mede) bij een ander in gebruik
3.3.6.2.7 Yüksel Yalçinkaya tegen Turkije
3.3.7
Voorwaardelijke verzoeken
3.3.7.1 Prejudiciële vragen Hof van Justitie EU
3.3.7.2 Aanhouden van de zaak
3.3.7.3 Overige voorwaardelijke verzoeken
3.4
Conclusie
4Waardering van het bewijs
4.1
PGP-identificatie
4.1.1
Identificatie e-mailadressen verdachten Marengo
4.1.2
Identificatie e-mailadressen overige gebruikers
4.1.3
Identificatie e-mailadressen [verdachte]
4.1.3.1 Standpunten
4.1.3.2 Oordeel van de rechtbank
4.2
Zaaksdossier Ster
4.2.1
Standpunten
4.2.2
Feiten
4.2.2.1 Schietincident op 17 april 2016
4.2.2.2 Onderzoek naar de uitvoerders
4.2.2.3 Veroordeling [betrokkene 1] en [betrokkene 2]
4.2.3
Duiding van de PGP-berichten
4.2.3.1 Vraag naar auto’s
4.2.3.2 Klaarzetten auto’s
4.2.3.3 Stalling auto’s
4.2.3.4 Jerrycans en flessen benzine
4.2.3.5 Vuurwapens
4.2.3.6 Sweepen auto’s
4.2.3.7 Spotten
4.2.3.8 Overige berichten van na de moord
4.2.3.9 Schoonmaken kamer [betrokkene 2]
4.2.3.10 Geld
4.2.3.11 In brand steken overstapauto
4.2.4
Oordeel van de rechtbank
4.3
Zaaksdossier Kreta
4.3.1
Inleiding
4.3.2
Standpunten
4.3.3
Voorgeschiedenis
4.3.4
Verklaringen van [medeverdachte 1]
4.3.5
Duiding van de PGP-berichten in relatie tot voorbereiding moord
4.3.5.1 Periode van oktober tot en met december 2015
4.3.5.2 Periode van december 2015 tot en met januari 2016
4.3.5.3 Periode van 17 tot en met 19 april 2016
4.3.5.4 Periode van 20 mei tot en met 1 juni 2016
4.3.6
Duiding van de PGP-berichten en overige gegevens met betrekking tot (verdere) voorbereiding van moord en de uiteindelijke liquidatie van [slachtoffer 1]
4.3.7
Onderzoek naar de liquidatie van [slachtoffer 1]
4.3.8
Wegmaken van sporen
4.3.9
Betrouwbaarheid van [medeverdachte 1]
4.3.10
Oordeel van de rechtbank
4.3.10.1 Voorbereiding moord op [slachtoffer 1] , [betrokkene 3] , [betrokkene 4] en [betrokkene 5]
4.3.10.1.1 Juridisch kader voorbereiding
4.3.10.1.2 Voorbereidingsmiddelen
4.3.10.1.3 Conclusie
4.3.10.2 Moord op [slachtoffer 1]
4.4
Zaaksdossier 140 Sr (criminele organisatie)
4.4.1
Standpunten
4.4.2
Oordeel van de rechtbank
4.4.2.1 Juridisch kader
4.4.2.2 Gepleegde misdrijven
4.4.2.3 Wagenpark
4.4.2.4 Onderzoek Koper
4.4.2.5 Aangetroffen administraties
4.4.2.6 Verklaringen van [medeverdachte 1]
4.4.2.7 Conclusie ten aanzien van de criminele organisatie
4.4.2.8 Deelname aan de criminele organisatie
5Bewezenverklaring
6Strafbaarheid van de feiten
7Strafbaarheid van verdachte
Motivering
8.2
Standpunt van de verdediging
8.3
Oordeel van de rechtbank
8.3.1
Ernst van de feiten en persoon van de verdachte
8.3.2
Redelijke termijn
8.3.3
Wet straffen en beschermen
8.3.4
Conclusie
8.3.5
Voorlopige hechtenis
9Beslag
9.1
Standpunten
9.2
Oordeel van de rechtbank
10Toepasselijke wettelijke voorschriften
Dictum
Bijlage 1 – Tenlastelegging
Bijlage 2 – Overzicht PGP-e-mailadressen en gebruikers
Bijlage 3 – Feitenvaststelling overige zaaksdossiers
Bijlage 4 – Bewijsoverwegingen criminele organisatie ten aanzien van de medeverdachten
Bijlage 5 – Standpunten en toelichting Openbaar Ministerie met betrekking tot beslag
1Onderzoek
1.1
Onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 28 november 2018, 6 februari 2019, 18 april 2019, 10, 11 en 12 juli 2019, 24 september 2019, 12 en 13 december 2019, 27 en 28 februari 2020, 19 en 28 mei 2020, 11, 12, 13 en 27 augustus 2020, 3 september 2020, 28 en 29 oktober 2020, 3 november 2020, 13, 14 en 15 januari 2021, 11, 12 en 22 maart 2021, 7 en 16 april 2021, 2, 29 en 30 juni 2021, 14, 15, 21 en 22 september 2021, 13 oktober 2021, 7, 9, 14, 16, 17, 20 en 22 december 2021, 1 en 21 maart 2022, 21 april 2022, 17 en 20 mei 2022, 8, 9, 13, 14, 16, 20, 21, 23, 28 en 30 juni 2022, 13 september 2022, 6 en 7 december 2022, 22 februari 2023, 27 en 29 maart 2023, 17 mei 2023, 14 juli 2023, 6 oktober 2023, 21 december 2023, 6 en 14 februari 2024.
De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A en zaak B aangeduid.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie (hierna: het Openbaar Ministerie) en van wat verdachte en zijn verdediging (hierna: de verdediging) naar voren hebben gebracht.
1.2
Inleidende opmerkingen
1.2.1
Werkwijze van de rechtbank
Het onderzoek Marengo heeft betrekking op zeventien verdachten. Zestien van hen worden verdacht van betrokkenheid bij een of meer moorden, pogingen daartoe of voorbereiding daarvan. Alle verdachten worden beschuldigd van betrokkenheid bij dezelfde criminele organisatie die gericht was op moorden, vuurwapendelicten en gekwalificeerde diefstal. In dit vonnis zijn de overwegingen en beslissingen opgenomen die in de strafzaak tegen de hierboven genoemde verdachte zijn gegeven. De rechtbank wijst vandaag ook vonnis in de zaken van de zestien andere verdachten die (grotendeels) gelijktijdig terecht hebben gestaan.
De rechtbank zal in plaats van de term ‘verdachte’ steeds de namen van de verdachten gebruiken: [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [verdachte] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 9] , [medeverdachte 10] , [medeverdachte 11] , [medeverdachte 12] , [medeverdachte 13] , [medeverdachte 14] , [medeverdachte 15] en [medeverdachte 16] . De rechtbank gebruikt een voorletter in die gevallen waarin meerdere verdachten in het dossier dezelfde achternaam hebben en de hele voornaam als ze ook dezelfde voorletter hebben.
Omdat in de zaak van [medeverdachte 1] het onderzoek ter terechtzitting al was aangevangen bij de rechtbank Midden-Nederland treedt de rechtbank in zijn zaak op als de rechtbank Midden-Nederland. In de zaak van [medeverdachte 3] was het onderzoek ter terechtzitting met betrekking tot het onderzoek Zeilboot al aangevangen bij de rechtbank Midden-Nederland op het moment dat de zaak Marengo aanving bij de rechtbank Amsterdam. Dat is de reden dat er in de zaak van [medeverdachte 3] separate vonnissen worden gewezen.
Het onderzoek Marengo bestaat uit een groot aantal deelonderzoeken die onderling met elkaar verweven zijn, door de daarop gebaseerde verdenking van het leidinggeven aan dan wel de deelname aan de criminele organisatie. Deze verwevenheid maakt dat de rechtbank niet alleen op de verweren van de betreffende verdachte in zal gaan, maar waar nodig ook hetgeen is aangevoerd in de zaken van de andere verdachten (ambtshalve) in haar oordeel zal betrekken.
1.2.2
Start van het onderzoek
Op 14 januari 2017 heeft [medeverdachte 1] zich na overleg met zijn advocaat laten aanhouden en vanaf dat moment is een kroongetuigetraject gaan lopen. [medeverdachte 1] heeft in 41 kluisverklaringen verklaard over een aantal moorden of pogingen daartoe waar hij deels zelf bij betrokken is geweest. Op 27 december 2017 is dit uitgemond in een overeenkomst met [medeverdachte 1] als kroongetuige. Door zijn verklaringen en door ontsleutelde PGP-berichten is een groot aantal verdachten in beeld gekomen die ervan verdacht worden te behoren tot een organisatie die verantwoordelijk is voor tot op dat moment grotendeels onopgeloste levensdelicten. Het onderzoek dat hieruit voortkwam kreeg de naam Marengo. [medeverdachte 1] was op 5 september 2017, dus al voordat hij de overeenkomst sloot, als verdachte aangehouden in de zaak Roos/Doorn. Op 18 december 2017 is [medeverdachte 7] , op wie de nacht daarvoor een aanslag was gepleegd waarbij hij gewond is geraakt, als eerste verdachte aangehouden in het onderzoek Marengo. In de loop van 2018, 2019 en 2020 zijn de overige verdachten in het onderzoek Marengo aangehouden.
1.2.3
Procesdossier Marengo
Het procesdossier bevat (zoveel mogelijk chronologisch) de volgende deelonderzoeken:
Rudolf: de moord op [slachtoffer 2] op 9 september 2015 en het beramen van een ontploffing in de spyshop te Nieuwegein in de periode van 15 augustus 2015 tot en met 19 oktober 2015;
Ster: de moord op [slachtoffer 3] op 17 april 2016 en het beramen van de moord op [slachtoffer 3] en [betrokkene 6] in de periode van 1 maart 2016 tot en met 17 april 2016;
Aker: de moord op [slachtoffer 4] op 9 mei 2016 en het beramen van de moord op [slachtoffer 4] in de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 januari 2016;
Kreta: de moord op [slachtoffer 1] op 22 juni 2016 en het beramen van de moord op [slachtoffer 1] , [betrokkene 5] , [betrokkene 3] en [betrokkene 4] in de periode van 17 april 2016 tot en met 22 juni 2016;
Tennis: de poging tot moord op [betrokkene 7] op 11 oktober 2016;
Plato: de poging tot moord op [betrokkene 8] op 5 december 2016;
Zeilboot/Raspvijl: de poging tot moord en de moord op [slachtoffer 5] op 8 december 2016 en de poging tot moord op [slachtoffer 5] op 2 juli 2016;
Roos/Doorn: de moord op [slachtoffer 6] op 12 januari 2017 en het beramen van de moord op [betrokkene 9] in de periode 1 december 2016 tot en met 14 januari 2017;
De criminele organisatie in de periode van 16 juli 2015 tot en met 14 januari 2017.
Daarnaast bevat het dossier het onderzoek Alpine, dat gaat over een witwasverdenking tegen [medeverdachte 14] .
In het strafdossier van iedere verdachte is, behalve het gehele Marengo-dossier (met bovengenoemde negen deelonderzoeken), tevens gevoegd:
10.
Beoordeling
3.3.6.2.3 Controle en contra-expertise Hansken
De verdediging betoogt dat zij onvoldoende mogelijkheden heeft gehad om de werking van Hansken te controleren en de software van Hansken aan een contra-expertise te onderwerpen. Zij heeft daartoe tijdens regiezittingen en bij pleidooi gewezen op de rapporten van de in het kader van het onderzoek Tandem II ingeschakelde deskundige [naam deskundige 1] van 15 januari 2018 en 4 maart 2018 waarin [naam deskundige 1] concludeert dat die controlemogelijkheden met betrekking tot de rol en functionaliteit van Hansken in het digitaal forensische onderzoeksproces onvoldoende zijn.
Onder verwijzing naar de vonnissen van 21 september 2021 van de rechtbank Rotterdam in de zaken tegen Ennetcom en haar middellijk bestuurder – waarin een soortgelijk verweer is gevoerd – onderkent de rechtbank het door de verdediging geschetste gevaar dat bij de analyse van bulkdata door complexe algoritmische systemen de resultaten van het systeem leidend worden zonder dat de achterliggende algoritmen kunnen worden gecontroleerd. In het kader van het recht op een eerlijk proces (en dus gelijke proceskansen) moet de verdediging kunnen controleren of de door Hansken geproduceerde resultaten betrouwbaar zijn. Daartoe mag van de verdediging echter wel worden verwacht dat zij concreet maakt op welke punten deze controle moet plaatsvinden. Het in algemene zin stellen dat ‘de controlemogelijkheden onvoldoende zijn’ kan niet als zodanig gelden. Het voorgaande klemt temeer nu in het Marengo-dossier stukken zijn gevoegd waarin is ingegaan op de werking van Hansken. Gewezen wordt het rapport van deskundige [naam deskundige 2] (hierna: [naam deskundige 2] ) van 5 februari 2018 in datzelfde onderzoek Tandem II, waarin hij vragen van de verdediging in die zaak over de betrouwbaarheid en volledigheid van Hansken als selectietool beantwoordt. [naam deskundige 2] is vervolgens op 12 februari 2018 in dat onderzoek gehoord door de rechter-commissaris en de verdediging in de zaak Tandem II heeft daar in aanwezigheid van haar eigen deskundige [naam deskundige 1] vragen kunnen stellen aan [naam deskundige 2] . Ook dat proces-verbaal van verhoor is toegevoegd aan het procesdossier. Verder geldt dat over principes en de werking van Hansken peer-reviewed artikelen zijn verschenen. De verdediging heeft gesteld dat [naam deskundige 2] – nu hij niet rechtstreeks betrokken was bij het gebruik van Hansken ten aanzien van de Ennetcom-data (het antwoord op vraag 2 van de verdediging in het rapport van 5 februari 2018) – vragen niet heeft kunnen beantwoorden, maar zij heeft daarbij onvoldoende concreet gemaakt wat zij nog wil controleren en/of onderzoeken. [naam deskundige 2] heeft in zijn beantwoording bovendien gezegd, en het Openbaar Ministerie heeft hierop ook herhaaldelijk gewezen, dat bij twijfel over de volledigheid van een bericht altijd extra controles uitgevoerd kunnen worden in Hansken zelf of met analysemogelijkheden buiten Hansken. De mogelijkheid tot controle en contra-expertise heeft dus wel degelijk bestaan, zij het dat de verdediging dan wel moet laten weten wat, op welke wijze en door wie onderzocht moet worden. De verdediging heeft dit op de speciale PGP-regiezitting van 11 maart 2021 niet, althans onvoldoende, concreet gemaakt. Ook later heeft zij dit niet gedaan. De rechtbank onderschrijft dan ook niet dat de verdediging geen effectieve controlemogelijkheden heeft gehad.
De verdediging heeft bij pleidooi nog verwezen naar Europese jurisprudentie waaruit volgens haar volgt dat zij recht heeft een contra-expertise. De rechtbank is echter van oordeel dat de verwijzing naar die jurisprudentie niet opgaat omdat Hansken en de met Hansken verkregen resultaten niet aan te merken zijn als deskundigenrapportages.
Bij pleidooi heeft de verdediging gewezen op voorbeelden van ‘fouten’ in Hansken. Deze voorbeelden zijn echter eerder op regiezittingen besproken en – voor zover nodig – verduidelijkt en opgehelderd. Zo heeft de verdediging wederom verwezen naar het in het onderzoek De Vink uitgebrachte NFI-rapport van 16 juni 2020. Het gaat in dat rapport echter niet om een fout in Hansken, maar om een verandering van de naam ‘email from’ naar ‘mailbox name’, welke verandering is ingegeven door voortschrijdend inzicht voor wat betreft de benaming van dat ‘veld’. Het hoe en waarom van die verandering wordt in het rapport van 16 juni 2020 verder uitgelegd. Ook heeft de verdediging wederom verwezen naar ‘fouten’ in de exportfunctie naar de Excelbestanden. De verdediging doelt hier, zo begrijpt de rechtbank, op de brief van 14 september 2020 in het onderzoek Himalaya. Ook die brief gaat niet over fouten in Hansken, maar over een geconstateerd verschil tussen de weergave in Hansken en de weergave in het ten behoeve van de inzage gemaakte Excel-bestand. Het NFI heeft dit geconstateerd en hersteld.
De verdediging heeft nog gesteld dat de werking van Hansken beperkingen kent, zoals het niet kunnen zoeken op minder dan drie tekens waardoor zij niet kan zoeken naar woorden met een ‘y’, zoals ‘hy’ in verband met de aan [medeverdachte 16] toegeschreven schrijfwijze. De rechtbank stelt echter vast dat deze beperking evenzeer geldt voor het Openbaar Ministerie, zodat in zoverre geen sprake is van ongelijke proceskansen. De conclusie van de verdediging dat deze beperking verdachte in zijn verdedigingsrechten heeft geschaad volgt de rechtbank niet, alleen al omdat de verdediging ook op langere woorden met een ‘y’ kon zoeken.
3.3.6.2.4 Hansken is geen (buitenwettelijk) technisch hulpmiddel
De rechtbank is in navolging van eerdere uitspraken van rechtbanken van oordeel dat Hansken niet kan worden aangemerkt als een technisch hulpmiddel in de zin van artikel 126ee aanhef en onder a Sv. De eisen zoals genoemd in het Besluit zijn daarom niet van toepassing. Die eisen zien namelijk op technische hulpmiddelen die worden ingezet bij een stelselmatige observatie, het opnemen van vertrouwelijke communicatie of het opnemen van telecommunicatie en daarvoor wordt Hansken niet gebruikt. Hansken is ook niet aan te merken als een buitenwettelijk technisch hulpmiddel. Het wordt namelijk niet gebruikt voor het verkrijgen van bewijs. Hansken wordt ingezet ten behoeve van het bekijken van bewijs, nadat het is verkregen. De verdediging heeft nog gesteld dat de werking van de Hansken-software heeft bepaald welke PGP-berichten ter kennis kwamen van het onderzoeksteam zodat de uitgangspunten uit de wetsgeschiedenis van artikel 126ee Sv voor Hansken van belang zijn. Die stelling maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Het citaat uit de wetsgeschiedenis waar de verdediging naar verwijst benadrukt het belang van waarborgen aangaande de kwaliteit en de onschendbaarheid van de met technische hulpmiddelen vastgestelde waarnemingen die (immers) in de plaats komen van eigen waarnemingen door verbalisanten. De PGP-data zelf zijn echter niet vastgelegd met Hansken, zodat overeind blijft dat Hansken niet is gebruikt voor het verkrijgen van bewijs.
3.3.6.2.5 Onvolledigheid van de PGP-data
De verdediging heeft uitvoerig uiteengezet dat de PGP-data onvolledig zijn. Voor zover de verdediging hieraan het verweer heeft gekoppeld dat de PGP-berichten niet of in onvoldoende mate kunnen bijdragen aan het bewijs overweegt de rechtbank als volgt.
De PGP-berichten dienen te worden aangemerkt als andere geschriften in de zin van artikel 344 lid 1 onder 5 Sv. Dit betekent dat deze berichten alleen voor het bewijs kunnen worden gebruikt in samenhang met andere bewijsmiddelen.
Bij het gebruik van de PGP-berichten voor het bewijs past behoedzaamheid. De rechtbank is zich ervan bewust dat veelal sprake is van incomplete PGP-communicatie.
Conclusie
Voor zover in het voorgaande al vormverzuimen of (andere) onrechtmatigheden zijn vastgesteld leiden deze noch op zichzelf, noch gezamenlijk tot de conclusie dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging. De conclusie van de rechtbank is daarom dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging.
Verder is de dagvaarding geldig, is deze rechtbank bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en zijn er geen redenen voor schorsing van de vervolging.
4Waardering van het bewijs
4.1
PGP-identificatie
4.1.1
Identificatie e-mailadressen verdachten Marengo
De rechtbank heeft op basis van de processen-verbaal van identificatie – en in voorkomende gevallen op basis van overige informatie in het dossier en/of wat is besproken ter terechtzitting – vastgesteld wie de gebruiker van een PGP-e-mailadres was. Ook is op basis daarvan vastgesteld of, en zo ja onder welke bijnamen een bepaalde gebruiker bekend stond of werd opgeslagen. In bijlage 2 bij dit vonnis is een overzicht opgenomen van deze PGP-e-mailadressen en de gebruikers met hun eventuele bijnamen.
De rechtbank zal hierna ten aanzien van [verdachte] aan de hand van de vindplaats in het dossier weergeven op grond waarvan is vastgesteld dat hij de gebruiker van een bepaald e-mailadres was. Als die verwijzing naar de vindplaats in het dossier – waar de feiten en omstandigheden die leiden tot de identificatie zijn beschreven – nog tot een inhoudelijke reactie nopen, naar aanleiding van hetgeen door de verdediging is aangevoerd of ambtshalve is geconstateerd, zal de rechtbank daarop hierna ook ingaan.
4.1.2
Identificatie e-mailadressen overige gebruikers
Het dossier bevat een aantal processen-verbaal van identificatie met betrekking tot e-mailadressen die door het Openbaar Ministerie aan andere personen, niet zijnde verdachten in Marengo, worden toegeschreven. In sommige gevallen is de identificatie van de gebruiker(s) van die overige e-mailadressen van belang voor de beoordeling en duiding van conversaties uit de zaaksdossiers en/of voor de koppeling van e-mailadressen aan (Marengo-)verdachten. Om die reden is de rechtbank nagegaan of de identificatie op basis van de in die processen-verbaal van identificatie genoemde feiten en omstandigheden gerechtvaardigd is. De rechtbank komt tot de conclusie dat dit het geval is. Om die reden zijn ook deze overige gebruikers van e-mailadressen in de genoemde bijlage bij dit vonnis opgenomen.
4.1.3
Identificatie e-mailadressen [verdachte]
4.1.3.1 Standpunten
Het Openbaar Ministerie schrijft een achttal, hierna te vermelden, e-mailadressen toe aan [verdachte] die hij in verschillende periodes zou hebben gebuikt. Daarbij stelt het ook dat [verdachte] bekend staat onder de namen Zorro, Zorro Kees, Zwarte Joop en Black.
De verdediging betwist dat [verdachte] gebruiker is geweest van de aan hem toegeschreven PGP-adressen. De berichten op deze adressen bevatten geen informatie die evident wijst op [verdachte] als gebruiker. De koppeling is gebaseerd op bijnamen en de interpretatie daarvan. Voor een aantal PGP-adressen geldt daarnaast dat deze aan hem worden gekoppeld op basis van de koppelingen met andere adressen dan wel adressen die eerder in gebruik zouden zijn geweest. Ook van belang is dat twee medeverdachten dezelfde voornaam hebben als [verdachte] en dat in het dossier tenminste zeven verschillende personen met de (bij)naam Zaki/Zakkie/Zekki(e) voor komen. Ten slotte geldt dat [medeverdachte 1] de vermeende bijnamen van [verdachte] aan andere verdachten koppelt.
4.1.3.2 Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt op basis van de processen-verbaal van identificatie en het proces-verbaal van bevindingen ‘PGP berichten 1e telefoon [betrokkene 16] uit Koper’ vast dat [verdachte] de gebruiker is geweest van de volgende acht e-mailadressen: 7d21fc@activeshield.net, d8d071@activeshield.net, zo09v628k9@ennetcom.biz, zbeq390c@pgpsafe.net, fde5e9@activeshield.net, 8e63rom365@ennetcom.com, sd13fortune@exclusivepgp.com en byna407k@pgpsafe.net. Ook stelt de rechtbank vast dat [verdachte] wordt aangeduid met de bijnamen Zorro, Zorro Kees, Zwarte Joop en Black. Ten slotte stelt de rechtbank vast dat [verdachte] wordt aangeduid met Blackknight devil of een variant daarop. Uit het adresboek van het e-mailadres 64l55w9x0q@ennetcom.biz – in gebruik bij [medeverdachte 16] – blijkt dat het e-mailadres zbeq390c@pgpsafe.net staat opgeslagen onder de naam 'Blackknight devil’. Andere gebruikers slaan het e-mailadres zbeq390c@pgpsafe.net op onder de naam ‘Blacknighttttt’. Zoals hiervoor is vastgesteld was dit e-mailadres in gebruik bij [verdachte] .
Hoewel de verdediging bij dupliek specifieke elementen uit de processen-verbaal van identificatie betwist, is de rechtbank van oordeel dat de identificatie op basis van deze processen-verbaal – in onderlinge samenhang bezien – sterk is. Zo is er, anders dan de verdediging stelt, wel die evidente koppeling van [verdachte] aan de bijnaam Black en het adres 8e63rom365@ennetcom.com op basis van het bericht van 10 juli 2015 van de gebruiker van dit adres aan [betrokkene 16] (hierna: [betrokkene 16] ). [betrokkene 16] heeft de gebruiker van dit adres opgeslagen onder de naam ‘Black’. Op verzoek van [betrokkene 16] (die dag om 23:57 uur), stuurt gebruiker ‘Black’ twee minuten later zijn ‘ggvns’ (de rechtbank begrijpt: gegevens): “Ok sir [verdachte] , [geboortedag 1] 1978”. Deze persoonsgegevens komen overeen met de naam en geboortedatum van [verdachte] . De naam Black voor [verdachte] blijkt ook uit de berichten die een uur na de start van de uitzending Opsporing Verzocht van 22 september 2015 worden gewisseld tussen [betrokkene 17] en [medeverdachte 11] : “Black reageert niet” en “Is die al meegenomen haha”. In die uitzending zijn over het onderzoek Koper beelden van (onder andere) [verdachte] getoond.
Over het proces-verbaal van identificatie met betrekking tot het adres 7d21fc@activeshield.net merkt de verdediging bij dupliek terecht op dat in het onderliggende proces-verbaal alleen staat dat een voertuig met kenteken [kenteken 1] op 15 april 2016 om 01:33 uur en 01:34 uur werd bevraagd in het bedrijfsprocessen systeem BVI-IB met een mobiele telefoon. Daar staat dus inderdaad niet met zoveel woorden dat [verdachte] is staande gehouden en dat zijn rijbewijs is gecontroleerd. Niettemin is de rechtbank, anders dan de verdediging, van oordeel dat de conclusie in dat proces-verbaal van identificatie, dat het rijbewijs van [verdachte] op 15 april 2016 is gecontroleerd, kan worden getrokken. Op basis van het feit dat de controle via een mobiele telefoon plaatsvond, neemt de rechtbank namelijk wel aan dat het een controle op straat betrof omdat haar dit ambtshalve als een bekende vermelding voor controles op de openbare weg voorkomt. In combinatie met de eigen verklaring van [verdachte] gaat de rechtbank ervan uit dat hij die nacht ook daadwerkelijk is staande gehouden en dat zijn rijbewijs is gecontroleerd. In zijn verhoor van 3 oktober 2018 wordt [verdachte] er namelijk door de verhoorders mee geconfronteerd dat uit de politiesystemen blijkt dat hij op 15 april 2016 omstreeks 01:33 uur door de politie is gecontroleerd terwijl hij in het voertuig (Volkswagen Polo), met kenteken [kenteken 1] , van zijn toenmalige vrouw reed. Hij verklaart in reactie daarop dan dat hij een keer gecontroleerd is omdat hij ‘geen lang haar’ had en dat de politieagent daarmee bedoelde dat de auto op naam van een vrouw stond.
Feiten
4.2.2.1 Schietincident op 17 april 2016
Een getuige, wonend aan de [straatnaam 1] te IJsselstein, hoort op 17 april 2016 omstreeks 10:00 uur knallen. Hij rent naar beneden, richting de auto van zijn buurman, een Volkswagen Polo. Hij ziet dat de buurman gewond is en niet reageert. Hij ziet de dader met een bivakmuts op, met een pistool, in een grijze BMW M5. De getuige ziet achter het stuur van de BMW nog een persoon met een bivakmuts op. Hij ziet beide daders vervolgens wegrennen, ze dragen een soort regenjas met een horizontale reflectiestreep. Een van hen houdt een AK machinegeweer vast. De getuige rijdt in de Volkswagen Polo vol gas naar het ziekenhuis, met de buurman op de bijrijdersstoel.
Op 17 april 2016, omstreeks 10:00 uur, hoort de politie van de meldkamer dat er op de [straatnaam 1] te IJsselstein zou zijn geschoten vanuit een voertuig met kenteken [kenteken 2] . Twee verbalisanten begeven zich naar de plaats delict en horen dat er een grijze Volkswagen weggereden is. Als zij wachten op de [straatnaam 2] , ter hoogte van de [straatnaam 3] , komt er een grijze Volkswagen met hoge snelheid aangereden. De Volkswagen mindert vaart en de bestuurder heeft bloedvlekken op zijn T-shirt. Naast de bestuurder hangt een man tegen de deur. Hij zit, ter hoogte van zijn borst, onder het bloed. De bestuurder roept dat hij het slachtoffer heeft en dat hij naar het ziekenhuis moet.
Het slachtoffer blijkt [slachtoffer 3] (hierna: [slachtoffer 3] ) te zijn, geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 1978. Hij overlijdt diezelfde dag in het ziekenhuis. Er is sectie verricht op het lichaam van [slachtoffer 3] . Er zijn mogelijk vijf inschoten, waaronder een aan de hals/nek en drie aan de romp, minimaal vijf doorschoten en mogelijk meerdere schampverwondingen. Het intreden van de dood wordt verklaard door het schieten.
4.2.2.2 Onderzoek naar de uitvoerders
Een getuige ziet op 17 april 2016 omstreeks 10:05 uur twee mannen rennen, komende vanuit de [straatnaam 4] te IJsselstein. De tweede persoon heeft een groot vuurwapen vast. Zij ziet dat ze het wandelpad van de [straatnaam 3] (de rechtbank begrijpt: [straatnaam 3] ) oversteken en het bosperceel inrennen. Beide mannen dragen een zwart regenpak of sportpak, met op de borst een grijze, reflecterende streep.
Een getuige is op 17 april 2016 omstreeks 10:00 uur bij zijn volkstuin aan de [straatnaam 3] in IJsselstein. Hij ziet een man in zijn tuinhuisje, die de werkbroek, -jas en -klompen van de getuige aan heeft. Het is een Marokkaanse jongen en hij ziet dat de jongen een rode boodschappentas pakt en daar kleding in doet en daarna wegrent. De getuige loopt achter hem aan en ziet dan een politieauto aan komen rijden. Hij wijst de jongen aan en zegt tegen de politie dat ze hem moeten pakken omdat hij zijn werkkleren heeft gestolen.
Een van de verbalisanten hoort de bestuurder van de grijze Volkswagen roepen: ‘Daar, daar in dat bos. Daar moet je zijn, daar zijn ze heen’ en ziet de bestuurder daarbij zwaaien in de richting van de [straatnaam 3] . Vervolgens wordt hij door meerdere personen aangesproken dat de verdachten het bosperceel, omringd door de [straatnaam 3] , in zijn gevlucht. In dit bosperceel is ook een moestuin gelegen. Een getuige zegt: “U moet hem aanhouden, hij heeft mijn kleding gestolen en zich omgekleed. Hij komt van de moestuin, achter” en wijst op een man dertig meter verderop. De broek van deze man is nagenoeg volledig doorweekt en zit onder het kroos. Deze verbalisant houdt de man aan; het blijkt [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2] ) te zijn, geboren op [geboortedag 3] 1994 te [geboorteplaats 2] .
In een tuinhuisje op het perceel aan de [adres 1] te IJsselstein worden een pet, een zwarte bivakmuts, een paar duikershandschoenen en een deel van een latex handschoen aangetroffen. Op de bivakmuts wordt een DNA-profiel aangetroffen dat matcht met het DNA-profiel van [betrokkene 2] , met een matchkans kleiner dan één op één miljard.
In de omgeving waar [betrokkene 2] is aangehouden wordt in de bosschages een gekleurde tas aangetroffen met daarin onder meer een trainingsbroek, een trainingsjack, een paar gympen en een zwart regenpak, waarbij aan de mouwen van de regenjas met tape nitril handschoenen zijn bevestigd. In de tas worden daarnaast een autosleutel aangetroffen van het merk Audi en twee kapotte BlackBerry’s. Dit blijken PGP-toestellen te zijn.
In een sloot nabij het volkstuinencomplex worden verschillende goederen aangetroffen, waaronder een zwarte bivakmuts en een regenjack, voorzien van een horizontale reflecterende witte bies. Aan de mouwopening van het regenjack is met tape een nitril handschoen bevestigd en in een jaszak bevinden zich twee aanstekers. In een geluidswal worden een joggingbroek en een sweater met capuchon aangetroffen. Op zowel de binnenzijde van de kraag van de sweater, als op de bivakmuts, wordt een DNA-profiel aangetroffen dat matcht met het DNA-profiel van [betrokkene 1] , geboren op [geboortedag 4] 1993, met een matchkans kleiner dan 1 op 1 miljard. Op 21 april 2016 wordt [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1] ), geboren op [geboortedag 4] 1993 te [geboorteplaats 3] , aangehouden.
Er wordt een schotrestenonderzoek uitgevoerd, onder meer op de mouwen van de aangetroffen regenjacks, de handschoenen die daar met tape aan zijn vastgemaakt en de aangetroffen bivakmutsen. Dat onderzoek toont een vrijwel zekere relatie aan tussen die goederen en een schietproces.
4.2.2.3 Veroordeling [betrokkene 1] en [betrokkene 2]
Voor het medeplegen van de moord op [slachtoffer 3] zijn [betrokkene 1] en [betrokkene 2] door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beiden veroordeeld tot een gevangenisstraf van tweeëntwintig jaren.
4.2.3
Duiding van de PGP-berichten
Het zaaksdossier Ster bevat onder meer PGP-berichten, afkomstig uit de Marengo-dataset, die betrekking lijken te hebben op de moord op [slachtoffer 3] . De rechtbank zal de PGP-berichten, samen met verdere onderzoeksresultaten, hierna bespreken. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende ‘onderwerpen’ die in de PGP-berichten aan de orde lijken te komen, namelijk:
vraag naar auto’s;
klaarzetten auto’s;
stalling auto’s;
jerrycans en flessen benzine;
vuurwapens;
sweepen auto’s;
spotten;
overige berichten van na de moord;
schoonmaken kamer [betrokkene 2] ;
geld;
in brand steken overstapauto.
De rechtbank heeft in de weergave van de tijdstippen van verzending van de berichten van [verdachte] (onder Tijdstip) in de onderstaande tabellen het tijdstip aangepast door daar zeven minuten bij op te tellen. Dit omdat – zoals in het onderzoek is vastgesteld – de tijdsinstelling van de Activeshield e-mailadressen die [verdachte] gebruikte zeven minuten afwijkt ten opzichte van het e-mailsysteem van de ontvanger. In de tabellen zijn de UTC-tijdstippen vermeld. In verband met de zomertijd die toen gold dient daarbij twee uur te worden opgeteld.
Dictum
alle processen-verbaal van de terechtzittingen van de rechtbank tegen ieder van de Marengo-verdachten (met uitzondering van de processen-verbaal van de terechtzittingen over de persoonlijke omstandigheden van de verdachten en de processen-verbaal van de terechtzittingen waarin enkel is gepleit of gedupliceerd; deze processen-verbaal maken slechts deel uit van het strafdossier van de desbetreffende verdachte);
10. alle processen-verbaal van (getuigen)verhoor door de rechter-commissaris die in de zaken van een of meer van de verdachten zijn opgemaakt.
Alle verklaringen van alle verdachten zoals afgelegd op de terechtzittingen maken dus deel uit van het procesdossier, ook de verklaringen die zij in hun eigen zaak hebben afgelegd. Dit maakt dat het procesdossier voor elke verdachte (afgezien van de persoonsdossiers) gelijkluidend is.
2Tenlastelegging
De tenlastelegging in zaak A is op de zitting van 27 augustus 2020 nader omschreven. De tenlastelegging in zaak B is op die zitting gewijzigd. [verdachte] wordt kort gezegd beschuldigd van het volgende.
Zaak A (13/997037-18)
Feit 1: Betrokkenheid bij de moord op [slachtoffer 3] op 17 april 2016 in IJsselstein (ZD Ster);
Feit 2: Deelname aan een criminele organisatie met als oogmerk moord, gekwalificeerde diefstal en/of het bezit van vuurwapens en munitie in de periode van 1 januari 2016 tot en met 14 januari 2017 (ZD 140 Sr).
Zaak B (13/997005-19)
Feit 1: Betrokkenheid bij de moord op [slachtoffer 1] op 22 juni 2016 in Utrecht (ZD Kreta);
Feit 2: Betrokkenheid bij de voorbereiding van de moord op [slachtoffer 1] en/of [betrokkene 3] en of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] in de periode van 17 april 2016 tot en met 22 juni 2016 in Utrecht (ZD Kreta).
De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1, die aan dit vonnis is gehecht. Die bijlage geldt als hier ingevoegd.
3Voorvragen
De verdediging heeft verweer gevoerd ten aanzien van de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging. De rechtbank zal hier in het navolgende op ingaan.
3.1
Algemeen kader vormverzuimen
Als bij het voorbereidend onderzoek sprake is van onherstelbare vormverzuimen, kan de rechter daaraan gevolgen verbinden. Uit de wet en de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat het moet gaan om vormverzuimen die zijn begaan in het onderzoek dat voorafgaat aan het onderzoek ter terechtzitting. Onder die vormverzuimen zijn in het bijzonder ook begrepen normschendingen bij de opsporing. De rechter kan ook gevolgen verbinden aan een vormverzuim door een ambtenaar die met opsporing en vervolging is belast, maar dat niet is begaan bij het voorbereidend onderzoek tegen de verdachte of aan een onrechtmatige handeling jegens de verdachte door een andere functionaris of persoon dan zo’n opsporingsambtenaar. Een rechtsgevolg kan dan op zijn plaats zijn indien het betreffende vormverzuim of de betreffende onrechtmatige handeling van bepalende invloed is geweest op het verloop van het opsporingsonderzoek naar en/of de (verdere) vervolging van de verdachte ter zake van het ten laste gelegde feit.
De consequenties die de rechter aan schending van een vormverzuim kan verbinden zijn, in oplopende zwaarte: de enkele constatering van de schending van een vormverzuim, strafvermindering, bewijsuitsluiting of niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging.
In het algemeen geldt dat hoe groter de ernst van het vormgebrek en de gevolgen daarvan zijn, des te zwaarder het rechtsgevolg is dat de rechter daaraan kan verbinden. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat de zwaarste sanctie voor een vormverzuim, de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging, slechts in zeer uitzonderlijke gevallen aan de orde kan zijn. In zijn arrest van 1 december 2020 heeft de Hoge Raad over de aan te leggen maatstaf overwogen:
‘De strekking van deze maatstaf is dat in het geval dat een zodanig ernstige inbreuk op het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak is gemaakt dat geen sprake meer kan zijn van een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM, niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging plaatsvindt. Het moet dan gaan om een onherstelbare inbreuk op het recht op een eerlijk proces die niet op een aan de eisen van een behoorlijke en effectieve verdediging beantwoordende wijze is of kan worden gecompenseerd. Daarbij moet die inbreuk het verstrekkende oordeel kunnen dragen dat – in de bewoordingen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens – “the proceedings as a whole were not fair”. In het zeer uitzonderlijke geval dat op deze grond de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging in beeld komt, hoeft echter niet – in zoverre stelt de Hoge Raad de eerder gehanteerde maatstaf bij – daarnaast nog te worden vastgesteld dat de betreffende inbreuk op het recht op een eerlijk proces doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte heeft plaatsgevonden.
Aanleiding voor niet-ontvankelijkverklaring op deze grond kan bijvoorbeeld bestaan in het geval dat de verdachte door een opsporingsambtenaar dan wel door een persoon voor wiens handelen de politie of het openbaar ministerie verantwoordelijk is, is gebracht tot het begaan van het strafbare feit waarvoor hij wordt vervolgd, terwijl zijn opzet tevoren niet al daarop was gericht (vgl. HR 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0655), of waarin gedragingen van politie en justitie ertoe hebben geleid dat de waarheidsvinding door de rechter onmogelijk is gemaakt (vgl. HR 8 september 1998, ECL:NL:HR:1998:ZD1239).’
Bij de beoordeling of sprake is van vormverzuimen waaraan de rechter een niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie kan verbinden dient, zoals hiervoor vermeld, te worden nagegaan of sprake is van de situatie dat “the proceedings as a whole were not fair”, met andere woorden: heeft de verdachte een oneerlijk proces gehad? Onderdeel van een eerlijk proces is dat de rechter die over de zaak oordeelt het onderzoek in de zaak onafhankelijk en onpartijdig, zonder vooringenomenheid, uitvoert en daarna een gemotiveerd oordeel geeft. Onderdeel van een eerlijk proces is ook dat de verdediging tegen het onderzoeksmateriaal en de beschuldigingen kan inbrengen wat zij daartegen wil inbrengen en daartoe het door haar gewenste onderzoek kan uitvoeren. Daarvoor moet de verdediging ook voldoende tijd en gelegenheid worden gegund. Of sprake is van een eerlijk proces is niet alleen afhankelijk van de mate waarin rekening wordt gehouden met de belangen van de verdachte, maar ook met de gerechtvaardigde belangen van anderen die bij het strafproces zijn betrokken, zoals slachtoffers en nabestaanden. Ook dient daarbij rekening te worden gehouden met het publieke belang bij het onderzoek en bestraffing van de specifieke strafbare feiten die het betreft. De beoordeling of sprake is geweest van een eerlijk proces kan in beginsel pas achteraf worden gemaakt. Dan kan namelijk pas worden bezien of de rechter alle betrokken belangen juist heeft afgewogen en beoordeeld. Dit betekent dat de rechtbank bij de beoordeling van de vraag of het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging, al vooruit moet kijken naar haar beoordeling over de eerlijkheid van dit proces in zijn geheel.
Beoordeling
Dit komt in de eerste plaats doordat op de servers niet alle communicatie meer te vinden was vanwege het retentiebeleid van de aanbieder van de dienst. In het geval van PGP-safe geldt bovendien dat niet alle servers zijn gekopieerd, maar dat de keuze is gemaakt voor het kopiëren van de apparatuur uit de serverkast die vanaf 2012 werd gehuurd. De apparatuur die in de vanaf 2016 gehuurde serverkast stond, is dus niet gekopieerd. Het kopiëren bij PGP-safe is bovendien op enig moment door de Costa Ricaanse autoriteiten beëindigd toen die servers nog niet volledig waren gekopieerd. Daar komt bij dat in het dossier die berichten terecht zijn gekomen die het Openbaar Ministerie uit de Marengo-dataset als relevant heeft geselecteerd. Hierbij past overigens de kanttekening dat de verdediging inzage heeft gehad in de Marengo-dataset en zij zelf ook heeft kunnen verzoeken om voeging van berichten die zij relevant vond.
Verder geldt dat de meeste verdachten hebben ontkend de (enige) gebruiker van een bepaald PGP-account te zijn, dan wel zich op hun zwijgrecht hebben beroepen. Slechts enkele verdachten hebben duiding gegeven aan de inhoud van de berichten. In de berichten wordt soms onduidelijk gesproken. In sommige gevallen zijn conversaties onvolledig. In een deel van de conversaties ontbreken zelfs alle berichten van een van de deelnemers. De context van de berichten is dan ook niet steeds duidelijk. Daar staat tegenover dat voor de bewijswaarde relevant is dat personen die een versleutelde berichtendienst gebruikten zich onbespied waanden en vaak openlijk communiceerden over waar ze mee bezig waren, zonder pogingen dit te verhullen. Ook dat weegt de rechtbank mee bij de beoordeling.
Het voorgaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat weliswaar met behoedzaamheid naar de PGP-berichten voor het bewijs moet worden gekeken, maar dat het niet zo is dat de PGP-berichten in algemene zin niet of in onvoldoende mate aan het bewijs kunnen bijdragen vanwege hun onvolledigheid.
3.3.6.2.6 Forensische onbetrouwbaarheid van de PGP-data
De verdediging betoogt dat de PGP-data niet voor het bewijs gebruikt kunnen worden omdat deze forensisch onbetrouwbaar zijn.
3.3.6.2.6.1 Hashwaarden
De rechtbank stelt voorop dat in het dossier is verantwoord dat de data zoals die in Canada en Costa Rica zijn veiliggesteld en gekopieerd ook de data zijn die in Nederland zijn gebruikt. Die vaststelling kon worden gedaan aan de hand van een vergelijking van de zogenoemde hashwaarden van die data.
3.3.6.2.6.2 Integriteit en betrouwbaarheid van de PGP-data
De verdediging heeft herhaaldelijk gesteld dat zich bij Ennetcom integriteitsproblemen en storingen hebben voorgedaan die mogelijk van invloed kunnen zijn geweest op de betrouwbaarheid van het PGP-materiaal. Met name rond en op de PGP-regiezittingen van 11 en 12 maart 2021 is hierover het debat gevoerd tussen de verdediging en het Openbaar Ministerie. De rechtbank heeft vervolgens op 1 april 2021 het verzoek van de verdediging om een deskundige te benoemen en getuigen te horen in verband met deze integriteitsproblemen en storingen afgewezen. De verdediging heeft bij pleidooi opnieuw aandacht gevraagd voor dezelfde gestelde integriteitsproblemen en storingen.
De rechtbank overweegt in navolging van het arrest van 11 februari 2022 van het gerechtshof Amsterdam het volgende. Bij elk ICT-systeem dat is aangesloten op het internet, en dus ook bij het Ennetcom-systeem, bestaat de mogelijkheid dat de data worden gewijzigd, bijvoorbeeld door een hack of door een technisch gebrek. Deze omstandigheid is echter onvoldoende om aan te nemen dat de Ennetcom-data onbetrouwbaar zijn. Daarbij is van belang dat duizenden gebruikers jarenlang (kennelijk naar tevredenheid) gebruik hebben gemaakt van de diensten van Ennetcom. Overheidsdiensten bleken lange tijd niet in staat om de communicatie die via dit systeem werd gevoerd te onderscheppen en de daarbij behorende PGP-telefoons te ‘kraken’. Uit de verklaring die de bestuurder van Ennetcom op 7 juni 2021 als getuige heeft afgelegd bij de raadsheer-commissaris van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden blijkt verder dat Ennetcom in zijn bedrijfsvoering aandacht had voor onregelmatigheden in het communicatiesysteem, voorzorgsmaatregelen nam om dergelijke onregelmatigheden te voorkomen en ook maatregelen trof bij incidenten. De rechtbank verwijst in dit verband ook naar het verhoor bij de rechter-commissaris van de rechtbank Gelderland van 6 februari 2019 van de bij Ennetcom van december 2014 tot januari 2016 werkzame service- en supportmanager. Deze verklaart onder andere dat de controles na een incident in Parijs medio 2015 werden aangescherpt. Uit een door de bestuurder van Ennetcom opgestelde lijst blijkt dat dergelijke incidenten zich wel voordeden, maar dat het aantal incidenten – afgezet tegen de hoeveelheid klanten en de omvang van door hen verstuurde berichten – in al die jaren betrekkelijk gering is.
De rechtbank stelt vast dat de vragen van de verdediging die specifiek raken aan de integriteit van de data in het dossier zijn beantwoord. De rechtbank wijst op het reeds aangehaalde rapport van [naam deskundige 2] van 5 februari 2018 en het eveneens eerder aangehaalde verhoor bij de rechter-commissaris van 12 februari 2018 in het onderzoek Tandem II. In dat verhoor heeft [naam deskundige 2] onder andere gereageerd op de bevindingen van [naam deskundige 3] in zijn – op verzoek van de verdediging – opgestelde rapportage van 16 januari 2018. Ook wijst de rechtbank op het rapport van [naam deskundige 2] van 9 maart 2018 in het onderzoek Tandem II.
De uitleg van [naam deskundige 2] komt er in de kern op neer dat ‘een beetje ontsleutelen’ van PGP-data niet mogelijk is. Als de ontsleuteling niet correct zou zijn, dan zou dit een onsamenhangende en onleesbare tekst hebben opgeleverd. Manipulatie van de inhoud van de berichten zou in beginsel mogelijk zijn maar is, gelet op de PGP-versleuteling, eigenlijk praktisch onmogelijk. De rechtbank ziet gelet op deze uitleg geen aanleiding om aan de juistheid van de ontsleuteling te twijfelen. De rechtbank wijst in dit verband ook op het proces-verbaal waarin de recherche een aantal zuiver theoretische scenario’s heeft doorgenomen rondom de integriteit en de betrouwbaarheid van de gegevens van de Ennetcom-servers. Daarin wordt gesteld dat manipulatie van de inhoud van berichten tot inconsistenties in de berichtenuitwisseling of zelfs tot onleesbaarheid van de berichten zou moeten leiden en dat daarvan niet is gebleken. Ook staat daarin dat configuratiefouten of technische gebreken het bedrijfsmodel van Ennetcom zouden raken en dat het onaannemelijk is dat dergelijke gebreken door de beheerders niet onmiddellijk zouden worden opgelost. De rechtbank kan dat goed volgen, aangezien – zoals hiervoor al overwogen – vele gebruikers jarenlang (kennelijk naar tevredenheid) gebruik hebben gemaakt van de diensten van Ennetcom. Er zijn, zo schrijft de recherche in dat proces-verbaal, geen indicaties aangetroffen voor sporen van technische gebreken in de berichtenuitwisseling of in de BES-systemen. In de conclusie van het proces-verbaal wordt de verdediging erop gewezen dat, als zij concrete feiten en omstandigheden aanwijst, scenario’s verder kunnen worden onderzocht. Van die mogelijkheid heeft de verdediging geen gebruik gemaakt.
De rechtbank is gelet op het voorgaande niet gebleken dat de gestelde integriteitsproblemen of storingen invloed hebben gehad op de ontsleutelde inhoud van de PGP-berichten.
Conclusie
Hij verklaart meerdere keren te zijn gecontroleerd en dat hij zich deze nog wist te herinneren omdat deze ’s nachts was, en dat het nog een keer is gebeurd in de nacht maar dat hij toen moest blazen. Voor de controles was volgens [verdachte] geen aanleiding, hij vond het raar maar zegt daar ook bij dat het ook zo kan zijn dat ze gedacht hebben van ‘de auto staat op naam van een vrouw misschien is ie wel gestolen’ en dat hij er wel begrip voor had. De verdediging stelt hierover wel dat [verdachte] niet concreet over een bepaalde controle spreekt en vaker werd gecontroleerd, maar de rechtbank vindt de verklaring voldoende specifiek over deze nachtelijke controle gaan omdat hij zelf zegt zich de (twee) controle(s) te kunnen herinneren omdat deze ’s nachts waren en het bovendien in antwoord is op de vraag naar deze specifieke controle. In het proces-verbaal van identificatie staan verder de volgende PGP-berichten van 15 april 2016 beschreven van de gebruiker van het adres 7d21fc@activeshield.net:
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
00:41
7d21fc@
activeshield.net
q9858k665h@
ennetcom.biz
( [medeverdachte 16] )
Oké sir duidelijk!! En vanavond hebben ze mij aangehouden rijbewijs gecheckt en lieten ze me gaan terwijl ze al vanaf september weten wie ik ben en heb broertje van biga gesproken gewoon normale petten kwamen aan zijn deur heeft ze vrouw opengedaan kwamen ze binnen toen hadden ze wiet gevonden gingen ze verder zoeken vonden ze wapens en ook sleutels want ze hebben 2 fietsen bij hem gepakt ook en hij wou niet van advo veranderen omdat hij goed is met zijn advo
00:59
7d21fc@
activeshield.net
710v0f0q13@
ennetcom.biz
( [betrokkene 11] )
Ja ik heb hem 8 uur gezegt 8.30 heb ik hem niet doorgegeven en petten hebben mij vanavond aangehouden reden omdat auto op een vrouw er naam staat ze checken me rijbewijs en ik mocht weer verder klopt ook voor geen meter
De rechtbank stelt allereerst vast dat de tijdsaanduiding de UTC-tijd betreft en in verband met de zomertijd die op 15 april 2016 gold bij de tijdsaanduiding twee uur geteld moet worden en ook een extra zeven minuten in verband met het feit dat de tijdsinstelling van het e-mailsysteem gebruikt door dit activeshield adres 7 minuten afwijkt ten opzichte van het e-mailsysteem van de ontvanger. Gelet op de inhoud van deze berichten waarin de gebruiker spreekt over de aanhouding en de controle van het rijbewijs omdat de auto op naam stond van een vrouw, tegen de achtergrond van de informatie uit de politiesystemen en de eigen verklaring van [verdachte] , is de conclusie gerechtvaardigd dat de gebruiker van dit adres [verdachte] is. Hierbij betrekt de rechtbank ook dat in het bericht door de gebruiker nog wordt opgemerkt dat ze hem hebben laten gaan terwijl ze ‘al vanaf september weten wie ik ben’, wat past bij het feit dat de foto van [verdachte] op 22 september 2015 in Opsporing Verzocht is getoond. De omstandigheid dat de gebruiker het heeft over een controle ‘vanavond’ in plaats van ‘vannacht’, zoals de verdediging nog heeft gesteld, is wellicht feitelijk juist, maar kan hieraan niet afdoen.
Ten aanzien van de in dupliek gemaakte opmerkingen van de verdediging over de in haar ogen veel te mager onderbouwde identificatie van de adressen d8d071@activeshield, zbeq390c@safenet.net en zo09v628k9@ennetcom.biz overweegt de rechtbank het volgende. Hoewel op zichzelf staande feiten, zoals een foto op Facebook van [verdachte] zittend op een zwarte KTM motor en het bezit van motorkleding van het merk KTM, in het algemeen mager zijn om tot identificatie van een bepaald adres te komen, geldt dat de identificatie van de aan [verdachte] gekoppelde adressen is gebaseerd op feiten en omstandigheden die in deze processen-verbaal worden beschreven en die in onderling verband en samenhang worden gelezen. Daarbij komt ook belangrijk gewicht toe aan dezelfde wijze waarop deze adressen door gebruikers worden opgeslagen. Dit miskent de verdediging door vraagtekens te plaatsen bij specifieke feiten. Waar de verdediging nog heeft gesteld dat [medeverdachte 1] eerst heeft verklaard dat alleen [medeverdachte 16] de ‘y’ gebruikt voor de ‘ij’ en pas later dat ook [verdachte] dit doet, dat [medeverdachte 1] [verdachte] niet kent onder de namen Black en Zwarte Joop en dat hij de naam Black juist aan een ander persoon koppelt, overweegt de rechtbank dat dit evenmin afdoet aan de koppeling van de adressen aan [verdachte] die op basis van processen-verbaal van identificatie kunnen worden gemaakt. Daarbij weegt de rechtbank mee dat uit de verklaringen van [medeverdachte 1] in samenhang gelezen met de berichten die bij de bespreking van de zaaksdossiers nog aan de orde zullen komen, volgt dat [medeverdachte 1] in zijn criminele activiteiten zelf niet of nauwelijks met [verdachte] van doen had.
4.2
Zaaksdossier Ster
4.2.1
Standpunten
Het Openbaar Ministerie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat [verdachte] zich heeft schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan de moord op [slachtoffer 3] , zoals subsidiair ten laste is gelegd.
De verdediging heeft vrijspraak bepleit en heeft hiertoe het volgende aangevoerd. [verdachte] komt pas op 12 april 2016, vijf dagen voor de moord, in beeld. Hij treedt uitsluitend op als doorgeefluik, hij weet niet van de hoed en de rand en weet niet wat te doen bij onvoorziene ontwikkelingen. [verdachte] stuurt niet aan, hij moet alles nagaan bij anderen en beslist niets zelf. Er kan ten aanzien van [verdachte] niet van een coördinerende rol worden gesproken.
Er is niet voldaan aan het vereiste van dubbel opzet omdat uit de berichten niet blijkt dat [verdachte] wist dat men bezig was met een moord. Vluchtauto’s worden bij tal van misdrijven gebruikt, niet per se bij moord. Dat geldt ook voor spotters. Met betrekking tot de vuurwapens geldt dat [verdachte] slechts berichten doorstuurt en op dit punt ook geen beslissingen kan nemen. Datzelfde geldt voor het geldbedrag dat [verdachte] bij de spotters en een schutter terecht zou hebben doen komen. Als dit al zou zijn gebeurd, dan valt het buiten het bestek van medeplichtigheid omdat het gaat om een handeling na de moord.
Verder is er een aantal contra-indicaties voor wetenschap van moord. Uit de berichten volgt niet dat [verdachte] wordt gekend in de op handen zijnde moord, terwijl hij wel contacten had met [medeverdachte 16] en [betrokkene 11] . [verdachte] zou onderdeel zijn van een criminele organisatie, een organisatie die zich ook bezighield met gekwalificeerde diefstallen, gestolen auto’s met valse kentekenplaten en het bezit van vuurwapens. De moord op [slachtoffer 3] valt binnen de periode waarin [verdachte] strafbare handelingen voor die organisatie zou hebben verricht. Het is niet ondenkbaar dat [verdachte] handelingen verrichtte voor de organisatie zonder dat hij bezig was met een te plegen moord.
Feiten
4.2.3.1 Vraag naar auto’s
Op 4 april 2016 stuurt [verdachte] de volgende berichten aan [medeverdachte 12] .
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
20:39
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Oké en we moeten even praten over fietsen stelen
21:02
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Alleen kijk als jij fietsen gaat stelen en je wordt gepakt??? Want alleen jij weet die box?
21:06
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Oké sir
Hoewel de reactie van [medeverdachte 12] ontbreekt, valt uit de berichten wel af te leiden dat [medeverdachte 12] heeft gereageerd. Verder stelt de rechtbank vast dat uit het Marengo-dossier blijkt dat met ‘fietsen’ auto’s worden bedoeld.
Op 12 april 2016 stuurt [verdachte] de volgende berichten.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
11:33
[verdachte]
[medeverdachte 12]
FW: Junior [04/12/2016 @ 1:31 pm]
Sir heb een snelle fiets nodig en 1 overstap. Welke kunnen ze krijgen. En hebben we nog yerrie’s met bezine om ze in de fik te steken.
11:39:11
[verdachte]
[medeverdachte 16]
Junior wil 2 fietsen welke moet ik geven sir
11:40:11
[verdachte]
[medeverdachte 16]
Oke
11:40:22
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Welke zijn er?
11:42:21
[verdachte]
[betrokkene 11]
FW: Depp [04/12/2016 @ 1:45 pm]
Subject: Re:
S5 4 deurs
M5 4 deurs
A5 gechipt 2 deurs
A6 audi all road
------Origineel bericht------
Van: Aapje 2
Onderwerp: <$RemoveOnDelivery,Confirm>
5E5EQ
Verzonden: 12 Apr 2016 13:33
Welke zijn er?
Op grond van de voorgaande berichten stelt de rechtbank vast dat [verdachte] , op verzoek van [betrokkene 11] , bij [medeverdachte 12] de vraag om een snelle auto en een overstapauto uitzet. Uit de berichten valt af te leiden dat [medeverdachte 12] heeft gereageerd, want [verdachte] stuurt een bericht van [medeverdachte 12] (‘Depp’) met vier auto’s door aan [betrokkene 11] . Ook blijkt dat [medeverdachte 16] heeft gereageerd op de vraag van [verdachte] welke hij moet geven.
Dictum
De rechtbank moet zich dus al in het kader van de voorvragen (mede) een oordeel vormen over haar eigen beslissingen in Marengo en de wijze waarop deze zijn gemotiveerd.
Namens diverse verdachten is betoogd dat om meerdere redenen sprake is van vormverzuimen, die ieder voor zich maar ook in samenhang bezien en bij elkaar opgeteld (primair) moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Verdedigingen hebben zich over en weer bij elkaars verweren aangesloten. Het gaat dan onder andere om verweren in het kader van het PGP-bewijs, de rechtmatigheid van de overeenkomst met de kroongetuige en de verweren in het kader van de gestelde publieke berechting. De door de verdediging van [verdachte] gevoerde verweren, waaronder ook vallen de verweren waarbij namens hem is aangesloten, zullen in het navolgende worden besproken. De rechtbank zal daarbij beoordelen of sprake is van de door de verdediging gestelde vormverzuimen, en zo ja, of deze leiden tot de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. In het voorkomende geval zal de rechtbank beoordelen of een eventueel ander, minder zwaar, rechtsgevolg aan een geconstateerd vormverzuim verbonden zal moeten worden. De rechtbank zal voorts nagaan of een eventuele opeenstapeling van vormverzuimen die op zichzelf niet tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie leiden, in samenhang bezien wel dienen te leiden tot het oordeel dat geen sprake (meer) is van een eerlijk proces.
3.2.
De kroongetuige
3.2.1
Inleiding
In dit onderdeel zal de rechtbank de rechtmatigheid beoordelen van de overeenkomst die de Staat der Nederlanden heeft gesloten met [medeverdachte 1] als kroongetuige en daarnaast een oordeel geven over de betrouwbaarheid van de verklaringen die hij heeft afgelegd.
De rechtbank zal eerst de totstandkoming van de overeenkomst met [medeverdachte 1] beschrijven. Daarna zal zij de verweren bespreken die de rechtmatigheid van de overeenkomst betreffen. Vervolgens komen de verweren aan bod die de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 1] betwisten. Hoewel de door de verschillende verdachten gevoerde verweren niet geheel overeenkomen en niet alle verdachten zich over en weer bij alle verweren hebben aangesloten, zal de rechtbank ze gezamenlijk bespreken, ook in de vonnissen van de verdachten namens wie geen verweer gevoerd is.
Het oordeel over de rechtmatigheid van de kroongetuigenovereenkomst ligt op grond van de wettelijke regeling primair bij de rechter-commissaris. Maar als de rechtmatigheid van deze overeenkomst uitdrukkelijk onderbouwd door de verdediging wordt bestreden, moet de rechtbank – als zij oordeelt dat de overeenkomst wel rechtmatig is – de redenen geven die daartoe hebben geleid (artikel 359 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv)).
De rechtbank dient te beoordelen of de overeenkomst met [medeverdachte 1] dringend noodzakelijk was om de opsporing, voorkoming of beëindiging van feiten mogelijk te maken die anders niet of niet tijdig zou plaatsvinden, of er een redelijke verhouding was tussen het belang van de te verkrijgen informatie en/of de te leveren tegenprestatie en of de overeenkomst – in het licht van de gevoerde verweren – binnen de grenzen van het recht is gebleven.
3.2.2
Totstandkoming van de overeenkomst
[medeverdachte 1] is op 14 januari 2017 met een vuurwapen in Amsterdam aangehouden en vervolgens in voorlopige hechtenis genomen. Dit was een vooropgezet plan, waarover hij met zijn raadsman had overlegd. Na zijn aanhouding heeft hij verteld dat hij klem zat tussen twee groeperingen – de [familie van slachtoffer 6] en de groepering rond [medeverdachte 16] –, dat hij zelf betrokken was geweest bij verschillende liquidaties en dat hij bereid was daarover verklaringen af te leggen. In de dagen daarna hebben gesprekken plaatsgevonden tussen [medeverdachte 1] , bijgestaan door zijn raadsman, het Team Bijzondere Getuigen (TBG) en de aan dat team verbonden officier van justitie (de TBG-officier van justitie). In die gesprekken heeft [medeverdachte 1] gemeld over welke levensdelicten hij zou kunnen verklaren en zijn de voorwaarden voor het afleggen van kluisverklaringen besproken. Uiteindelijk heeft hij tussen 26 januari 2017 en 18 mei 2017 in totaal 41 kluisverklaringen afgelegd. In de maanden daarna heeft een verificatieonderzoek naar deze verklaringen plaatsgevonden.
In september 2017 is [medeverdachte 1] als verdachte aangemerkt in het onderzoek Roos en in zijn cel aangehouden. Deze aanhouding was niet gebaseerd op de kluisverklaringen van [medeverdachte 1] (die immers nog in de kluis lagen), maar op andere onderzoeksbevindingen. In november 2017 heeft [medeverdachte 1] een voorovereenkomst ondertekend. Op 20 december 2017 heeft het College van procureurs-generaal toestemming gegeven voor de voorgenomen overeenkomst. Op 27 december 2017 heeft [medeverdachte 1] een overeenkomst gesloten met de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door een officier van justitie, nadat de rechter-commissaris op dezelfde datum deze overeenkomst tussen de Staat der Nederlanden en [medeverdachte 1] had getoetst en rechtmatig had bevonden. De rechter-commissaris heeft deze beslissing op 29 december 2017 schriftelijk vastgelegd en ondertekend. De ondertekende overeenkomst is tekstueel gelijk aan de voorovereenkomst.
In de overeenkomst verbindt [medeverdachte 1] zich om als getuige verklaringen af te leggen met betrekking tot een aantal in de overeenkomst genoemde misdrijven (hierna: de dealfeiten) en doet hij afstand van zijn verschoningsrecht als bedoeld in artikel 219 Sv. Daarnaast verklaart [medeverdachte 1] dat de inhoud van zijn kluisverklaringen naar zijn beste weten volledig op waarheid berust. De officier van justitie verbindt zich om bij onverkorte nakoming door [medeverdachte 1] de strafeis voor zijn aandeel in de dealfeiten te zullen stellen op twaalf jaren gevangenisstraf. Daarbij verklaart de officier van justitie dat de strafeis tegen een verdachte die geen kroongetuige is, bij gelijke omstandigheden een gevangenisstraf van vierentwintig jaren zou inhouden.
In de overeenkomst is vastgelegd dat [medeverdachte 1] wordt vervolgd voor het medeplegen van de moord op [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) (subsidiair de medeplichtigheid daaraan) en voorbereiding voor deze moord, het medeplegen van de moord op [slachtoffer 6] (hierna: [slachtoffer 6] ) (subsidiair de medeplichtigheid daaraan, meer subsidiair voorbereidingshandelingen voor de moord op [betrokkene 9] (hierna: [betrokkene 9] )), het medeplegen van de poging tot moord op [betrokkene 7] (hierna: [betrokkene 7] ) (subsidiair de medeplichtigheid daaraan en – de rechtbank begrijpt, meer subsidiair – voorbereidingshandelingen voor die moord) en de deelname aan een criminele organisatie die in het bijzonder tot oogmerk heeft het plegen van liquidaties.
[medeverdachte 1] is na het sluiten van de overeenkomst nog tientallen keren, vaak hele dagen lang, verhoord. Vanaf maart 2018 is hij intensief verhoord door de (tactische) recherche. Op de terechtzitting van 11 juli 2019 is er een eerste gelegenheid geweest voor de verdediging om [medeverdachte 1] vragen te stellen. Verspreid over het eerste half jaar van 2020 is hij vervolgens veertien dagen verhoord door de rechter-commissaris, waarbij de verdediging hem voor het eerst uitgebreid vragen kon stellen. Vanaf december 2020 is [medeverdachte 1] meermaals ter terechtzitting verhoord, eerst door de rechtbank en vervolgens door diverse advocaten. Het laatste verhoor ter terechtzitting vond plaats op 6 februari 2024, in de zaak van [medeverdachte 8] .
Beoordeling
Bij het voorgaande betrekt de rechtbank nog dat de inhoud van de PGP-berichten op een groot aantal onderdelen bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen, zoals hierna bij de bespreking van de zaaksdossiers zal worden weergegeven.
3.3.6.2.6.3 PGP-e-mailadres (mede) bij een ander in gebruik
Enkele raadslieden voeren het verweer dat hun cliënt niet de enige gebruiker was van een bepaald e-mailadres en/of dat een e-mailadres op enig moment tijdelijk in gebruik was bij een ander dan de eerdere gebruiker.
De rechtbank stelt in dit verband voorop dat, waar dit het geval zou zijn, dit geen invloed heeft op de integriteit van het bericht zelf, gelet op wat hiervoor over de ontsleuteling is overwogen. De rechtbank heeft in de zaaksdossiers inderdaad voorbeelden aangetroffen van het wisselen van de gebruiker van een PGP-telefoon en het tijdelijk gebruiken van een PGP-telefoon van een ander. Deze gevallen komen voor zover nodig in die zaaksdossiers aan de orde. In voorkomende gevallen wordt in de processen-verbaal van identificatie verantwoord op basis waarvan is geconcludeerd dat een e-mailadres op een volgende gebruiker is overgegaan.
Op basis van het dossier heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen dat gewisseld werd van gebruiker zonder dat dit kenbaar werd gemaakt aan de andere deelnemer aan een gesprek. Dat ligt ook voor de hand: het zou immers ernstig afbreuk doen aan het vertrouwen van de andere deelnemers aan de versleutelde communicatie als zij het risico zouden lopen dat hun berichten onbedoeld bij derden terecht zouden kunnen komen. Dat geldt temeer nu de gesprekken in het dossier Marengo veelal zien op (voorbereidingen van) liquidaties. In het verlengde hiervan ligt ook niet voor de hand dat een derde gebruik maakt van een PGP-toestel van een ander zonder dat de eigenlijke gebruiker dat weet, en al helemaal niet dat die derde dan communiceert over (voorbereidingen van) liquidaties. Al met al brengt dit de rechtbank ertoe om, behoudens duidelijke aanwijzingen voor het tegendeel, ervan uit te gaan dat als een PGP-account aan een geïdentificeerde persoon kan worden gekoppeld, de berichten van dat account ook door die persoon zijn verzonden of ontvangen.
3.3.6.2.7 Yüksel Yalçinkaya tegen Turkije
De rechtbank heeft zich rekenschap gegeven van het na de dupliek van de verdediging gewezen arrest van het EHRM van 26 september 2023 in de zaak Yüksel Yalçinkaya tegen Turkije, waarin het EHRM oordeelt dat artikel 6 EVRM is geschonden. Dit arrest geeft de rechtbank evenwel geen aanleiding om anders te oordelen over de geboden inzage- en controlemogelijkheden voor de verdediging in relatie tot het recht op een eerlijk proces. Daartoe is redengevend dat het EHRM in dat arrest expliciet heeft overwogen – kort gezegd – dat de omstandigheid dat het bewijs ziet op versleutelde elektronische data geen aanleiding is om een andere toets toe te passen in het licht van artikel 6 EVRM dan de toets die het steeds heeft aangelegd.Ook waar het gaat om het niet aan de verdediging verstrekken van alle brondata verwijst het EHRM naar zijn eerdere jurisprudentie. Bovendien verschillen de feitelijke vaststellingen in die Turkse zaak zodanig van de feiten in Marengo dat een vergelijking niet opgaat. De rechtbank wijst er onder andere op dat de klager in die Turkse zaak geen toegang had tot gegevens die specifiek op hemzelf betrekking hadden, dat dit (ByLock-)bewijs van doorslaggevend belang was voor de veroordeling en klager geen reële mogelijkheid had om het bewijs te betwisten. Ook was de Turkse rechter niet ingegaan op de verweren van klager over de rechtmatigheid en de betrouwbaarheid van de gegevens. Die omstandigheden doen zich in Marengo – zoals hiervoor uiteen is gezet – niet voor. Zo heeft de verdediging wél inzage in de Marengo-dataset, hebben de raadslieden de ‘eigen lijnen’ op een laptop verstrekt gekregen, kan de verdediging desgewenst bij het NFI met Hansken in de Marengo-dataset zoeken en heeft zij gedurende dit proces verzoeken met betrekking tot dat PGP-bewijs kunnen doen en daaromtrent verweren kunnen voeren, waarop de rechtbank steeds gemotiveerd heeft beslist.
3.3.7
Voorwaardelijke verzoeken
3.3.7.1 Prejudiciële vragen Hof van Justitie EU
De verdediging heeft voorwaardelijk, namelijk indien de verdediging niet wordt gevolgd in een of meerdere van de door haar ingenomen standpunten over de uitleg en schending van het Unierecht met betrekking tot de verkrijging en verwerking van de PGP-data, dan wel als wordt volstaan met constatering van een vormverzuim, prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie EU, met het verzoek aan het Hof om de zogenoemde versnelde procedure (een procedure préjudicielle accélérée, PPA) toe te passen. Daartoe stelt de verdediging een aantal concreet geformuleerde vragen voor.
De rechtbank komt gelet op voorgaande beslissingen toe aan de beoordeling van dit verzoek. De rechtbank heeft hiervoor uiteengezet dat zij de verdediging niet of niet steeds geheel volgt in haar standpunten over gestelde schendingen van Unierecht en de daaraan te verbinden rechtsgevolgen. Het antwoord op de te stellen vragen ligt echter naar het oordeel van de rechtbank al besloten in de jurisprudentie van het Hof van Justitie EU zoals die eerder is besproken. De rechtbank acht zich dan ook voldoende voorgelicht en wijst het verzoek daarom af.
3.3.7.2 Aanhouden van de zaak
De verdediging heeft bij dupliek aan haar voorwaardelijk verzoek het subsidiaire verzoek toegevoegd dat als de rechtbank het (nog) niet noodzakelijk acht zelf prejudiciële vragen te stellen, de zaken van verdachten aan te houden tot na de beslissing van het Hof van Justitie EU op de prejudiciële vragen van het Berlijnse gerecht van 19 oktober 2022. Die vragen zijn vooral relevant voor de vraag of uit het Unierecht, in het bijzonder uit het doeltreffendheidsbeginsel, volgt dat schendingen van het Unierecht – samengevat – ook bij ernstige strafbare feiten niet geheel zonder gevolgen mogen blijven en ten minste gevolgen moeten hebben voor het bewijs of de op te leggen straf.
De rechtbank heeft acht geslagen op de Europese jurisprudentie, ook die waarin het doeltreffendheidsbeginsel een rol speelt. Daarover acht de rechtbank zich voldoende voorgelicht. De omstandigheid dat een ander, niet Nederlands gerecht (mede) over dat onderwerp prejudiciële vragen heeft gesteld, geeft de rechtbank geen aanleiding de zaken aan te houden in afwachting van die beantwoording. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat verdachten in deze zaak zich al zeer lange tijd in (geschorste) voorlopige hechtenis bevinden en voor hen van belang is dat de zaken thans worden afgerond.
3.3.7.3 Overige voorwaardelijke verzoeken
De verdediging heeft voorts voorwaardelijk, namelijk voor het geval de rechtbank tot enige bewezenverklaring zal komen, verzocht om alle Ennetcom- en PGP-safe-data die met de rechtshulpverzoeken aan Canada en Costa Rica zijn verkregen op toegankelijke wijze verstrekt te krijgen en daar het Openbaar Ministerie opdracht toe te geven. Daarnaast is voor dat geval verzocht (alsnog) de volgende personen als getuige te horen/als deskundige te benoemen:
1. [betrokkene 14]2. [betrokkene 15]
3. [naam deskundige 2] of een andere direct bij de werking en ontwikkeling van Hansken betrokken deskundige (van het NFI)4. [naam deskundige 1]
5.
Feiten
4.2.3.2 Klaarzetten auto’s
Vervolgens worden onder meer de volgende PGP-berichten verzonden.
12 april 2016
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
15:20
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ben je al in de buurt van fietsen m5 en s5 willen ze hebben
15:23
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Adress krijg ik nog
13 april 2016
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
09:55
[verdachte]
[medeverdachte 12]
FW: Junior [04/13/2016 @ 11:56 am]
Goeiemorgen sir.
ijselsein , adress , griekenlandweg dat is adress voor m5 , s5 zomerdijk, vianen , parkeerplaats , lings beneden , want als je er rijd zit je op een dijk
10:00
[verdachte]
[medeverdachte 12]
FW: Junior [04/13/2016 @ 12:2 pm]
M5 om 7 uur , s5 om 8 uur sir ,
Dat is wat jongens willen
18:36
[verdachte]
[medeverdachte 12]
FW: Junior [04/13/2016 @ 8:38 pm]
Van rijder:
Yes sir , achter van der valk , langs die weg. Dan rijd je hem uit , kan je lings en rechts , dan ga je naar rechts endan uitrijden tot je stop bord krijg dan rijd je nog rechtdoor dan zie je aan je linker hand benden een parkeerplaats daar moet die staan , zomerdijk sir
14 april 2016
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
13:54
[verdachte]
[medeverdachte 12]
FW: Junior [04/14/2016 @ 3:56 pm]
Ik zit net te overleggen sir. Ze willen m op die nieuwe plek hebben die s5. Vanwege de vlucht route die ze al vanaf vanochtend hebben gepland. Die is beter dan die van vi
14:35
[verdachte]
[betrokkene 11]
FW: Depp [04/14/2016 @ 4:37 pm]
Hij staat links achter he
Die andere staat ook
18:16
[verdachte]
[betrokkene 11]
FW: Depp [04/14/2016 @ 8:19 pm]
Subject: Re:
Ja daar
------Origineel bericht------
Van: Aapje 2
Onderwerp: <$RemoveOnDelivery,Confirm> 6482Q
Verzonden: 14 Apr 2016 20:07
FW: Junior [04/14/2016 @ 8:17 pm]
Sir vraag is duidelijk waar ze die s5 hebben neergezet, in zijderveld. Schoolstraat was adres.
19:13
[verdachte]
[betrokkene 11]
FW: Depp [04/14/2016 @ 9:15 pm]
Subject: Re:
Heee ik was er nog langs gereden hij stond er nog
Griekenlandweg 2e hofje zelfde plek
Heb u gezegd
------Origineel bericht------
Van: Aapje 2
Onderwerp: <$RemoveOnDelivery,Confirm>
64A1Q
Verzonden: 14 Apr 2016 21:03
FW: Junior [04/14/2016 @ 9:12 pm]
Sir vraag dep waar die m5 staat, want staat niet op zelfde plek als gisteren. Zeg m grieklandweg in ijsel. Waar?
19:52
[verdachte]
[medeverdachte 12]
FW: Junior [04/14/2016 @ 9:46 pm]
Subject: Fw:
Onder sir. Is wel raar dan.
------Origineel bericht------
Van: Mexx
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 14 Apr 2016 21:41
De spotters zijn langs grieklandweg gereden en hebben de m5 daar niet zien staan om
17.00 en 18.00.
Dictum
Het dossier bevat in totaal ruim 3.000 pagina’s aan verhoren van [medeverdachte 1] .
3.2.3
Verweren betreffende de rechtmatigheid van de overeenkomst
Er zijn diverse verweren gevoerd die strekken tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie dan wel tot bewijsuitsluiting van de verklaringen van [medeverdachte 1] , omdat de overeenkomst met [medeverdachte 1] niet rechtmatig is.
Zo is aangevoerd dat de huidige toepassing van de kroongetuigenregeling, zoals door de Hoge Raad is goed gevonden in het Passageproces, niet juist is in het licht van de wetsgeschiedenis. Uitgangspunt van de kroongetuigenregeling is dat een kroongetuige geen koopgetuige mag zijn, maar in de huidige praktijk is de beschermingsovereenkomst een vrijplaats voor het geven van een financiële beloning in ruil voor verklaringsbereidheid. Enig rechterlijk toezicht ontbreekt, terwijl artikel 226j lid 3 Sv daarvoor wel een aanknopingspunt biedt. In deze zaak zijn er door de iPhone-berichten van [medeverdachte 1] sterke aanwijzingen dat er een toezegging is gedaan van een buitenproportionele beloning. Uit die berichten blijkt dat [medeverdachte 1] geld wil zien en zelf een causaal verband legt tussen dat geld en zijn verklaringen. Dat is in strijd met de bedoeling van de wetgever en daarmee in strijd met de wet en dus onrechtmatig.
Doordat de verdediging geen inzicht wordt verschaft in de financiële inhoud van de beschermingsovereenkomst, een rechter hier geen kennis van heeft kunnen nemen en de vragen aan de kroongetuige over zijn financiële verwachtingen werden belet, kan niet worden volgehouden dat de verdediging een redelijke gelegenheid heeft gehad om de wederrechtelijkheid van de afspraken met de kroongetuige, waaronder de mogelijkheid van de beïnvloeding van de betrouwbaarheid van die getuige door die overeenkomst, te presenteren. Dit is een schending van de in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) vervatte ‘equality of arms’. Daar komt bij dat aannemelijk is dat de verklaringen van de kroongetuige, indien deze worden gebruikt, van doorslaggevend belang zullen zijn, maar er geen maatregelen zijn getroffen ter compensatie van het gebrek aan kennis van de verdediging over de totstandkoming van de overeenkomst.
Daarnaast is door de verdediging aangevoerd dat er aan [medeverdachte 1] ongeoorloofde toezeggingen zijn gedaan. Zo beweert hij zelf dat hem is toegezegd dat de straf die aan hem is opgelegd voor het wapenbezit op 14 januari 2017 op enigerlei wijze in de executiefase zou worden verdisconteerd in de aan hem op te leggen straf in de zaak Marengo. Als door het Openbaar Ministerie verdiscontering van de voornoemde straf is afgesproken, dan staat vast dat [medeverdachte 1] in strijd met de wet meer korting op zijn straf toegezegd heeft gekregen dan is toegestaan. Daarmee is in strijd met de wet gehandeld en derhalve is er wederom sprake van een schending van artikel 6 EVRM.
Ook het feit dat bij de strafeis rekening wordt gehouden met de inmiddels gewijzigde regeling met betrekking tot de voorwaardelijke invrijheidstelling (hierna: de v.i.-regeling) – waardoor netto slechts acht jaren gevangenisstraf resteert – levert volgens de verdediging een grotere korting op de straf op dan wettelijk is toegestaan. Daar komt bij dat de overeengekomen bruto-strafeis van vierentwintig jaren – vergeleken met de strafeisen in de zaken van de medeverdachten – al disproportioneel laag was. Bovendien is sprake van ontoelaatbare toezeggingen door [medeverdachte 1] niet te vervolgen in de zaken Zeilboot/Raspvijl en Orinoco, door hem niet te vervolgen voor Opiumwetdelicten, door het ongemoeid laten van het financiële voordeel (uit drugshandel, liquidaties, chantage en witwaspraktijken) en door de begunstiging van de levenspartner van [medeverdachte 1] . Dit geldt ook voor de keuzes die het Openbaar Ministerie gemaakt heeft bij het opstellen van de tenlasteleggingen van [medeverdachte 1] . Hij wordt in de zaak Kreta – anders dan zijn medeverdachten – niet vervolgd voor voorbereiding van de moord op de broers [betrokkene 4] en [betrokkene 3] en [betrokkene 5] (hierna: [betrokkene 5] ), hoewel hij daartoe wel handelingen heeft verricht. In de zaak Roos/Doorn wordt hij de facto niet vervolgd voor voorbereiding van de moord op [betrokkene 9] , nu dit meer subsidiair ten laste is gelegd en daar dus niet aan toe gekomen zal worden.
Tot slot stelt de verdediging dat er een extra begunstiging zit in bepaling 4.2 van de overeenkomst, waarin staat dat als [medeverdachte 1] de overeenkomst niet is nagekomen, hij een redelijke termijn krijgt om dat alsnog te doen. Dit is een toezegging die buiten het kader van artikel 226g Sv valt. Daarmee is in strijd met de wet gehandeld en een onrechtmatige overeenkomst gesloten. Ook dit levert een schending van artikel 6 EVRM op.
3.2.4
Oordeel van de rechtbank ten aanzien van de overeenkomst
3.2.4.1 Onjuiste toepassing kroongetuigenregeling?
In de Passage-arresten van 23 april 2019 heeft de Hoge Raad de door het gerechtshof Amsterdam geschetste kaders waarbinnen de kroongetuigenregeling moet worden toegepast, bevestigd. Kern is volgens de Hoge Raad ‘dat toezeggingen met betrekking tot de feitelijke bescherming van de getuige geen onderdeel uitmaken van de in art. 226g, eerste lid, Sv bedoelde afspraak en evenmin kunnen worden beschouwd als afspraken in de zin van art. 226g, vierde lid, Sv, zodat voor het openbaar ministerie geen verplichting bestaat dergelijke toezeggingen bekend te maken en deze ook geen voorwerp zijn van toetsing door de rechter-commissaris op de voet van art. 226g, derde lid, Sv of door de zittingsrechter’. Dat is de wettelijke regeling zoals zij op dit moment is. De omstandigheid dat er in de wetenschap en in de politiek af en toe gepleit wordt voor een aanpassing van de regeling en de invoering van een onafhankelijke toetsing van de op grond van artikel 226l Sv gesloten beschermingsovereenkomst, doet daaraan niet af. Voor een toetsing van de beschermingsovereenkomst door de rechter-commissaris biedt artikel 226j lid 3 Sv thans in ieder geval geen grondslag.
Uitgangspunt van de kroongetuigenregeling is – daar heeft de verdediging gelijk in – dat de verklaring van de kroongetuige niet ‘gekocht’ mag worden. Anderzijds zullen de beschermingsmaatregelen die uiteindelijk worden getroffen veelal ook een financiële component bevatten. Een kroongetuige zal eenmaal op vrije voeten immers een nieuw bestaan moeten opbouwen en dat kost geld. De stelling van de verdediging dat er sterke aanwijzingen zijn dat er in het onderhavige geval sprake is van een koopgetuige en dat er (dus) een causaal verband is tussen de verklaringen van de kroongetuige (c.q. zijn verklaringsbereidheid) en een beloning, volgt de rechtbank echter niet. De rechtbank heeft kennisgenomen van de door de verdediging ingebrachte chats van de kroongetuige met familieleden, die zijn teruggevonden op de iPhone die hij in de periode september 2017 tot medio februari 2018 heimelijk in zijn cel heeft gehad. Op grond van die berichten lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat [medeverdachte 1] in het kader van de beschermingsovereenkomst zoveel mogelijk geld wilde ontvangen. Er is echter geen aanknopingspunt voor de stelling dat er vervolgens ook daadwerkelijk zulke hoge geldbedragen aan [medeverdachte 1] zijn toegezegd, dat die redelijkerwijs niet meer met passende bescherming in verband kunnen worden gebracht.
Feiten
Zelfs om 19.30 hebben ze hem niet zien staan.
Uit deze berichten leidt de rechtbank af dat de keuze is gevallen op de BMW M5 en de Audi S5 en dat [betrokkene 11] (door [verdachte] opgeslagen als ‘Junior’), via [verdachte] (door [medeverdachte 12] opgeslagen als ‘Aapje 2’), aan [medeverdachte 12] laat weten waar en wanneer hij deze moet neerzetten. [verdachte] houdt [betrokkene 11] op de hoogte door berichten van [medeverdachte 12] aan hem door te sturen.
Uit onderstaande berichten blijkt dat [medeverdachte 12] ook in de ochtend van 17 april 2016 de BMW M5 klaarzet.
16 april 2016
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
22:46
[verdachte]
[medeverdachte 12]
FW: Junior [04/17/2016 @ 12:43 am]
Die a5 gaan ze nu zelf afgeven sir. Dus m5 kan daar gewoon neergezet worden.
22:55
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Je kan hem neerzetten die m5 adress geef ik je zo
17 april 2016
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
00:00
[betrokkene 11]
[verdachte]
Sir hoelaat gaat ie die M neerzetten. Want mijn jongens moeten daar al zijn voor dat depp daar is zodat ze kunnen checken ofdat ie m goed zet.
01:15
[verdachte]
[betrokkene 11]
FW: Depp [04/17/2016 @ 3:17 am]
Subject: Re:
Rond 5.45
------Origineel bericht------
Van: Aapje 2
Onderwerp: <$RemoveOnDelivery,Confirm> 69AAQ
Verzonden: 17 Apr 2016 03:03
Dus hoelaat zet u m neet??
04:01
[medeverdachte 12]
[verdachte]
Sir fiets taatb er maar geen vuur
Geen aansteker !!!! s
04:08
[verdachte]
[betrokkene 11]
M 5 staat er maar er zit geen Aansteker bij
4.2.3.3 Stalling auto’s
Op 13, 15 en 18 april 2016 worden onderstaande berichten verzonden.
13 april 2016
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
15:48
[verdachte]
[medeverdachte 16]
Sir die fietsen moeten op tijd er staan Depp zegt kan niet allemaal mensen bij die stalling
15:50
[verdachte]
[betrokkene 11]
Die man die fietsen pakt zegt er zijn allemaal mensen daar kan ze nu niet pakken dus die tijden red die niet Pffffffff
18:12
[verdachte]
[betrokkene 11]
Ja echt ik heb al gezegd hoe kan je zo een fucking plek huren waar je niet 24/7 bij kan zegt die ja in de winter was daar niemand en ik neem aan ook linksachter
18:27
[verdachte]
[betrokkene 11]
FW: Depp [04/13/2016 @ 8:30 pm]
Ja als dit elke keer zo gaat
U weet zelf de situatie daar en t word erger en ik snap ook wel dat we andere lokatie moete hebbe ben druk bezig sir maar als ik t goed probeer te doen en t lot zit tegen ja wat dan
15 april 2016
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
05:11
[verdachte]
[betrokkene 11]
FW: Depp [04/15/2016 @ 7:13 am]
Subject: Re:
En buurman was er en heeft m5 gezien
------Origineel bericht------
Van: Aapje 2
Onderwerp: <$RemoveOnDelivery,Confirm> 658AQ
Verzonden: 15 Apr 2016 07:01
Sir??
07:41
[verdachte]
[medeverdachte 16]
Ja hij zei ook dat buurman bij die stalling hem naar binnen zag gaan met m5 en die jongens gaan hem zeer scherp in de gaten houden
Dictum
Redengevend is daarbij dat de door de verdediging geciteerde berichten weliswaar duidelijk maken dat [medeverdachte 1] bepaalde financiële wensen heeft, maar dat nergens blijkt dat het Openbaar Ministerie deze wensen vervolgens ook heeft gehonoreerd. Verder dateren de berichten waarin [medeverdachte 1] zijn wensen aan zijn familieleden kenbaar maakt, voor een deel van januari 2018, dus van na het sluiten van de kroongetuigenovereenkomst. Op het moment van het sluiten van de overeenkomst op 27 december 2017 verbond hij zich om verklaringen af te leggen. Kennelijk waren de beschermingsmaatregelen en de daarbij behorende financiële afspraken toen nog niet geregeld. Daar komt bij dat de kluisverklaringen, waarin hij over alle dealfeiten uitgebreid heeft verklaard, ruim daarvoor – in de periode van januari tot mei 2017 – zijn afgelegd. Er was toen nog geen concreet zicht op een overeenkomst en een van de hoofdpunten van de kroongetuigenovereenkomst is, naast het afleggen van nadere verklaringen, dat hij in die kluisverklaringen de waarheid heeft verklaard. Die kluisverklaringen kunnen dus hoe dan ook niet aangemerkt worden als ‘gekocht’. Er is het voorgaande in aanmerking nemende geen aanknopingspunt voor de suggestie van de verdediging dat [medeverdachte 1] welbewust over zoveel mogelijk feiten is gaan verklaren, om een (financieel) zo gunstig mogelijke deal eruit te slepen.
De omstandigheid dat de verdediging de (financiële aspecten van de) beschermingsmaatregelen niet kan toetsen levert geen schending van het beginsel van ‘equality of arms’ op. De positie van de verdediging verschilt hierin immers niet van het zaaks-Openbaar Ministerie en de verdediging heeft bovendien volop de gelegenheid gehad om het waarheidsgehalte van de kluisverklaringen en (daarmee) de betrouwbaarheid van de kroongetuige te toetsen. Van een onjuiste toepassing van de kroongetuigenregeling – en van een schending van artikel 6 EVRM – is gezien het bovenstaande geen sprake.
3.2.4.2 Zijn er ongeoorloofde toezeggingen gedaan?
De verweren richten zich voor een groot deel op (vermeend) ongeoorloofde toezeggingen. Daarvoor geldt het volgende. De toezegging die in het kader van een kroongetuigenovereenkomst mag worden gedaan is dat strafvermindering met toepassing van artikel 44a van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) zal worden gevorderd, te weten – voor zover hier van belang – maximaal de helft bij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daarnaast kan er sprake zijn van zogenoemd gunstbetoon als bedoeld in artikel 226g lid 4 Sv. Dit gaat om het gebruik van wettelijke bevoegdheden door de officier van justitie die een gunstige invloed kunnen hebben op de bereidheid van de kroongetuige tot het afleggen van een verklaring, maar die niet strekken tot strafvermindering of anderszins verband houden met de beantwoording van de vragen van de artikelen 348 en 350 Sv. Gunstbetoon ziet op toezeggingen van relatief geringe omvang. Een toezegging die niet meer behelst dan hetgeen de officier van justitie onder normale omstandigheden met toepassing van het bestaande beleid zou hebben besloten, is geen toezegging in de zin van de wet.
In de door het College van procureurs-generaal opgestelde Aanwijzing toezeggingen aan getuigen in strafzaken (hierna: de Aanwijzing) is het kader van de toezeggingen nader uitgewerkt, waarbij in artikel 5 de niet toelaatbare toezeggingen zijn omschreven. Dit artikel luidt, voor zover van belang:
‘De officier van justitie mag geen toezeggingen doen met betrekking tot:
1. de inhoud van de tenlastelegging (zogenoemde plea-bargaining, bijvoorbeeld over het aantal op te nemen feiten in de dagvaarding en de zwaarte daarvan);
2. het in afwijking van het geldende opsporings- en vervolgingsbeleid afzien van actieve opsporing of vervolging van strafbare feiten (een toezegging die strekt tot het staken van de opsporing of tot een sepot na afsluiting van het opsporingsonderzoek in afwijking van het bestaande vervolgingsbeleid, is derhalve niet toegestaan);
3. (…)
4. het geven van een financiële beloning;
5. (…)
6. het geheel of gedeeltelijk achterwege laten van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing;
7. het begunstigen van anderen dan de getuige, zoals diens levenspartner;
8. (…)’
Financiële beloning?
Hiervoor is al overwogen dat de berichten in de iPhone van [medeverdachte 1] weliswaar de conclusie rechtvaardigen dat hij zoveel mogelijk geld wilde ontvangen in het kader van de beschermingsovereenkomst, maar dat er geen aanwijzing is dat het Openbaar Ministerie hierin is meegegaan en hem – via de beschermingsovereenkomst – in ruil voor zijn verklaringen een financiële beloning heeft toegezegd.
Veroordeling wapenbezit in januari 2017
Uit het dossier blijkt dat [medeverdachte 1] zich op 14 januari 2017 heeft laten aanhouden met een vuurwapen omdat hij bescherming zocht. Bij een doorzoeking zijn vervolgens een tweede vuurwapen en een jammer aangetroffen. [medeverdachte 1] is hiervoor vervolgd en aan hem is uiteindelijk in hoger beroep op 20 september 2018 zeven maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest opgelegd. Als basis voor de stelling van de verdediging dat sprake zou zijn van een ongeoorloofde toezegging, geldt de bewering van [medeverdachte 1] dat het Openbaar Ministerie hem zou hebben toegezegd dat de straf voor het wapenbezit bij de executie afgetrokken zou worden van de uiteindelijk op te leggen straf in de zaak Marengo. [medeverdachte 1] en zijn verdediging baseren dit op handgeschreven berekeningen van [advocaat 1] . Het Openbaar Ministerie betwist echter dat een dergelijke afspraak is gemaakt.
De rechtbank stelt voorop dat de afspraak die volgens [medeverdachte 1] gemaakt is, een afspraak zou zijn als genoemd in artikel 5 lid 6 van de Aanwijzing, en dat deze daarmee ongeoorloofd zou zijn. Dat deze toezegging door het Openbaar Ministerie gedaan zou zijn is echter niet aannemelijk geworden. De verklaring van [medeverdachte 1] en de berekeningen van [advocaat 1] zijn daarvoor onvoldoende, waarbij wordt meegewogen dat de andere advocaat die [medeverdachte 1] destijds bijstond heeft verklaard dat die afspraak niet is gemaakt. Bovendien hebben partijen bij het ondertekenen van de kroongetuigenovereenkomst ten overstaan de rechter-commissaris uitdrukkelijk verklaard dat er geen verdere of andersluidende afspraken zijn gemaakt.
Is de basis-strafeis van vierentwintig jaren proportioneel?
Zoals hiervoor besproken heeft het Openbaar Ministerie in de overeenkomst de basis-strafeis bepaald op een gevangenisstraf van vierentwintig jaren en toegezegd om vijftig procent hiervan als straf te zullen eisen bij nakoming van de verplichtingen door [medeverdachte 1] . In het algemeen geldt dat het Openbaar Ministerie bij het bepalen van een strafeis een ruime beoordelingsvrijheid heeft die de rechter moet eerbiedigen. Dat geldt ook voor een strafeis tegen een kroongetuige. Het is echter denkbaar dat een toegezegde basis-strafeis tegen een kroongetuige zo onbegrijpelijk laag is dat het verschil met een reguliere strafeis niet anders kan worden opgevat dan als tegenprestatie voor af te leggen verklaringen. Daarvan is sprake als het Openbaar Ministerie, gelet op alle omstandigheden van het geval en met inachtneming van zijn ruime beoordelingsvrijheid, in redelijkheid niet tot de toegezegde basis-strafeis heeft kunnen komen.
Feiten
18 april 2016
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
19:19
[betrokkene 11]
[verdachte]
Sir, depp zou die polo tog weghalen, waarom staat die shit auto nog op chilidreef en heeft ie alleen de sleutel meegenomen. Wat voor kk debiel dat man. Word schijtziek van hem. Wollah. Die auto moet nu terug na binnen en grondig schoonmaken.
19:20
[verdachte]
[betrokkene 11]
Hy heeft met ander erover gesproken als ik het goed heb heeft die andere plek gevonden om te stallen
Op grond van de voorgaande berichten stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 12] verantwoordelijk was voor de stalling van auto’s, waaronder de BMW M5.
4.2.3.4 Jerrycans en flessen benzine
Op 12 april 2016 stuurt [verdachte] ook de volgende berichten, over flessen benzine die – gelet op het eerdere bericht van [betrokkene 11] van 12 april 2016 om 11:33 uur – bestemd zijn om de auto’s mee in brand te steken.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
12:04
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Heb je ook een volle Jerry can voor hun
12:06
[verdachte]
[betrokkene 11]
FW: Depp [04/12/2016 @ 2:8 pm]
Meestal gewoon 2 flessen
12:08
[verdachte]
[medeverdachte 12]
FW: Junior [04/12/2016 @ 2:10 pm]
Ja is goed sir 2 flessen vol voor elk fiets 1,
gewoon in de kofferbak doen. En fietsen achter laten op adres die ik zometeen doorkrijg.
15:18
[verdachte]
[betrokkene 11]
Flessen geen jerrys
Op 13 april 2016 stuurt [verdachte] het volgende bericht van [medeverdachte 12] door aan [betrokkene 11] .
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
18:06
[verdachte]
[betrokkene 11]
FW: Depp [04/13/2016 @ 8:2 pm]
Yo audi staat er sleutel links achterwiel
1 aansteker
2 aa flessen achter bestuurder audi
2 aa flessen in kofferbak bmw
Op 16 april 2016 worden de volgende berichten verzonden.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
20:31
[verdachte]
[medeverdachte 12]
FW: Junior [04/16/2016 @ 10:28 pm]
Sir? + yerri in de m5 zetten.
Dictum
[medeverdachte 1] wordt (kort gezegd) vervolgd voor het medeplegen van de moord op [slachtoffer 1] (subsidiair de medeplichtigheid daaraan) en voorbereiding van deze moord (subsidiair de medeplichtigheid daaraan), het medeplegen van de moord op [slachtoffer 6] (subsidiair de medeplichtigheid daaraan, meer subsidiair voorbereidingshandelingen voor de moord op [betrokkene 9] ), het medeplegen van de poging tot moord op [betrokkene 7] (subsidiair de medeplichtigheid daaraan en – de rechtbank begrijpt, meer subsidiair – voorbereidingshandelingen voor die moord) en de deelname aan een criminele organisatie die in het bijzonder tot oogmerk heeft het plegen van liquidaties. In vergelijking met de straffen die het Openbaar Ministerie in de zaak Marengo heeft geëist tegen medeverdachten is de basis-strafeis van vierentwintig jaren gevangenisstraf naar de huidige maatstaven laag te noemen. Daarbij moet echter worden meegewogen dat de overeenkomst is gesloten in december 2017 en dat de straffen die destijds voor dergelijke feiten werden opgelegd beduidend lager waren dan thans het geval is. Alle omstandigheden overziend is de basis-strafeis van vierentwintig jaren niet zo onverklaarbaar laag dat deze niet anders kan worden verklaard dan als een verkapte tegenprestatie voor het afleggen van verklaringen, terwijl de maximale strafkorting van vijftig procent niet wordt overschreden. Daarom acht de rechtbank de overeenkomst met [medeverdachte 1] ook op het punt van de overeengekomen basis-strafeis niet onrechtmatig.
Aanpassing strafeis aan nieuwe v.i.-regeling
Uiteindelijk heeft het Openbaar Ministerie een lagere straf geëist dan in de overeenkomst is toegezegd. Aanleiding daarvoor is de inwerkingtreding van de Wet straffen en beschermen op 1 juli 2021. In deze nieuwe wet is de termijn van de voorwaardelijke invrijheidstelling gemaximeerd tot twee jaren bij gevangenisstraffen vanaf zes jaren. De basis-strafeis van vierentwintig jaren zou ten tijde van het sluiten van de overeenkomst een gevangenisstraf van twaalf jaren en een netto gevangenisstraf van acht jaren betekenen. Daar mocht [medeverdachte 1] volgens het Openbaar Ministerie bij het sluiten van de overeenkomst van uitgaan. Tijdens de gesprekken daarover met de raadslieden van [medeverdachte 1] is, toen het ging over de netto-strafverwachting, het voornemen van het kabinet om de v.i.-regeling te versoberen wel aan bod gekomen. Daarbij heeft het Openbaar Ministerie aan de raadslieden aangegeven dat de afspraak zoals die met [medeverdachte 1] op dat moment werd gemaakt (en de gerechtvaardigde verwachtingen die [medeverdachte 1] daaraan mocht ontlenen) door het Openbaar Ministerie zouden worden geëerbiedigd. Het Openbaar Ministerie heeft daarbij steeds gezegd dat het laatste woord hierover uiteraard aan de rechter is. De inhoud van de overeenkomst biedt volgens het Openbaar Ministerie ruimte om een gevangenisstraf te eisen die erop neerkomt dat de kroongetuige netto acht jaren moet zitten, nu in de overeenkomst is opgenomen: ‘onder gelijkblijvende omstandigheden’. Na de invoering van de Wet straffen en beschermen zijn de omstandigheden gewijzigd. In het requisitoir is daarom niet vierentwintig jaren gevangenisstraf als uitgangspunt genomen, maar twintig jaren gevangenisstraf, welke met vijftig procent is verminderd tot de uiteindelijke strafeis van tien jaren gevangenisstraf in plaats van twaalf jaren gevangenisstraf. De verdediging stelt zich echter op het standpunt dat het Openbaar Ministerie daarmee een grotere korting op de strafeis heeft gegeven dan de wet toestaat.
De rechtbank overweegt als volgt. Bij het aangaan van de overeenkomst in 2017 gold de oude regelgeving die erop neerkwam dat een veroordeelde tot een lange gevangenisstraf in beginsel na het uitzitten van twee derde van zijn gevangenisstraf in aanmerking kwam voor voorwaardelijke invrijheidstelling. Het Openbaar Ministerie en [medeverdachte 1] konden bij het aangaan van de overeenkomst geen rekening houden met de gevolgen die de Wet straffen en beschermen zou hebben voor de uitvoering van de aan [medeverdachte 1] op te leggen straf, omdat de invoering van die wet nog onzeker was. De mogelijkheid dat [medeverdachte 1] na de inwerkingtreding van deze wet bij een gelijkblijvende basis-strafeis in een nadeliger positie zou komen te verkeren dan waar hij op grond van de overeenkomst van uit mocht gaan, is wel onder ogen gezien. Hoewel in de overeenkomst alleen gesproken wordt over de basis-strafeis en niet over de netto uit te zitten gevangenisstraf, acht de rechtbank het aannemelijk dat juist de te verwachten netto gevangenisstraf voor [medeverdachte 1] van belang is geweest bij de vraag of hij de overeenkomst wilde aangaan. In die zin is er dan ook sprake van een wijziging van omstandigheden die tot gevolg heeft dat de overeenkomst voor [medeverdachte 1] nu anders uitpakt dan hij bij het aangaan van de overeenkomst mocht verwachten. Gelet op het belang dat opgewekt vertrouwen in beginsel gehonoreerd dient te worden is de rechtbank van oordeel dat het Openbaar Ministerie in afwijking van de overeenkomst zijn strafeis ter zitting mocht baseren op een basis-strafeis van twintig jaren gevangenisstraf. De rechtmatigheid van de overeenkomst wordt daardoor ook achteraf niet aangetast.
Het niet vervolgen voor bepaalde zaken en de keuzes bij de tenlastelegging
Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad leent de beslissing van het Openbaar Ministerie om tot vervolging over te gaan zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing. Ditzelfde geldt voor de spiegelbeeldige beslissing om niet te vervolgen. Maatstaf is daarbij of niet geoordeeld kan worden dat een redelijk handelend lid van dat Openbaar Ministerie van vervolging heeft kunnen afzien. Het enkele feit dat die vervolgingsbeslissing een criminele getuige betreft maakt niet dat daardoor de beoordelingsmaatstaf verandert.
[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hem enige weken na de poging om [slachtoffer 5] (hierna: [slachtoffer 5] ) te vermoorden door middel van een explosief onder zijn auto bij ’t Kalfje in Amsterdam (de zaak Raspvijl) door [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] is gevraagd of hij semtex kon leveren. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat het zijn eigen conclusie was dat dit voor een nieuwe aanslag op [slachtoffer 5] bedoeld zou zijn. [medeverdachte 1] heeft daar toen navraag over gedaan bij een contactpersoon maar daar is het wat semtex betreft bij gebleven – deze is, zo verklaart [medeverdachte 1] , nooit door hem geleverd. Omdat de gesprekken die [medeverdachte 1] stelt te hebben gevoerd pas plaatsgevonden zouden hebben na de bomaanslag bij ’t Kalfje , kan de rechtbank niet inzien hoe dat leidt tot een strafbare rol van [medeverdachte 1] in de zaak Raspvijl. Ook los daarvan is niet onbegrijpelijk dat het Openbaar Ministerie heeft afgezien van vervolging, alleen al omdat het in de verklaring van [medeverdachte 1] enkel gaat over gesprekken en steunbewijs ontbreekt.
Voor wat betreft de zaak Zeilboot geldt dat het Openbaar Ministerie heeft aangegeven dat het leveren van kentekeninformatie door [medeverdachte 1] op 8 december 2016 onvoldoende is voor een strafbare rol van [medeverdachte 1] bij de moord op [slachtoffer 5] , nu hij vaker kentekeninformatie opvroeg en doorgaf, dit ook gebeurde voor bijvoorbeeld observaties door de politie en hij op dat moment niet wist dat de door hem opgevraagde informatie bedoeld was ten behoeve van de moord op [slachtoffer 5] . Voorts heeft het Openbaar Ministerie aangegeven dat het laten bevragen van kentekens en het doorgeven van die informatie wordt meegewogen in het verwijt van deelname aan de criminele organisatie. De rechtbank acht de beslissing om [medeverdachte 1] niet in de zaak Zeilboot te vervolgen – het dossier in ogenschouw nemend – niet onbegrijpelijk.
Feiten
2x.
20:32
[verdachte]
[betrokkene 11]
In die m zitten ook flessen
Op 17 april 2016 worden de volgende berichten verzonden.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
04:01
[medeverdachte 12]
[verdachte]
Sir fiets taatb er maar geen vuur
Geen aansteker !!!! s
04:11
[medeverdachte 12]
[verdachte]
Ja 2 jerrycan van 5 liter
------Origineel bericht------
Van: Aapje 2
Onderwerp: <$RemoveOnDelivery,Confirm>
69CBQ
Verzonden: 17 Apr 2016 06:02
En flessen wel dan
04:12
[medeverdachte 12]
[verdachte]
Meld ff
En die jerrys recht houde
04:38
[medeverdachte 12]
[verdachte]
Ok tering en je moet ook zeggen dat ze die jeryys recht moeten houden
1 zit in t zijvakje die lekt
Die andere beter achter een stoel zette anders gaat hij glijden
------Origineel bericht------
Van: Aapje 2
Onderwerp: <$RemoveOnDelivery,Confirm> 69D9Q
Verzonden: 17 Apr 2016 06:29
Krijg geen reactie
12:26:26
[betrokkene 11]
[medeverdachte 16]
Die m5 waar ze mee waren die heads die staat daar nog en word sporenonderzoek op gedaan.
12:26:54
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Sir die kk kk M5 wou niet starten petten hebben hem nu
12:29
[medeverdachte 12]
[medeverdachte 16]
Godver d. Pfffff
Sir nu word t lelijk
Ik start dat ding zonder problemen en rij dat ding zonder prob
------Origineel bericht------
Van: Morinjo
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 17 Apr 2016 14:26
Sir die kk kk M5 wou niet starten petten hebben hem nu
12:31
[medeverdachte 12]
[medeverdachte 16]
Dit is echt lelijk
Snap dat echt niet sir u ziet ik zet m daar ook neer en als ik problemen had gehad met starten had ik dat gelijk gemeld sir gelijk
De politie heeft onderzoek gedaan aan de BMW M5 die door [betrokkene 1] en [betrokkene 2] op de [straatnaam 1] is achtergelaten. Voor de passagiersstoel ligt een jerrycan met onbekende inhoud die riekt naar benzine en in de kofferbak worden twee jerrycans van vijf liter aangetroffen, met vermoedelijk benzine. Een van de jerrycans is zwart met een groene dop en blijkt te lekken wanneer deze op de zijkant wordt gelegd. Op een foto van de kofferbak van de BMW is te zien dat de zwarte jerrycan met de groene dop zich in een zijvak van de kofferbak bevindt. In het bijrijdersportier worden twee flesjes AA Drink van 500 ml aangetroffen, waarvan de inhoud sterk naar benzine ruikt.
Op grond van het bovenstaande stelt de rechtbank vast dat de BMW M5 die door [betrokkene 1] en [betrokkene 2] is gebruikt door [medeverdachte 12] is geleverd en dat hij ook heeft gezorgd voor de jerrycans en de flessen benzine. Uit onderzoek blijkt dat de BMW M5 gestolen is.
4.2.3.5 Vuurwapens
Op 12 april 2016 stuurt [verdachte] de volgende berichten.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
12:21
[verdachte]
[medeverdachte 16]
FW: Junior [04/12/2016 @ 2:23 pm]
Sir heb 1 kalas en 2 g’tje nodig, die kan je achter laten in koffer van m5
12:24
[verdachte]
[medeverdachte 16]
Oké sir rijder broertje bril aan laten pakken en afgeven?
12:27
[verdachte]
[medeverdachte 16]
Oké en door wie schoon laten maken
12:29
[verdachte]
[medeverdachte 16]
Oké sir
Uit deze berichten leidt de rechtbank af dat [betrokkene 11] bij [verdachte] vraagt om een Kalasjnikov en twee handvuurwapens.
Dictum
Met betrekking tot de zaak Orinoco – een schietincident op 24 december 2010 waarbij [medeverdachte 1] iemand in zijn been geschoten zou hebben – geldt dat het Openbaar Ministerie van het parket Midden-Nederland eind 2022 heeft beslist dat vervolging van [medeverdachte 1] daarvoor niet opportuun is ‘gezien (onder meer) het tijdsverloop, de recente veroordeling van [medeverdachte 1] voor het wapenbezit en de huidige vervolging van [medeverdachte 1] in 26Marengo, alsmede het feit dat de huidige ernstige problematiek op het gebied van cocaïnehandel en de daarmee gepaard gaande geweldsdelicten al alle focus en capaciteit kosten van politie en justitie Midden-Nederland.’ Een dergelijke beslissing valt niet alleen binnen de beoordelingsvrijheid die het Openbaar Ministerie heeft, maar kan bovendien – nu deze vijf jaren na het sluiten van de kroongetuigenovereenkomst pas is genomen – nimmer worden aangemerkt als een (ongeoorloofde) toezegging in het kader van die overeenkomst. Dit zou alleen anders zijn als op voorhand zou zijn toegezegd dat er geen vervolging zou plaatsvinden voor na het sluiten van de overeenkomst opkomende verdenkingen, maar dat daar sprake van is, is gesteld noch gebleken.
Hoewel er – vooral op basis van de eigen verklaringen van [medeverdachte 1] – ontegenzeggelijk aanwijzingen zijn dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan Opiumwetdelicten, valt de beslissing van het Openbaar Ministerie om hem daar niet voor te vervolgen zonder meer binnen de beoordelingsvrijheid die het ten aanzien daarvan heeft. Het opsporingsonderzoek heeft zich immers niet hierop gericht, maar op een groter belang, namelijk een groot aantal moorden en pogingen daartoe, voorbereidingshandelingen voor moorden en een criminele organisatie die zich met moorden bezighield. Die beslissing van het Openbaar Ministerie beoordeelt de rechtbank niet als een ontoelaatbare toezegging.
Voor geen van de door de verdediging genoemde kwesties – het niet vervolgen van [medeverdachte 1] in de zaken Zeilboot/Raspvijl en Orinoco, het niet vervolgen voor Opiumwetdelicten – geldt derhalve dat de door het Openbaar Ministerie genomen beslissingen onbegrijpelijk zijn en buiten de beoordelingsvrijheid vallen die het Openbaar Ministerie toekomt. Dit geldt ook voor de (andere) keuzes die het Openbaar Ministerie gemaakt heeft bij het opstellen van de tenlasteleggingen. De keuze om [medeverdachte 1] in de zaak Roos/Doorn alleen in de subsidiaire variant voor voorbereiding van de moord op [betrokkene 9] te vervolgen is – nu hij na de (vergis)moord op [slachtoffer 6] is gestopt met die voorbereidingen – niet onbegrijpelijk. Dit geldt ook voor de keuze om hem in de zaak Kreta niet te vervolgen voor voorbereiding van moord op [betrokkene 5] en [betrokkenen 3 en 4] , nu hij over de zaak Kreta uitgebreide verklaringen heeft afgelegd en het zwaartepunt van zijn voorbereidingshandelingen duidelijk lag bij [slachtoffer 1] . Dat het Openbaar Ministerie hierover – in strijd met het in artikel 5 lid 1 en 2 van de Aanwijzing verwoorde immuniteitsverbod – toezeggingen heeft gedaan aan dan wel afspraken heeft gemaakt met [medeverdachte 1] , is bovendien gesteld noch aannemelijk geworden.
Begunstiging levenspartner [medeverdachte 1] ?
De verdediging stelt dat uit de berichten in de hiervoor genoemde iPhone blijkt dat de levenspartner van [medeverdachte 1] spreekt over maandelijkse toelagen, gelden die verborgen werden, een huis in Marokko dat zou worden gekocht en een auto, waarbij er ontevredenheid is over de auto. Dit zijn financiële voordelen voor de levenspartner die in strijd zijn met artikel 5 lid 7 van de Aanwijzing, aldus de verdediging.
Vast staat dat de partner van [medeverdachte 1] – door buiten haarzelf liggende omstandigheden – uit haar normale leven is weggerukt en in een beveiligingsprogramma terecht is gekomen. Dat de situatie waarin zij verkeert met zich kan brengen dat zij van de overheid een toelage en bepaalde voorzieningen krijgt, wekt geen bevreemding. De berichten waar de verdediging op wijst bieden geen ondersteuning voor de stelling dat er daarbij sprake zou zijn van een verboden toezegging aan [medeverdachte 1] door het begunstigen van zijn levenspartner.
Ongemoeid laten van financieel voordeel (uit drugshandel, liquidaties, chantage en witwaspraktijken)?
De verdediging stelt dat [medeverdachte 1] niet geconfronteerd is met een ontnemingsvordering en dat hij geen vragen hoefde te beantwoorden over drugshandel, zijn financiële voordeel en zijn – uit de berichten in de iPhone naar voren komende – chantage- en afpersingspraktijken. De verdediging verzuimt echter te onderbouwen waarom dit op een ongeoorloofde toezegging aan de kroongetuige zou wijzen. Op grond van de kroongetuigenovereenkomst is het duidelijk waarover [medeverdachte 1] verplicht is te verklaren. Ten aanzien van ander (vermeend) strafbaar handelen dan de dealfeiten heeft hij geen verklaringsplicht. Over eventueel financieel voordeel dat hij gehad heeft als gevolg van de dealfeiten is hij op grond van de overeenkomst wél verplicht te verklaren. De rechtbank constateert dat hij dat ook gedaan heeft en dat het enige financiële voordeel dat hij – naar eigen zeggen – heeft gehad € 5.000,- was voor zijn rol in de zaak Tennis. De keuze om ten aanzien van dit bedrag af te zien van een ontnemingsvordering past – gezien de hoogte van het bedrag, afgezet tegen de aard en de omvang van de verdenkingen waarvoor [medeverdachte 1] wel vervolgd wordt – binnen de ruime beoordelingsvrijheid die het Openbaar Ministerie toekomt. Van een beslissing die zo onbegrijpelijk is dat deze moet worden gezien als een ontoelaatbare, verkapte tegenprestatie voor het afleggen van zijn verklaringen is geen sprake.
Is de bepaling in artikel 4.2 van de overeenkomst een ongeoorloofde toezegging?
Artikel 4.2 van de kroongetuigenovereenkomst luidt als volgt:
‘Zover de officier van justitie van mening is dat sprake is van de onder 4.1 sub a genoemde omstandigheid, zal hij zulks aangeven bij de raadsman van de getuige alsmede de getuige zelf en de getuige in staat stellen om binnen een redelijke termijn alsnog de voorwaarde uit de overeenkomst na te komen.’
Dit artikel verwijst naar het in artikel 4.1 sub a van de overeenkomst geformuleerde recht van de officier van justitie om deze schriftelijk te ontbinden in het geval dat de getuige enige voorwaarde uit de overeenkomst niet, niet volledig of niet naar behoren nakomt. De stelling van de verdediging dat er een extra begunstiging zit in deze bepaling kan de rechtbank niet volgen.
De verplichtingen van [medeverdachte 1] zijn in de overeenkomst als volgt omschreven:
1.1
De getuige verplicht zich vanaf de datum van ondertekening van deze overeenkomst telkens overeenkomstig de hem door of vanwege het College van Procureurs-Generaal of de officier van justitie gegeven aanwijzingen onvoorwaardelijk zijn medewerking te verlenen aan het afleggen van (nadere) verklaringen tegenover leden van het Openbaar Ministerie of door of vanwege de officier van justitie aangewezen ambtenaren als bedoeld in artikel 141 Wetboek van Strafvordering. De verplichting tot het afleggen van deze (nadere) verklaringen heeft betrekking op de misdrijven die worden beschreven in de (kluis)verklaringen die als bijlage bij deze overeenkomst zijn gevoegd.
Feiten
Dat met ‘1 kalas en 2 g’tje’ een Kalasjnikov en twee handvuurwapens worden bedoeld, volgt uit berichten die hierna zijn opgenomen, waarin gesproken wordt over ‘yzers’, ‘Walters’, ‘magazijn’ en ‘bonen’. Daar komt bij dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] in de ochtend van 17 april 2016 twee handvuurwapens van het merk Walther en een op een Kalasjnikov gelijkend automatisch vuurwapen bij zich hebben bij de uitvoering van de moord. [verdachte] stuurt dit bericht van [betrokkene 11] door aan [medeverdachte 16] en vraagt hem wie hij de wapens moet laten ophalen en afgeven en door wie hij de wapens moet laten schoonmaken. Uit de berichten valt op te maken dat [medeverdachte 16] op de berichten van [verdachte] heeft gereageerd.
Op 12 april 2016 stuurt [verdachte] de volgende berichten.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
12:32
[verdachte]
[medeverdachte 13]
Hallo bro ik heb 2 yzers nodig Walters heb jij toch en goed goed schoonmaken voordat je ze afgeeft
12:45
[verdachte]
[medeverdachte 16]
Tali wil weten hoeveel magazijn en bonen erbij?
12:48
[verdachte]
[medeverdachte 16]
Oké sir
12:51
[verdachte]
[medeverdachte 13]
Ja ze worden opgehaald en doe gewoon 2 magas vol per ijzer dus elke yzer 1 maga extra
13:39
[verdachte]
[medeverdachte 14]
Oké daar moet u ze straks ook aanpakken op 1 adress 1 kalas en op andere adress 2 yzers
14:24
[verdachte]
[medeverdachte 16]
FW: Tali [04/12/2016 @ 4:26 pm]
Subject: Re:
Heb 2 extra magazijnen 1tje vol en 1tje met 10 erin. Die andere 2 die erin zitten zijn vol. Hoe laat wou u komen sir?
------Origineel bericht------
Van: Aapje 2
Onderwerp: <$RemoveOnDelivery,Confirm> 5F06Q
Verzonden: 12 Apr 2016 15:43
Oke
14:27
[verdachte]
[medeverdachte 14]
FW: Tali [04/12/2016 @ 4:29 pm]
[adres 6] utrecht
------Origineel bericht------
Van: Aapje 2
Onderwerp: <$RemoveOnDelivery,Confirm>
5F0EQ
Verzonden: 12 Apr 2016 16:18
Hij kan nu ko.men geef maar adress sir
14:29
[verdachte]
[medeverdachte 16]
In 1 extra mag zit 10 de rest is vol
14:31
[verdachte]
[medeverdachte 16]
Ja had ik gezegd tegen tali
14:32
[verdachte]
[medeverdachte 13]
Heb je ze goed schoongemaakt en met 10 min is die jongen er blauwe Peugeot 407
14:45
[verdachte]
[medeverdachte 13]
Oké sir
14:46
[verdachte]
[medeverdachte 14]
Bent u er al
14:47
[verdachte]
[medeverdachte 13]
1 min is die er
14:50
[verdachte]
[medeverdachte 13]
Hij is er
Op 16 april 2016 wisselen [medeverdachte 13] en [betrokkene 17] de volgende berichten uit.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
08:43
[medeverdachte 13]
[betrokkene 17]
Ik had 2 ijzers afgegeven
08:44
[betrokkene 17]
[medeverdachte 13]
En waarom ben jij ze gaan afgeven dan ?
08:47
Dictum
1.2
Een zelfde verplichting als onder 1.1 genoemd bestaat ten aanzien van het afleggen van getuigenverklaringen tegenover de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in enig arrondissement en/of de strafkamer van enige rechtbank en/of de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in enig ressort en/of de strafkamer van enig gerechtshof in het kader van de strafrechtelijke vervolging, waaronder begrepen het op naam en zonder vermomming afleggen van verklaringen in een openbare terechtzitting, tenzij het Openbaar Ministerie vermomming noodzakelijk acht.
1.3
De getuige zal bij gelegenheid van de hiervoor onder 1.1 en/of 1.2 genoemde verhoren niet weigeren te verklaren over zijn eigen (al dan niet strafrechtelijk relevante) betrokkenheid bij de feiten die worden genoemd in de (kluis)verklaringen zoals neergelegd in de bijgevoegde processen-verbaal. Hij zal zijn verklaringen zonder voorbehoud, volledig en naar waarheid afleggen. De getuige doet afstand van het hem als verdachte toekomende verschoningsrecht als bedoeld in artikel 219 Wetboek van Strafvordering. Met betrekking tot onderwerpen die niet worden genoemd in de (kluis)verklaringen geldt het verschoningsrecht van de getuige onverkort.
1.4
De getuige verklaart door ondertekening van deze overeenkomst dat de inhoud van zijn (kluis)verklaringen, zoals deze blijkt uit bijgevoegde processen-verbaal naar zijn beste weten volledig op waarheid berust.
1.5
De getuige zal vanaf het moment van ondertekening van deze overeenkomst, behoudens het onder 1.6 gestelde, op geen enkele wijze tegenover derden, met uitzondering van zijn raadsman, zijn partner en zijn naaste familie, melding maken van deze overeenkomst en de (inhoud van) de daarin bedoelde verklaringen.
1.6
De getuige zal rechtstreeks noch door middel van een derde, onder wie zijn raadslieden, anders dan tegenover de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in enig arrondissement en/of de raadsheer- commissaris in enig resort en/of in een (openbare) terechtzitting van de strafkamer van enige rechtbank of gerechtshof, dan wel ingevolge enige (andere) wettelijke verplichting, mededeling doen over de totstandkoming van deze overeenkomst en de wijze waarop aan deze overeenkomst uitvoering wordt gegeven. De getuige zal geen mededeling doen over (aspecten van) getuigenbescherming(smaatregelen).
Slechts bij de eerste drie verplichtingen – het onvoorwaardelijk zijn medewerking verlenen aan het afleggen van nadere verklaringen over de dealfeiten tegenover de recherche (1.1), tegenover rechters (1.2) en het bij die verhoren niet mogen weigeren te verklaren over zijn eigen betrokkenheid bij de dealfeiten en het zonder voorbehoud, volledig en naar waarheid verklaren (1.3) – is het niet, niet volledig of niet naar behoren nakomen herstelbaar. Bij niet-nakoming van de overige verplichtingen, waarbij met name de onder 1.4 opgenomen verplichting voor [medeverdachte 1] dat de inhoud van zijn (kluis)verklaringen naar zijn beste weten volledig op waarheid berust in het oog springt, is niet-nakoming onherstelbaar. Naar haar aard kan een bepaling als artikel 4.2 slechts betrekking hebben op herstelbaar niet nakomen. Echter, ook zonder deze bepaling vloeit uit de artikelen 6:265 jo. 6:82 van het Burgerlijk Wetboek (BW) voort dat bij dergelijk niet nakomen pas tot ontbinding van de overeenkomst kan worden overgegaan nadat de schuldenaar een redelijke termijn voor nakoming wordt gesteld en nakoming binnen die termijn uitblijft. Een dergelijke contractsbepaling voegt dus niets toe. De stelling van de verdediging dat artikel 4.2 een vrijbrief is om te liegen en daarmee een ongeoorloofde toezegging van het Openbaar Ministerie, is derhalve onjuist.
3.2.4.3 Samenvatting en conclusie
Uit het hiervoor besprokene volgt dat de kroongetuigenregeling niet onjuist is toegepast door het Openbaar Ministerie en dat er geen aanwijzingen zijn dat aan [medeverdachte 1] verboden toezeggingen zijn gedaan in ruil voor het afleggen van verklaringen. Daarbij geldt dat de overeenkomst met [medeverdachte 1] betrekking heeft op feiten als bedoeld in artikel 226g Sv en het Openbaar Ministerie het naar het oordeel van de rechtbank op goede gronden dringend noodzakelijk heeft geacht om tot een overeenkomst met [medeverdachte 1] te komen. Hij kon immers verklaren over een aantal voltooide en mislukte liquidaties waarvan de opsporing op een dood spoor was beland en zonder zijn verklaringen niet binnen afzienbare tijd tot resultaat had geleid. Zijn verklaringen behelsden bovendien de vermeende opdrachtgever en het middenkader, die tot op dat moment niet of nauwelijks in beeld waren bij justitie. Door de verklaringen van [medeverdachte 1] kon zicht worden verkregen op een nog actieve criminele organisatie (zie hoofdstuk 4.4 Zaaksdossier 140 Sr (criminele organisatie)) die (mede) als oogmerk had het plegen van moorden, die tot dan toe onder de radar was gebleven. Ook in onderling verband en samenhang bezien is er geen sprake van een overschrijding van de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit, zodat de verweren strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie of het uitsluiten van de verklaringen van [medeverdachte 1] van het bewijs op die grond niet slagen.
3.2.5
Betrouwbaarheid van de kroongetuige
3.2.5.1 Verweer van de verdediging
Kern van het verweer van de verdediging is de stelling dat uit de bewoordingen van de wet en de Aanwijzing voortvloeit dat niet alleen de verklaringen van de kroongetuige op betrouwbaarheid dienen te worden beoordeeld, maar ook de persoon van de kroongetuige.
Daarbij heeft de verdediging in de eerste plaats gewezen op getuigen die [medeverdachte 1] omschrijven als een (pathologische) leugenaar. Ook wijst de verdediging op de wijze waarop [medeverdachte 1] (volgens de verdediging) overkomt als hij door rechters verhoord wordt (snel pratend, op het eerste oog betrouwbaar, maar ijskoud en zonder spijt) en het beeld dat opstijgt uit zijn iPhone-berichten (een nare houding naar zijn familie inzake getuigenbescherming, een schaker, een manipulator, ijskoud, iemand die aangeeft een boef te blijven, iemand die zich diffamerend uitlaat over de medewerkers van het Team Getuigenbescherming (TGB) en die het onderste uit de kan wil). Het beeld dat volgens de verdediging blijft hangen is een kroongetuige die enkel oog heeft voor zijn eigen belang, die zich superieur voelt, meedogenloos (over de ruggen van derden) en manipulatief is, die volgens eigen zeggen altijd crimineel zal blijven en die bereid is tot leugens voor eigen bestwil. Daarnaast heeft de verdediging zich uitgeput in het fileren van de vele verklaringen van de kroongetuige en daarbij gewezen op vele inconsistenties, ongerijmdheden dan wel onwaarschijnlijkheden, speculaties en – in haar ogen – kennelijke leugens in deze verklaringen. De conclusie van de verdediging is dat de kroongetuige niet betrouwbaar is en dat zijn verklaringen op vele punten onwaar zijn en daarom niet voor het bewijs gebruikt kunnen worden.
3.2.5.2 Oordeel van de rechtbank
De rechtbank overweegt als volgt. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij een crimineel is, en dat blijkt ook uit het dossier. Ook heeft hij tijdens het proces onder ede tegenover de rechtbank gelogen over de telefoons die hij in zijn cel heeft gehad en heeft hij lange tijd gewacht met het beantwoorden van bepaalde vragen, terwijl duidelijk was dat hij die vragen wel moest beantwoorden. [medeverdachte 1] heeft nadien telkens uitleg gegeven over zijn beweegredenen voor zijn handelen tijdens die verhoren. Wat hier ook allemaal van zij – voor de beoordeling door de rechtbank is het uiteindelijk niet relevant.
Feiten
[medeverdachte 13]
[betrokkene 17]
Dep en aapje begonnen me ineens te mailen ik heb snel gedaan en die ding is opgehaald.
Uit de voorgaande berichten leidt de rechtbank af dat [verdachte] aan [medeverdachte 13] (‘Tali’) doorgeeft dat hij twee handvuurwapens van het merk Walther nodig heeft, met daarbij twee volle magazijnen per vuurwapen. [medeverdachte 13] geeft het gevraagde aan [medeverdachte 14] door, die voor [verdachte] het transport ervan verzorgt. [verdachte] houdt [medeverdachte 16] op de hoogte. Uit de berichten blijkt dat [medeverdachte 16] reageert.
In de middag van 12 april 2016 stuurt [verdachte] de volgende berichten.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
15:31
[verdachte]
[betrokkene 11]
Yzers heeft die al hij wacht om kalas te ontvangen
15:42
[verdachte]
[betrokkene 11]
Kan je mij nog 1 x adress sturen waar die yzer af kan geven hij gaat nu kalas halen in overvecht ook dus hij kan met 20 min daar zijn
15:58
[verdachte]
[medeverdachte 14]
FW: Junior [04/12/2016 @ 5:48 pm]
[adres 2] utr
16:26
[verdachte]
[medeverdachte 16]
Yzers zijn afgegeven en fietsen wil die morgen hebben omdat het al te laat is
Op grond van deze berichten stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 14] twee handvuurwapens en een automatisch vuurwapen heeft afgegeven op het adres dat [verdachte] van [betrokkene 11] heeft gekregen, te weten de [adres 2] in Utrecht.
In de eerder in dit vonnis genoemde getuigenverklaringen komt naar voren dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] een automatisch vuurwapen bij zich hebben als zij op de vlucht slaan. In het water in het bosperceel ten noordoosten van het moestuincomplex aan de [straatnaam 3] te IJsselstein wordt op 3 mei 2016, ongeveer drie tot drieënhalve meter uit de oever met het looppad, een vuurwapen aangetroffen. Dit vuurwapen is een soortgelijk vuurwapen als een AK47 en het vuurwapen is niet duidelijk zichtbaar begroeid door waterplanten of algen. Het vuurwapen is voorzien van een patroonhouder en in de patroonhouder bevinden zich meerdere patronen. Uit onderstaand PGP-bericht van 17 april 2016 leidt de rechtbank af dat dit het vuurwapen is dat door [betrokkene 1] is weggegooid tijdens de vlucht.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
14:33
[betrokkene 18]
[betrokkene 11]
Bro hij zegt we hebben gedaan wat we moesten doen toen ze de fiets wouden starten deed die het niet ze hebben daar nog een tijdje lopen kloten ermee hij wou maar niet zijn ze te voet verder gegaan B. Heeft die kalas mee genomen en gedumpt in de sloot, alle anderen spullen zijn we achter gebleven konden ze niet mee nemen law heeft wel pgps mee genomen nu is het afwachten
Uit de volgende berichten van 17 april 2016 leidt de rechtbank af dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] de Walthers in de BMW M5 hebben laten liggen.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
14:36
[betrokkene 11]
[betrokkene 18]
Dus hij wou zomaar niet starten niks. Uit t niets, terwijl ze zijn nog vanaf waar die is neergezet na die huis van die hond gereden. Hoe is boston weggekomen? Waar zijn die 2 andere ijzers? Die walter?
14:41
[betrokkene 1] met PGP van [betrokkene 18]
[betrokkene 11]
met boston hier, broer kijk we hebben gedaan wat we moesten geen stommiteiten zoals radio of iets we waren gefoccust die kleintjes liggen nog in de auto alleen die kalas ligt in de sloot maar geloof mij op mijn woord die auto wou niet we hebben echt alles geprobeerd maar hij wou niet!!
Uit het bericht blijkt dat [betrokkene 1] gebruikmaakt van het PGP-toestel van [betrokkene 18] (hierna: [betrokkene 18] ). Het bericht begint met ‘met boston hier’, en de bijnaam van [betrokkene 1] is ‘Boston’.
Dictum
Waar het om gaat is of de verklaringen die [medeverdachte 1] over de dealfeiten heeft afgelegd betrouwbaar zijn. Het is niet aan de rechtbank om een oordeel te geven over het karakter of de rechtschapenheid (of het gebrek daaraan) van de persoon [medeverdachte 1] . Kennisname door de rechtbank en de procespartijen van een (al dan niet bestaand) psychologisch rapport dat (in een ander kader dan het kader van zijn strafzaak) over [medeverdachte 1] zou zijn opgemaakt acht de rechtbank daarom niet relevant. [medeverdachte 1] is een criminele getuige. Dat gegeven en de omstandigheid dat hij zelf van (betrokkenheid bij) zeer ernstige strafbare feiten wordt verdacht en het Openbaar Ministerie met hem een verklaringsovereenkomst heeft gesloten in ruil voor strafvermindering, noopt bij gebruik van zijn verklaringen voor het bewijs uiteraard tot behoedzaamheid. De in artikel 360 lid 2 Sv geformuleerde opdracht van de wetgever aan de rechter om in dat geval daarvoor in het bijzonder reden te geven is ingegeven door het aan de figuur van de kroongetuige verbonden risico. Immers, de voordelen die de kroongetuige uit hoofde van de met hem gemaakte afspraken (kunnen) toevallen bergen het risico in zich dat die getuige kan menen er voordeel bij te hebben om in meer of mindere mate niet naar waarheid te verklaren.
Los van het bovenstaande geldt dat de rechter op grond van artikel 344a lid 4 Sv het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, niet uitsluitend kan aannemen op grond van verklaringen van (kort gezegd) kroongetuigen. Die bepaling verzet zich er echter niet tegen dat de bewezenverklaring in beslissende mate wordt aangenomen op grond van de verklaring van een kroongetuige. Het voorgaande betekent dus dat voor een zaak met een enkele kroongetuige de gewone regels van het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv gelden. Dit betekent dat een bewezenverklaring niet geheel gebaseerd mag worden op de verklaring van deze getuige. Het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv betreft echter de tenlastelegging in haar geheel en niet een onderdeel daarvan. Deze bepaling verbiedt de rechter om tot een bewezenverklaring te komen als de door één getuige verklaarde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.
De verklaringen van [medeverdachte 1] dienen dus kritisch bekeken te worden. Daarbij geldt voor de rechtbank dat de kluisverklaringen bij de beoordeling van de betrouwbaarheid een sleutelrol vervullen, nu van deze verklaringen met de meeste zekerheid aangenomen kan worden dat ze niet zijn beïnvloed door voortschrijdende kennis van het dossier en mediaberichten en andere invloeden die (gewild of ongewild) de authenticiteit van verklaringen kunnen beïnvloeden. [medeverdachte 1] heeft in de periode van januari tot en met mei 2017 in de kluisverklaringen zeer uitgebreid verklaard over de dealfeiten. In deze periode had hij geen toegang tot enig dossier en ook geen toegang tot openbare bronnen (los van de toegang tot Google Maps of Google Street View tijdens verhoren, om bijvoorbeeld een locatie aan te kunnen wijzen). Hij heeft dus enkel uit zijn geheugen kunnen putten. De rechtbank constateert dat [medeverdachte 1] in zijn kluisverklaringen buitengewoon gedetailleerd heeft verklaard over de zaken waar hij zelf bij betrokken zegt te zijn geweest (te weten Kreta, Tennis, Roos/Doorn en de criminele organisatie), zowel over zijn eigen rol als over de rollen van medeverdachten. Over de andere dealfeiten – waar hij niet zelf bij betrokken is geweest – heeft hij eveneens uitgebreid verklaard en daarbij ook steeds aangegeven wat zijn bronnen van wetenschap waren (doorgaans van horen zeggen, waarbij zijn bronnen veelal ‘de straat’, [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] waren).
[medeverdachte 1] wist dat zijn verklaringen in aanloop naar een mogelijke kroongetuigenovereenkomst zoveel mogelijk geverifieerd zouden worden en dat leugens over zijn eigen rol (door deze kleiner te maken) of de rollen van anderen (door hen onterecht te beschuldigen) een kroongetuigenovereenkomst in gevaar konden brengen. Wat hij niet wist, was dat de Ennetcom-server en een deel van de PGP-safe-server gekopieerd zouden worden en dat in de periode na het afleggen van de kluisverklaringen een zeer grote hoeveelheid PGP-berichten rondom de dealfeiten boven tafel zou komen en dat deze PGP-berichten ook bij de verificatie van zijn verklaringen konden worden betrokken. De rechtbank constateert dat juist deze PGP-berichten de verklaringen van [medeverdachte 1] op veel punten (vaak tot in de details) ondersteunen. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 1] tijdens de vele verhoren – bij de recherche, bij de rechter-commissaris en op zitting – consistent is blijven verklaren over de dealfeiten, zijn eigen rol en de rollen van anderen. De conclusie van de verdediging van [medeverdachte 7] dat [medeverdachte 1] een groot aantal evidente onwaarheden heeft verklaard onderschrijft de rechtbank derhalve niet. De rechtbank constateert dat deze beweerdelijke evidente onwaarheden voor zover het de dealfeiten betreft telkens (onderdelen van) verklaringen van [medeverdachte 1] betreffen die geen of weinig ondersteuning vinden in andere bewijsmiddelen. Dat maakt het echter geen onwaarheden. De omstandigheid dat een (deel van een) verklaring niet of niet geheel geverifieerd kan worden, maakt niet dat deze gefalsificeerd (en dus onwaar) is. Het kan uiteraard wel met zich brengen dat de bewijskracht van (dat deel van) die verklaring minder groot is.
De rechtbank beschouwt [medeverdachte 1] gezien het voorgaande als een betrouwbaar verklarende getuige, waar het gaat over strafbare feiten die aan hem en zijn medeverdachten in de zaak Marengo ten laste zijn gelegd. Uiteraard moet de rechtbank bij de beoordeling van de zaaksdossiers steeds onderzoeken of de voor het bewijs relevante onderdelen van de verklaringen van [medeverdachte 1] de betrouwbaarheidstoets kunnen doorstaan. Per zaaksdossier zal, voor zover de kroongetuige daarover voor de verdachten belastend heeft verklaard, nader worden ingegaan op de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 1] .
3.2.6
Prejudiciële vragen Hof van Justitie EU?
De rechtbank begrijpt uit de dupliek van de verdediging van [medeverdachte 16] dat voorwaardelijk is verzocht om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: Hof van Justitie EU) over – samengevat – de vraag of de beperkingen voor de verdediging om de financiële afspraken met de kroongetuige te kunnen controleren, onder meer tijdens de ondervraging van de kroongetuige, zich nog verdragen met een doeltreffend proces.
De rechtbank komt, gelet op de voorgaande beslissing, toe aan de beoordeling van dit verzoek. De rechtbank ziet in hetgeen de verdediging heeft aangevoerd geen grond voor het stellen van prejudiciële vragen. De rechtbank acht zich voldoende voorgelicht en wijst het verzoek daarom af.
3.3
PGP-bewijs
3.3.1
Inleiding
De verdediging heeft verweren gevoerd met betrekking tot de rechtmatigheid van de verkrijging en verwerking van PGP-berichten afkomstig uit de Ennetcom-data en de PGP-safe-data. De rechtbank zal hieronder eerst de feitelijke gang van zaken beschrijven en vervolgens de gevoerde verweren bespreken.
3.3.1.1 Algemene uitgangspunten
Uitgangspunt in ons recht is dat het privéleven en privé-gegevens een hoge mate van bescherming genieten.
Feiten
Op grond van onderstaande berichten van 17 april 2016 stelt de rechtbank vast dat [betrokkene 1] met een van de handvuurwapens op [slachtoffer 3] heeft geschoten.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
14:50
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Vraag eens aan boston hoe ze die man hebben gedaan? Wie heeft wat gedaan?? Hoe hebben ze m precies gepakt.
14:51
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Hij tekst het je nu
14:55
[betrokkene 1] met PGP van [medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
We zaten achterin. Toen hij na buiten kwam gewacht tot ie achter het stuur zat. Toen ben ik uitgestapt met kleintje na hem gerent eerst van voren toen van de zijkant en ben ik terug gegaan na fiets en toen zijn de problemen begonnen.
15:06
[betrokkene 11]
[medeverdachte 16]
Hij heeft m met die gtje gedaan. En die kalas heeft hij meegenomen en in sloot gedumpt.
Uit de voorgaande berichten blijkt dat [betrokkene 1] het PGP-toestel van [medeverdachte 3] gebruikt, nu ‘Boston’ zijn bijnaam betreft.
Op de parkeerplaats van de [straatnaam 1] worden acht hulzen, een kogelpunt en twee manteldelen aangetroffen. In de auto van het slachtoffer worden onder meer drie hulzen aangetroffen. Bij de sectie op het lichaam van [slachtoffer 3] worden drie kogelpunten aangetroffen en in zijn kleding wordt ook een kogelpunt aangetroffen.
In de door [betrokkene 1] en [betrokkene 2] gebruikte BMW M5 ligt in het middenconsole een pistool. In de houder van dit pistool zitten veertien scherpe patronen, in de kamer zit één scherpe patroon. Deels onder de passagiersstoel ligt ook een pistool. Zowel in de houder als in de kamer van dit pistool zit één scherpe patroon. Op de achterbank van de BMW worden in een sporttas twee houders van een vuurwapen, voorzien van enkele 9mm patronen, aangetroffen, een soortgelijk los patroon en een magazijnhouder van een automatisch vuurwapen voorzien van bijbehorende patronen en nog een soortgelijk los patroon.
De twee pistolen zijn van het merk Walther, model P99, kaliber 9mm. Uit vergelijkend onderzoek van het NFI volgt dat de hypothese dat de elf aangetroffen hulzen zijn verschoten met het pistool dat onder de passagiersstoel van de BMW is aangetroffen, minimaal zeer veel waarschijnlijker is dan de hypotheses dat de hulzen zijn verschoten met het pistool dat in de middenconsole is aangetroffen of een ander vuurwapen. Uit datzelfde onderzoek volgt dat de hypothese dat de zeven kogelpunten/manteldelen zijn afgevuurd uit de loop van het pistool dat onder de passagiersstoel van de BMW is aangetroffen, extreem veel waarschijnlijker is dan de hypothese dat de kogels zijn afgevuurd uit de loop van het pistool dat in de middenconsole is aangetroffen of uit een ander vuurwapen.
Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat [slachtoffer 3] is gedood door de kogels uit de Walther die (deels) onder de passagiersstoel is aangetroffen. Het feit dat er twee handvuurwapens van het merk Walther en twee losse patronen in de BMW M5 zijn aangetroffen, komt precies overeen met hetgeen [medeverdachte 14] op 12 april 2016 bij [medeverdachte 13] heeft opgehaald en op verzoek van [betrokkene 11] heeft afgegeven. Nog dezelfde middag, na de moord, vraagt [betrokkene 11] waar ‘die 2 andere ijzers, die walter’ zijn. De rechtbank concludeert dan ook dat de aangetroffen vuurwapens, waarvan er een is gebruikt, de Walthers betreffen die door [medeverdachte 13] zijn geleverd.
4.2.3.6 Sweepen auto’s
Op 15 april 2016 stuurt [verdachte] de volgende berichten.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
05:11
[verdachte]
[betrokkene 11]
FW: Depp [04/15/2016 @ 7:12 am]
Subject: Re:
Sir ff ben hier net
Ik heb sweaper ddoorgebrand met verkeerde autolader net
------Origineel bericht------
Van: Aapje 2
Onderwerp: <$RemoveOnDelivery,Confirm> 6589Q
Verzonden: 15 Apr 2016 06:59
Goedemorgen sir bent optijd om die gechipte neer te zetten
06:47
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Jaaa die apparaat is belangrijk en jij verneukt hem weer hoe kan je nou de verkeerde lader erin doen en ik heb hem via een gozer niet uit een winkel
07:20
[verdachte]
[medeverdachte 16]
Die debiel zegt dat die vanochtend verkeerde lader erin heeft gedaan en is doorgebrand en m5 staat nu binnen en Depp heeft om 8.15 gechipte a5 neergezet voor die jongens
De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 12] (‘Depp’) aan [verdachte] meldt dat hij de sweeper heeft doorgebrand. [verdachte] stuurt dat bericht door aan [betrokkene 11] en meldt het probleem even later ook bij [medeverdachte 16] .
Dictum
Dat geldt zowel in het Unierecht, waar dit is vastgelegd in de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest), als in het EVRM, waar het recht op privacy is vastgelegd in artikel 8, als ook in onze nationale wetten. De Nederlandse rechter toetst niet aan de grondwet, maar ook daarin zijn onder andere het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 10) en het briefgeheim (artikel 13) vastgelegd.
Deze rechten geven echter geen onbeperkte bescherming. Inperking is mogelijk, maar moet bij wet zijn voorzien en noodzakelijk, evenredig en proportioneel zijn. Dit is bepaald in artikel 52 Handvest en in artikel 8 lid 2 EVRM. Daarbij geldt dat hoe zwaarder de verdenking is (zeer ernstige misdrijven, georganiseerd verband), hoe groter de inbreuk in principe mag zijn.
3.3.1.2 Toetsingskader
Het feit dat de Ennetcom- en PGP-safe-data niet in het onderzoek Marengo zijn vergaard maar in andere onderzoeken (De Vink en Sassenheim), staat niet (zie hoofdstuk 3.1 Algemeen kader vormverzuimen) aan een toetsing van de verkrijging en verwerking in de weg. Toetsing kan aan de orde komen bij een onrechtmatige handeling jegens de verdachte begaan in een ander voorbereidend onderzoek indien het vormverzuim van bepalende invloed is geweest op het verloop van het opsporingsonderzoek naar en/of verdere vervolging van de verdachte ter zake van het ten laste gelegde feit.
De rechtbank constateert dat de Ennetcom- en PGP-safe-berichten – overigens ook volgens het Openbaar Ministerie zelf – in het onderzoek Marengo een prominente rol spelen in de bewijsconstructie. De rechtbank is daarom van oordeel dat eventuele vormverzuimen bij de verkrijging en de verwerking van de PGP-data binnen de onderzoeken De Vink en Sassenheim van bepalende invloed zijn geweest bij het opsporingsonderzoek en de vervolging van de verdachten binnen Marengo. Dit betekent niet dat de rechtbank de onderzoeken De Vink en Sassenheim ziet als voorbereidend onderzoek naar de verdachten in het onderzoek Marengo. Het betekent uitsluitend dat zij reden ziet de rechtmatigheid van de verkrijging en verwerking van de Ennetcom- en PGP-safe-data te toetsen, naar aanleiding van de door verdediging op dit punt gevoerde verweren.
3.3.2
Feitelijke gang van zaken
3.3.2.1 Ennetcom-data (onderzoek De Vink)
In het dossier bevindt zich een groot aantal e-mailberichten afkomstig van in Canada bij het Nederlandse bedrijf Ennetcom veiliggestelde data. Ennetcom leverde diensten op het gebied van versleutelde communicatie. Met BlackBerry-telefoons voorzien van specifieke software konden via een PGP (pretty good privacy)-protocol met daaraan gekoppelde e-mailadressen versleutelde tekstberichten en notities worden verzonden. De gebruikers van de telefoons en e-mailadressen konden op die manier anoniem communiceren. De encryptiesleutels waren opgeslagen op de BlackBerry Enterprise-Servers (hierna: BES-servers) van Ennetcom. Deze servers bevonden zich in Toronto, Canada.
Na een rechtshulpverzoek van Nederland aan de Canadese autoriteiten zijn op 19 april 2016 de gegevens op de servers die door Ennetcom werden gebruikt veiliggesteld. Het rechtshulpverzoek zag op vier destijds lopende strafrechtelijke onderzoeken (Koper, Rooibos, Rendlia en De Vink). Het onderzoek Marengo maakte hier dus geen deel van uit.
Op 13 september 2016 besliste het Superior Court of Justice in Canada dat de bij Ennetcom veilig gestelde data (hierna: de Ennetcom-data) aan Nederland mochten worden verstrekt. De Canadese rechter verbond hieraan de voorwaarden dat de Ennetcom-data alleen mogen worden gebruikt voor onderzoek en vervolging van strafbare feiten als deelneming aan een criminele organisatie, moord, doodslag, witwassen, brand/ontploffing, alsmede pogingen en voorbereidingshandelingen daartoe, die direct verband hielden met de eerder genoemde onderzoeken Koper, Rooibos, Rendlia en De Vink, tenzij hiervoor van tevoren een gerechtelijke machtiging door het Koninkrijk der Nederlanden was afgegeven.
Op 12 januari 2018 hebben de zaaksofficieren van justitie van de onderzoeken Tandem I en II een machtiging gevraagd aan de rechter-commissaris om Ennetcom-gegevens uit Tandem I en II te verstrekken aan en te laten gebruiken door het onderzoeksteam Marengo. In de toelichting op die vordering staat onder andere dat in de datasets in de zaken Tandem I en II gegevens zijn aangetroffen die voor de onderzoeken Tandem I en II niet van betekenis zijn, maar wel voor het onderzoek Marengo en dat tot de verdachten in dat onderzoek [medeverdachte 16] , [medeverdachte 1] , [betrokkene 10] , [betrokkene 11] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] behoren. Bij beslissing van 23 februari 2018heeft de rechter-commissaris het Openbaar Ministerie gemachtigd om de verzochte gegevens beschikbaar te stellen aan het onderzoeksteam Marengo. De informatie heeft geleid tot zestien e-mailadressen die te linken zouden zijn aan [medeverdachte 16] en/of zijn familieleden en aan een aantal liquidaties dan wel pogingen daartoe in de periode 2016/2017 (in het bijzonder de moord op [slachtoffer 3] (hierna: [slachtoffer 3] ) op 17 april 2016, de voorbereiding van moord op [betrokkene 6] (hierna: [betrokkene 6] ), de moord op [slachtoffer 5] op 8 december 2016, de moord op [slachtoffer 6] op 12 januari 2017, de moord op [slachtoffer 1] op 22 juni 2016, de moord op [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) op 9 september 2015 en de poging tot moord op [betrokkene 7] op 11 oktober 2016).
Toen het onderzoeksteam Marengo toegang wilde tot de Ennetcom-data heeft het Openbaar Ministerie aan de rechter-commissaris daartoe op 7 maart 2018, aangevuld op 21 maart 2018, om toestemming verzocht. Voor de inhoudelijke toetsing van deze vordering heeft de rechter-commissaris in lijn met eerdere beslissingen op vergelijkbare vorderingen aansluiting gezocht bij artikel 126ng Sv.
De rechter-commissaris heeft op 22 maart 2018 geoordeeld dat in het onderzoek Marengo aan deze voorwaarden is voldaan en bepaald dat onderzoek wordt verricht aan en in de gegevens die zich op de servers van Ennetcom bevonden, dat dit onderzoek op de voet van het bepaalde in artikel 177 Sv via de officier van justitie wordt opgedragen aan het onderzoeksteam Marengo. De rechter-commissaris heeft verder bepaald dat dit onderzoek is beperkt tot de 26 e-mailadressen en de mogelijk vastgelegde contacten daarvan, zoals opgesomd in de vordering van de officier van justitie van 21 maart 2018 en voorts dat dit onderzoek wordt verricht aan de hand van het bij de vordering van 21 maart 2018 gevoegde plan van aanpak, waarbij door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) een dataset wordt samengesteld uit de Ennetcom-data. In de beslissing wordt bepaald dat alleen de gegevens in die dataset mogen worden onderzocht en dat voor zover relevante gegevens worden aangetroffen, deze bevindingen aan de processtukken in het onderzoek Marengo worden toegevoegd. Op aanvullende vorderingen van het Openbaar Ministerie heeft de rechter-commissaris overeenkomstig beslist op 25 april 2018 en 10 september 2019. In het onderzoek De Vink heeft een controle op de aanwezigheid van mogelijke geheimhouders plaatsgevonden in de verkregen data van de servers van Ennetcom.
3.3.2.2 PGP-safe-data (onderzoek Sassenheim)
In het dossier bevindt zich ook een groot aantal berichten dat afkomstig is van in Costa Rica bij het bedrijf Rack Lodge S.A. veiliggestelde data. Het veiligstellen van die data heeft plaatsgevonden in het onderzoek Sassenheim.
Feiten
In de middag van 15 april 2016 stuurt [verdachte] de volgende berichten, waaruit volgt dat hij via [medeverdachte 16] een ander sweepapparaat leent bij [medeverdachte 5] , dat hij door [betrokkene 19] (hierna: [betrokkene 19] ) bij [medeverdachte 12] laat brengen.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
13:05
[verdachte]
[medeverdachte 16]
Salaam sir kunt u dan vragen of we die sweep apparaat weer mogen lenen
13:52
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ja sir ik snap ook echt niet waarom je hem niet thuis in de lader heb gedaan zoiets vergeet je toch niet en ik ga die sweep van eerst weer lenen Oké dan laat ik hem straks aan jou afgeven
14:37
[verdachte]
[medeverdachte 16]
Szz reageert niet sir en nog iemand anders ook niet is er storing??
17:43:57
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Waar ben je ik heb zo die apparaat voor je
17:43:58
[verdachte]
[betrokkene 19]
Kan je sweep apparaat aanpakken ik Denk bij visboer maar bevestig je zo
18:05
[verdachte]
[betrokkene 19]
kmqt639k@pgpsafe.net mail hem en zeg dat ik hem niet kan bereiken storing ofzo om die sweep aan te pakken
Op 16 april 2016 worden de volgende berichten uitgewisseld.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
10:40
[betrokkene 11]
[verdachte]
Sir kunnnen ze sweap apparaat krijgen.
10:54
[verdachte]
[betrokkene 11]
Ik ga vragen sir
10:55
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ben je alweer in de buurt jongens hebben die sweaper nodig?
10:59
[verdachte]
[betrokkene 11]
Over een half uurtje ongeveer is die terug dan laat ik hem aanpakken door rijder en die geeft hem da af
12:52
[medeverdachte 12]
[verdachte]
Afgegeven sir hij is onderweg
13:11
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Jo bro k heb hem. Al
14:39
[betrokkene 11]
[verdachte]
Ze hebben m gesweapt waneer moet sweap weer terug.
14:42
[verdachte]
[betrokkene 19]
Kan je die apparaat Weer aanpakken dezelfde adress over hoelang kunt u daar zijn?
14:59:12
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Oke bro thx. Was t gelukt met sweapen. auto is schoon.
14:59:40
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Ja bro
Op grond van deze berichten stelt de rechtbank vast dat (ook) [medeverdachte 3] gebruik heeft gemaakt van het sweepapparaat om een auto te sweepen, en dat [verdachte] heeft geregeld dat het apparaat van [medeverdachte 12] bij [medeverdachte 3] terechtkomt en daarna weer wordt opgehaald.
Dictum
Dit onderzoek zag, kort gezegd, op de faciliterende rol van de aanbieders van PGP-safe. Deze aanbieders werden verdacht van betrokkenheid bij de verkoop van producten en diensten op het gebied van versleutelde communicatie (PGP encrypted BlackBerry’s) aan criminelen. Om onderzoek naar de data van PGP-safe te kunnen doen is op 4 april 2017 (aangevuld op 24 april 2017) een rechtshulpverzoek aan de autoriteiten in Costa Rica verzonden met onder andere het verzoek onderzoekshandelingen te verrichten aan de infrastructuur, waaronder data aanwezig op de (BES-)server(s), van de leverancier van PGP-diensten en -producten.
Op 9, 10 en 11 mei 2017 is in Costa Rica uitvoering gegeven aan dit rechtshulpverzoek, waarbij onder andere data zijn veiliggesteld die werden aangetroffen op de (BES-)server(s) van PGP-safe. De BES-infrastructuur bevond zich in twee serverkasten waarvan er één sinds 2012 en één sinds 2016 aan PGP-safe was verhuurd. Het onderzoek is beperkt tot de serverkast die was verhuurd sinds 2012. Toen de Costa Ricaanse autoriteiten de doorzoeking beëindigden waren nog niet alle bestanden gekopieerd. De in Costa Rica aangetroffen data en overige goederen zijn vervolgens overgedragen aan het onderzoeksteam Sassenheim. De voorwaarde van een rechterlijke toets voor gebruik van de PGP-safe-data in andere onderzoeken, zoals in de beslissing van de Canadese rechter bij de Ennetcom-data, is door de Costa Ricaanse rechter niet gesteld voor de Sassenheim-data.
In het proces-verbaal onderzoeksbevindingen van 21 december 2017 staat dat in het onderzoek Sassenheim met betrekking tot het PGP-adres ezfk116w@pgpsafe.net relevante berichten zijn aangetroffen met betrekking tot de moord op [slachtoffer 6] op 12 januari 2017 en de poging moord op [betrokkene 9] op 14 januari 2017, waarvan de zaaksofficier van justitie in Sassenheim toestemming heeft gegeven deze te delen. Uit het proces-verbaal van 24 januari 2018 blijkt dat vervolgens door de zaaksofficier van justitie van het onderzoek Sassenheim ook toestemming is gegeven om de zogenoemde metadata van genoemd PGP-adres te delen met het onderzoek Marengo.Vanuit het onderzoek Sassenheim is op 12 februari 2018 aan het onderzoek Marengo een aantal e-mailadressen verstrekt. Op 13 maart 2018 heeft het onderzoeksteam Marengo vanuit het onderzoek Sassenheim e-mailberichten ontvangen van 44 e-mailadressen. Het betrof hier de eerste kring van contacten van de op 12 februari 2018 aan het onderzoek Marengo verstrekte e-mailadressen. Later zijn daar nog e-mailadressen aan toegevoegd.In het onderzoek Sassenheim heeft ook een controle op de aanwezigheid van mogelijke geheimhouders plaatsgevonden in de verkregen data van de servers van PGP-safe.
3.3.2.3 Hansken/Marengo-dataset
Het NFI heeft een zoekmachine, genaamd Hansken, ontwikkeld om grote hoeveelheden data te onderzoeken. Bij het onderzoek aan de Ennetcom-data is gebruik gemaakt van Hansken. De Ennetcom-data zijn in de periode van 13 oktober 2016 tot 12 juli 2017 in Hansken ingevoerd.Op 29 maart 2018 is binnen Hansken een subset gemaakt onder de projectnaam Canadata_26Marengo_PC, die na een nieuwe versie van Hansken is uitgebreid in april 2019.
Ook bij het onderzoek aan de Sassenheim-data is gebruik gemaakt van Hansken. Uit dit onderzoek zijn data verstrekt aan het onderzoek Marengo. Daartoe is op 4 januari 2018 binnen Hansken een zogenoemde subset gemaakt onder de projectnaam Sassenheim_Marengo_PC. Die subset is laatstelijk uitgebreid op 27 augustus 2018.
Aldus is op basis van de (aangevulde) plannen van aanpak met behulp van Hansken gezocht in de Ennetcom-data en is op basis daarvan het Ennetcom-gedeelte van de Marengo-dataset samengesteld. Daarnaast is Sassenheim-data binnen Hansken in een subset ter beschikking gesteld aan Marengo. Tezamen vormen deze sets de Marengo-dataset (hierna: de Marengo-dataset).
3.3.2.4 Controle geheimhouders Marengo-dataset
Op 30 januari 2020 heeft de rechercheofficier van justitie van het Landelijk Parket, die sinds 1 januari 2020 optrad als geheimhoudersofficier van justitie met betrekking tot de Marengo-dataset, het deel van de Marengo-dataset afkomstig van Ennetcom gecontroleerd op de aanwezigheid van mogelijke geheimhouderscommunicatie. Daarbij zijn 77 dataregels voorlopig als geheimhoudersbericht aangemerkt. Op 17 februari 2020 heeft deze geheimhoudersofficier van justitie het deel van de Marengo-dataset afkomstig van PGP-safe gecontroleerd op geheimhouderscommunicatie. Daarbij zijn geen geheimhoudersberichten aangetroffen. Op 26 juni 2020 heeft de geheimhoudersofficier van justitie nader onderzoek gedaan aan de genoemde 77 geïdentificeerde dataregels op basis waarvan ten aanzien van een zestal dataregels is geconcludeerd dat hier geen sprake was van een geheimhoudersbericht. Er zijn 71 dataregels definitief als geheimhoudersbericht aangemerkt.
Op 22 september 2020 heeft de geheimhoudersofficier van justitie opdracht gegeven deze 71 dataregels in de De Vink-dataset en de Marengo-dataset definitief ontoegankelijk te maken. Deze opdracht is op 13 oktober 2020 uitgevoerd. De 71 dataregels zijn blijkens het proces-verbaal 36 unieke berichten.
3.3.3
Gevoerde verweren
3.3.3.1 Verwerving
Er is met betrekking tot de verwerving van de PGP-data in de onderzoeken De Vink en Sassenheim – samengevat – het volgende aangevoerd. De verdediging heeft sterke aanwijzingen dat het hoofddoel van de rechtshulpverzoeken was om de inhoud van alle berichten te verkrijgen. Er is gehandeld in strijd met fundamentele rechtsbeginselen zoals het verbod op détournement de pouvoir, het proportionaliteitsbeginsel, zorgvuldige verslaglegging en de belangen van geheimhouders. Het Openbaar Ministerie heeft ten onrechte artikel 125i Sv aan de rechtshulpverzoeken – en daarmee aan de verkrijging van de PGP-data – ten grondslag gelegd. Artikel 125la Sv, met daarbij een machtiging van de rechter-commissaris, had als basis moeten dienen en bij de uitvoering is niet voldaan aan de beperkende voorwaarden van 125la Sv, gericht op het voorkomen van kennisname van ongerichte bulkdata in het strafrecht. Kennisname van vertrouwelijke communicatie is een doorkruising van grondrechten die gestoeld moet zijn op een bij wet voorzienbare procedure die waarborgt dat de inmenging gericht is en een bepaald karakter heeft met een voorafgaande onafhankelijke rechterlijke toetsing. Daarmee geldt dat bij de verkrijging van de data zonder rechterlijke toetsing vooraf is gehandeld in strijd met het Unierecht en niet aan de materiële eisen uit de Europese jurisprudentie is voldaan. Op basis van deze jurisprudentie is verkrijging van algemene en ongedifferentieerde toegang tot communicatie van tienduizenden Ennetcom- en PGP-safe gebruikers over een min of meer ongelimiteerde tijdsspanne nimmer gerechtvaardigd. De stellingen dat niet geconcludeerd kan worden dat het Openbaar Ministerie zich niet aan de beperkende voorwaarden van artikel 125la Sv heeft gehouden en dat witwassen een ruime grondslag biedt om te achterhalen of de PGP-telefoons voor criminele doeleinden werden ingezet, zijn niet houdbaar. Daarnaast zijn de Canadese en Costa Ricaanse autoriteiten misleid over de aan de rechtshulpverzoeken ten grondslag liggende bevoegdheid en op grond van het vertrouwensbeginsel hebben zij geen effectieve rechterlijke controle kunnen uitoefenen. Ook is de verdenking in het rechtshulpverzoek aan Costa Rica ten onrechte verzwaard met terrorisme. Bovendien is het niet aannemelijk dat de Canadese en Costa Ricaanse rechter zoveel willekeurige berichten van willekeurige PGP-gebruikers hebben willen verstrekken, aldus de verdediging.
Feiten
4.2.3.7 Spotten
In de avond van 16 april 2016 worden de volgende berichten uitgewisseld.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
20:52
[betrokkene 11]
[medeverdachte 16]
Die man gaat wel na buiten als licht is heledag door. In en uit bij zijn huis maar zodra t na 20h is zien m niet meer deur uitgaan. Hij is al 3x na utr geweest keiland. 2x gein, en 2x in ijssel zelf na de supermarkt en winkelcentrum. Ze staan nog steeds klaar daar in ijssel om m te doen zodra die na buiten komt, anders gaan ze om 6uur ochtend weer daar staan want op zondag brengt ie zijn kids na zijn ouders samen met zijn vrouw die ie daar af en rijd dan terug na huis alleen. Maar vanavond ghir. Inshallah brot.
21:43
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Bro we zijn daar hij s daar nog steeds
21:45
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Oke sir blijf effe 15 a 20min staan.
21:46
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Oke bro
21:47
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Thx bro. Wil gewoon zeker voor onzekere dat ie niet meer na buiten gaat.
21:48
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Ja tuurlijk bro
22:02
[betrokkene 11]
[medeverdachte 16]
En t heeft niks met head zijn te maken Die man moet gewoon 1stap buiten zetten brot, dat gaan ze zelf wel merken.
Uit deze berichten volgt naar het oordeel van de rechtbank dat een aantal personen, waaronder in ieder geval [medeverdachte 3] , zich in IJsselstein bevindt om de bewegingen van [slachtoffer 3] in de gaten te houden, met als doel om hem te kunnen doodschieten als de kans zich voordoet. Dat met ‘die man’ [slachtoffer 3] wordt bedoeld, volgt uit hierna opgenomen berichten van 17 april 2016 en uit het feit dat [slachtoffer 3] de volgende ochtend daadwerkelijk wordt doodgeschoten nadat hij zijn woning in IJsselstein heeft verlaten.
Op 17 april 2016 worden de volgende berichten verstuurd.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
01:16:03
[betrokkene 11]
[betrokkene 18] , [medeverdachte 3]
Top bro thx.
Dictum
3.3.3.2 Verwerking
Met betrekking tot de verwerking van de PGP-data heeft de verdediging daarnaast het volgende – samengevat – aangevoerd. Het betreft bulkdata die ongericht en zonder aanzien des persoons is verzameld, en die volledig is doorzocht en is verspreid over andere strafzaken. Gegevens mogen op grond van het Unierecht alleen door de politie worden verwerkt als zij rechtmatig zijn verkregen en er sprake is van doelbinding en minimale gegevensverwerking. Regels omtrent verwerking moeten duidelijk en nauwkeurig zijn en voorspelbaar voor degenen op wie deze van toepassing zijn. Daarvan is geen sprake. In de onderzoeken De Vink en Sassenheim zijn de berichten zo ruim mogelijk ontsleuteld, terwijl de communicatie in die onderzoeken kennelijk van ondergeschikt belang was. Dit is een verregaande niet-proportionele inbreuk op de privacy van de gebruikers en artikel 94 Sv vormt daarvoor geen toereikende wettelijke grondslag. Er is vervolgens een systeem opgetuigd waarbij het Openbaar Ministerie beschikt over ongedifferentieerde privacygevoelige informatie en deze met een machtiging van de rechter-commissaris doorverstrekt aan andere onderzoeken zoals Marengo en deze verwerking is in strijd met het Unierecht en het EVRM. Ten aanzien van de PGP-safe-data heeft bij de doorverstrekking geen enkele rechterlijke controle plaatsgevonden en de procedure via de rechter-commissaris die voor de Ennetcom-data is verzonnen is geen effectief rechterlijk toezicht aan de hand van voorziene en duidelijke regels. De verkrijging in Marengo kent als tussenschakel de verkrijging in Tandem II en bij de verkrijging in die zaak hebben eveneens ernstige verzuimen plaatsgevonden.
Voor wat betreft de verwerking heeft de verdediging verweren gevoerd die ingaan op de tactische en technische verwerking van het bronmateriaal via Hansken. Bovendien zijn volgens de verdediging bij de verkrijging en verwerking van de PGP-data geheimhoudersbelangen geschonden.
3.3.4
Oordeel van de rechtbank
3.3.4.1 Toepasselijkheid Unierecht bij de verwerving
De stelling van de verdediging dat de wijze waarop de Nederlandse opsporingsdiensten aan de Ennetcom- en PGP-safe-data zijn gekomen strijdig is met het Unierecht in het licht van Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie, hierna: Richtlijn 2002/58/EG) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie die daarop betrekking heeft, is onjuist. Deze kwestie is voor wat betreft de Ennetcom-data al aan de orde gekomen in het arrest van de Hoge Raad van 28 juni 2022. Ook in het arrest van 13 juni 2023 waarin de Hoge Raad prejudiciële vragen van de rechtbanken Noord-Nederland en Overijssel beantwoordt, wordt hier aandacht aan besteed. Genoemde richtlijn is alleen van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens in verband met de levering van openbare elektronische-communicatiediensten over openbare communicatienetwerken in de Gemeenschap, met inbegrip van openbare communicatienetwerken die systemen voor gegevensverzameling en identificatie ondersteunen (artikel 3 Richtlijn 2002/58/EG). In de onderzoeken De Vink en Sassenheim zijn geen onderzoeksresultaten verkregen op grond van aan Ennetcom en PGP-safe opgelegde verwerkingsverplichtingen. Het gaat in die zaken om de uitoefening door strafvorderlijke autoriteiten van bevoegdheden waarmee het veiliggestelde berichtenverkeer is verkregen. Bovendien geldt dat Ennetcom en PGP-safe een versleutelde berichtendienst aanboden, waarbij de gebruikers van die diensten in beginsel geen persoonsgegevens kenbaar hoefden te maken en waarbij men alleen met elkaar kon communiceren als men beschikte over een PGP-e-mailadres. Bij de PGP-telefoons die werkten op basis van de zogenoemde S/MIME encryptiestandaard van Ennetcom komt daar nog bij dat sprake was van een gesloten circuit, alleen PGP-telefoons die op basis van deze standaard werkten konden met elkaar communiceren. Er was dan ook geen sprake van verwerking van persoonsgegevens door Ennetcom en PGP-safe. Om die redenen is Richtlijn 2002/58/EG hier niet van belang. Evenmin is er bij de beheerders van de servers sprake van een verwerkingshandeling die valt onder EU-verordening 2016/679 of diens voorganger Richtlijn 95/46/EG.
3.3.4.2 Grondslag van de verkrijging van de data
Uitgangspunt voor de rechtbank is dat de doorzoekingen in serverruimtes in respectievelijk Canada en Costa Rica hebben te gelden als doorzoekingen bij Ennetcom en PGP-safe. Het kopiëren van een server in het kader van een doorzoeking is – anders dan de verdediging stelt – niet gelijk te stellen met bulkinterceptie. Het gaat immers niet om het onderscheppen van communicatie. De door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) vastgestelde kaders voor bulkinterceptie zijn daarom niet zonder meer toepasbaar op de doorzoekingen bij Ennetcom en PGP-safe. De stelling van de verdediging dat het hoofddoel van deze doorzoekingen was om de inhoud van alle berichten die op de servers aanwezig waren te verkrijgen – en dat er daarmee sprake is van overtreding van het verbod op détournement de pouvoir – heeft zij niet met concrete feiten en omstandigheden onderbouwd en kan de rechtbank ook niet afleiden uit het strafdossier. Dit verweer wordt daarom verworpen. Dit geldt ook voor het verweer dat de in de rechtshulpverzoeken verzochte doorzoekingen in strijd waren met het beginsel van proportionaliteit: ook daarvoor bestaan onvoldoende aanwijzingen.
Bij de beoordeling van de vraag of het Openbaar Ministerie de rechtshulpverzoeken waarin om deze doorzoekingen werd gevraagd (mede) had moeten baseren op artikel 125la Sv dient als eerste de vraag beantwoord te worden of aanbieders van diensten als Ennetcom en PGP-safe beschouwd moeten worden als “aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst” als bedoeld in dat artikel. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. De rechtbank Rotterdam bespreekt in haar vonnissen van 21 september 2021 tegen Ennetcom en haar middellijk bestuurder uitgebreid de wetsgeschiedenis dienaangaande. Kern is dat er aan de hand van die wetsgeschiedenis alle reden is om aan te nemen dat het begrip “aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst” in artikel 125la Sv verouderd is, omdat het verwijst naar de oude aanduiding van voor de Wet Computercriminaliteit II. Blijkens de Memorie van Toelichting bij het nog in te voeren artikel 2.7.42 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv (nieuw)), gaat ook de wetgever ervan uit dat destijds over het hoofd is gezien om artikel 125la Sv aan de nieuwe omschrijving aan te passen. De rechtbank houdt het er daarom voor dat het begrip “aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst” in artikel 125la Sv dient te worden uitgelegd aan de hand van het begrip “aanbieder van een communicatiedienst” zoals thans verwoord in artikel 138g Sv. Een andere uitleg zou een merkwaardige, onbedoelde en met artikel 8 EVRM strijdige lacune doen ontstaan voor wat betreft de vertrouwelijkheid van elektronisch berichtenverkeer, waar gebruikers van dergelijk berichtenverkeer – destijds nog analoog aan het briefgeheim – in beginsel van uit mochten gaan. Inmiddels is de tekst van artikel 13 Grondwet, waarin de grondwettelijke bescherming van het briefgeheim is verwoord, overigens zodanig aangepast dat deze ook ziet op elektronische communicatie.
Feiten
Hoelaat gaan jullie voor die huis van die hond staan?
01:16:06
[betrokkene 2]
[betrokkene 11]
Yes sir top
01:16:55
[betrokkene 2]
[betrokkene 11]
Ik ga nu osso en 6 uur ben ik daar sir
01:17:03
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
6uur broer staan we daar
01:17:25
[betrokkene 18]
[betrokkene 11]
Om 6 uur broer
Uit deze berichten volgt dat [medeverdachte 3] , [betrokkene 18] en [betrokkene 2] van plan zijn om om 06:00 uur klaar te gaan staan voor het huis van [slachtoffer 3] .
Dat [medeverdachte 3] , [betrokkene 18] en [betrokkene 2] in de vroege ochtend inderdaad klaarstaan, blijkt uit onderstaande berichten van 17 april 2016.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
04:15
[betrokkene 2]
[betrokkene 11]
Sir we staan paraat
04:16
[betrokkene 18]
[medeverdachte 3]
Jqa
04:18
[medeverdachte 3]
[betrokkene 18]
Die andere tekste dat we er staan?
04:19
[betrokkene 18]
[medeverdachte 3]
Ja
04:20
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Yo bro we zijn op ons plek
Enkele uren later wordt de moord op [slachtoffer 3] gepleegd, uitgevoerd door [betrokkene 1] en [betrokkene 2] . De rechtbank neemt daarom aan dat [betrokkene 2] met ‘we staan paraat’ op zichzelf en [betrokkene 1] doelt.
Uit het dossier blijkt dat het in de gaten houden van de bewegingen van een beoogd slachtoffer ook wel spotten wordt genoemd. Dat er door [medeverdachte 3] en [betrokkene 18] is gespot, blijkt ook uit de volgende berichten tussen [medeverdachte 3] en [betrokkene 11] , in de nacht van 17 april 2016.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
01:22
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Laten we hopen, pat zei zelfs als jullie m op klaarlichte dag doen worden jullie allemaal goed beloond, en geen paniek of stress zei die. Kalm en stylvol. Ook t spot werk.
01:23
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Aaahh thanks bro wollah
01:27
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Niks te danken bro jullie verdienen het, jullie laten meer zien dan welke andere jongens van mij ooit hebben gedaan. Jullie hebben ballen en weten wat jullie doen en jullie zijn goed op mekaar afgestemd. Daar hou ik wel van dat is pas werken. En jullie zeggen nergens nee tegen. En jullie gebruiken jullie hersens tenminste. Pat is tevreden met jullie sir, daarom verdienen jullie ook meer dat is hoe t is nu. Shokran, en rambo doet z’n best sir ben ik tevreden over. Jullie zijn 1 fucking goeie groep bro. Wees daar trots op! Jullie gaan nog ver komen als jullie zo doorgaan.
Net als in de avond van 16 april 2016 heeft [medeverdachte 3] in de ochtend van 17 april 2016 via PGP contact met [betrokkene 11] . Hij heeft ook contact met [betrokkene 2] , wiens bijnaam ‘law’ is.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
07:53
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Ok sir top. Was ko.
Dictum
Het briefgeheim wordt daarom nu brief- en telecommunicatiegeheim genoemd.
Het bovenstaande betekent echter niet dat daarmee artikel 125i Sv geheel uit beeld verdwijnt. Juist in het bijzondere geval dat de aanbieder van een communicatiedienst tevens verdachte is – zoals het geval is bij Ennetcom en PGP-safe – kunnen de opsporingsdiensten in het kader van een doorzoeking gegevens die in een bij die verdachte aanwezige gegevensdrager zijn opgeslagen, vastleggen op de voet van artikel 125i Sv. Artikel 125la Sv komt als lex specialis van artikel 125i Sv in beginsel pas in beeld als er communicatie tussen derden op deze gegevensdrager wordt aangetroffen en de officier van justitie daar kennis van wil nemen. Uit het rechtshulpverzoek inzake Ennetcom komt naar voren dat de politie ter voorbereiding van het rechtshulpverzoek in een testomgeving de BES-infrastructuur heeft nagebouwd. Op basis daarvan verwachtten de opsporingsdiensten dat er mede versleutelde communicatie tussen gebruikers van de dienst op de server zou staan en dat deze wellicht ook te ontsleutelen was. Daarnaast blijkt dat het zoveel mogelijk kennisnemen van die communicatie, in het licht van de witwasverdenking en de daaraan gekoppelde premisse dat de gebruikers overwegend criminelen waren die met elkaar communiceerden over criminele zaken, een doel was van de hele operatie. Ook uit het rechtshulpverzoek inzake PGP-safe blijkt dat de opsporingsdiensten, op basis van de ervaringen die dan al zijn opgedaan met Ennetcom, verwachtten PGP-communicatie tussen gebruikers van de dienst aan te treffen en te kunnen ontsleutelen. De stelling van de verdediging dat het hoofddoel van de rechtshulpverzoeken was om de hand te leggen op alle communicatie is niet onderbouwd en acht de rechtbank, zoals hiervoor al is geoordeeld, ook niet aannemelijk. Het gegeven dat wel verwacht kon worden inhoudelijke communicatie aan te treffen maakt echter dat het Openbaar Ministerie naar het oordeel van de rechtbank artikel 125la Sv mede aan de beide rechtshulpverzoeken ten grondslag had moeten leggen en dat deze dus vergezeld hadden moeten gaan van een machtiging van de rechter-commissaris.
Het ontbreken van de voorafgaande machtiging door de rechter-commissaris levert een onherstelbaar vormverzuim op. Dit vormverzuim heeft zich weliswaar niet in het voorbereidend onderzoek jegens de verdachten in Marengo voorgedaan, maar zoals hiervoor overwogen zal wel moeten worden beoordeeld of dit vormverzuim tot consequenties moet leiden in deze strafzaak. Bij die beoordeling houdt de rechtbank rekening met het belang dat het voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt.
De rechtbank acht niet aannemelijk dat het Openbaar Ministerie artikel 125la Sv bewust buiten toepassing heeft gelaten met als doel om (eventuele restricties van) een rechterlijke machtiging te omzeilen. Evenmin is gebleken dat het Openbaar Ministerie de Canadese en Costa Ricaanse rechter op dit punt doelbewust heeft misleid. De verdediging stelt dat de mededeling in het rechtshulpverzoek dat uit het centrale bedrijfsprocessen systeem naar voren komt dat PGP-safe toestellen voorkomen in onderzoeken met betrekking tot (onder meer) terrorisme als een verzwaring van de verdenking moet worden beschouwd en diende om de Costa Ricaanse autoriteiten te misleiden, maar die stelling kan de rechtbank niet volgen. Deze passage leest de rechtbank als een illustratie van het soort feiten dat met behulp van encrypte communicatie wordt voorbereid en gepleegd.
De rechtbank gaat ervan uit dat, als de officier van justitie in Nederland om een machtiging had verzocht, de rechter-commissaris deze had afgegeven, gezien de ernst van de verdenkingen en hetgeen bekend was over Ennetcom en PGP-safe, namelijk dat de diensten van deze aanbieders (bij uitstek) werden gebruikt om communicatie over ernstige strafbare feiten geheim te kunnen houden, zoals ook uitvoerig uiteen is gezet in de rechtshulpverzoeken. Het belang dat het geschonden voorschrift dient, te weten rechterlijk toezicht op het verkrijgen van gevoelige gegevens, is groot, maar nakoming van het voorschrift zou in dit geval voor deze zaak geen andere uitkomst hebben gehad. Kennisname van de communicatie van de gebruikers van de diensten van verdachten was immers van evident belang in het licht van de tegen hen – Ennetcom en PGP-safe – bestaande verdenking. De omstandigheid dat bij het kopiëren van de servers een – gezien het retentiebeleid van Ennetcom en PGP-safe – onverwacht grote hoeveelheid versleutelde berichten van gebruikers zijn vastgelegd, maakt dit niet anders.
Het nadeel dat door het vormverzuim zou zijn geleden, kan volgens vaste jurisprudentie niet gelegen zijn in de ontdekking van een strafbaar feit. In het onderhavige geval kan hoogstens in algemene zin worden gezegd dat bij het kopiëren van een dergelijke grote hoeveelheid versleutelde communicatie altijd in enige mate sprake is van privacyschending. De verdachten in Marengo betwisten overigens voor het overgrote deel dat zij degenen zijn die aan de veiliggestelde en overgedragen communicatie hebben deelgenomen. De rechtbank concludeert dat met constatering van het vormverzuim kan worden volstaan.
3.3.4.3 Verwerking van de PGP-data in de onderzoeken Ennetcom en PGP-safe
De opsporingsdiensten hebben gelet op het voorgaande de datasets met een zeer grote hoeveelheid vertrouwelijke communicatie rechtmatig verkregen door de servers van Ennetcom en PGP-safe te kopiëren. Een wettelijke regeling voor de toegang tot en het beheer van dergelijke datasets kent het Nederlandse strafvorderlijke stelsel nog niet. De datasets zijn immers niet in het beheer van de opsporingsdiensten gekomen door de inbeslagname van een gegevensdrager of door vordering van deze gegevens overeenkomstig artikel 126ng Sv. In de Smartphone-arresten van de Hoge Raad van 4 april 2017 is bepaald dat een opsporingsambtenaar een onderzoek aan deze gegevensdrager kan verrichten indien de met dat onderzoek samenhangende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer als beperkt kan worden beschouwd. Indien bij het onderzoek sprake is van een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene is onderzoek door de officier van justitie of zelfs de rechter-commissaris aangewezen. Daarbij valt – in het licht van artikel 8 EVRM – aan onderzoek door de rechter-commissaris in het bijzonder te denken in gevallen waarin op voorhand is te voorzien dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer zeer ingrijpend zal zijn, aldus de Hoge Raad.
Uitgangspunt in deze arresten is het algemene kader voor inbeslagneming van voorwerpen en de daaraan gekoppelde bevoegdheid tot het verrichten van onderzoek aan die voorwerpen. Deze bevoegdheden kunnen op grond van de artikelen 95 en 96 Sv ook worden uitgeoefend door de op grond van artikel 148 Sv met het gezag over de opsporing belaste officier van justitie, nu deze blijkens artikel 141 aanhef en onder a, Sv met opsporing is belast. Voorts kunnen die bevoegdheden op grond van artikel 104 Sv worden uitgeoefend door de rechter-commissaris. De hier genoemde wettelijke bepalingen bieden tevens de grondslag voor het verrichten van onderzoek aan inbeslaggenomen voorwerpen door de officier van justitie respectievelijk de rechter-commissaris, indien de inbeslagneming is geschied door een opsporingsambtenaar. Deze wettelijke bepalingen vormen ook een voldoende grondslag voor onderzoek aan inbeslaggenomen voorwerpen als elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken dat een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer meebrengt. Naar het oordeel van de rechtbank dient dat ook te gelden voor dergelijk onderzoek aan van elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken veiliggestelde gegevens, die op basis van een rechtshulpverzoek door een buitenlandse autoriteit zijn overgedragen.
Feiten
Laat me maar weten als die weggaat.
07:54
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Oke koomt goed
07:57
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Heb je contact met law?
07:58
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Ja ook
Uit deze berichten, in samenhang met de hiervoor opgenomen berichten van 16 april 2016, leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 3] het aan [betrokkene 11] moet doorgeven als [slachtoffer 3] zijn woning verlaat. Dat het plan is om [slachtoffer 3] op dat moment dood te schieten, volgt ook uit de volgende berichten van 17 april 2016 tussen [medeverdachte 3] en [betrokkene 11] . Daaruit volgt dat [medeverdachte 3] zich op een plaats heeft opgesteld van waar hij kennelijk kan zien wie er langskomt.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
08:42
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Dus die hond was nog thuis of was die al buiten?
08:43
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Die kwam net buite toen ze hem woude doen dat was ook de plan
08:44
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
We staan der sinds 6uur eerste x dat die na buiten komt
08:45:03
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Maar ze konden m doen toen die buiten kwam?
08:45:19
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Hoelaat kwam die na buiten?
08:46
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Ja ze konden hem gewoon doen geloof ik wee niet broer stond aan de begin van ijsel zodat als k hem voorbij me zag rijden meteen eracher aan kon toen we teksten met elkkaar dat er overal petten zijn
Op 17 april 2016 worden ook de volgende berichten uitgewisseld.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
09:30
[medeverdachte 16]
[betrokkene 11]
Hebben spots aan heads wat doorgeven of wat??? Waren heads al daar leg my uit !!!
09:31
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Bro die gene die daar woont zegt dat ze sporen onderzoek doen en dat er overal gele bordjes met nr’s neerzetten. Volgens mij heeft law m geknald.
09:32
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Brot hadden jullie aan law doorgegeven dat die hond na buiten kwam en stond law er al toen die hond na buiten kwam.
09:34:55
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Hun stonden op terrein bro k hield ingang in de gaten van ijsel
09:34:58
[betrokkene 11]
[medeverdachte 16]
Ik vraag spot precies of ze wat hadden doorgegeven aan heads. Want ze moesten mij alleen texten als gelukt was.
Dictum
Dit is in lijn met het toekomstige artikel 2.7.38 Sv (nieuw), dat in grote lijnen een codificatie van de Smartphone-arresten bevat. Dit artikel spreekt naast stelselmatig onderzoek van gegevens in een digitale gegevensdrager of geautomatiseerd werk, ook over dergelijk onderzoek ten aanzien van gegevens die hieruit zijn overgenomen. Het wettelijk stelsel, zoals door de Hoge Raad uitgelegd in de Smartphone-arresten, voorziet daarmee in een drietrapsraket voor onderzoek dat ook van toepassing is op de veiliggestelde PGP-data.
Het volledig kopiëren van een geautomatiseerd werk wordt in de Memorie van Toelichting van het hiervoor genoemde nieuwe wetsartikel genoemd als voorbeeld van een onderzoekshandeling waarbij op voorhand redelijkerwijs voorzienbaar is dat een min of meer volledig beeld van bepaalde aspecten van iemands privéleven kan worden verkregen. Dat is in zijn algemeenheid juist als dit geautomatiseerde werk te koppelen is aan een persoon, maar daar is in het onderhavige geval geen sprake van. De verwachte privacyschending door het kopiëren van de Ennetcom- en PGP-safe-data is – zelfs bij volledige ontsleuteling van alle berichten – naar zijn aard beperkt, omdat niet te verwachten is dat de data op de server, waaronder de communicatie, direct te herleiden is naar individuele gebruikers. Deze hoefden immers niet hun identiteit of andere persoonsgegevens kenbaar te maken aan de aanbieders van deze dienst en dus is het hoogst onwaarschijnlijk dat (meta)data die rechtstreeks zou kunnen leiden naar de gebruikers, terug zijn te vinden op de servers van Ennetcom en PGP-safe. Ten aanzien van het berichtenverkeer geldt bovendien dat redelijkerwijs te verwachten was dat gebruikers niet onder eigen naam communiceren en dat de communicatie overwegend crimineel en zakelijk van aard zou zijn. Daardoor was in die fase niet op voorhand te voorzien dat bemoeienis van de officier van justitie of rechter-commissaris aangewezen zou zijn. Het onderzoek van de onderzoeksteams De Vink en Sassenheim was niet gericht op identificatie van de gebruikers van de dienst, maar op het vaststellen van de overwegend criminele context van hun communicatie. De kennisname van de communicatie door dit onderzoek was daarom niet meer dan een beperkte inbreuk op de privacy van iedere individuele gebruiker. De omstandigheid dat het veel gebruikers betreft maakt dat niet anders. Overeenkomstig het hiervoor geschetste kader is het ontsleutelen van de communicatie proportioneel en mocht dit vervolgonderzoek in die strafzaken door opsporingsambtenaren plaatsvinden.
3.3.4.4 Doorverstrekking van de PGP-data aan andere onderzoeken
De vraag is of de Nederlandse opsporingsdiensten door het bewaren van die gegevens – volgens de verdediging in strijd met nationale en internationale regels van privacybescherming – ongerichte bulkdata onder zich hebben. Dat er sprake is geweest van het bewaren van een grote hoeveelheid privacygevoelige data is voor de rechtbank evident. Van een algemene en ongedifferentieerde verzameling data, wat doorgaans bedoeld wordt met bulkdata, kan – anders dan de verdediging stelt – echter niet worden gesproken. Het gaat immers om de data van een afgebakende groep, namelijk de gebruikers van respectievelijk Ennetcom en PGP-safe, en om een concrete verdenking dat deze diensten gebruikt werden door criminelen die zich (in georganiseerd verband) met zeer ernstige strafbare feiten bezig hielden. Dat is een wezenlijk andere situatie dan bijvoorbeeld het bewaren van alle metadata van alle abonnees van een (willekeurige) telecomprovider ten behoeve van toekomstige strafrechtelijke onderzoeken. Desalniettemin staat voor de rechtbank vast dat reeds het bewaren van de data enige inbreuk maakt op de privacy van de betrokkenen. Dat hierbij zou zijn gehandeld in strijd met nationale of Europese wet- en regelgeving is door de verdediging echter niet aannemelijk gemaakt en is de rechtbank ook anderszins niet gebleken.
De vraag is echter wel hoe met deze hoeveelheid onderzoeksgegevens moet worden omgegaan. EU-Richtlijn 2016/680 heeft betrekking op de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd door wijziging van de Wet politiegegevens en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, alsmede het Besluit politiegegevens, het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens en het Besluit politiegegevens bijzondere opsporingsdiensten. Deze regelgeving is van belang als (persoons)gegevens die onder verantwoordelijkheid van buitenlandse autoriteiten zijn verkregen en vervolgens aan de Nederlandse autoriteiten ter beschikking zijn gesteld, in Nederland worden verwerkt ten behoeve van de opsporing of vervolging. In zijn algemeenheid is doelbinding een belangrijk beginsel bij de normering van onderzoek aan in de opsporing verkregen gegevens. Met andere woorden: uitgangspunt is dat dergelijke gegevens slechts gebruikt worden voor het doel waarvoor ze verzameld zijn. Doelafwijkend gebruik is echter toegestaan als dit bij wet is voorzien, noodzakelijk en proportioneel is. De eerste Ennetcom-berichten die aan het onderzoeksteam Marengo werden verstrekt waren afkomstig uit het onderzoek Tandem. Dat aan de verkrijging in het onderzoek Tandem gebreken kleven die gevolgen zouden moeten hebben voor het onderzoek Marengo kan de rechtbank niet volgen. Bij de samenstelling van de Tandem-dataset is, om uitvoering te geven aan de voorwaarde zoals gesteld door de Canadese rechter, gekozen voor de daar beschreven procedure bij de rechter-commissaris, via een vordering van de officier van justitie op grond van de artikelen 181, 177 en 126ng Sv. Anders dan de verdediging aanvoert is de constructie die is gekozen om aan de voorwaarden van de Canadese rechter te voldoen, zie de Hoge Raad in het hiervoor aangehaalde arrest van 13 juni 2023, toelaatbaar. Dat in het onderzoek Tandem bij de samenstelling van de dataset niet is gewerkt conform het plan van aanpak op de wijze zoals de rechter-commissaris dat voor ogen had, doet aan de rechtmatigheid van de Tandem-dataset niet af. De rechtbank heeft in die zaak (overigens) geoordeeld dat op dit punt sprake is van een onherstelbaar vormverzuim maar heeft aan dat vormverzuim geen consequenties verbonden.
Dat het onderzoeksteam Tandem in strijd met de Canadese voorwaarde gegevens heeft gedeeld met het onderzoeksteam Marengo vindt geen steun in het dossier, nu dit met machtiging van de rechter-commissaris is gedaan. Anders dan de verdediging stelt, zijn er evenmin aanwijzingen dat opsporingsambtenaren de Tandem-dataset zonder rechterlijke toestemming hebben bestudeerd en gebruikt voor andere onderzoeken.
Hiervoor is bij de beschrijving van de feitelijke gang van zaken vermeld hoe informatie uit de onderzoeken Sassenheim en De Vink (via een tussenstap in het onderzoek Tandem) bij Marengo is gekomen. De vraag is of dit gebruik voor een ander doel is toegestaan. Bij de Ennetcom-data is, om uitvoering te geven aan de voorwaarde zoals gesteld door de Canadese rechter, gekozen voor de daar beschreven procedure bij de rechter-commissaris, via een vordering van de officier van justitie op grond van de artikelen 181, 177 en 126ng Sv. Hiervoor is al overwogen dat deze werkwijze toelaatbaar is. De doorverstrekking is dus bij wet voorzien. Zij is ook proportioneel en noodzakelijk, nu het in de machtigingen van de rechter-commissaris steeds gaat om e-mailadressen en zoektermen die rechtstreeks gerelateerd zijn aan levensdelicten en de identificatie van deze e-mailadressen slechts plaatsvindt voor zover de communicatie enige relevantie heeft voor het onderzoek naar deze levensdelicten.
Feiten
En geen andere bullshit.
09:35
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Bro?? Was law al daar toen die hond na buiten kwam?
09:36
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Hoezo ingang van ijssel in de gaten houden, ze zagen hem toch na buiten komen sir! Die hond.
09:37
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Omdat hun op terrein waren voor deur van de hond geparkeerd
09:39
[betrokkene 11]
[medeverdachte 16]
Ze zggen dat heads al daar stonden toen die na buiten kwam.
4.2.3.8 Overige berichten van na de moord
Op 17 april 2016, omstreeks 10:00 uur, vindt de moord op [slachtoffer 3] plaats. Vervolgens worden de volgende PGP-berichten uitgewisseld. Daarvoor geldt dat er, rekening houdend met de UTC-tijd, twee uur bij moet worden opgeteld, waaruit volgt dat de berichten kort na de moord zijn verstuurd.
17 april 2016
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
08:06:22
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Broer helemaal vol met petten daar
08:06:58
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Sir law reageerd nergens op bij mij.
08:07:52
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Waar zijn petten??
08:07:53
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Hier ijsel bij die hond in de buurt k zit in de ingang van ijsel ik zie ze alleen lans me vliegen bro
08:08:37
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Ze gassen allemaal die kant op
08:08:54
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
En waarom reageerd law niet?
08:09:03
[betrokkene 11]
[betrokkene 2]
Sir?? Reageer verdomme man?
08:09:19
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Ik weet nie broer k rij nu op de basan hij is nog steeds nie langs me gereden
08:09:40
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Waar staat law dan?
08:09:54
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Gewoon op ze plek geloof k net als altijd
08:10
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Waar op plek waar die hond staat of waar we die m5 hebben neergezet?
08:11
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Waar die hond woont bro
08:12
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
bro ga checken bij law ik vertrouw dit niet sir. Anders moet ik heel snel hun pgp’s uit de lucht halen sir? Ga snel snel
08:13
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Het is daar echt helemaal onder broer he ik ben bijna op die plek waar we hadden afgesproke k wou daar ff checken
Uit deze berichten volgt dat [betrokkene 11] en [medeverdachte 3] geen contact met [betrokkene 2] kunnen krijgen en dat [medeverdachte 3] naar hem op zoek is op de plek waar ze hebben afgesproken om elkaar weer te treffen.
Dictum
Voor de stelling van de verdediging dat de rechter-commissaris is misleid door een onzorgvuldige vertaling van de voorwaarde van de Canadese rechter heeft de rechtbank geen ondersteuning in het dossier aangetroffen.
Voor de doorverstrekking van de PGP-safe-data is de wettelijke procedure van artikel 126dd Sv gevolgd. Deze regeling kent geen voorziening van een rechterlijke toetsing voor zover de doorverstrekte data elektronisch berichtenverkeer betreft waarvan de inhoud in het eerdere strafrechtelijke onderzoek nog niet bekend was. Een dergelijke in de wet verankerde toets ligt – nu zonder meer vaststaat dat de bescherming van het briefgeheim zich ook uitstrekt tot dat elektronisch berichtenverkeer – wel voor de hand. Dit leidt de rechtbank ook af uit de hiervoor al aangehaalde arresten van het EHRM van 25 mei 2021 over interceptie van (bulk)communicatie. De door het kopiëren van de servers van Ennetcom en PGP-safe verkregen communicatie is weliswaar niet door interceptie verkregen, maar het kader dat door het EHRM wordt gegeven voor de verdere verwerking van deze privacygevoelige data is in dit geval wel toepasselijk. Daarbij geldt dat er sprake moet zijn van een ‘independent authorisation’ indien dieper in de data wordt doorgedrongen, zodat een onafhankelijke autoriteit beoordeelt of de inbreuk op de in artikel 8 lid 1 EVRM genoemde belangen binnen de grenzen blijft van wat noodzakelijk is in een democratische samenleving. De Nederlandse officier van justitie voldoet niet aan die eis van onafhankelijkheid. Een machtiging door een rechter-commissaris voldoet daar wel aan. Ook een wijze van rechterlijk toetsen zoals voorgeschreven door de Canadese rechter bij de Ennetcom-data, waarbij kortweg alleen onderzoek naar zeer ernstige strafbare feiten een schending van het briefgeheim rechtvaardigt en een rechter die een en ander normeert, volstaat.
Het ontbreken van een machtiging van een rechter om de PGP-safe gegevens door te verstrekken aan andere onderzoeken is een onherstelbaar vormverzuim. De vraag is vervolgens welke gevolgen dit verzuim dient te hebben. Bij die beoordeling houdt de rechtbank rekening met het belang dat het voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt. Het belang – bescherming van de privacy – is groot, maar de ernst van dit verzuim dient wel te worden gerelativeerd.
De rechtbank acht het niet aannemelijk dat het Openbaar Ministerie bewust een rechterlijke machtiging heeft willen omzeilen; de bestaande wettelijke regeling is immers gevolgd. De criteria op basis waarvan de officier van justitie de PGP-safe-data heeft doorverstrekt – het gaat om een op dat moment nog niet opgehelderd levensdelict en om specifieke e-mailadressen die te koppelen zijn aan de gebruikers van de e-mailadressen die hierover spreken – zijn bovendien zodanig dat een rechter zonder meer deze machtiging zou hebben afgegeven. Deze doorverstrekking voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het nadeel dat door het vormverzuim zou zijn geleden, mag volgens vaste jurisprudentie niet gelegen zijn in de ontdekking van een strafbaar feit. In het onderhavige geval kan als nadeel dan in algemene zin worden genoemd: een inbreuk op de privacy, al betwisten de verdachten in Marengo voor het overgrote deel dat zij degenen zijn die aan de veiliggestelde en overgedragen communicatie hebben deelgenomen. Gelet hierop concludeert de rechtbank dat met constatering van het vormverzuim kan worden volstaan.
3.3.5
Geheimhoudersbelangen bij verkrijging en verwerking van de PGP-data
3.3.5.1 Verweer van de verdediging
De verdediging betoogt dat de politie en het Openbaar Ministerie bij de verkrijging en verdere verwerking van de PGP-data structureel en opzettelijk tekort zijn geschoten in hun zorgplicht ten aanzien van geheimhoudersbelangen en -rechten en dat dit tot onherstelbare schendingen daarvan heeft geleid. Bovendien stelt zij dat deze schendingen structureel zijn en zich niet tot deze zaak hebben beperkt.
3.3.5.2 Oordeel van de rechtbank
De rechtbank overweegt als volgt. In zijn arrest van 20 september 2022 overweegt de Hoge Raad dat met het voorschrift van artikel 126aa lid 2 Sv is beoogd het belang te beschermen dat eenieder de mogelijkheid heeft om vrijelijk een advocaat te raadplegen, zonder vrees voor openbaarmaking van wat aan de advocaat in diens hoedanigheid wordt toevertrouwd. Het voorschrift strekt ertoe dat gegevens die als gevolg van de toepassing van de bevoegdheden genoemd in artikel 126aa lid 1 Sv zijn verkregen, onmiddellijk worden vernietigd indien zij vallen onder het verschoningsrecht als bedoeld in artikel 218 Sv, zodat is verzekerd dat die gegevens geen deel uitmaken van de processtukken en dat daarop in het verdere verloop van het strafproces geen acht wordt geslagen. Uit artikel 126aa lid 2 Sv vloeit derhalve voort dat gegevens als in die bepaling bedoeld niet in het strafproces kunnen worden gebruikt.
In het Marengo-dossier zijn geen berichten uit de Marengo-dataset gevoegd die later geheimhoudersberichten bleken te zijn. Bovendien zijn er geen aanwijzingen dat in het onderzoek Marengo PGP-geheimhouderscommunicatie tussen verdachten en hun raadslieden op enigerlei wijze een rol heeft gespeeld. Van schending van geheimhoudersbelangen in de zaak Marengo is – voor zover het PGP-kwesties betreft – in zoverre dus geen sprake. Wat in het licht van bovengenoemd kader van artikel 126aa lid 2 Sv wel bevreemdt is dat op meerdere plaatsen in het Marengo-dossier (doorstuur)berichten voorkomen die als (mogelijke) geheimhoudersberichten zijn te identificeren en die kennelijk deel uitmaken van een proces-verbaal dat vanuit een ander onderzoek aan Marengo is verstrekt. Het Openbaar Ministerie noemt daarvan twee voorbeelden en ook de rechtbank is nog een dergelijk bericht tegengekomen. Dergelijke geheimhouderscommunicatie dient niet in een strafproces te kunnen worden gebruikt en dient dus ook niet te worden gevoegd in een ander strafproces. Of dit een verzuim is in de zin van artikel 359a Sv zal aan het eind van deze paragraaf worden besproken.
Voorts dient te worden besproken een door de verdediging aangevoerd incident, waarbij tijdens een inzage door de verdediging ( [advocaat 2] en [advocaat 3] ) bij het NFI op 19 juli 2022 in de Marengo-dataset met behulp van Hansken een geheimhoudersbericht zichtbaar werd. Het NFI heeft in opdracht van het Openbaar Ministerie uiteengezet hoe dit heeft kunnen plaatsvinden. De uitleg komt erop neer dat de Hansken-omgeving waarin deze inzage plaatsvond een andere is dan die waartoe de politie toegang heeft en dat dit bericht abusievelijk zichtbaar was in de NFI-omgeving. Dit zegt uiteraard iets over de (onvolkomen) wijze waarop het onleesbaar maken van geheimhoudersberichten plaatsvindt. Daarop zal verderop in deze paragraaf nader worden ingegaan. Genoemd bericht maakt echter – zoals onbetwist door het Openbaar Ministerie gesteld – geen deel uit van het Marengo-dossier of van de Marengo-dataset waarin procespartijen inzage hebben. Dit wordt bevestigd door het feit dat de verdediging na die inzage heeft verzocht om voeging in het Marengo-dossier van zeven PGP-berichten, waaronder het desbetreffende geheimhoudersbericht, maar dat de politie juist dat ene bericht niet kon vinden. De rechtbank beschouwt deze kwestie dan ook als een onfortuinlijke vergissing tijdens de inzage bij het NFI en niet als een verzuim in de zaak Marengo.
Feiten
Dat [medeverdachte 3] [betrokkene 2] zoekt volgt ook uit de volgende berichten van 17 april 2016.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
08:33
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Oke bro hier is die ook nergens e bekennen zal k pit stopje maken bij die audi kijke of die daar nog staat?
08:34
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Als die bij die audi zou staan bro dan had ie wel gereageerd toch, ga maar effe checken? Snel snel en dan als die daar niet staat gelijk na waar die hond woont sir
08:57
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Oke bro die audi staat ook nog op ze plek poef poef poef en die bmw staat daar niet op terrein toch bro?
08:59
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Dat weet ik niet bro of die m5 daar staat kan ik moeilijk door tel vragen sir. Heeft ie m denk je gedaan en is de gevlucht? Wat denk jij? En heeft ie miss achtervolging ofzo.
09:00
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
ik denk het wel bro hoop het ook alleen wat k vreemd vind is dat die hond die auto langs me kwam en door rood pakde k geloof ook graag dat die daar dan i zit kwa rijgedrag herkende hem wel een beetje erin
De rechtbank gaat ervan uit dat met ‘die audi’ de Audi S5 wordt bedoeld en dat die bestemd is om in over te stappen vanuit de BMW M5, waarmee [betrokkene 1] en [betrokkene 2] na de moord vanaf de [straatnaam 1] zouden vluchten.
Op 17 april 2016 wisselen [medeverdachte 3] en [betrokkene 11] ook de volgende berichten uit.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
09:16
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Oke bro laten we het hopen. Want we kunnen hem niet bereiken en hij ons niet. Want heb die pgp’s laten wipen bro. Weet jij waar die na toe zou gaan als t gelukt was?
09:17
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Ja bro k ken die hele route alles weet k bro ben k net helemaal af gegaan maar niks en uit eindelijk zouden rambo en ik ze oppikken in denbosch
09:18
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Kan je niet beter na denbosche rijden dan?
09:19
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Kom k net vandaan bro was ff lans huis gegaan maar ook niks
09:21
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Ben je al in denbosche geweest bro?
09:22
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Ja bro dat was die plek waar we hadden afgesproken we waren eerst daarna toe en toen pas na die audi
Uit deze berichten volgt dat [medeverdachte 3] en [betrokkene 18] (‘Rambo’) van tevoren met [betrokkene 2] en [betrokkene 1] hebben afgesproken welke route ze zullen nemen en waar ze elkaar weer zullen treffen.
4.2.3.9 Schoonmaken kamer [betrokkene 2]
In de ochtend van 17 april 2016 worden nog de volgende berichten uitgewisseld.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
09:25:06
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Heb je ook sleutels van kamer van law zodat je bij alle spullen kan?
09:25:28
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Ja bro ben k net geweest ook k ga zo alles weg halen
09:27
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Oke bro. Laat me weten waar je alles gaat zetten. Alles weg weg uit kamer van law. Maak deur schoon met amo van zijn kamer voordat je gaat bro.
Dictum
In het begin van dit hoofdstuk heeft de rechtbank geoordeeld dat eventuele vormverzuimen bij de verkrijging en de verwerking van de PGP-data binnen de onderzoeken De Vink en Sassenheim van bepalende invloed zijn geweest bij het opsporingsonderzoek en de vervolging van de verdachten in het onderzoek Marengo. Gelet daarop dient de rechtbank te beoordelen of in die zaken schendingen van geheimhoudersbelangen hebben plaatsgevonden.
Daarbij geldt voor de rechtbank als uitgangspunt dat het voor de opsporingsdiensten bij het kopiëren van servers weliswaar niet evident was dat daar ook geheimhouderscommunicatie op zou staan, maar dat zij met die mogelijkheid wel rekening dienden te houden. Uit de processen-verbaal waarin hiervan verslag wordt gedaan blijkt ook dat zij dat hebben gedaan. De opsporingsdiensten hebben van meet af aan inspanningen verricht om te bewerkstelligen dat mogelijke geheimhouderscommunicatie werd onderkend en ontoegankelijk werd gemaakt. Zo is op de dag van het veiligstellen van de Ennetcom-data in Canada naar alle PGP-gebruikers van Ennetcom het bericht uitgegaan dat de serverinhoud in beslag is genomen en zijn professioneel verschoningsgerechtigden opgeroepen zich te melden bij de politie. Hetzelfde is gedaan op de dag dat in Costa Rica de PGP-safe server (gedeeltelijk) was gekopieerd.
Deze oproepen hebben er echter niet toe geleid dat enig professioneel verschoningsgerechtigde zich heeft gemeld als Ennetcom- of PGP-safe-gebruiker. Daaruit kan de conclusie worden getrokken dat ofwel professioneel verschoningsgerechtigden, waaronder advocaten, geen gebruik maakten van de diensten van Ennetcom en PGP-safe, ofwel dat zij zich om hen moverende redenen niet hebben willen melden. Als dat laatste het geval is, dan betekent dat dat er mogelijk communicatie die onder het verschoningsrecht valt is verscholen in de voor de opsporingsdiensten toegankelijke berichten. Omdat deze communicatie niet als zodanig is te herkennen zonder daar kennis van te nemen, neemt de professioneel verschoningsgerechtigde het risico dat zijn geprivilegieerde communicatie door de opsporingsdiensten wordt gelezen en zelfs (ongewild) een rol kan gaan spelen in een strafdossier. De verdediging heeft betoogd dat het in strijd zou zijn met haar geheimhoudingsplicht als zij gehoor zou geven aan een dergelijke oproep. Die stelling is – zo begrijpt de rechtbank – kennelijk gebaseerd op de vrees dat ondanks dat een advocaat zijn PGP-adres(sen) heeft doorgegeven, door de opsporingsdiensten kennis zal worden genomen van de inhoud van de berichten van die desbetreffende lijn(en) en/of dat/die PGP-adres(sen) van (een) cliënt(en) waarmee is gecommuniceerd via een achterdeur bekend worden bij de opsporingsdiensten. Dit kennelijk op wantrouwen jegens deze diensten gebaseerde standpunt mag de verdediging innemen, maar het niet melden heeft dan wel tot gevolg dat bovengenoemd risico wordt gelopen. Naar het oordeel van de rechtbank mag van een advocaat in deze situatie worden verwacht dat hij zich inspant om deze professionele spagaat te adresseren, bijvoorbeeld door zich hiermee te wenden tot zijn beroepsorganisatie, die hier vervolgens op kan acteren. Het is de rechtbank niet bekend of dit destijds is gebeurd.
Uiteindelijk heeft het Openbaar Ministerie zelf getracht professioneel verschoningsgerechtigden te identificeren door de Ennetcom- en PGP-safe-data te doorzoeken op relevant geachte zoektermen. Naar het oordeel van de rechtbank was er op dat moment geen aanleiding voor om bij die zoektocht individuele geheimhouders (die zich immers niet gemeld hadden) of enige beroepsorganisatie te betrekken. De zoekslag die volgde heeft geleid tot de vondst van berichten die herleidbaar waren naar e-mailadressen die mogelijk in gebruik waren bij professioneel verschoningsgerechtigden. Die e-mailadressen en de bijbehorende data zijn hierop onzichtbaar en ontoegankelijk gemaakt. Voorts is een procedure in het leven geroepen die inhoudt dat indien bij het doorzoeken van de data toch op mogelijke informatie van professioneel verschoningsgerechtigden wordt gestuit, deze informatie ontoegankelijk wordt gemaakt, waarbij door personen buiten het onderzoeksteam wordt beoordeeld of ook de andere communicatie die herleidbaar is naar dat e-mailadres mogelijk onder het verschoningsrecht valt. De beoordeling of in een dergelijk geval sprake is van geheimhouderscommunicatie wordt gedaan door een officier van justitie die niet bij het betreffende onderzoek betrokken is. In afwachting van diens beslissing wordt de aangetroffen communicatie steeds zekerheidshalve onzichtbaar gemaakt.
De vraag die beantwoord moet worden is of het Openbaar Ministerie met deze benadering de in acht te nemen zorgvuldigheid ter zake van de communicatie van professioneel verschoningsgerechtigden voldoende heeft gewaarborgd. Uit het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad van 20 september 2022 leidt de rechtbank af dat het zogenoemde uitgrijzen van geheimhouderscommunicatie slechts te beschouwen is als vernietigen als bedoeld in artikel 126aa lid 2 Sv, als verzekerd is dat de gegevens geen deel uitmaken van de processtukken en daarop in het verdere verloop van het strafproces geen acht kan worden geslagen. Dat verzekeren heeft de Hoge Raad zodanig genormeerd dat vaststellingen dienen te worden gedaan over de wijze waarop is gewaarborgd dat personen die bij het opsporingsonderzoek zijn betrokken op geen enkele wijze toegang kunnen krijgen tot de uitgegrijsde gegevens, waarbij ook van belang is dat als er technisch mogelijkheden bestaan om eenmaal gegrijsde informatie opnieuw toegankelijk te maken, moet blijken voor wie, op welke wijze en onder welke voorwaarden deze gegevens dan opnieuw toegankelijk kunnen worden.
Uit de hiervoor beschreven inspanningen blijkt dat het Openbaar Ministerie zich zeer bewust was van de noodzaak om protocollen te ontwikkelen over de wijze waarop voldaan zou moeten worden aan de bepalingen van artikel 126aa lid 2 Sv en artikel 5 lid 1 en 2 van het Besluit bewaren en vernietigen niet-gevoegde stukken.
Het dossier bevat de reeds aangehaalde processen-verbaal over het schoningsproces in de zaken De Vink en Sassenheim. Ook bevat het dossier algemene NFI-informatie over de functionaliteiten binnen Hansken (zoals het toekennen van de verschillende ‘rollen’) om procedures rondom geheimhouderinformatie te faciliteren overeenkomstig de – eveneens in het dossier gevoegde – Handleiding Verwerking geheimhouderinformatie aangetroffen in inbeslaggenomen voorwerpen en in digitale bestanden van de landelijke vergadering rechercheofficieren, van juni 2014.
De rechtbank stelt vast dat het uitgrijzen in de zaken De Vink en Sassenheim niet volledig aan de door de Hoge Raad geformuleerde standaard voldoet. Met name aan de eis dat ‘moet blijken voor wie, op welke wijze en onder welke voorwaarden deze gegevens dan opnieuw toegankelijk kunnen worden’ is in de zaken De Vink en Sassenheim onvoldoende kenbaar voor de rechtbank voldaan. En uit het incident waarbij de verdediging tijdens een inzage bij het NFI opeens op een geheimhoudersbericht in een zogenoemde werkset kon stuiten terwijl dat bericht eigenlijk uitgegrijsd was, leidt de rechtbank af dat in de uitvoering dingen mis kunnen gaan. Echt verbazingwekkend is dat natuurlijk niet. Het Openbaar Ministerie, de politie en het NFI hadden – door het kopiëren van de servers van Ennetcom en PGP-safe met daarop miljoenen versleutelde berichten – met een nieuw fenomeen te maken. Naar het oordeel van de rechtbank hebben zij daarbij geprobeerd zo goed mogelijk de belangen van professionele geheimhouders te beschermen.
Het niet-vernietigen als bedoeld in artikel 126aa lid 2 Sv (of overeenkomstig de door de Hoge Raad geformuleerde standaard uitgrijzen) van geheimhouderscommunicatie levert een onherstelbaar vormverzuim op.
Feiten
Niks achterlaten.
09:29
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Ja dat komt goed bro
09:57
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Wij zijn die huis nu helemaal aan het cleanen
10:33
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Ja k hoop het bro kamer is bijna schoojn belangerijkste spullen zijn eruit en goed verborgen bij een maat van me waar ze safe zijn heb hier nog alleen dekens
10:34
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Haal die dekens weg en gooie ze weg bro. Beste alles weg waar dna op zit, wel handschoenen aan.
10:35
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Oke bro,
10:38
[betrokkene 11]
[medeverdachte 16]
Brot ik weet t ook niet, hoor nog niks van ze, en spots zijn huis aan t schoonmaken van heads alles weghalen daar wat daar ligt.
10:51
[medeverdachte 16]
‘Therealrock
nrolla’
Nee niks hermano insch’allah ghir ze kennen omgeving super goed heb nu hun huizen snel laten schoonmaken ! Ghir sir
11:04
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Top sir, maak ook die hendel van zijn kamer deur schoon met amo. Als je m achter je dichtgooit,
Uit deze berichten leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 3] en [betrokkene 18] ongeveer anderhalf uur na de moord op [slachtoffer 3] samen de kamer van [betrokkene 2] ontdoen van sporen. [betrokkene 11] geeft daartoe instructies en hij houdt ook [medeverdachte 16] op de hoogte.
4.2.3.10 Geld
Op 8 april 2016 laat [verdachte] € 1.000,- afgeven aan [medeverdachte 12] , zo blijkt uit onderstaande berichten.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
19:36
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Oké sir is goed en hoe laat ben je in utrecht dan kan je die 1 duz krijgen
19:41
[verdachte]
[betrokkene 19]
En over 10 min is Depp op station kan je daar zijn om hem die 1000 te geven?
19:49:00
[verdachte]
[betrokkene 19]
Hij staat er al sir
19:49:27
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Hij komt eraan
19:55
[verdachte]
[betrokkene 10]
FW: Zwarte joop [04/08/2016 @ 9:58 pm]
Black 1000> depp
Op 12 april 2016 stuurt [verdachte] onderstaande berichten.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
15:30
[verdachte]
[medeverdachte 16]
Kan ik tali 150 of 200 geven zodat die ook tevreden blijft sir?
15:32
[verdachte]
[medeverdachte 16]
Oké sir
15:35
[verdachte]
[betrokkene 19]
Kan je zo 1000 afgeven sir
15:38
[verdachte]
[medeverdachte 13]
Iemand gaat jou pap geven waar wil je dat aanpakken?
16:24
[verdachte]
[betrokkene 10]
Black 1000> tali
Dictum
Dit vormverzuim heeft zich weliswaar niet in het voorbereidend onderzoek jegens de verdachten in Marengo voorgedaan, maar zoals hiervoor overwogen zal wel moeten worden beoordeeld of dit vormverzuim tot consequenties moet leiden in deze strafzaak. Bij die beoordeling houdt de rechtbank rekening met het belang dat het voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt.
De rechtbank acht het niet aannemelijk dat het Openbaar Ministerie bewust laks is geweest met het ontoegankelijk maken van geheimhoudersberichten in de datasets. Integendeel, uit de verslaglegging leidt de rechtbank af dat het Openbaar Ministerie zijn uiterste best heeft gedaan om deze berichten zo snel mogelijk te onderkennen en af te schermen. Het belang dat het geschonden voorschrift dient, te weten het belang dat eenieder de mogelijkheid heeft om vrijelijk een professioneel verschoningsgerechtigde te raadplegen, zonder vrees voor openbaarmaking van wat aan deze professioneel verschoningsgerechtigde in diens hoedanigheid wordt toevertrouwd, is uiteraard groot. Van enig nadeel veroorzaakt door het vormverzuim voor de verdachten in de zaken De Vink en Sassenheim is echter geen sprake, reeds omdat de verdachten in die zaken niet door de niet-naleving van het voorschrift waren getroffen in het belang dat de overtreden norm beoogt te beschermen. Zij waren immers geen professioneel verschoningsgerechtigden en gesteld noch gebleken is dat berichten van hen met een professioneel verschoningsgerechtigde in het dossier waren gevoegd.
Dat geldt evenzeer voor de verdachten in de zaak Marengo. Ook zij lijden geen concreet nadeel. De berichten van de onderkende e-mailadressen van geheimhouders zijn in De Vink en Sassenheim ontoegankelijk gemaakt. Deze zijn, voor zover zij al deel uitmaakten van het door de rechter-commissaris goedgekeurde plan van aanpak voor Marengo, binnen de Marengo-dataset nooit zichtbaar geweest. Uit een latere controle van de Marengo-dataset is gebleken dat het deel afkomstig uit de PGP-safe-data geen (potentiële) geheimhoudersberichten bevatte. Het deel afkomstig uit de Ennetcom-dataset bleek bij die controle uiteindelijk 71 dataregels (36 unieke berichten) te bevatten die als geheimhoudersbericht waren aan te merken. Die zijn vervolgens alsnog ontoegankelijk gemaakt. Op het onbetwiste totaal van ruim 875.000 dataregels die de Marengo-dataset bevat is dit aantal gering te noemen. Bovendien zijn, zoals hiervoor al is vastgesteld, vanuit de Marengo-dataset geen geheimhoudersberichten in het Marengo-dossier terechtgekomen en gesteld noch gebleken is dat het gaat om enige communicatie tussen een van de verdachten en hun raadslieden.
De stelling van de verdediging dat geheimhouderscommunicatie bij de start van de verdenking, bij het samenstellen van het dossier of bij beslissingen in de opsporing een rol hebben gespeeld, is op geen enkele manier onderbouwd. Ook de stelling dat geheimhoudersberichten lange tijd voor velen zichtbaar zijn geweest is niet onderbouwd. De rechtbank concludeert dat met constatering van het vormverzuim kan worden volstaan.
Los van het bovenstaande levert het voegen van uit andere onderzoeken afkomstige geheimhouderscommunicatie in het strafdossier Marengo – zoals hiervoor beschreven – ook een vormverzuim op. Het verstrekken van geheimhoudersberichten die onderdeel uitmaken van een proces-verbaal in een ander onderzoek aan Marengo is niet toegestaan. De omstandigheid dat deze communicatie pas op een later moment als geheimhouderscommunicatie wordt onderkend maakt dat niet anders. Met uitzondering van het door het Openbaar Ministerie aangehaalde tweede voorbeeld, uit de telefoon van [betrokkene 12] , lijken die (doorstuur)berichten communicatie tussen [medeverdachte 16] en zijn toenmalige raadsvrouw te bevatten en die communicatie hoort uiteraard niet in dit strafdossier thuis. Het belang om deze communicatie uit strafdossiers te houden is groot. Nu de communicatie echter geen relevantie heeft voor de strafzaak en hoogstens eruit afgeleid zou kunnen worden dat zij met elkaar communiceren, is er geen nadeel voor [medeverdachte 16] veroorzaakt door het vormverzuim. Ook voor de andere Marengo-verdachten geldt dat zij geen nadeel lijden door dit verzuim.
De verdediging van [medeverdachte 16] betoogt dat het geheimhoudersbericht in het eerste voorbeeld waarin de bijnaam van [betrokkene 13] (de verdachte in de zaak Tandem II, hierna: [betrokkene 13] ) voorkomt tactisch gebruikt is en verweven blijft met de aan [medeverdachte 16] toegeschreven accounts. Voor zover de verdediging daarmee bedoelt dat de identificatie van de PGP-lijn 39x7w1nz2h@ennetcom.biz (hierna ook: 39x7) van [medeverdachte 16] (mede) heeft kunnen plaatsvinden doordat kennis is genomen van dat geheimhoudersbericht, volgt de rechtbank haar daarin niet. De identificatie van de 39x7 heeft in het onderzoek Tandem II immers plaatsgevonden aan de hand van berichtenwisseling tussen [medeverdachte 16] en diens broer en zus. De rechtbank concludeert het voorgaande beschouwend ook hier dat met constatering van het vormverzuim kan worden volstaan.
3.3.6
Tactische en technische verwerking van de PGP-data
3.3.6.1 Verweren van de verdediging
De verweren van de verdediging over de tactische en technische verwerking van de PGP-data zien voor een belangrijk deel op de stelling dat geen sprake zou zijn van een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM, in het bijzonder omdat het recht op gelijke proceskansen (equality of arms) als invulling van artikel 6 lid 3 onder b EVRM zou zijn geschonden. De verdediging meent dat zij onvoldoende gelegenheid heeft gehad om het met Hansken verkregen bewijsmateriaal te kunnen controleren en betwisten omdat zij geen toegang heeft gekregen tot de brondata en de software van Hansken. De ontwikkeling en het gebruik van Hansken zijn niet gereguleerd en er is geen mogelijkheid tot contra-expertise. Hansken had bovendien niet gebruikt mogen worden omdat het een buitenwettelijk technisch hulpmiddel is, nu het niet voldoet aan de eisen die daaraan in het Besluit technische hulpmiddelen strafvordering (hierna: het Besluit) worden gesteld. Ten slotte zijn de data onvolledig en forensisch onbetrouwbaar.
3.3.6.2 Oordeel van de rechtbank
3.3.6.2.1 Inzage in brondata
De rechtbank stelt voorop dat de brondata geen deel uitmaken van de processtukken. De Hoge Raad heeft in het eerste Ennetcom-arrest van 28 juni 2022 het juridisch kader voor de beoordeling van verzoeken van de verdediging om voeging van althans inzage in niet tot de processtukken behorende gegevens (nogmaals) uiteengezet.
De maatstaf bij de beoordeling van een verzoek tot voeging van stukken bij de processtukken is op grond van artikel 315 lid 1 Sv in verbinding met artikel 415 Sv of de noodzaak daarvan is gebleken. Bij het nemen van zijn beslissing hierover moet de rechter in aanmerking nemen dat op grond van artikel 149a lid 2 Sv in beginsel alle stukken aan het dossier dienen te worden toegevoegd die voor de ter terechtzitting door hem te nemen beslissingen redelijkerwijs van belang kunnen zijn. Het gaat hierbij dus om de relevantie van die stukken.
De verdediging kan – mede gelet op het in artikel 6 lid 3, aanhef en onder b, EVRM gewaarborgde recht van de verdachte om te beschikken over de tijd en faciliteiten die nodig zijn voor de voorbereiding van zijn verdediging en met het oog op het doen van een verzoek tot het voegen van stukken aan het dossier – een gemotiveerd verzoek doen tot het verkrijgen van inzage in specifiek omschreven stukken.
Feiten
16:27
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Heb tali 1 duzu gegeven sir
Hieruit leidt de rechtbank af dat [verdachte] , in overleg met [medeverdachte 16] , € 1.000,- naar [medeverdachte 13] heeft laten brengen.
Op 17 april 2016 worden de volgende berichten uitgewisseld.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
01:19
[betrokkene 11]
[betrokkene 2]
Bro maak pat trots morgen, laat zien dat jullie t waard zijn voor dit werk. Hij zegt desnoods zijn huis intrappen of als daglicht is gewoon doorgaan. Hij zei maakt niet uit hoelaat of ochtend vroeg of dachlicht als die slaapt worden jullie goed beloond.
01:22
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Laten we hopen, pat zei zelfs als jullie m op klaarlichte dag doen worden jullie allemaal goed beloond, en geen paniek of stress zei die. Kalm en stylvol. Ook t spot werk.
Uit de voorgaande berichten leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 3] , [betrokkene 18] , [betrokkene 1] en [betrokkene 2] een flinke beloning in het vooruitzicht wordt gesteld, als het lukt om [slachtoffer 3] om het leven te brengen.
Op 17 april 2016 worden de volgende berichten uitgewisseld.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
04:45
[medeverdachte 12]
[verdachte]
Dan moet je strax wel ff pap regelen want me rug is al op
Nou ik heb nu nog 25 eu in me zak taxi is leuk voor een keer maar dit keer ben ik paar keer taxi gegaan
Ik had voor 450 eu getankt in tot volgens mij Dan taxi treinkaartjes paar keer halve mijer dat iemand me afzette weetje wel
En dan ben je er al
------Origineel bericht------
Van: Aapje 2
Onderwerp: <$RemoveOnDelivery,Confirm> 69DFQ
Verzonden: 17 Apr 2016 06:34
Ja doe maar
11:04
[verdachte]
[medeverdachte 16]
FW: Depp [04/17/2016 @ 6:48 am]
Subject: Re:
Dan moet je strax wel ff pap regelen want me rug is al op
Nou ik heb nu nog 25 eu in me zak taxi is leuk voor een keer maar dit keer ben ik paar keer taxi gegaan
Ik had voor 450 eu getankt in tot volgens mij
Dan taxi treinkaartjes paar keer halve mijer dat iemand me afzette weetje wel
En dan ben je er al
------Origineel bericht------
Van: Aapje 2
Onderwerp: <$RemoveOnDelivery,Confirm> 69DFQ
Verzonden: 17 Apr 2016 06:34
Ja doe maar
11:05:03
[medeverdachte 16]
[verdachte]
Geef hem 1000 sir
11:05:38
[verdachte]
[medeverdachte 16]
Oké sir
12:10
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ja dat snap ik en ik geef jou zo 1000 oke
13:12
[verdachte]
[betrokkene 19]
Kan je chinees zo 1000 geven sir
14:28
[betrokkene 19]
[verdachte]
Afgegeven sir.
14:31
[verdachte]
[betrokkene 10]
FW: Zwarte joop [04/17/2016 @ 4:34 pm]
Black 1000 > depp
Uit deze berichten volgt dat [medeverdachte 12] [verdachte] om geld vraagt. Dat met ‘pap’ geld wordt bedoeld, blijkt onder meer uit het feit dat er ook over een ‘rug’ wordt gesproken. Het is een feit van algemene bekendheid dat hiermee € 1.000,- wordt bedoeld. Nadat [verdachte] het bericht van [medeverdachte 12] aan [medeverdachte 16] heeft doorgestuurd, bepaalt [medeverdachte 16] dat [verdachte] € 1.000,- aan [medeverdachte 12] kan geven.
Uit onderstaande berichten van 17 april 2016 leidt de rechtbank af dat [betrokkene 11] aan [medeverdachte 3] belooft hun geld te regelen. Dat ook hier met ‘pap’ geld wordt bedoeld volgt uit latere berichten van 17 april 2016, die hieronder zijn opgenomen. In die berichten wordt gesproken over ‘betalen’ en ‘belonen’ en over ‘duz’, waarmee kennelijk duizend bedoeld wordt.
Dictum
Tijdens het vooronderzoek kan een dergelijk verzoek worden gedaan overeenkomstig de in artikel 34 Sv geregelde procedure. Na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting beslist de zittingsrechter – zo nodig op basis van de bevindingen van nader onderzoek dat door een ander dan de zittingsrechter, bijvoorbeeld de rechter-commissaris, is verricht naar de aard en de inhoud van de betreffende stukken en gegevens – of en zo ja, in welke mate en op welke wijze, die inzage kan worden toegestaan.
In dit proces heeft de verdediging meerdere malen verzocht om inzage in de brondata, welke verzoeken door de rechtbank zijn afgewezen. Anders dan de verdediging stelt volgt uit de Europese jurisprudentie niet dat de verdediging daar recht op heeft. Het EHRM overweegt ten aanzien van grote datasets onder meer dat het beginsel van equality of arms niet inhoudt dat de verdediging het ongeclausuleerde recht heeft op toegang tot de volledige dataset. Als de opsporingsinstantie niet op de hoogte is van de inhoud van de totale dataset en de verdediging niet duidelijk vermeldt welke specifieke kwesties in de data onderzocht moeten worden en daarvoor redenen aandraagt of specifieke zoekopdrachten voorstelt, is er geen sprake van het achterhouden van bewijs. Het onderzoeksteam Marengo en het Openbaar Ministerie hebben allebei geen inzage in de brondata. De verdediging wenst in feite dus verdergaande toegang tot de Ennetcom- en PGP-safe-data te verkrijgen dan het Openbaar Ministerie heeft en daartoe bestaat, ook bezien in het licht van artikel 6 EVRM, geen aanleiding. Ten aanzien van de toegang tot de Ennetcom-data komt daar nog bij dat een verdergaande toegang in strijd zou zijn met de door de Canadese rechter gestelde voorwaarden. De verdediging heeft evenwel steeds de mogelijkheid gehad zich te wenden tot de rechter-commissaris met een onderbouwd verzoek, bijvoorbeeld met opgave van relevante zoektermen, om binnen de brondata te (laten) zoeken naar specifieke berichten waarvan de verdediging meent dat de Marengo-dataset daarmee zou moeten worden uitgebreid. Van deze laatste mogelijkheid heeft de verdediging geen gebruik gemaakt. Voor zover de verdediging heeft betoogd dat het vooraf moeten opgeven van zoektermen een ongeoorloofde inperking is van haar rechten, volgt de rechtbank haar daarin niet. Overeenkomstig artikel 34 Sv mag van de verdediging immers een concrete onderbouwing verlangd worden. Vanwege de met een ongeclausuleerde inzage gepaard gaande inbreuk op de privacy van zeer veel andere personen en gelet op de in het geding zijnde opsporingsbelangen, is de restrictie dat zij concreet, bijvoorbeeld door het opgeven van zoektermen, vermeldt waarnaar in de brondata gezocht zou moeten worden, gerechtvaardigd. De verdediging heeft alleen gesteld dat zich in die brondata mogelijk ontlastende PGP-berichten bevinden, maar deze enkele algemene stelling is onvoldoende voor het oordeel dat inzage in alle brondata noodzakelijk is voor de voorbereiding van de verdediging en met het oog op het doen van een verzoek tot voeging.
3.3.6.2.2 Inzage in Marengo-dataset
Uit de Marengo-dataset zijn berichten geselecteerd die volgens het Openbaar Ministerie redelijkerwijs van belang konden zijn voor enige door de rechtbank in de strafzaken van verdachten te nemen beslissing. Deze berichten zijn aan het procesdossier toegevoegd. De volledige Marengo-dataset behoort echter niet tot de processtukken. Daarvoor geldt hetzelfde juridisch kader uit het hiervoor aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 28 juni 2022. De gedurende dit proces (herhaalde) verzoeken van de verdediging om de Marengo-dataset aan haar te verstrekken zijn door de rechtbank steeds afgewezen. Hoewel het onderzoeksteam Marengo wel over de Marengo-dataset beschikt acht de rechtbank het niet verstrekken daarvan aan de verdediging gerechtvaardigd. De daartoe aangedragen argumenten – de privacybelangen van (onbekende) derden en het algemene belang dat berichten die mogelijk relevant zijn voor de opsporing in andere zaken, niet onnodig worden verstrekt – acht de rechtbank valide. De rechtbank wijst in dit verband op de mededeling van het Openbaar Ministerie op de zittingen van 27 en 28 februari en 6 maart 2020 dat ‘slechts’ tien procent van de (toen nog circa 610.000) berichten in de Marengo-dataset uit communicatie van de aan verdachten toe te schrijven PGP-lijnen bestaat en dat het bij de overige negentig procent van de berichten gaat om communicatie van derden of van verdachten via op dat moment (nog) niet geïdentificeerde PGP-lijnen. Ook het EHRM heeft in dit kader overwogen dat het noodzakelijk kan zijn om de verdediging de toegang tot materiaal te beperken om de fundamentele rechten van anderen of een belangrijk algemeen belang te waarborgen. Dat de verdediging niet de beschikking heeft gekregen over de volledige Marengo-dataset maar daarin alleen inzage heeft gekregen acht de rechtbank – mede gelet op wat hierna over die inzagemogelijkheden wordt overwogen – dan ook niet in strijd met het beginsel van equality of arms.
De verdediging heeft wel recht op inzage in de Marengo-dataset. Zij heeft die inzagemogelijkheid gekregen vanaf 10 februari 2020. De Marengo-dataset kon door de raadslieden op afspraak bij politiebureaus in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht worden ingezien. De Marengo-dataset was daarnaast ook op afspraak in te zien op een laptop in de penitentiaire inrichting in aanwezigheid van de gedetineerde verdachte. In de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught waren op afspraak twee laptops met daarop de Marengo-dataset beschikbaar, zodat aan beide zijden van de glazen wand tussen de raadsman en de verdachte een laptop beschikbaar was. Ook kon de verdediging zelf op afspraak bij het NFI in de Marengo-dataset zoeken met behulp van Hansken. Enkele raadslieden hebben van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Verder heeft de rechtbank op 13 maart 2020 beslist dat de zogenoemde ‘eigen lijnen’ – te weten alle berichten van een door de politie aan een specifieke verdachte toegeschreven PGP-adres – tijdelijk ter beschikking moeten worden gesteld aan de raadslieden van die verdachte. Naar aanleiding van deze beslissing heeft het Openbaar Ministerie aan de raadslieden een laptop met die ‘eigen lijnen’ verstrekt. Het gaat dus om berichten uit de Marengo-dataset, maar die berichten zijn geen processtukken, behalve voor zover berichten van die lijnen al aan het procesdossier waren toegevoegd. Enkele raadslieden hebben nadat zij inzage hebben gekregen in de Marengo-dataset en/of de aan hen verstrekte ‘eigen lijnen’ verzocht om voeging van extra berichten, waarna die berichten aan het procesdossier zijn toegevoegd.
De verdediging heeft in de loop van dit proces herhaaldelijk gesteld dat de geboden inzagemogelijkheden onvoldoende waren vanwege – samengevat – praktische bezwaren rondom de inzage en problemen die zich bij het zoeken in de dataset voordeden. De rechtbank wijst erop dat zij op 11 en 12 maart 2021 een regiezitting heeft gehouden waarbij de verdediging specifieke PGP-onderzoekswensen kon indienen en zij de rechtbank heeft kunnen tonen tegen welke problemen zij aanliep bij de geboden inzagemogelijkheden. De rechtbank heeft ter zitting van 12 maart 2021 geconstateerd dat het zoeken in de dataset met wat tips en een nadere toelichting van het Openbaar Ministerie snel mogelijk was en dat het langer duurde als er niet efficiënt werd gezocht. De antwoorden op vragen van de verdediging bleken veelal terug te vinden in de bijgeleverde handleiding en bepaalde problemen of onhandigheden in het zoeken waren terug te voeren op (relatieve) onbekendheid of onervarenheid met zoekmogelijkheden in Excel of PDF. Niet alle raadslieden hadden op dat moment al gebruik gemaakt van alle geboden faciliteiten.
Feiten
Uit die latere berichten blijkt ook dat [betrokkene 11] met ‘jullie pap’ het geld voor [medeverdachte 3] , [betrokkene 18] en [betrokkene 1] bedoelt.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
11:23
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Jullie ook bedankt bro. We moeten effe zeker weten dat die hond slaapt en dat 1 van de boys veilig is. Ik ga jullie pap daarna regelen bro. En rambo heeft nieuwe pgp nodig. Toch?
12:27:23
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Ik ga zorgen dat jullie meer pap gaan krijgen dat iemand t afgeeft, maar al mijn rijders zijn nog druk bro. Maar komt goed
12:27:39
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Is goed bro thanks bazz
15:39
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Ik regel pap en nieuwe fietsen bro. Maar jullie moeten van straat af en boston al helemaal.
Hieronder volgen de bedoelde berichten, waar gesproken wordt over ‘duz’, ‘betalen’ en ‘belonen’. Uit deze berichten volgt ook dat [betrokkene 11] met [medeverdachte 16] overlegt en dat [medeverdachte 16] bepaalt hoeveel er wordt betaald, namelijk € 50.000,- voor de schutter – [betrokkene 1] dus – en (uiteindelijk) € 20.000,- voor iedere spotter, dus voor [medeverdachte 3] en [betrokkene 18] .
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
15:45
[medeverdachte 16]
[betrokkene 11]
Wat doen we met [betrokkene 6] doorgaan ? En die head geef hem vast 50duz of hoe wil je doen en spotters ieder 10duz toch?
15:49
[betrokkene 11]
[medeverdachte 16]
We kunnen ze beter alvast betalen brot en belonen desnoods extraatjes. 1 heads 2 spots. Om ze tevreden te houden en met ons te laten zijn. ze zijn nog steeds met mij en wachten af. Maar beste laten we vandaag afkoelen en head effe van straat houden. En ze moeten veder plannen hoe ze gaan doen die [betrokkene 6] , en spots hebben nieuwe fietsen nodig ben ik al aan t regelen met black. Dat lijkt me nu het beste en overal is blauw van de petten zelfs op snelweg, en ze moeten die fiets nog in de fik steken vanavond.
15:52
[medeverdachte 16]
[betrokkene 11]
Ok zeg black pap te geven ! Geef spots 30duz samen is dat ok en head 50 en van die is gepakt 50duz laat die tot we zien wat gebeurt
15:54
[betrokkene 11]
[medeverdachte 16]
30 de man of 15 de man die spots. 50 is genoeg voor head. Want eerste x gaf je ze door spots 20 de man en heads 100 samen. We moeten zeker afwachten op wat die andere heads gaat gebeuren.
15:55
[betrokkene 11]
[medeverdachte 16]
Zeg jij het maar brot. Zolang ze maar tevreden zijn en door gaan en all in zijn. Ze willen graag werken.
16:00
[medeverdachte 16]
[betrokkene 11]
Zei je normaal spots 20samen maar wees goed voor ze geef ze zodat ze blyven nu
16:01:16
[betrokkene 11]
[medeverdachte 16]
Oh oke brot, dan heb ik dat verkeerd excusses. begrepen. Hoeveel moet black nu geven.
16:01:46
[medeverdachte 16]
[betrokkene 11]
50 head 40 voor spots !! Maar zeg ze dat dit nu is voor hun moeite normaal 20 samen ! 10 de man
16:02
[betrokkene 11]
[medeverdachte 16]
Zal het ze zeggen brot.
Op 17 april 2016 worden ook de onderstaande berichten verzonden.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
16:04
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Bro lees goed. Laten we duidelijk zijn oke. Zijn we het eens bro. Dan kunnen we veder gaan samen.
Feiten
50 head 40 voor spots !! Maar zeg ze dat dit nu is voor hun moeite normaal 20 samen ! 10 de man dus jij en rambo 20 de man. Oke. En wees zuinig sir.
16:05
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Oke bro thanks is goed broer bazz
16:06
[betrokkene 11]
[verdachte]
Sir kan je 90duzu af laten geven.
16:07:20
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Bro heb je adres waar ik die 90duz kan afgeven. Of moet ik rambo texten.
16:07:53
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Uhm k heb wel adres bro maar ben ff met ze kleren bezig kijk maar wat je fijn vind bro
16:08
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Oke jij bent bezig ik tekst rambo wel.
16:12
[betrokkene 11]
[betrokkene 18]
Sir heb je adres voor mij, dan word er 90duzu afgegeven aan u. 50 is voor boston 20 voor jou en 20 voor mexx. Want normaal is 10duzu de man als je spot. Maar jullie hebben goed werk verricht en we willen jullie tevreden houden snap je
16:15:06
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Oke bro
16:15:37
[betrokkene 18]
[betrokkene 11]
Oke dankje wel bro adres is [adres 3] niet aanbellen als tie er is kom ik naar beneden
16:16
[verdachte]
[betrokkene 11]
Ja dat kan geef maar adress en tijd
16:18:15
[betrokkene 11]
[betrokkene 18]
Bro die gene bij wie jullie thuis zitten hoeft niks te weten en mag die zak met pap niet zien.
16:18:16
[betrokkene 11]
[verdachte]
[adres 3] utr. als die rijder daar is dan komt die gene na beneden sir.
16:19
[betrokkene 18]
[betrokkene 11]
Normaal dat zoizo dit zal nooit buiten deze groep komen
Uit deze berichten volgt dat [betrokkene 11] [medeverdachte 3] en [betrokkene 18] inlicht over de beloning die zij gaan ontvangen. [verdachte] (‘Black’) is degene die gaat regelen dat het geld bij [medeverdachte 3] , [betrokkene 18] en [betrokkene 1] terechtkomt.
Uit onderstaande berichten van 17 april 2016 volgt dat [verdachte] regelt dat [medeverdachte 14] de € 90.000,- afgeeft op het via [betrokkene 11] afgesproken adres, waar kennelijk [medeverdachte 3] , [betrokkene 18] en [betrokkene 1] zich bevinden.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
16:19
[verdachte]
[betrokkene 11]
Oké blauwe peugot 407 code 90 moet jou man zeggen sir
16:21
[betrokkene 11]
[betrokkene 18]
Sir blauwe peugeot 407 komt zo pap brengen, als die er is zeg tegen hem code 90 dan weet ie dat jij de goeie persoon bent
16:27
[verdachte]
[medeverdachte 14]
Kunt u 90.000 afgeven op [adres 3] utrecht diegene moet code 90 zeggen hoe laat bent u daar sir?
16:34
[medeverdachte 14]
[verdachte]
Sir k ben nu eten ben in den bosh.
Feiten
Kan het 2030?
16:36
[verdachte]
[medeverdachte 14]
Bent u om 20.30 dan op dat adress??
16:37
[medeverdachte 14]
[verdachte]
Ja sir inshallah.
16:40
[verdachte]
[betrokkene 11]
20.30 is die daar hij is uit de buurt anders was die sneller sir
16:41
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Bro 20.30 word pap afgegeven. Oke ga voor die tijd niet deur uit tenzij belangrijk is.
18:32
[medeverdachte 14]
[verdachte]
Sir k sta er. K sta bij nr 391 geparkeerd
18:34:21
[verdachte]
[betrokkene 11]
Hij is er staat bij 391 geparkeerd. Sir code 90
18:34:49
[verdachte]
[medeverdachte 14]
Heb het doorgegeven sir hij moet code 90 zeggen
18:34:56
[betrokkene 11]
[betrokkene 18]
Sir hij is er hij staat bij 391 geparkeerd code 90
18:36
[betrokkene 11]
[betrokkene 18]
Sir rijder staat er al. Bij 391. Code 90 moet je zeggen
18:37
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Laat me gelijk weten als je die pap hebt
18:38
[medeverdachte 14]
[verdachte]
Sir k heb het afgegeven 90.000
18:39
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Ik heb het bro
18:46:04
[verdachte]
[betrokkene 11]
Ryder heeft die 90 afgegeven
18:46:58
[betrokkene 11]
[verdachte]
Yes sir thx heb dat net doorgekregen
18:47
[verdachte]
[betrokkene 10]
FW: Zwarte joop [04/17/2016 @ 8:50 pm]
Black 90.000 > junior
18:48
[betrokkene 11]
[medeverdachte 16]
Jongens hebben hun pap net gekregen. Ze gaan effe tellen en elke hun deel pakken. Head gaat effe dagje onderduiken bij zijn. Fam of vriendin. En spots zijn gewoon samen.
Feiten
18:57
[verdachte]
[medeverdachte 16]
90 is afgegeven en aan die tele nummer 25.500 ook onder welke naam gaat die sir
Op 17 april 2016 worden daarna de volgende berichten uitgewisseld tussen [medeverdachte 14] en [verdachte] .
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
19:04
[verdachte]
[medeverdachte 14]
Hoeveel pap heeft u over
19:06
[medeverdachte 14]
[verdachte]
K ga nu gelijk tellen sir moet 19905 over zijn
19:07
[verdachte]
[medeverdachte 14]
Klopt sir dat moet er over zijn
19:09
[medeverdachte 14]
[verdachte]
Sir klopt het die 90 die k net heb afgeven
19:11
[verdachte]
[medeverdachte 14]
Waarom??
19:14
[medeverdachte 14]
[verdachte]
Vroeg k me af sir want die 32duz in die vacuum heb k gepakt en de rest zelf nog een keer naar getelt tot 90duz.
19:16
[verdachte]
[medeverdachte 14]
Ja u heeft alles zelf geteld toch en die 32 samen zelfs
19:19
[medeverdachte 14]
[verdachte]
Die 32 hebben we vorige keer samen gedaan. En gevacuum, en de rest heb k aan gevult tot 90. Die in de vacuum heb k niet getelt die heb k zo gelaten sir.
19:22
[verdachte]
[medeverdachte 14]
Ja is goed toch dat klopt
19:25
[medeverdachte 14]
[verdachte]
Ok sir
Op 21 april 2016 vindt er een doorzoeking plaats in de woning waar [betrokkene 1] op dat moment staat ingeschreven. Bij die doorzoeking wordt een plastic zak aangetroffen waarop het getal 32.000 geschreven staat. Dat draagt bij aan de overtuiging dat [betrokkene 1] het bedrag van € 50.000,- heeft ontvangen. Immers wordt in de berichten tussen [medeverdachte 14] en [verdachte] gesproken over het vacuüm verpakken van € 32.000,- en laat [medeverdachte 14] weten dat hij dit bedrag heeft aangevuld tot € 90.000,-.
4.2.3.11 In brand steken overstapauto
Uit berichten die eerder in dit vonnis zijn opgenomen (zie hoofdstuk 4.2.3.1 Vraag naar auto’s en 4.2.3.2 Klaarzetten auto’s) blijkt dat [medeverdachte 12] een BMW M5 en een Audi S5 heeft geregeld. De BMW M5 is door [betrokkene 1] en [betrokkene 2] gebruikt en is op 17 april 2016 achtergebleven op de [straatnaam 1] te IJsselstein.
Feiten
Op 17 april 2016 worden de volgende berichten uitgewisseld.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
12:31
[betrokkene 11]
[medeverdachte 3]
Nee waar staat die overstap fiets die s5 sir?
12:32
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Zijderveld als je naar benend gaat meteen links zie je hem al staan, afslag everdingen leerdam met de rotonde gewoon rechtdoor rij je na beneden zijderveld zie je hem al staan de eerste straat links
12:33
[medeverdachte 3]
[betrokkene 11]
Law had fiets sleutel wel gepakt bro,
12:34
[betrokkene 11]
[medeverdachte 16]
Zijderveld als je naar benend gaat meteen
links zie je hem al staan, afslag everdingen
leerdam met de rotonde gewoon rechtdoor rij je na beneden zijderveld zie je hem al staan de eerste straat links
12:35
[betrokkene 11]
[medeverdachte 16]
1 van die heads had overstap fiets sleutel zegt spot nu tegen mij, kk zooi.
Uit deze berichten leidt de rechtbank af dat de Audi S5 bedoeld is als overstapauto op de vluchtroute van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en dat deze op dat moment geparkeerd staat in Zijderveld. Ook blijkt dat [betrokkene 2] de sleutel van de Audi S5 bij zich heeft. Dat sluit aan bij het gegeven dat er in de tas die gevonden wordt in de buurt van waar [betrokkene 2] is aangehouden onder meer een autosleutel van een Audi wordt aangetroffen.
Vervolgens worden op 17 april 2016 onderstaande berichten uitgewisseld.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
12:36:39
[medeverdachte 16]
[betrokkene 11]
Zorg dat die fiets straks de fik in gaat en goed de fik ingaat!!!
12:36:58
[medeverdachte 16]
[betrokkene 11]
Of vraag black of die sleutel kan fixen
12:37
[betrokkene 11]
[medeverdachte 16]
Is goed doe ik
12:38:12
[betrokkene 11]
[verdachte]
Sir kan je sleutel fixen van die overstap fiets, die moet daar worden weggehaald?
12:38:37
[verdachte]
[medeverdachte 12]
FW: Junior [04/17/2016 @ 2:40 pm]
Sir kan je sleutel fixen van die overstap fiets, die moet daar worden weggehaald?
12:39:17
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Ja ik weet sir maar dat is geen bewys niks ! Sir die overstap staat er nog hoe kunnen we die weg halen hebben sleutel nodig anders fik erin
12:39:42
[medeverdachte 12]
[verdachte]
Pfffff kk zooui ik kann me mattie niet vinden die dat doet
Ppfffffff
------Origineel bericht------
Van: Aapje 2
Onderwerp: <$RemoveOnDelivery,Confirm>
6A0FQ
Verzonden: 17 Apr 2016 14:31
FW: Junior [04/17/2016 @ 2:40 pm]
Sir kan je sleutel fixen van die overstap fiets, die moet daar worden weggehaald?
12:40
[medeverdachte 12]
[medeverdachte 16]
Ja krijg net bericht
Ja ik weet t gewoon ff relax ok
Hm kann die jongen pas moge zien ff denke waar ik m kann berijke
------Origineel bericht------
Van: Morinjo
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 17 Apr 2016 14:39
Ja ik weet sir maar dat is geen bewys niks ! Sir die overstap staat er nog hoe kunnen we die weg halen hebben sleutel nodig anders fik erin
12:44
[verdachte]
[betrokkene 11]
Anders vlam erin vanavond in overleg met die andere
12:45
[betrokkene 11]
[verdachte]