Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-05-15
ECLI:NL:RBAMS:2024:2893
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,354 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/153
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 mei 2024 in de zaak tussen
[eiser] , te Vaassen, eiser,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder
( [heffingsambtenaar] ).
Inleiding
Met een besluit van 22 november 2023 heeft de heffingsambtenaar aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting (de naheffingsaanslag) opgelegd.
Met de uitspraak op bezwaar van 13 december 2023 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft daartegen beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 april 2024. Eiser was – met voorafgaand bericht – niet aanwezig. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. De heffingsambtenaar heeft aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd, omdat eiser volgens de heffingsambtenaar op 18 november 2023 zou hebben geparkeerd op een parkeerplek ter hoogte van de [adres] [huisnummer] in Amsterdam zonder dat hij parkeerbelasting had betaald.
2. Eiser is het niet eens met de naheffingsaanslag. Eiser voert aan dat hij op de [adres] heeft gezocht naar een parkeerautomaat. Hij heeft geen parkeerautomaat kunnen vinden en is vervolgens doorgereden naar Artis om zijn auto daar te parkeren. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft eiser een parkeerkaart van Artis en een bankafschrift overgelegd. Hieruit blijkt volgens eiser dat hij meteen is vertrokken nadat hij geen parkeerautomaat heeft kunnen vinden.
3. De heffingsambtenaar heeft op de zitting gesteld dat eiser geparkeerd stond op een fiscale parkeerplaats. In beginsel had eiser dan ook aan de parkeerbelasting moeten voldoen. De heffingsambtenaar heeft echter in dit geval aanleiding gezien om uit coulance de naheffingsaanslag te vernietigen. Volgens de heffingsambtenaar is het verhaal van eiser gelet op de bewijsstukken aannemelijk. De heffingsambtenaar heeft daarbij rekening gehouden met de afstand tussen de [adres] en Artis, alsmede het tijdsverschil tussen de scancontrole en de aanvang van het betaald parkeren bij Artis. Als eiser de naheffingsaanslag al heeft betaald, dan zal de heffingsambtenaar het betaalde bedrag terugstorten. De heffingsambtenaar heeft ook aangeboden het griffierecht van € 50,- te vergoeden.
4. Eiser was – met voorafgaand bericht – niet aanwezig op de zitting. De rechtbank heeft dan ook niet aan eiser kunnen vragen of hij gelet op het gewijzigde standpunt van de heffingsambtenaar het beroep wenst te handhaven. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser nog procesbelang heeft bij een beoordeling van zijn beroep.
5. Uit vaste rechtspraak volgt dat er niet langer sprake is van een geschil met betrekking tot een besluit van een bestuursorgaan, indien de heffingsambtenaar tijdens een procedure voor de belastingrechter geheel aan de klachten van eiser tegemoetkomt en de naheffingsaanslag vernietigt. De belastingrechter moet dan overgaan tot
niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het ontbreken van procesbelang, omdat de procedure niet meer tot een voor eiser gunstiger resultaat kan leiden.
6. De heffingsambtenaar heeft de naheffingsaanslag van eiser ter zitting vernietigd. Daarom kan de procedure voor eiser niet meer tot een gunstiger resultaat leiden. Niet is gebleken dat er nog sprake is van procesbelang. De rechtbank zal het beroep van eiser niet-ontvankelijk verklaren wegens het ontbreken van procesbelang. Dit betekent dat de rechtbank geen inhoudelijk oordeel zal geven in deze zaak.
Conclusie
7. Het beroep is niet-ontvankelijk, omdat de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag op de zitting heeft vernietigd en niet is gebleken dat eiser nog belang heeft bij een oordeel van de rechtbank.
8. De heffingsambtenaar heeft aangeboden het griffierecht te vergoeden. De rechtbank zal gelet daarop de heffingsambtenaar opdragen het griffierecht van € 50,- aan eiser te vergoeden.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiser te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Z. Achouak el Idrissi, rechter, in aanwezigheid van mr. N.J.A. van Eck, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2024.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingediend bij het gerechtshof Amsterdam binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
De indiener van het hoger beroep kan de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening te treffen.
Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0655.