Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-04-30
ECLI:NL:RBAMS:2024:2857
Strafrecht; Europees strafrecht
Beschikking
740 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
RK nummer: 24-009210
Datum beschikking: 30 april 2024
BESCHIKKING
op het klaagschrift ex artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klaagster],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres],
klaagster.
1Procesgang
Het klaagschrift is op 9 april 2024 ingediend op de griffie van deze rechtbank.
De rechtbank heeft op 30 april 2024 het klaagschrift behandeld en klaagster, haar raadsman, mr.A.A.T.X. Vonken, advocaat in Maastricht en de officier van justitie, mr. K. van der Schaft, in openbare raadkamer gehoord.
Feiten
De Duitse autoriteiten hebben door middel van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) van 17 januari 2024 verzocht om inbeslagneming en overdracht van voorwerpen die als bewijsmiddel kunnen dienen, zijnde de mobiele telefoon die klaagster bij zich heeft, in verband met een strafrechtelijk onderzoek tegen haar voor de strafbare feiten zoals omschreven in het EAB.
3Inhoud klaagschrift en standpunt klager
Het klaagschrift strekt tot teruggave van de telefoon aan klaagster omdat geen enkel strafvorderlijk belang zich daartegen zou verzetten.
4Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat tegen inbeslagname op grond van een EAB geen beklagmogelijkheid open staat.
5Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat klaagster niet-ontvankelijk in haar klaagschrift moeten worden verklaard. Bij uitspraak van 14 mei 2024 over het Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat de Duitse justitiële autoriteiten tegen klaagster hebben uitgevaardigd, heeft de rechtbank namelijk geoordeeld dat de inbeslagname van de mobiele telefoon op grond van het EAB is geschied. Hiertegen is geen beklag op grond van artikel 552a Sv mogelijk.
Gelet hierop zal de rechtbank klaagster niet-ontvankelijk verklaren.
Dictum
De rechtbank verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar klaagschrift.
Deze beslissing is op 30 april 2024 gegeven en in het openbaar uitgesproken door:
mr. Ch. A. van Dijk, voorzitter,
mrs. P. Sloot en H.P. Kijlstra, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier.