Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-02-22
ECLI:NL:RBAMS:2024:1252
Strafrecht; Internationaal strafrecht
Eerste en enige aanleg
1,216 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/050735-23
Datum uitspraak: 22 februari 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 28 november 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 25 april 2022 door the Regional Court in Szczecin, Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1970,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 18 januari 2024, in aanwezigheid van mr. S.J. Wirken, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. Y. Nieboer, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en bepaald dat de rechtbank op 1 februari 2024 uitspraak doet.
De raadsvrouw heeft de rechtbank vervolgens per e-mail verzocht het onderzoek te heropenen. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de opgeëiste persoon zich in Polen had gemeld bij de Poolse officier van justitie. Ter onderbouwing heeft zij een e-mail van de Poolse advocaat van de opgeëiste persoon overgelegd en een stuk dat zij van de opgeëiste persoon had ontvangen.
De officier van justitie, mr. M. al Mansouri, heeft zich op 1 februari 2024 aangesloten bij het verzoek om heropening van de raadsvrouw om informatie uit Polen over eventuele intrekking van het EAB af te wachten.
De rechtbank heeft – in overeenstemming met de verzoeken van de raadsvrouw en de officier van justitie – op 1 februari 2024 het onderzoek heropend.
Bij brief van 6 februari 2024 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit laten weten dat het EAB is ingetrokken nu de opgeëiste persoon inmiddels in Polen in voorlopige hechtenis genomen is.
De raadsvrouw heeft de rechtbank bij e-mail van 16 februari 2024 bericht dat zij zich op het standpunt stelt dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
Op 22 februari 2024 is de zaak weer op zitting behandeld, in aanwezigheid van officier van justitie, mr. K. van der Schaft. De raadsvrouw en de opgeëiste persoon waren niet aanwezig. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat hij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting van 18 januari 2024 heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3Officier van justitie niet-ontvankelijk
De rechtbank is – in overeenstemming met de standpunten van de officier van justitie en de raadsvrouw – van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Het EAB is immers ingetrokken, waardoor de grondslag aan de vordering is komen te ontvallen.
Dictum
Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB;
STELT VAST dat de geschorste overleveringsdetentie is beëindigd.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. W.M.C. van den Berg en B.M. Vroom-Cramer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 22 februari 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
De rechtbank heeft de raadsvrouw desgevraagd laten weten dat zij niet op zitting aanwezig hoefde te zijn.