Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-12-04
ECLI:NL:RBAMS:2023:8798
Strafrecht; Strafprocesrecht
Eerste aanleg - meervoudig
628 tokens
Procesverloop
Bij de afdeling strafrecht van de Rechtbank te Amsterdam is onder parketnummer 13-135757-23 een zaak aanhangig die is toegewezen aan de rechter.
2Het verzoek
Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat het de rechter bij de voorbereiding van de behandeling is gebleken dat een procespartij of procesdeelnemer deel uitmaakt van de persoonlijke of zakelijke kennissenkring van de rechter.
Beoordeling
3.1.
Op grond van het bepaalde in artikel 518 van het Wetboek van Strafvordering (hierna Sv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 512 Sv genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.
3.3.
De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen, gelet op hetgeen de rechter aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd en voorts mede gelet op aanbeveling 2 van de Leidraad onpartijdigheid en nevenfuncties in de rechtspraak (de rechter behandelt geen zaak waarbij iemand uit zijn kennissenkring als procespartij is betrokken). Gelet daarop wordt het verzoek toegewezen.
De rechtbank:
wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de behandeling van de zaak met parketnummer 13-135757-23 wordt voortgezet voor een andere rechter;
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 518, tweede lid Sv wordt toegezonden aan:
de raadsman van verdachte;
de rechter; en
de officier van justitie.
Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en mr. A.W.J. Ros, leden, op 4 december 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.