Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-11-09
ECLI:NL:RBAMS:2023:7123
Strafrecht
Tussenuitspraak
1,557 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Parketnummer: 13/296528-19
Datum uitspraak: 9 november 2023
INTERLOCUTOIR
VONNIS
Interlocutoir vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam in de strafzaak tegen:
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaat] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1979,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.
1Het onderzoek ter terechtzitting
Dit tussenvonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 oktober 2023.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie, mr. S.M. Hoogerheide, en van wat de raadsman van verdachte, mr. E.I.B. Hoffman, naar voren heeft gebracht.
2Tenlastelegging
Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan
1
medeplegen van gewoontewitwassen van meerdere geldbedragen in de periode van 13 september 2018 tot en met 11 december 2019 te Amsterdam;
2
medeplegen van witwassen van een geldbedrag van in totaal 40.000 euro op 11 december 2019 te Amsterdam.
De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3Heropening onderzoek
De rechtbank is na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting bij de beraadslaging tot de conclusie gekomen dat het onderzoek niet volledig is geweest. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
In het onderzoek naar de [medeverdachte] is op 2 april 2019 door de officier van justitie een bevel afgegeven om [medeverdachte] stelselmatig te observeren. Daarbij is toestemming verstrekt tot het aanwenden van technische hulpmiddelen, zoals fotoapparatuur en videoapparatuur.
Op 27 juni 2019 is dit bevel verlengd. Deze verlenging ving aan op 28 juni 2019 en eindigde op 25 september 2019. De bevindingen van deze stelselmatige observatie zijn uitgewerkt en opgenomen in het dossier in de processen-verbaal opgemaakt op 18 september 2019 en de processen-verbaal opgemaakt op 19 september 2019. Bij het uitlezen van de camerabeelden zou verdachte herkend zijn als NN4 en vaker aanwezig zijn.
Voorts blijkt uit het dossier in de processen-verbaal van 15 november 2019 en het proces-verbaal van 11 december 2019 dat er ook in de periode van 14 september 2019 tot en met 11 december 2019 op verschillende momenten stelselmatige observatie heeft plaatsgevonden. Uit voornoemde processen-verbaal blijkt echter niet dat voor deze stelselmatige observatie een vereist bevel is afgegeven door de officier van justitie. Ook bevat het dossier geen verlenging van het bevel tot stelselmatige observatie zoals dat door de officier van justitie is afgegeven op 2 april 2019. Het gehele dossier waarin de stukken die zien op de bijzondere opsporingsbevoegdheden zich bevinden (hierna: het BOB-dossier) ontbreekt.
De rechtbank is van oordeel dat de aan de stelselmatige observatie ten grondslag liggende stukken van belang zijn, aangezien kennisneming van deze stukken de rechtbank in staat stelt zich een oordeel te vormen over de rechtmatigheid van het verkregen bewijsmateriaal voor de laatstgenoemde periode van 14 september tot en met 11 december 2019. De rechtbank zal de officier van justitie dan ook gelasten om de betreffende stukken – het gehele BOB-dossier – alsnog aan de processtukken toe te voegen.
De rechtbank zal hiertoe het onderzoek heropenen en schorsen tot een nader te bepalen datum.
De rechtbank zal de stukken in handen van de officier van justitie stellen, opdat deze in de gelegenheid wordt gesteld het eerder bedoelde BOB-dossier aan de processtukken toe te voegen.
Dictum
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Heropent en schorst het onderzoek ter terechtzitting.
Gelast de toevoeging van het hiervoor bedoelde originele BOB-dossier dan wel een kopie conform het origineel van het BOB-dossier van het onderzoek aan de processtukken.
Stelt de stukken in handen van de officier van justitie opdat deze het hierboven genoemde BOB-dossier aan de processtukken zal toevoegen.
Beveelt dat het onderzoek zal worden hervat op een nog nader te bepalen terechtzitting.
Beveelt de oproeping van verdachte tegen een nader te bepalen tijdstip.
Dit tussenvonnis is gewezen door
mr. R.A. Sipkens, voorzitter,
mr. M.T.C. de Vries en mr. A.L. op ‘t Hoog, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.F. Wormhoudt, griffier
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 november 2023.
[...]
PVB met nummer 25-2018199694, doorgenummerde pagina’s 9 t/m 29;
PVB met nummer 23-2018199694, doorgenummerde pagina’s 30 t/m 41;
PVB met nummer 26-2018199694, doorgenummerde pagina’s 42 t/m 54;
PVB met nummer 27-2018199694, doorgenummerde pagina’s 55 t/m 73.
PVB met nummer 28-2018199694, doorgenummerde pagina’s 74 t/m 83;
PVB met nummer 29-2018199694, doorgenummerde pagina’s 84 t/m 94;
PVB met nummer 32-2018199694, doorgenummerde pagina’s 95 t/m 107;
PVB met nummer 33-2018199694, doorgenummerde pagina’s 108 t/m 117;
PVB met nummer 34-2018199694, doorgenummerde pagina’s 118 t/m 132.
PVB met nummer 52-2018199694, doorgenummerde pagina 152.
PVB met nummer 54-2018199694, doorgenummerde pagina’s 133 t/m 140;
PVB met nummer 55-2018199694, doorgenummerde pagina’s 141 t/m 146;
PVB met nummer 56-2018199694, doorgenummerde pagina’s 147 t/m 151.
PVB met nummer 2018199694, doorgenummerde pagina’s 157 t/m 160.