Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-10-30
ECLI:NL:RBAMS:2023:6997
Strafrecht; Strafprocesrecht
Eerste aanleg - meervoudig
896 tokens
Dictum
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
gemachtigde: mr. L.A.Lepoutre namens mr. S. Burmeister,
welk verzoek strekt tot wraking van raadkamer bestaande uit mrs. C.M. Berkhout, voorzitter, G. Oldekamp en E. de Rooij, hierna te noemen: de rechters.
Procesverloop
1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende processtukken:
- het proces-verbaal verhoor verdachte van de raadkamer d.d. 23 oktober 2023 met daarin opgenomen het verzoek tot wraking,
- het bevel gevangenhouding van de raadkamer d.d. 23 oktober 2023.
1.2.
De rechters hebben niet in de wraking berust.
Feiten
2.1.
Verzoeker is verdachte in de zaak met parketnummer 13-266692-23 die bij de rechters in behandeling is.
2.2.
Verzoeker heeft onder meer aangevoerd:
“Ik heb het dossier niet gezien, ik kan mij dus niet verweren.
Ik wil de raadkamer wraken, ik wraak u alle drie. Er zijn twee partijen. Beide partijen moeten verweer kunnen voeren. Ik hoor hier vandaag pa dat er een psychiatrisch onderzoek is uitgezet. Ik verwacht dat er een eerlijk proces wordt gevoerd conform artikel 6 EVRM. Dat is niet het geval. Het dossier klopt niet. Er is sprake van valsheid in geschrifte.
U, voorzitter, merkt op dat ik alleen nog de gronden voor wraking moet meedelen en dat u hebt begrepen dat ik meen dat artikel 6 EVRm is geschonden. Dat klopt. Ik hoor u zeggen dat dat wordt genoteerd.
Ik wil graag mijn wrakingsgrond kunnen aanvullen zodra ik het dossier heb gezien. Ik ben van mening dat het dossier niet klopt..”
Beoordeling
3.1.
Op grond van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
Als uitgangspunt voor de beoordeling geldt dat de rechter krachtens zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, behoudens bewijs van het tegendeel.
3.3.
Aan het verzoek zijn geen concrete feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Die feiten en omstandigheden moeten alle tegelijk en wel zodra deze aan verzoeker bekend zijn geworden, worden voorgedragen. Bij gebreke daarvan is het verzoek daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven.
3.4.
Omdat verzoeker het middel tot wraking lichtvaardig, want zonder grond, heeft ingezet, is naar het oordeel van de Wrakingskamer sprake van misbruik van recht. Bepaald zal daarom worden dat verdere verzoeken tot wraking van de rechter(s) belast met de behandeling van deze zaak van verzoeker niet in behandeling worden genomen.
4. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
Dictum
De Wrakingskamer:
wijst het verzoek af;
bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking van de rechter(s) belast met de behandeling van deze zaak niet in behandeling wordt genomen.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, N.C.H. Blankevoort en A.W.J. Ros, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 oktober 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.