Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-07-26
ECLI:NL:RBAMS:2023:5127
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
777 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/119816-23
Datum uitspraak: 26 juli 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 1 juni 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 15 maart 2023 door de Staatsanwaltschaft Salzburg, Oostenrijk (hierna: de uitvaardigende autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 26 juli 2023, in aanwezigheid van mr. G.P. Sholeh, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen en wordt vertegenwoordigd door zijn raadsman, mr. M. Sculic, advocaat te Rotterdam.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft.
3Ontvankelijkheid van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat hij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB, omdat uit een
e-mailbericht van 24 juli 2023 van de Oostenrijkse autoriteiten blijkt dat het EAB is ingetrokken.
De rechtbank volgt het standpunt van de officier van justitie, waarbij zij ten overvloede opmerkt dat het EAB, dat strekte tot vervolging van de opgeëiste persoon in Oostenrijk, is uitgevaardigd door een officier van justitie zonder dat blijkt dat het EAB is goedgekeurd door een rechter.
Dictum
VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB;
STELT VAST dat de geschorste overleveringsdetentie is geëindigd.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. C. Klomp, voorzitter,
mrs. M.M.L.A.T. Doll en J. van Zijl, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I. van Heusden, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 26 juli 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie rechtbank Amsterdam 27 juli 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:4015