Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-06-01
ECLI:NL:RBAMS:2023:4725
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,404 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 22/5500
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juni 2023 in de zaak tussen
[eisers] , uit Amsterdam, eisers,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder
(gemachtigde: mr. H.J. van der Wal).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de afwijzing van de aanvraag van eisers om een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een hekwerk op het dak van de achteruitbouw van het pand [adres 1] in Amsterdam (hierna: het pand).
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 20 april 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
1.1
De rechtbank beoordeelt of verweerder de omgevingsvergunning in redelijkheid heeft kunnen weigeren. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eisers.
1.2
De rechtbank geeft eisers geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
1.3
De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Heeft verweerder de omgevingsvergunning in redelijkheid kunnen weigeren?
2.1
Met een besluit van 10 juni 2022 heeft verweerder de gevraagde omgevingsvergunning geweigerd voor de activiteiten het bouwen van een bouwwerk, het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een planologische regeling en het slopen, verstoren, verplaatsen of hoe dan ook wijzigen van een rijksmonument, of het zo herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een rijksmonument waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Tegen dit besluit hebben eisers bezwaar gemaakt.
2.2
Met het bestreden besluit van 7 oktober 2022 heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard. Aan het bestreden besluit heeft verweerder ten grondslag gelegd dat het project in strijd is met artikel 5.2.8 van de planvoorschriften van het bestemmingsplan ‘ [plan] ’. Volgens verweerder zijn dakterrassen niet toegestaan en door het plaatsen van een hekwerk wordt automatisch het gebruik van daken als dakterras gefaciliteerd. Verweerder ziet geen aanleiding gebruik te maken van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid, omdat het dakterras directe inkijk geeft in de woningen aan de [adres 2] en [adres 3] . Het belang van het waarborgen van de privacy van de omwonenden weegt zwaarder dan het belang van de aanvrager van het dakterras, aldus verweerder.
3. Eisers voeren – samengevat – aan dat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheid-, het motiverings- en het gelijkheidsbeginsel. Volgens eisers hebben zij geen aanvraag voor een dakterras willen doen, maar voor het creëren van een valbescherming in het geval van brand en onderhoud door rond het platte dak van het tussenlid van het pand een hek te plaatsen. Na het indienen van de aanvraag kregen eisers het verzoek om aanvullende gegevens aan te leveren en werd door verweerder gesproken over een alternatieve vluchtroute die voldoet aan de eisen van het bouwbesluit. Volgens eisers wilden zij in eerste instantie helemaal geen hek rondom het dak en uiteindelijk is de aanvraag vooral afgewezen vanwege het hek. Daarnaast gaat het niet om een vluchtroute volgens de definitie van het bouwbesluit, maar om een beveiliging op het tussenlid. Eisers voeren verder aan dat zij geen intentie hebben het dak te gebruiken als dakterras. Verder wijzen eisers erop dat op andere daken ook hekken zijn geplaatst. Eisers verzoeken de rechtbank om de aanvraag te interpreteren zoals deze oorspronkelijk was bedoeld. Dat houdt in dat er geen hek op het achterhuis zal worden geplaatst en dat er ook geen nooduitgang volgens de definitie van het bouwbesluit komt. Op de zitting hebben eisers ter onderbouwing van hun standpunt nog gewezen op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 april 2020.
4.1
De rechtbank oordeelt dat de door eisers genoemde uitspraak in deze zaak niet opgaat. Eisers hebben in hun oorspronkelijke aanvraag verzocht om een hekwerk te mogen realiseren op het tussenlid. Omdat deze aanvraag volgens verweerder niet voldoet aan het bouwbesluit, hebben eisers in overleg met verweerder de aanvraag aangepast, in die zin dat de aanvraag bestaat uit een hekwerk rondom het hele achterdak. Anders dan in de door eisers genoemde zaak, hebben eisers hun oorspronkelijke aanvraag zelf gewijzigd naar een aanvraag om een hekwerk rondom het hele achterdak. Deze aangepaste aanvraag is uiteindelijk door verweerder beoordeeld in het bestreden besluit. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat verweerder moet beslissen op wat is aangevraagd. Ook de rechtbank moet kijken naar wat is aangevraagd en de daaropvolgende beslissing van verweerder. Eisers hebben op de zitting naar voren gebracht dat ze het met de afwijzing van de gewijzigde aanvraag naar een hek rondom het hele dak niet oneens zijn.
4.2
Gelet op het voorgaande slagen de beroepsgronden van eisers niet.
Conclusie
5.1
Verweerder heeft de omgevingsvergunning in redelijkheid kunnen weigeren.
5.2
Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat bij deze uitkomst geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Sullivan, rechter, in aanwezigheid van mr. I.N. van Soest, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
Artikel 2.1
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit:
a. het bouwen van een bouwwerk;
b. het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald,
c. het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan, de regels gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening of een voorbereidingsbesluit voor zover toepassing is gegeven aan artikel 3.7, vierde lid, tweede volzin, van die wet
(…)
Bouwbesluit 2012
Artikel 1.1 begripsbepalingen
(…)
Vluchtroute: route die begint in een voor personen bestemde ruimte, uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen en eindigt op een veilige plaats, zonder dat gebruik behoeft te worden gemaakt van een lift
Artikel 2.102 Vluchtroute
1. Op elk punt van een voor personen bestemd gedeelte van een vloer begint een vluchtroute die leidt naar het aansluitende terrein en vandaar naar de openbare weg.
(…)
Bestemmingsplan [plan]
5.2.8 Dakbeëindiging
a. (…)
c. Dakterrassen zijn niet toegestaan.
(…)
5.4.7 Dakterrassen
Het bepaalde in artikel 5.2.3 onder b, artikel 5.2.4 onder b en artikel 5.2.8 onder c, voor een dakterras met bijbehorende afrastering, waarvan de hoogte ten hoogste 1,20 meter bedraagt ten opzichte van het desbetreffende dak. De afwijking kan alleen worden verleend voor dakterrassen ten behoeve van de woonfunctie.
Het dakterras mag op de tot 'Gemengd - 1' bestemde gronden alleen aan de achterzijde van het hoofdgebouw worden gerealiseerd, tot een diepte van maximaal de helft van het gebouw, mits de kapvorm wordt gerespecteerd en het dakterras geen aantasting van het daklandschap oplevert. Het dakterras mag tevens op een aanbouw of een bijgebouw worden gerealiseerd.
Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
Artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo.
Artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo in samenhang met artikel 2.12, eerste lid, onder a, van de Wabo.
Artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo.
ECLI:NL:RVS:2020:1006.