Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-07-18
ECLI:NL:RBAMS:2023:4562
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,213 tokens
Inleiding
proces-verbaal
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/735512 / KG ZA 23-530 VVV/MAH
Proces-verbaal van mondelinge uitspraak op 18 juli 2023
in de zaak van
[eiseres]
,
wonende te [woonplaats] ,
eiseres bij dagvaarding van 30 juni 2023,
advocaat mr. M.H. Schmidt te Amsterdam,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. R.H. Wormhoudt te Ruinerwold.
Partijen zullen hierna de vrouw en de man worden genoemd.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van een vordering in kort geding.
Tegenwoordig zijn mr. T.H. van Voorst Vader, voorzieningenrechter, en mr. M.A.H. Verburgh, griffier.
Na uitroeping van de zaak verschijnen:- de vrouw met mr. Schmidt,
- mr. Wormhoudt namens de man.
Procesverloop
Tijdens de mondelinge behandeling op 18 juli 2023 is namens de vrouw de dagvaarding toegelicht en namens de man verweer gevoerd. De vrouw heeft producties in het geding gebracht en de man een pleitnota. De behandeling van de zaak is gesloten en vervolgens is mondeling uitspraak gedaan. Daarvan is ingevolge artikel 29a lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dit proces-verbaal opgemaakt, dat op 19 juli 2023 aan partijen is afgegeven.
2Waar gaat dit kort geding over?
2.1.
Partijen zijn de ouders van:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats] ,
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2018 te [geboorteplaats] .
2.2.
In de echtscheidingsbeschikking van 16 juni 2021 is de hoofdverblijfplaats van de kinderen bepaald bij de vrouw. Verder is onder meer bepaald dat de vrouw huurster zal zijn van de voormalige echtelijke woning.
2.3.
De vrouw heeft de man tevergeefs gesommeerd de reisdocumenten van de kinderen aan haar af te geven.
3De mondelinge uitspraak
3.1.
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben drie minderjarige kinderen. De ouders hebben gezamenlijk gezag. De kinderen hebben hoofdverblijfplaats bij de vrouw. Het oudste kind, [minderjarige 1] , heeft een Nederlands paspoort en [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben een Nederlandse ID-kaart. De man is in het bezit van deze documenten.
3.2.
De vrouw vordert afgifte door de man van het paspoort en de beide ID-kaarten, op straffe van een dwangsom.
3.3.
De vordering zal worden toegewezen. Omdat de kinderen bij de vrouw verblijven is het zinvol dat hun identiteitsdocumenten ook daar zijn, zodat ze indien nodig voor de kinderen gebruikt kunnen worden, voor reizen, legitimatie en andere doeleinden waarvoor identiteitsbewijzen worden afgegeven. Ter zitting is gebleken dat de man geen permanente verblijfplaats heeft en de kinderen om die reden nu niet bij hem kunnen verblijven. De man voert aan dat hij vreest dat de vrouw met de kinderen naar Syrië zal vertrekken, al dan niet via een ander land. Die vrees is niet onderbouwd en wordt gemotiveerd betwist en is dus geen reden om de vordering af te wijzen.
3.4.
De gevorderde dwangsom zal worden toegewezen, omdat de man stellig heeft verklaard dat hij de identiteitsbewijzen zelf wil bewaren. De proceskosten zullen worden gecompenseerd, zoals gebruikelijk in familiezaken.
Dictum
De voorzieningenrechter
4.1.
veroordeelt de man om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis het paspoort van [minderjarige 1] en de ID-kaarten van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] aan de vrouw af te geven, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,
4.2.
verklaart deze uitspraak tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.3.
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzieningenrechter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.
Type: MAH
Coll: EB