Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-06-21
ECLI:NL:RBAMS:2023:4415
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
1,819 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/092045-23
Datum uitspraak: 21 juni 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 20 april 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 30 maart 2023 door het Amtsgericht Chemnitz (Duitsland) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] alias [alias opgeëiste persoon 1] alias [alias opgeëiste persoon 2]
geboren in [geboorteplaats] (Georgië) op [geboortedag] 1984,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd uit andere hoofde in de Penitentiaire Inrichting [naam PI] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 7 juni 2023, in aanwezigheid van mr. G.P. Sholeh, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen en is vertegenwoordigd door zijn daartoe gemachtigde raadsvrouw, mr. J. Leyten, advocaat te Amsterdam. De opgeëiste persoon heeft op 6 juni 2023 afstand gedaan van zijn recht ter zitting aanwezig te zijn.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Georgische nationaliteit heeft.
3Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een arrestatiebevel van het Amtsgericht Chemnitz van 25 september 2019 (dossiernummer 1 Gs 2780/19).
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.
3.1
Genoegzaamheid
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van een persoonsverwisseling en dat de overlevering op die grond moet worden geweigerd. In het EAB staat de naam ‘ [opgeëiste persoon] ’ vermeld, terwijl de naam van de opgeëiste persoon [alias opgeëiste persoon 1] is.
De rechtbank is – met de officier van justitie – van oordeel dat de persoon die is aangehouden ter uitvoering van het EAB degene is wiens overlevering door de uitvaardigende justitiële autoriteit wordt verzocht. Deze persoon is in Nederland aangehouden door de Koninklijke Marechaussee. Uit de informatie van de Koninklijk Marechaussee, die informatie heeft ontvangen uit Duitsland, blijkt dat [opgeëiste persoon] ook gebruik maakt van persoonsgegevens van andere personen, waaronder [alias opgeëiste persoon 2] , [alias opgeëiste persoon 3] en [alias opgeëiste persoon 1] . Daarnaast is er een foto bijgevoegd van [opgeëiste persoon] . Deze foto is door de Koninklijke Marechaussee vergeleken met de persoon die ter uitvoering van het EAB was aangehouden en vastzat en die de naam [alias opgeëiste persoon 1] had opgegeven. Uit het door de rechtbank ontvangen proces-verbaal van 24 maart 2023 blijkt dat het om dezelfde persoon ging.
De rechtbank verwerpt het verweer.
4Strafbaarheid: feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd - voldaan is aan het vereiste dat op de feiten naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Feiten
poging tot diefstal met twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.
5Artikel 36 OLW
De raadsvrouw heeft erop gewezen dat de opgeëiste persoon een zitting in de Nederlandse strafzaak wil bijwonen omdat er een procedure in hoger beroep loopt in zijn strafzaak. Om die reden moet, gelet op artikel 36 OLW, de feitelijke overlevering worden uitgesteld en de rechtbank dient daaromtrent een beslissing te nemen.
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat een nog lopende strafzaak geen omstandigheid vormt die bij de beoordeling van het overleveringsverzoek een rol speelt.
Een openstaande Nederlandse strafzaak kan een belemmering voor de feitelijke overlevering opleveren in de zin van artikel 36 OLW, maar daar kan de rechtbank in dit stadium van de procedure geen beslissing over nemen. Dit komt pas aan de orde nadat de overlevering is toegestaan.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
7Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 45, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 van de Overleveringswet.
Dictum
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] alias [alias opgeëiste persoon 1] alias [alias opgeëiste persoon 2] aan het Amtsgericht Chemnitz (Duitsland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.P.W. Helmonds voorzitter,
mrs. M.C.M. Hamer en A.J.R.M. Vermolen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.A. Potters, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 21 juni 2023.
De jongste rechter is buiten staat mede te ondertekenen.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Zie onderdeel e) van het EAB.