Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-05-30
ECLI:NL:RBAMS:2023:3643
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,176 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
VONNIS
Parketnummer: 13/044105-23 en 13/251047-22 (TUL)
Datum uitspraak: 30 mei 2023
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [detentieadres] .
1Onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van 16 mei 2023.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. P.L. Smit, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S. Meijer, naar voren hebben gebracht.
De rechtbank heeft ook kennisgenomen van wat de deskundige [persoon] , reclasseringswerker, naar voren heeft gebracht.
2Tenlastelegging
Aan verdachte wordt – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 12 februari 2023 in Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan diefstal van bier.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.
De tekst van de volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3Waardering van het bewijs
3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de diefstal kan worden bewezen.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen bewijsverweer gevoerd.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank oordeelt – met de officier van justitie en de verdediging – dat de diefstal bewezen kan worden verklaard. Verdachte heeft de diefstal bekend.
4Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart op grond van de bewijsmiddelen in bijlage II bewezen dat verdachte
op 12 februari 2023 te Amsterdam een sixpack bier (merk Heineken), dat geheel aan NS Stations Foodstore BV h.o.n.v. Albert Heijn To Go toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
5Strafbaarheid van het feit
Het bewezen verklaarde feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
6Strafbaarheid van verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.
Motivering
7.1.
Eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) wordt opgelegd voor de duur van twee jaar. De officier van justitie heeft zich niet verzet tegen het bevelen van een tussentijdse toetsing na één jaar.
7.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat geen ISD-maatregel aan verdachte kan worden opgelegd, omdat niet is voldaan aan de zachte criteria. Voor het geval dat de rechtbank oordeelt dat wel aan de zachte criteria is voldaan, heeft de verdediging subsidiair verzocht geen ISD-maatregel maar een deels voorwaardelijke (gevangenis)straf met bijzondere voorwaarden op te leggen. Een ISD-maatregel is een laatste redmiddel en verdachte heeft aangegeven Nederland op eigen initiatief te willen verlaten met hulp van Stichting [stichting] . Meer subsidiair wordt verzocht om een voorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen. Uiterst subsidiair heeft de verdediging verzocht om een ISD-maatregel op de leggen voor de duur van één jaar, met een tussentijdse toetsing na zes maanden.
7.3.
Oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen maatregel is in overeenstemming met de ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd en de persoon van verdachte, zoals daarvan op de zitting is gebleken.
Aard en ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal. Winkeldiefstal is een ergerlijk feit dat naast overlast en schade voor de winkel ook hinder veroorzaakt voor winkeliers. Met het plegen van deze winkeldiefstal heeft verdachte geen respect getoond voor de eigendommen van anderen.
ISD-maatregel
Voldaan aan de criteria voor oplegging
Om een ISD-maatregel op te kunnen leggen, moet er worden voldaan aan bepaalde voorwaarden die volgen uit artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht en de ISD-richtlijn van het Openbaar Ministerie (Richtlijn Strafvordering bij meerderjarige veelplegers), de zogenaamde ‘harde criteria’. Zo moet verdachte een misdrijf hebben gepleegd waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Omdat de rechtbank in dit vonnis bewezen heeft verklaard dat verdachte een diefstal heeft gepleegd, is aan deze voorwaarde voldaan. Ook moet verdachte in de afgelopen vijf jaar meer dan drie keer voor een misdrijf onherroepelijk zijn veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf. Uit het strafblad van verdachte van 17 april 2023 blijkt dat ook aan deze voorwaarde is voldaan. Ook wordt voldaan aan de voorwaarde dat het in dit vonnis bewezen verklaarde feit is gepleegd na tenuitvoerlegging van die vrijheidsbenemende straffen. Uit het reclasseringsadvies van 25 april 2023 blijkt dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen. Gelet op de ernst en het aantal door verdachte begane soortgelijke misdrijven oordeelt de rechtbank bovendien dat de veiligheid van personen of goederen de oplegging van de ISD-maatregel eist. De rechtbank stelt daarmee vast dat aan alle voorwaarden uit artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht is voldaan. De ISD-richtlijn van het Openbaar Ministerie stelt als aanvullende voorwaarde dat er in de afgelopen vijf jaar ten minste tien processen-verbaal moeten zijn opgemaakt voor misdrijven, waarvan ten minste één proces-verbaal in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatste gepleegde misdrijf. Uit het strafblad van verdachte van 17 april 2023 blijkt dat aan deze voorwaarde is voldaan.
Om een ISD-maatregel op te kunnen leggen, moet ook blijken dat er geen alternatief voor het opleggen van een ISD-maatregel bestaat. Daarbij wordt gekeken of er in het verleden dwangtrajecten hebben plaatsgevonden die niet hebben geleid tot een gedragsverandering, of dat verdachte heeft aangegeven hieraan niet mee te willen werken, of dat verdachte daar – gelet op zijn status – geen mogelijkheden toe heeft, door de raadsvrouw aangeduid als de ‘zachte criteria’.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 25 april 2023, opgemaakt door [persoon] . Hieruit blijkt dat de kans op recidive door de reclassering als hoog wordt ingeschat, vanwege de instabiliteit op het gebied van huisvesting, dagbesteding en inkomen, zijn alcoholgebruik, het gebrek aan steunend netwerk in Nederland, zijn strafblad en zijn verblijfsstatus (die op dit moment onduidelijk is). Om de kans op recidive te verlagen is hulpverlening nodig, maar interventies zijn niet uitvoerbaar omdat verdachte geen aanspraak maakt op sociale voorzieningen. De reclassering heeft daarom geen mogelijkheden om verdachte te begeleiden in een voorwaardelijk kader met bijzondere voorwaarden. Er wordt geadviseerd om een ISD-maatregel voor de duur van twee jaar op te leggen aan verdachte, met een tussentijdse toetsing na één jaar.
[persoon] is op de zitting gehoord als deskundige en heeft haar advies bevestigd en in aanvulling daarop verklaard dat verdachte op dit moment niet lang genoeg in Nederland is om aanspraak te maken op sociale voorzieningen die hij wel nodig heeft, zoals hulp voor zijn alcoholverslaving. Binnen de ISD-maatregel kan wel de hulp worden geboden die verdachte nodig heeft (om recidive te voorkomen). Een tussentijdse toetsing na één jaar is geadviseerd omdat er op dat moment duidelijkheid zal zijn over de mogelijkheden om verdachte naar [geboorteland] of [land] te laten terugkeren. De deskundige heeft tot slot verklaard dat verdachte, voor zover haar bekend, niet rechtmatig in Nederland verblijft omdat zijn Unierecht in Nederland is ingetrokken door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: IND) en hij het verloop van zijn procedure niet in Nederland mag afwachten.
Verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij niet terug wil naar [geboorteland] omdat hij daar geen familie heeft. Verdachte wil wel naar [land] , daar woont zijn zus. Verdachte heeft hulp aangeboden gekregen van [organisatie] ; verdachte kon zich melden bij Stichting [stichting] waar hij zou worden geholpen om naar [land] te gaan. Verdachte heeft zich niet gemeld bij Stichting [stichting] omdat hij weer wilde gaan werken in Nederland.
Gelet op deze omstandigheden oordeelt de rechtbank dat er geen interventies in een drangkader mogelijk zijn, terwijl deze interventies wel nodig en aangewezen zijn vanwege de drankproblemen van verdachte en zijn veelvuldige recidive.
Onvoorwaardelijke ISD-maatregel
De verdediging heeft verzocht om geen ISD-maatregel op te leggen aan verdachte omdat de ISD-maatregel een laatste redmiddel is, dan wel om een voorwaardelijke ISD-maatregel op de leggen omdat verdachte heeft aangegeven Nederland te willen verlaten met hulp van Stichting [stichting] . De rechtbank oordeelt dat het verlaten van Nederland met hulp van Stichting [stichting] vrijwillig door verdachte moet worden georganiseerd. Verdachte heeft eerder al de mogelijkheid gehad om via Stichting [stichting] naar [land] te gaan. Deze hulp heeft hij toen niet aangegrepen omdat hij wilde werken in Nederland. De rechtbank heeft er dan ook onvoldoende vertrouwen in dat verdachte, eventueel na het uitzitten van een gevangenisstraf, naar [land] of [geboorteland] zal vertrekken. Bovendien wordt er op die manier niets gedaan om zijn problematiek te doorbreken en vindt er geen gedragsverandering plaats. Binnen de ISD-maatregel kunnen de interventies worden ingezet die hij nodig heeft om zijn problematiek aan te pakken.
Dictum
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezenverklaarde levert op:
diefstal.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.
Legt op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaar.
Bepaalt dat het Openbaar Ministerie binnen zes maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel de rechtbank zal berichten over de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel.
Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 13/251047-22.
Dit vonnis is gewezen door
mr. W.M.C. van den Berg, voorzitter,
mrs. A.A. Spoel en C.M. Mellema, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M. van der Post, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 mei 2023.
[…]