Rechtspraak
Parket bij de Hoge Raad
2026-01-13
ECLI:NL:PHR:2026:41
Strafrecht
8,062 tokens
Volledig
ECLI:NL:PHR:2026:41 text/xml public 2026-01-30T17:09:41 2026-01-07 Raad voor de Rechtspraak nl Parket bij de Hoge Raad 2026-01-13 23/03049 Conclusie NL Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:41 text/html public 2026-01-15T10:23:22 2026-01-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:PHR:2026:41 Parket bij de Hoge Raad , 13-01-2026 / 23/03049 Conclusie AG. Medeplegen opzettelijk aanwezig hebben cocaïne. Art. 2 Opiumwet. Falend middel over afwijzing van voorwaardelijk verzoek tot horen van verbalisant. Tevens falend middel met bewijs- en motiveringsklachten m.b.t. medeplegen alsmede wetenschap van- en opzet op aanwezig hebben cocaïne. Tot slot falend middel over strafoplegging. Ambtshalve: overschrijding redelijke termijn. De conclusie strekt tot partiële vernietiging van de uitspraak en strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn en verwerping voor het overige. PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 23/03049 Zitting 13 januari 2026 CONCLUSIE D.J.M.W. Paridaens In de zaak [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975, hierna: de verdachte. 1 Inleiding 1.1 Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 3 augustus 2023 het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 17 juni 2022, waarbij de verdachte wegens "medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod" is veroordeeld, bevestigd met uitzondering van de opgelegde gevangenisstraf en de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, met aftrek van voorarrest. 1.2 Namens de verdachte hebben J. Kuijper en D.W.E. Sternfeld, beiden advocaat in Amsterdam, drie middelen van cassatie voorgesteld. 1.3 Omwille van de chronologie zal ik de middelen bespreken in een iets andere volgorde dan waarin deze zijn voorgesteld. Ik begin met de bespreking van het eerste en derde middel, nu deze middelen beide klagen over de bewezenverklaring. Het tweede middel zal ik als laatste bespreken, nu dat klaagt over de strafoplegging. 2 Het eerste middel 2.1 Het middel klaagt over de afwijzing van het voorwaardelijke verzoek tot het horen van [verbalisant 1] . 2.2 Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat: “hij in de periode van 29 augustus 2020 tot en met 30 augustus 2020 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne.” 2.3 De bewezenverklaring is gebaseerd op de volgende bewijsmiddelen: “ Verklaring van de verdachte ter terechtzitting De verklaring die de verdachte ter terechtzitting van 3 juni 2022 heeft afgelegd, houdt - zakelijk weergegeven - onder meer het volgende in. Ik had in het hotel een kamer voor mezelf gehuurd. Ik heb ook voor mijn zoon een kamer gehuurd. De geldtelmachine uit de hotelkamer had ik meegenomen. Ik ben samen met mijn zoon in de witte Mercedes Vito bestelbus met [kenteken 1] naar België geweest. Ik was de bestuurder. [medeverdachte 1] is een neef. Ik heb misschien een oranje broek aan gehad. Ik ben met de bus teruggereden naar het hotel. Mijn zoon en ik zijn daar samen aangekomen. [betrokkene 1] is mijn ex. Een proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] (dossierpagina’s 76 e.v.). Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in als de op 31 augustus 2020 door de [medeverdachte 2] ten overstaan van verbalisanten afgelegde verklaring: V: Hoelang zat je al in het hotel? A: paar weken (…) A: kamer […] is van mij (...) V: Wie verblijven er in die hotelkamers? A: Mijn vriendin ( de rechtbank begrijpt: [betrokkene 2] ) komt af en toe langs. V: Die was er gisteren ook? A: Ja. Een proces-verbaal van bevindingen en/of verrichtingen (dossierpagina’s 123 e.v.). Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in als relaas van bevindingen en/of verrichtingen van verbalisanten dan wel een van hen: Op 30 augustus 2020 omstreeks, 14.45 uur kregen wij de melding om te gaan naar de [a-straat 1] in [plaats] . Daar op de parkeerplaats van het [A] Hotel zou een witte Mercedes Vito staan voorzien van [kenteken 1] . De melder zag dat het busje af en toe bewoog. Omstreeks 14.50 uur waren wij ter plaatse en zagen wij de genoemde Mercedes daar staan op de parkeerplaats van het [A] Hotel. Ik, [verbalisant 2] , liep naar de achterzijde van het busje. Ik zag dat het busjes twee deuren aan de achterzijde had zitten welke geopend konden worden. Ik trok aan de deurhendel en zag dat rechter deur gewoon open ging. Hierop keek ik in de laadruimte en zag ik een persoon gehurkt zitten links achterin. Dit bleek later te zijn verdachte: [medeverdachte 2] ) Geboren [geboortedatum] -2001 (19) te [geboorteplaats] (Nederland) Geslacht: man. Hierna te noemen: [verdachte] . Hierop kwam ik, [verbalisant 3] , bij [verbalisant 2] staan. Wij zagen dat het busje vol stond met verhuisdozen en vuilniszakken. Hierop vroeg ik, [verbalisant 2] , wat [medeverdachte 2] aan het doen was. Wij hoorden [medeverdachte 2] antwoorden: "Ik ben spullen aan het inpakken". Wij zagen dat [medeverdachte 2] zweetdruppels over zijn armen en op zijn neus had en dat hij trillende handen had. Het was op dat moment niet extreem warm of koud. Wij zagen dat [medeverdachte 2] een oranje t-shirt, zwart broekje en badslippers aanhad. [medeverdachte 2] zat in het, busje met in zijn rechterhand een rood klein voorwerp. Achterbleef bleek dit om een stanleymes te gaan. Wij zagen dat er pakketten ter grootte van A5 papier pakketten gewikkeld in doorzichtig folie in de verhuisdozen lagen. Wij zagen dat er vuilniszakken in hef busje lagen met veel stukken kapotgetrokken duct tape. Wij zagen dat deze stukken duct tape de grootte en de vorm hadden van de pakketten die in de verhuisdozen lagen. Het is ons ambtshalve bekend dat diverse drugs vaak op deze manier verpakt en vervoerd worden. Een proces-verbaal van bevindingen en/of verrichtingen (dossierpagina’s 130 e.v.). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als relaas van bevindingen en/of verrichtingen van verbalisanten dan wel een van hen: Op 30 augustus 2020 hebben wij de in beslag genomen drugs gewogen op een digitale weegschaal. Totaalgewicht van de pakketten: 195,5 negen kilogram. De 170 pakketten waren verpakt in negen verhuisdozen. Een proces-verbaal Van forensisch onderzoek plaats delict met fotobijlage (dossierpagina’s 137 e.v.). Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in als relaas van bevindingen en/of verrichtingen van verbalisant: Ik kreeg een pakket overhandigd dat afkomstig was uit het voertuig waarin [medeverdachte 2] was aangehouden. De vorm en de verpakkingswijze van het pakket, namelijk - vacuüm verpakt in folie; - met een vermoedelijk netto gewicht van ongeveer één kilogram (gewogen bruto gewicht op een niet geijkte weegschaal 1.16 kilogram); - met afmetingen van ongeveer 22,5 centimeter bij 14,5 centimeter, herkende ik ambtshalve als zijnde de wijze waarop cocaïne verpakt wordt. Ik heb de verpakking met een scalpelmesje opengesneden. Ik zag dat de inhoud van het pakket wit poeder betrof. Met gebruik van de indicatieve drugtest MMC cocaïne/cracktest heb ik een bemonstering van de poeder getest. De test gaf een positieve uitslag op cocaïne. Een proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen (dossierpagina’s 142 e.v.). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als relaas van bevindingen en/of verrichtingen van verbalisanten dan wel een van hen: De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit: Goednummer; PL1100-2020185815-1181667 SIN: AAJE1240NL Relatie met SIN: AALE3681NL, AALE3682NL, AALE3683NL, AALE3684NL, AALE3685NL, AALE3686NL, AALE3687NL, AALE3688NL, AALE3689NL, AALE3724NL, AALE3725NL, AALE3726NL, AALE3727NL, AALE3728NL, AALE3729NL, AALE3730NL, AALE373INL, AALE3732NL, AALE3715NL, AALE3716NL, AALE3717NL, AALE3718NL, AALE3719NL, AALE3720NL, AALE372INL, AALE3722NL, AALE3723NL, Object: Verdovend middel (cocaïne/crack) Kleur: Wit Inhoud: Samengeperste poeder Bijzonderheden: 170 blokken a 1,1-1,2 kg p.s.
Volledig
totaal bruto 195,35 kg Omschrijving: Pakket met samengeperst witte poeder, verpakt in meerdere lagen en typen verpakkingsmateriaal (tape, folie, rubber). Gewicht netto: 170000 gram (170 kilogram). Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat elk pakket waaruit bemonsterd is een afgerond netto gewicht heeft van 1 kilogram. Aantal monsters: 27. Monsters A t/m Z en nr. 27 (allemaal positief voor cocaïne) Opmerking rechtbank: In het dossier bevinden zich 27 rapporten van het Nederlands Forensisch Instituut. De conclusie is dat alle monsters met de voornoemde SIN-nummers AALE368INL tot en met AALE3689 en AALE3715NL tot en met AALE3732NL cocaïne bevatten. (Zie de 27 NFI-rapporten, zaaknummer 2020.09.01.013, aanvragen 001 tot en met 027, dossierpagina’s 153-179). Een proces-verbaal van bevindingen en/of verrichtingen (dossierpagina’s 303 e.v.). Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in als relaas van bevindingen en/of verrichtingen van verbalisant: Volgens het RDW staat genoemde Mercedes Vito, voorzien van [kenteken 1] , sinds 5 juni 2020 op naam Van [betrokkene 1] , geboren op [geboortedatum] 1975. Middels de Gemeentelijke Basis Administratie heb ik gezocht naar de relatie tussen de verdachte [medeverdachte 2] en de eigenaresse van de Mercedes Vito, [betrokkene 1] . Uit dit onderzoek werd bekend dat de vader van verdachte [medeverdachte 2] , genaamd [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] , GBA-adres ZVWOVP en [betrokkene 1] gezamenlijk de ouders zijn van twee kinderen genaamd: [dochter 1 verdachte] en [dochter 2 verdachte] . Een proces-verbaal van bevindingen en/of verrichtingen (dossierpagina’s 199 e.v.). Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in als relaas van bevindingen en/of verrichtingen van verbalisanten dan wel één van hen: Op 30 augustus 2020 had ik, [verbalisant 2] (samen met [verbalisant 3] , hoofdagent van politie) een hoeveelheid drugs aangetroffen in een busje dat geparkeerd stond voor het [A] hotel aan de [a-straat 1] te [plaats] . In de laadruimte van dit busje werd een grote hoeveelheid drugs en een verdachte aangetroffen. Deze is door [verbalisant 3] en mij aangehouden. In zijn fouillering werd een pasje aangetroffen die meer dan vermoedelijk als sleutel diende voor een hotelkamer ( de rechtbank begrijpt: een keycard ). Ik, [verbalisant 4] , kreeg vervolgens de opdracht te gaan naar dit hotel en een onderzoek in te stellen naar de herkomst van dit pasje en of de verdachte in het hotel ook een kamer had geboekt. Wij, verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 2] , zijn samen naar het voornoemde hotel gegaan en hebben daar de receptioniste aangesproken. Wij hebben gevraagd of er iemand ingecheckt was met de achternaam [medeverdachte 2] . Ze is vervolgens gaan kijken in het systeem en gaf aan dat er twee kamers geboekt waren door dezelfde man, namelijk " [verdachte] ". Het zou gaan om de kamernummers […] en […] . De kamers waren gehuurd vanaf mei 2020. Een proces-verbaal van bevindingen en/of verrichtingen en fotobijlage (dossierpagina’s 209 e.v.). Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in als relaas van bevindingen en/of verrichtingen van verbalisanten dan wel één van hen: Op 30 augustus 2020, omstreeks 18:41 uur, werd binnengetreden in hotelkamer […] van het [A] Hotel [plaats] . Tijdens deze doorzoeking werden de volgende goederen in beslag genomen: een afschrift van een huurcontract van een unit bij [B] op naam van [verdachte] , een vliegticket vanuit Suriname op naam van ‘ [verdachte] ’, een geldtelmachine, twee bekers, een vork, een tandenborstel en drie dactyloscopische sporen. Van een aantal andere goederen werden foto’s gemaakt: een factuur van autoverhuurbedrijf DIKS voor voertuig met [kenteken 2] (op naam van [verdachte] ), diverse bonnen en facturen (waarvan twee van een apotheek op naam van [verdachte] ), diverse kladbriefjes, een label van een sleutel, diverse ING-brieven (op naam van [verdachte] ) en een betaalpas van Good Vibes. Een proces-verbaal van bevindingen en/of verrichtingen (bevattende afbeeldingen) (Documentcode: 20200917.1540.7420) (dossierpagina's 310 e.v.). Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in als relaas van bevindingen en/of verrichtingen van verbalisant: Betreft: Camerabeelden [A] hotel Ik heb de beschikbare bewakingsbeelden bekeken. Hierbij heb ik de volgende waarnemingen gedaan: Zaterdag 29 augustus 2020 12.27: [medeverdachte 2] verlaat de hotelkamer en loopt naar de lift. 12.28: [medeverdachte 2] komt de lift uit en loopt door de receptie naar buiten het parkeerterrein op. 12.28: [medeverdachte 2] loopt richting een grijze Mazda CX-30 voorzien van [kenteken 3] . 12.28: [medeverdachte 2] stapt in de Mazda voorzien van [kenteken 3] en rijdt achteruit het parkeerterrein af. 12.29: [medeverdachte 2] rijdt weg in de richting van de [b-straat 1] . 21.42 Witte Mercedes Vito voorzien van [kenteken 1] komt aanrijden vanuit de richting [b-straat 1] te [plaats] . Bus wordt achteruit ingeparkeerd nabij de ingang van het hotel. 21.44: Uit de bus stappen twee mannelijke personen en gaan de ingang van het hotel binnen. Mannen zijn beide gekleed in oranje werkkleding. De bestuurder draagt een baseball pet ( de rechtbank begrijpt: de verdachte ). De bijrijder van de bus is [medeverdachte 2] . (...) 21.45: Beide mannen nemen de lift naar de 5e etage. (…) 21.47: Mannen komen aan op de 5e etage en gaan allebei naar een afzonderlijke kamer. ( Opmerking rechtbank: op de bijbehorende afbeelding is te zien dat de verdachte een oranje werkbroek aan heeft ). 21.53: Bestuurder van de bus komt zijn kamer uiten loopt naar de kamer van [medeverdachte 2] en klopt aan en gaat de kamer binnen. (...) 21.54 Beide mannen komen uit de kamer en lopen richting de lift. [medeverdachte 2] heeft zich omgekleed. 21.55: Beide mannen lopen via de receptie naar buiten. Buiten gaat de bestuurder van de bus staan bellen voor de deur van het hotel. [medeverdachte 2] wacht tot het gesprek klaar is. 22.03: Mannen lopen het parkeerterrein africhting de [b-straat 1] en lopen het beeld uit. De bestelbus blijft achter op het parkeerterrein van het [A] hotel. Zondag 30 augustus 03.55: Donkerkleurige Mazda voorzien van [kenteken 3] komt het parkeerterrein op rijden vanuit de richting van de [b-straat 1] . 03.56: [medeverdachte 2] stapt uit als bestuurder en haalt twee rood witte paaltjes weg van een parkeerplaats direct naast de ingang van het hotel en parkeert de auto achteruit in. 11.44 [medeverdachte 2] ontgrendelt de Mazda en opent de kofferbak van de Mazda. 11.45: [medeverdachte 2] heeft een aantal uit elkaar gevouwen verhuisdozen uit de Mazda gepakt en loopt richting de Mercedes Vito bus en zet de dozen tegen de bestuurderszijde van de Vito bus. 11.46: [medeverdachte 2] stapt achter het stuur van de Vito bus en rijdt de bus een stukje naar voren. 11.47: [medeverdachte 2] stapt uit, stapt uit het bestuurdersportier, pakt de dozen beet en stapt achter in de bestelbus. 14.51: Politievoertuig rijdt parkeerterrein op van [A] hotel. 14.55: Na onderzoek in de cabine wordt het achterportier van de Vito geopend en word [medeverdachte 2] aangehouden. Een proces-verbaal van bevindingen en/of verrichtingen (dossierpagina’s 361 e.v.). Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in als relaas van bevindingen en/of verrichtingen van verbalisant: Betreft: aanvullend pv, parkeren Mercedes-Benz Vito bij hotel Op 29 augustus 2020, omstreeks 21:42 uur, werd de Mercedes-Benz Vito, [kenteken 1] geparkeerd in een parkeervak, nabij de ingang van het [A] hotel aan de [a-straat 1] in [plaats] . Dit is op camerabeelden van het hotel te zien. (…) De Mercedes-Benz Vito, [kenteken 1] , beschikt over een dubbele cabine, toegankelijk via beide voorportieren en een schuifdeur aan de rechterkant. De laadruimte is afgeschermd van de cabineruimte. In het tussenschot tussen cabine en laadruimte zit wel een raam over bijna de hele breedte. De laadruimte is bereikbaar via 2 openslaande deuren aan de achterzijde van het voertuig.
Volledig
Op de camerabeelden van het hotel is te zien dat de Mercedes-Benz Vito achteruit in een parkeervak nabij de hotelingang wordt geparkeerd. De achteruitrijlampen van de auto branden. Hierdoor is te zien dat aan de achterzijde van het parkeervak een paal staat met een behoorlijk breed bord met een "P" erop. Deze paal steekt naar ruwe schatting van de camerabeelden ongeveer 1 meter omhoog. [medeverdachte 2] loopt op 30 augustus 2020 met verhuisdozen naar de Mercedes-Benz. [medeverdachte 2] lijkt te controleren hoe hij in de auto kan komen. Op onderstaand beeld ( Opmerking rechtbank: afbeelding op dossierpagina 364 ) is te zien dat de achterzijde van de Mercedes-Benz dicht tegen de achterliggende auto staat. Het verkeerspaaltje staat hier dus nog tussen. Het is hierdoor onmogelijk om de achterdeuren te openen en de laadruimte van de Mercedes-Benz te betreden. [medeverdachte 2] zet de dozen tegen de Mercedes-Benz aan, stapt in en rijdt een stukje naar voren. De Mercedes-Benz is ver genoeg naar voren gereden. [medeverdachte 2] kan nu wel de achterdeuren openen en in de laadruimte van de Mercedes-Benz komen. Een proces-verbaal van bevindingen en/of verrichtingen (dossierpagina’s 367 e.v.). Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in als relaas van bevindingen en/of verrichtingen van verbalisant: Uit de camerabeelden van het [A] hotel is te zien dat de bestelbus, de Mercedes Vito, voorzien van [kenteken 1] , op zaterdag 29 augustus 2020 omstreeks 21.40 uur wordt geparkeerd op het parkeerterrein van het hotel. De bestelbus wordt vanaf dat moment niet meer verplaatst, (zie proces verbaal beelden 20200917.1540.7420). [medeverdachte 2] wordt de volgende middag in de laadruimte van deze bestelbus aangetroffen samen met een grote hoeveelheid verdovende middelen. De foto van deze man is vergeleken met de een foto welke afkomstig is uit de politiesystemen van 2016. Het betreft hier een persoonsfoto van de vader van [medeverdachte 2] genaamd [verdachte] . De man die als bestuurder optreedt van de bestelbus die avond toont grote gelijkenis met de vader van [medeverdachte 2] , genaamd [verdachte] geboren [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] . Zo is te zien dat het oorsieraad grote gelijkenis toont, beide hetzelfde gezicht hebben en een klein oor hebben. Een ‘navolgend proces-verbaal’ van de Federale gerechtelijke politie - Provincie Antwerpen - 7314 (503869/2021 -09-02-2021) (los in het dossier). Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in als relaas van bevindingen en/of verrichtingen van verbalisant: [verdachte] - [geboortedatum] -1975 - Nationaliteit: Nederlands [medeverdachte 2] - [geboortedatum] -2001 - Nationaliteit: Nederlands [medeverdachte 1] - [geboortedatum] -1980 - Nationaliteit: Nederlands Uitvoering Europees onderzoeksbevel (EOB): Wij maken u de volgende zaken over in aanvulling tot eerder gestuurd EOB. Dit op vraag van de Nederlandse autoriteiten. Er worden meerdere onderzoeksdaden gevraagd: (...) - ‘Bevestiging van de informatie dat de oranje werkplunje en de werkboots die de betrokkenen [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] op 29 augustus 2020 op de [c-straat] in regio [plaats] en dat ambtshalve bekend is dat middels deze methode drugs wordt uitgehaald.’ ( De rechtbank begrijpt: Bevestiging van de informatie dat de oranje werkplunje en de werkboots die de betrokkenen [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] op 29 augustus 2020 op de [c-straat] in regio [plaats] droegen, gelijkend zijn op de werkkleding van de havenarbeiders in de haven van [plaats] en dat ambtshalve bekend is dat middels deze methode drugs wordt uitgehaald ), - Onderzoek te doen naar de uithaling van cocaïne (…), waarbij hieronder genoemde personen gebruik hebben gemaakt van de volgende voertuigen: - Mazda met [kenteken 3] - Mercedes Vito met [kenteken 1] (…) Vaststellingen: Tijdens een toezicht drugsverkoop/dealen wordt er een voertuig Mazda met Nederlands [kenteken 3] opgemerkt dat zich parkeert op [c-straat] naast andere geparkeerde voertuigen, enkel de bestuurder, van donkere huidskleur, is in het voertuig. Er wordt naast de andere voertuigen nog een voertuig Mercedes Vito met Nederlands [kenteken 1] opgemerkt, ook hier is enkel de bestuurder, van donkere huidskleur, aanwezig in het voertuig. Gezien de verdachte situatie wordt besloten om beide voertuigen in observatie te nemen. Er wordt gezien dat de bestuurder van de Mercedes Vito zich naar de koffer van het voertuig Mazda begeeft, er worden handelingen gedaan maar deze kunnen niet waargenomen worden. De bestuurder van de Mercedes Vito neemt vervolgens plaats in de Mazda naast de bestuurder. Er wordt even gepraat, waarbij de bestuurder van de Mercedes Vito uitstapt en terug instapt in zijn voertuig (Mercedes Vito), vervolgens stapt de bestuurder van de Mazda uit en stapt in naast de bestuurder van de Mercedes Vito. Deze persoon is gekleed in een oranje werkplunje met beige hoge werkboots. Zij praten even, vervolgens stapt de bestuurder van de Mazda uit en neemt terug plaats in zijn voertuig (Mazda). Beide voertuigen rijden verder, via de [d-straat] in de richting van [plaats] , waarbij ze zich een 100 meters verder terug parkeren langsheen de rijbaan. Opstellers nemen positie in op de parking van het nabij gelegen winkelcentrum en beide voertuigen worden terug onder observatie genomen, tijdens een 56-tal minuten gebeurt er niks, tot het voertuig MAZDA de parking van het winkelcentrum komt opgereden en zich parkeert. Er wordt na een tijd besloten om over te gaan tot controle. De bestuurder wordt geïdentificeerd als: [medeverdachte 1] ° [geboortedatum] /1980 - Nat Nederland. Betrokkene, is gekleed in de oranje werkplunje en grijze hoge werkboots, die eruit zien alsof ze uit de verpakking komen. Tijdens de controle wandelt de bestuurder van de Mercedes Vito voorbij alsof hij van niks weet en geen aandacht schenkt aan het gebeuren. Betrokken wordt ook geïdentificeerd als: [verdachte] ° [geboortedatum] /1975 - Surinaamse nationaliteit. ( Opmerking rechtbank: zie afbeelding van het kennelijk door de verdachte gepresenteerde identiteitsdocument ). Betrokkene is op dezelfde wijze gekleed (ook oranje werkplunje en grijze hoge werkboots alsof ze uit de verpakking komen). Op de vraag of zij elkaar kennen, ontkennen zij, waarop de opstellers zeggen dat ze wel gezien hebben dat ze elkaar daarjuist ontmoet hebben, waarop ze vervolgens antwoorden dat dit dan zou kunnen dat ze mogelijks elkaar kennen. Bij de fouillering van het voertuig MAZDA ( [kenteken 3] ) wordt in de koffer een cuttermes en een aantal dozen alsmede een manbag aangetroffen met daarin een NL paspoort op naam van [medeverdachte 2] (° [geboortedatum] /2001 ) - Surinaamse nationaliteit. Op de vraag wie deze persoon is van de paspoort, antwoordt [medeverdachte 1] dat dit zijn neef is. Bij de fouillering van het voertuig Mercedes Vito ( [kenteken 1] ) wordt op de achterbank een derde verdachte persoon aangetroffen van donkere huidskleur en eveneens gekleed in dezelfde oranje werkplunje en grijze werkboots, eveneens een splinter nieuwe outfit. Betrokkene blijkt de persoon ( [medeverdachte 2] ° [geboortedatum] /2001) te zijn van wie het aangetroffen paspoort in de manbag gevonden is in de koffer van de Mazda. Opmerkingen vaststellers: - Betrokkenen zijn zeer zenuwachtig en blijven maar zeggen elkaar niet goed te kennen en weigeren te antwoorden op de vragen van opstellers. (…) - Op het voertuig Mercedes Vito is er wel een magneetbord gekleefd met de vermelding "wegverkeer". - Op de bijkomende vraag waar zich naar toe begeven wordt er van de drie personen ontwijkend geantwoord. - Gezien deze situatie en manier van kledij zouden dit mogelijks uithalers van drugs uit de haven kunnen zijn. Noot. Opsteller huidige akte: de werkkledij zoals deze beschreven wordt in de vaststelling zijn te vergelijken met deze van de werkkledij dewelke gedragen wordt door dokwerkers die tewerkgesteld zijn aan de haven van [plaats] .
Volledig
Dit zou bovenstaande personen de kans geven om onopvallend de kaai te betreden.” 2.4 Het hof heeft in zijn arrest met betrekking tot het voorwaardelijke verzoek tot het horen van onder meer [verbalisant 1] overwogen: “De raadsman heeft, indien de verdachte niet wordt vrijgesproken van het tenlastegelegde, verzocht [verbalisant 1] en [medeverdachte 1] als getuigen te horen. Ter onderbouwing hiervan heeft de raadsman aangevoerd dat hij het hele proces-verbaal waarin de situatie in [plaats] is beschreven wenst te toetsen aangezien de verdachte het met bepaalde waarnemingen en conclusies van de verbalisant niet eens is. Zo betreft de oranje outfit van verdachte geen werkkleding maar een modieuze outfit, zijn er geen verdovende middelen in de bus van de verdachte gevonden en heeft de verdachte geen contact gemaakt met de man in de Mazda. Aangezien in dit proces-verbaal ook het nodige over [medeverdachte 1] wordt gezegd wenst de raadsman voor de volledigheid ook deze te horen. Het hof overweegt als volgt. [verbalisant 1] heeft in zijn hoedanigheid als rechercheur bij de politie [plaats] naar aanleiding van een Europees Onderzoeksbevel een proces-verbaal opgemaakt. In dat proces-verbaal zijn bevindingen van de Antwerpse politie met betrekking tot een controle van (onder anderen) de verdachte op 29 augustus 2020 opgenomen. Het overgrote en voor de strafzaak relevante deel van deze bevindingen wordt door de verdachte zelf bevestigd of door de overige inhoud van het dossier ondersteund. Zo heeft de verdachte zelf verklaard dat hij die dag met de medeverdachte in [plaats] was, blijkt uit de bij het proces-verbaal gevoegde foto’s van identiteitsbewijzen dat de verdachte met de medeverdachte en [medeverdachte 1] is gecontroleerd, blijkt uit het proces-verbaal van de verbalisant dat in [plaats] daadwerkelijk geen verdovende middelen in de bus van de verdachte zijn aangetroffen en is op foto’s van het hotel in [plaats] te zien dat de verdachte en de medeverdachte ongeveer twee uur na de controle in [plaats] oranje pakken met reflecterende strepen, welke kenmerkend zijn voor werkkleding, droegen. Tegen deze achtergrond is het hof van oordeel dat het verzoek tot het horen van [verbalisant 1] onvoldoende is onderbouwd en dat de noodzaak tot het horen van deze getuige onvoldoende is gebleken. Het hof acht het evenmin noodzakelijk om [medeverdachte 1] als getuige te horen, nu [medeverdachte 1] niet als getuige is gehoord en aldus geen verklaring heeft afgelegd die voor het bewijs is of kan worden gebruikt. Naar het oordeel van het hof voldoet de procedure in haar geheel na die beslissingen nog steeds aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces. De voorwaardelijke verzoeken worden dan ook afgewezen.” 2.5 In cassatie gaat om de afwijzing van een voorwaardelijk verzoek tot het horen van een getuige als bedoeld in art. 315 in verbinding met art. 328 Sv, waarop het hof ex art. 330 in verbinding met 415 Sv dient te beslissen. Uit het arrest dat de Hoge Raad op 20 april 2021 wees naar aanleiding van de uitspraak van het EHRM in de zaak Keskin tegen Nederland volgt onder meer dat de rechter een verzoek tot het horen van een getuige kan afwijzen, als hij tot het oordeel komt dat het (opnieuw) horen van de getuige voor de bewijsvoering van geen enkel belang zal zijn of geen toegevoegde waarde zal hebben (“manifestly irrelevant or redundant”). Dat kan zich bijvoorbeeld voordoen als de al door de getuige afgelegde verklaring betrekking heeft op feiten en omstandigheden die door de verdachte niet worden betwist of als die feiten en omstandigheden door andere resultaten van het strafrechtelijk onderzoek al buiten redelijke twijfel zijn komen vast te staan. Voor het oordeel dat zich de situatie voordoet dat het (opnieuw) horen van de getuige voor de bewijsvoering van geen enkel belang zal zijn of geen toegevoegde waarde zal hebben, zijn onder meer van belang de inhoud van de in de tenlastelegging tot uitdrukking gebrachte beschuldiging, de andere resultaten van het strafrechtelijk onderzoek die zich in het procesdossier bevinden, zoals de verklaringen van andere getuigen, en de procesopstelling van de verdachte, een en ander in het licht van het verhandelde ter terechtzitting, waaronder wat daar mogelijkerwijs nog door de verdediging naar voren is gebracht over het doel van de beoogde ondervraging. 2.6 Het middel bevat de klacht dat het hof het voorwaardelijke verzoek tot het horen van [verbalisant 1] heeft afgewezen op daartoe ontoereikende en/of onbegrijpelijke gronden. Voorts zou het hof hebben verzuimd om na de afwijzing van het verzoek op begrijpelijke en/of (toereikend) gemotiveerde wijze na te gaan of het proces als geheel nog voldoet aan het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces. In de toelichting op het middel wordt aangevoerd dat: (i.) het oordeel van het hof dat het belang van het horen van de getuige niet genoegzaam is onderbouwd onbegrijpelijk is; (ii.) voor zover het hof heeft geoordeeld dat het verhoor van geen enkel belang of toegevoegde waarde zal zijn, dat oordeel onbegrijpelijk is, althans ontoereikend is gemotiveerd; (iii.) dat in de afwijzende beslissing van het hof besloten ligt dat wanneer een belastende verklaring door ander bewijsmateriaal wordt ondersteund, de Keskin rechtspraak niet opgaat en dat onjuist is; (iv.) dat het oordeel van het hof dat de procedure in haar geheel na de afwijzende beslissingen ‘nog steeds aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces’ voldoet, zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk is en (v.) het hof het gebruik tot bewijs van de verklaring van een niet-ondervraagde getuige, onvoldoende met redenen heeft omkleed en/of het oordeel dat die verklaring tot bewijs kan worden gebezigd onbegrijpelijk is. 2.7 Door de raadsman is aan het voorwaardelijke verzoek tot het horen van de getuige [verbalisant 1] ten grondslag gelegd dat hij het hele proces-verbaal waarin de situatie in [plaats] is beschreven wenst te toetsen aangezien de verdachte ‘het met bepaalde waarnemingen en conclusies van de verbalisant niet eens is’. Zo zou de oranje outfit van verdachte geen werkkleding maar een modieuze outfit betreffen, zijn er geen verdovende middelen in de bus van de verdachte gevonden en heeft de verdachte geen contact gemaakt met de man in de Mazda. 2.8 Het hof heeft overwogen dat [verbalisant 1] in zijn hoedanigheid als rechercheur bij de politie [plaats] naar aanleiding van een Europees Onderzoeksbevel een proces-verbaal heeft opgemaakt, waarin bevindingen van de Antwerpse politie met betrekking tot een controle van (onder andere) de verdachte op 29 augustus 2020 opgenomen. Het hof heeft geoordeeld dat ‘het overgrote en voor de strafzaak relevante deel van deze bevindingen door de verdachte zelf wordt bevestigd of door de overige inhoud van het dossier wordt ondersteund’. Daarbij heeft het hof erop gewezen dat de verdachte zelf heeft verklaard dat hij die dag met de medeverdachte in [plaats] was, dat uit de bij het proces-verbaal gevoegde foto’s van identiteitsbewijzen blijkt dat de verdachte samen met de medeverdachte en [medeverdachte 1] is gecontroleerd, dat uit het proces-verbaal van de verbalisant blijkt dat in [plaats] daadwerkelijk geen verdovende middelen in de bus van de verdachte zijn aangetroffen en op foto’s van het hotel in [plaats] te zien is dat de verdachte en de medeverdachte ongeveer twee uur na de controle in [plaats] oranje pakken met reflecterende strepen, welke kenmerkend zijn voor werkkleding, droegen. Het hof is ‘tegen die achtergrond’ van oordeel geweest dat het verzoek tot het horen van [verbalisant 1] onvoldoende is onderbouwd en de noodzaak tot het horen van deze getuige onvoldoende is gebleken. Het hof heeft het voorwaardelijke verzoek tot het horen van [verbalisant 1] dan ook afgewezen. 2.9 De eerste deelklacht berust op de veronderstelling dat het hof het voorwaardelijke verzoek tot het horen van de getuige [verbalisant 1] heeft afgewezen op de enkele grond dat het verzoek niet voldoende is onderbouwd. Ik lees de overwegingen van het hof echter anders.