Rechtspraak
Parket bij de Hoge Raad
2026-04-07
ECLI:NL:PHR:2026:376
Strafrecht
2,045 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:PHR:2026:376 text/xml public 2026-04-07T12:47:29 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl Parket bij de Hoge Raad 2026-04-07 24/02472 Conclusie NL Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:376 text/html public 2026-04-07T12:47:18 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:PHR:2026:376 Parket bij de Hoge Raad , 07-04-2026 / 24/02472 Conclusie AG. Mishandeling (art. 300 Sr), rijden onder invloed (art. 8 lid 4 jo. lid 3 WVW), diefstal (art. 310 Sr) en opzettelijk handelen i.s.m. gedragsaanwijzing (ar. 184a Sr). Slagend middel over strafmotivering. Conclusie strekt tot (partiële) vernietiging t.a.v. de strafoplegging en terugwijzing van de zaak in zoverre. PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 24/02472 Zitting 7 april 2026 CONCLUSIE V.M.A. Sinnige In de zaak [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, hierna: de verdachte 1 Inleiding 1.1 Bij arrest van 17 juni 2024 heeft de enkelvoudige kamer voor strafzaken in het gerechtshof Den Haag (parketnr. 22-000610-23) het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 13 februari 2023 bevestigd, met aanvulling en verbetering van gronden. Bij dat vonnis is de verdachte wegens 1. “mishandeling”, 2. “overtreding van artikel 8, vierde lid, juncto artikel 8, derde lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (770 microgram)”, 3. “diefstal” en 4. “opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, onder de dadelijk uitvoerbaar verklaarde algemene en bijzondere voorwaarden zoals omschreven in het vonnis en met aftrek overeenkomstig art. 27 Sr. Verder heeft de politierechter (ik begrijp: ten aanzien van feit 2) een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden opgelegd en een (dadelijk uitvoerbaar) contact- en locatieverbod. De politierechter heeft daarnaast beslist op de vordering van de benadeelde partij (met betrekking tot het in feit 1 bewezenverklaarde), een en ander ook zoals omschreven in het vonnis. 1.2 Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, hebben één middel van cassatie voorgesteld. 2 Het middel 2.1 Het middel houdt in dat de strafoplegging onvoldoende met redenen is omkleed, nu het hof het vonnis ten aanzien van de strafoplegging heeft bevestigd, maar niet hetgeen daaraan in het vonnis als motivering ten grondslag is gelegd. 2.2 Het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg van 13 februari 2023 met daarin aangetekend het mondeling vonnis houdt ten aanzien van de strafoplegging het volgende in: “ Ten eerste heeft de verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling. De aangever heeft hier pijn en letsel aan overhouden. De verdachte heeft met zijn handelen een forse inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de aangever. Ten tweede heeft de verdachte gereden onder invloed van alcohol, zonder in het bezit te zijn van een rijbewijs. De verdachte heeft blijk gegeven van een miskenning van zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer en de veiligheid op straat in gevaar gebracht. Ten derde heeft de verdachte kleding en een paar laarzen gestolen uit een tuinhuisje waar hij zich had verstopt voor de politie. De verdachte heeft hierbij enkel oog gehad voor zijn eigen belangen en niet voor de belangen en eigendommen van een ander. Tot slot heeft de verdachte zich schuldig gemakt aan het overtreden van en gedragsaanwijzing. De verdachte heeft hierdoor getoond geen respect te hebben voor het gezag van de officier van justitie. De politierechter heeft acht geslagen op het strafblad van de verdachte, van 14 februari 2023. Hieruit blijkt dat de verdachte recentelijk is veroordeeld voor mishandeling, namelijk op 4 januari 2023, evenals het overtreden van een opgelegde gedragsaanwijzing en het rijden onder invloed van alcohol, op 13 september 2022. De politierechter rekent de verdachte aan dat er sprake is van recidive voor bijna alle feiten. Tevens blijkt uit het strafblad dat de verdachte in een schorsing van de voorlopige hechtenis loopt, eveneens ten aanzien van een mishandeling en overtreding van een gedragsaanwijzing. Uit dit alles blijkt dat de relatie met [betrokkene 1] voor veel onrust heeft gezorgd. Het is te hopen dat de reclassering wordt betrokken om herhaling te voorkomen. De politierechter weegt in het voordeel van de verdachte mee dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. Gelet op wat hiervoor is overwogen, acht de politierechter een deels voorwaardelijke gevangenisstraf alsmede een ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden duur passend en geboden. Gelet op de aard van de bewezen verklaarde feiten zullen een locatie- en contactverbod worden opgelegd (artikel 38v). Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen (artikel 14e Sr) dan wel dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt (artikel 38v Sr) zullen de bijzondere voorwaarden en de hierna te noemen rechterlijke maatregelen dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.” 2.3 Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 17 juni 2024 met daarin aangetekend het mondeling arrest houdt onder meer in: “ Beoordeling van het vonnis De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, met dien verstande dat het hof in het vonnis waarvan beroep de hierna te melden aanvullingen en verbetering aanbrengt. Verbetering: Op bladzijde 8, tweede alinea, tweede regel, van het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg van 13 februari 2023 verwijdert het hof de zinsnede: “voor mishandeling, namelijk op 4 januari 2023, evenals” . Aanvullingen: Blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 4 juni 2024 is de verdachte bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 4 juli 2023 ter zake van (onder meer) mishandeling veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf. Dit brengt mee dat artikel 63 Sr van toepassing is. Het hof vult de toepasselijke wettelijke voorschriften aan met de toepassing van artikel 63 Sr. In de omstandigheid dat de (bijzondere) voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn verklaard, ziet het hof aanleiding om de toepasselijke wettelijke voorschriften aan te vullen met de toepassing van artikel 14e Sr. Het vonnis waarvan beroep dient derhalve onder aanvulling en verbetering van gronden te worden bevestigd. BESLISSING Het hof: Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.” 2.4 Voor zover het middel berust op de opvatting dat het hof heeft beoogd niet alleen de zinssnede “voor mishandeling, namelijk op 4 januari 2023, evenals” te verwijderen uit de strafmotivering, maar ook al hetgeen daarna in (deze alinea van) de strafmotivering is opgenomen, mist het feitelijke grondslag: de aantekening van het mondeling arrest bevat geen aanwijzingen dat het hof heeft bedoeld meer delen dan voornoemde zinssnede uit de strafmotivering van het vonnis te verwijderen. De enkele verwijdering van “voor mishandeling, namelijk op 4 januari 2023, evenals” resulteert er bovendien niet in dat de strafoplegging ontoereikend is gemotiveerd. In de strafmotivering wordt overwogen dat het de verdachte wordt toegerekend dat sprake is van recidive voor bijna alle feiten, en dat uit het strafblad tevens blijkt dat de verdachte in een schorsing van de voorlopige hechtenis loopt ten aanzien van een mishandeling en een overtreding van een gedragsaanwijzing. Dat de recidive ten aanzien van mishandeling (de veroordeling van 4 januari 2023 was ten tijde van het uitspreken van het vonnis in de onderhavige zaak nog niet onherroepelijk) niet (meer) wordt meegewogen, maakt niet dat de strafmotivering als geheel onbegrijpelijk is.