Rechtspraak
Parket bij de Hoge Raad
2026-04-02
ECLI:NL:PHR:2026:357
Civiel recht; Personen- en familierecht
4,029 tokens
Volledig
ECLI:NL:PHR:2026:357 text/xml public 2026-04-09T08:00:07 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl Parket bij de Hoge Raad 2026-04-02 25/04607 Conclusie NL Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:357 text/html public 2026-04-07T15:23:31 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:PHR:2026:357 Parket bij de Hoge Raad , 02-04-2026 / 25/04607 Wvggz. Wijziging machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel (art. 8:12 Wvggz). Over te leggen stukken. PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 25/04607 Zitting 2 april 2026 CONCLUSIE L.M. Coenraad In de zaak [betrokkene] , verzoeker tot cassatie, hierna: betrokkene, advocaat: mr. G.E.M. Later, tegen de officier van justitie in het arrondissement Midden-Nederland, verweerder in cassatie, hierna: de officier van justitie. 1 Inleiding en samenvatting 1.1 In deze Wvggz-zaak is enkele dagen na het verlenen van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verzocht om wijziging van die machtiging. Het wijzigingsverzoek strekt ertoe de machtiging met een drietal zorgvormen aan te vullen om zo de overplaatsing van betrokkene mogelijk te maken naar een andere accommodatie met een hoger beveiligingsniveau. 1.2 In cassatie wordt geklaagd dat de rechtbank het verzoek tot wijziging van de machtiging heeft beoordeeld zonder te beschikken over de gegevens die noodzakelijk zijn om de toewijsbaarheid van het verzoek te kunnen beoordelen. 1.3 Het middel is terecht voorgesteld. Bij het verzoekschrift tot wijziging zijn niet de door de zorgverantwoordelijke gemotiveerde aanvraag tot wijziging van de machtiging en het advies van de geneesheer-directeur daarover als bedoeld in artikel 8:12 lid 3 Wvggz gevoegd. Ook moet ervan worden uitgegaan dat de bestaande machtiging en de stukken die daaraan ten grondslag hebben gelegen, voorzien van een actualisering daarvan, niet bij het verzoekschrift zijn overgelegd. 1.4 Gelet op vaste rechtspraak van de Hoge Raad dienen deze stukken bij een wijzigingsverzoek gevoegd te worden. Hoewel deze vaste rechtspraak tot nu toe steeds de wijziging van een zorgmachtiging betreft, zie ik geen aanleiding deze rechtspraak tot een dergelijke machtiging te beperken. Ook in geval van een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel zullen, naast de in artikel 8:12 lid 3 Wvggz vermelde stukken, de bestaande machtiging en de stukken die daaraan ten grondslag hebben gelegen, voorzien van een actualisering daarvan, noodzakelijk zijn om de toewijsbaarheid van een verzoek tot wijziging van die machtiging te kunnen beoordelen. 2. Feiten en procesverloop 2.1 Bij beschikking van 29 september 2025 heeft de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de rechtbank) ten aanzien van betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend, met een geldigheidsduur tot en met 20 oktober 2025. 2.2 Bij verzoekschrift, bij de rechtbank ingekomen op 3 oktober 2025, heeft de officier van justitie verzocht deze machtiging te wijzigen en aan te vullen met de volgende vormen van verplichte zorg voor de resterende duur van de machtiging: - onderzoek aan kleding en/of lichaam; - onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen; - controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen. 2.3 De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2025. Gehoord zijn betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk Engels, en een verpleegkundig specialist. Van de mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt. 2.4 Bij mondelinge uitspraak van 7 oktober 2025, schriftelijk uitgewerkt op 8 oktober 2025, (hierna: de bestreden beschikking) heeft de rechtbank het wijzigingsverzoek toegewezen. 2.5 De rechtbank heeft, voor zover hier van belang, het volgende overwogen: “4.2. (…) Daarnaast heeft de advocaat gesteld dat niet voldaan is aan artikel 8:12 Wvggz, omdat op basis van dat artikel bij het verzoekschrift naar de rechtbank stukken gevoegd hadden moeten worden die in dit geval ontbreken. Bij het verzoekschrift zit namelijk niet de door de zorgverantwoordelijke gemotiveerde aanvraag tot wijziging van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel en ook geen advies van de geneesheer-directeur daarover. 4.3. (…) Ook aan de formele vereisten voor het verzoek is voldaan. Een door de zorgverantwoordelijke gemotiveerde aanvraag tot wijziging van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel en een advies van de geneesheer-directeur daarover dienen op grond van artikel 8:12 lid 3 Wvggz te worden ingediend bij de officier van justitie. Daaraan is hier voldaan. Die stukken zitten weliswaar niet in het dossier van de rechtbank, maar de inhoud van de aanvraag, en de motivatie ervan, zijn wel weergegeven in het verzoekschrift. De rechtbank gaat daarom voorbij aan dit verweer namens betrokkene.” 2.6 Namens betrokkene is op 14 december 2025 – tijdig – beroep in cassatie ingesteld tegen de bestreden beschikking. De officier van justitie heeft geen verweer gevoerd. 3 Bespreking van het cassatiemiddel 3.1 Het cassatiemiddel bevat één onderdeel, waarin wordt geklaagd dat de overwegingen in r.o. 4.2 en r.o. 4.3 onjuist althans onbegrijpelijk dan wel onvoldoende gemotiveerd zijn. R.o. 4.2 bevat slechts een weergave van het namens betrokkene door zijn advocaat gevoerde verweer. De tegen r.o. 4.2 gerichte klachten worden ook verder niet toegelicht in de procesinleiding. Uit de toelichting bij het onderdeel volgt dan ook dat uitsluitend wordt geklaagd over het oordeel van de rechtbank in r.o. 4.3. In de kern houden de klachten in dat de rechtbank het verzoek tot wijziging van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel heeft beoordeeld zonder te beschikken over de gegevens die noodzakelijk zijn om de toewijsbaarheid van het verzoek te kunnen beoordelen. Daarbij wordt in subonderdeel 1.1 aangevoerd dat de door de zorgverantwoordelijke gemotiveerde aanvraag tot wijziging van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel en het advies van de geneesheer-directeur daarover als bedoeld in artikel 8:12 lid 3 Wvggz ontbreken. In subonderdeel 1.2 wordt, onder verwijzing naar rechtspraak van de Hoge Raad, aangevoerd dat de bestaande machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel en de stukken die daaraan ten grondslag hebben gelegen ontbreken. 3.2 Bij de bespreking van de klachten stel ik het volgende voorop. 3.3 Artikel 8:12 Wvggz bevat een regeling voor het wijzigen van een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel of een zorgmachtiging. 3.4 Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad dienen bij een verzoekschrift tot wijziging van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 lid 5 Wvggz – naast de in artikel 8:12 lid 3 Wvggz vermelde stukken, te weten de door de zorgverantwoordelijke gemotiveerde aanvraag tot wijziging van de bestaande machtiging en het advies van de geneesheer-directeur daarover – de bestaande zorgmachtiging en de stukken die daaraan ten grondslag hebben gelegen te worden overgelegd, voorzien van een actualisering daarvan met het oog op de vormen van verplichte zorg waarop het wijzigingsverzoek ziet. Met deze stukken beschikt de rechtbank over de gegevens die noodzakelijk zijn om de toewijsbaarheid van het wijzigingsverzoek te kunnen beoordelen. 3.5 Hoewel de genoemde vaste rechtspraak van de Hoge Raad inzake de over te leggen stukken tot nu toe steeds de wijziging van een zorgmachtiging betreft, zie ik geen aanleiding deze rechtspraak tot een dergelijke machtiging te beperken. Ook in geval van een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel zullen, naast de in artikel 8:12 lid 3 Wvggz vermelde stukken, de bestaande machtiging en de stukken die daaraan ten grondslag hebben gelegen, voorzien van een actualisering daarvan, noodzakelijk zijn om de toewijsbaarheid van een verzoek tot wijziging van die machtiging te kunnen beoordelen.
Volledig
3.6 In het consultatievoorstel Evaluatiewet Wvggz en Wzd wordt zelfs voorgesteld deze vaste rechtspraak van de Hoge Raad te codificeren en niet alleen voor de wijziging van de zorgmachtiging, maar ook voor de wijziging van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel. Het voorgestelde artikel 8:13 Wvggz luidt, voor zover relevant, als volgt: Artikel 8:13 1. De geneesheer-directeur kan een door de zorgverantwoordelijke gemotiveerde aanvraag tot wijziging van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel of zorgmachtiging, voorzien van zijn bevindingen, indienen bij de officier van justitie. Bij de aanvraag voegt de geneesheer-directeur in elk geval de geldende machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel of zorgmachtiging en de stukken die daaraan ten grondslag hebben gelegen, voorzien van actualisatie ten aanzien van de aanvraag. (…) 3. Indien de officier instemt met de aanvraag van de geneesheer-directeur, dient hij onverwijld een verzoekschrift tot wijziging van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel of zorgmachtiging in bij de rechter. Bij het verzoekschrift voegt de officier van justitie in elk geval de in het eerste lid genoemde stukken. 3.7 Ik keer terug naar de bespreking van de klachten. 3.8 In deze zaak is enkele dagen na het verlenen van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verzocht om wijziging van die machtiging. Het wijzigingsverzoek strekt ertoe de machtiging met een drietal zorgvormen aan te vullen om zo de overplaatsing van betrokkene mogelijk te maken naar een andere accommodatie met een hoger beveiligingsniveau verband houdend met gedragsproblemen en agressie. 3.9 R.o. 1.1 van de bestreden beschikking luidt als volgt (onderstreping van mij; A-G): “De rechtbank neemt het verzoekschrift met bijlagen , binnengekomen bij de rechtbank op 3 oktober 2025, mee in de beoordeling.” 3.10 De rechtbank maakt in haar beschikking echter verder geen melding van bijlagen bij het verzoekschrift, zodat uit die beschikking niet blijkt welke bijlagen dat zouden zijn. Ook uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling en uit de overige stukken van het geding blijkt niet of, en zo ja welke bijlagen bij het verzoekschrift zijn overgelegd. In het verzoekschrift tot wijziging staat weliswaar “(bijlage aanvraag)”, maar mij is niet duidelijk wat daarmee wordt bedoeld. In het Bijlagenoverzicht bij het verzoekschrift tot wijziging is slechts het verzoekschrift tot wijziging zelf vermeld. 3.11 Verder blijkt uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling het volgende: “Advocaat: Op grond van artikel 8:12 is het nodig dat er een door de zorgverantwoordelijke gemotiveerde aanvraag bij zit en advies van een geneesheer-directeur. Dat heb ik niet gezien dus is er niet voldaan aan dat artikel. Eigenlijk zijn ook de stukken van het oorspronkelijke verzoek niet gevoegd. Daarom moet het worden afgewezen. (…) “Rechter: (…) Ik ga in op het juridisch punt van [naam advocaat]. De stukken van de geneesheer-directeur zitten er inderdaad niet bij, maar de officier van justitie moet kennisnemen van die stukken en dan beslissen of hij een verzoek bij de rechtbank indient. In het verzoek van de officier staat wel dat de officier van deze stukken heeft kennisgenomen. Maar die stukken zelf hoeven op grond van de wet niet bij het verzoekschrift aan de rechtbank te zitten. De verzochte zorg mag worden verleend, de machtiging wordt gewijzigd.” 3.12 In de bestreden beschikking heeft de rechtbank als volgt overwogen: “4.3. (…) Ook aan de formele vereisten voor het verzoek is voldaan. Een door de zorgverantwoordelijke gemotiveerde aanvraag tot wijziging van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel en een advies van de geneesheer-directeur daarover dienen op grond van artikel 8:12 lid 3 Wvggz te worden ingediend bij de officier van justitie. Daaraan is hier voldaan. Die stukken zitten weliswaar niet in het dossier van de rechtbank, maar de inhoud van de aanvraag, en de motivatie ervan, zijn wel weergegeven in het verzoekschrift. De rechtbank gaat daarom voorbij aan dit verweer namens betrokkene.” 3.13 In subonderdeel 1.1 wordt geklaagd over het ontbreken van de door de zorgverantwoordelijke gemotiveerde aanvraag tot wijziging van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel en het advies van de geneesheer-directeur daarover. Dit subonderdeel slaagt. 3.14 Uit het verhandelde ter zitting en uit de bestreden beschikking, zoals hiervoor onder 3.11 en 3.12 weergegeven, volgt immers dat de gemotiveerde aanvraag tot wijziging van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel en het advies van de geneesheer-directeur daarover niet bij het verzoekschrift tot wijziging van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel zijn gevoegd. Gelet op de vaste rechtspraak van de Hoge Raad volstaat niet, anders dan de rechtbank in r.o. 4.3 oordeelt, dat deze stukken bij de officier van justitie, maar niet bij de rechtbank zijn ingediend en dat “de inhoud van de aanvraag, en de motivatie ervan” wel zijn weergegeven in het verzoekschrift. 3.15 In subonderdeel 1.2 wordt geklaagd over het ontbreken van de bestaande machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel en de daaraan ten grondslag liggende stukken bij het verzoek tot wijziging van die machtiging. Ook dit subonderdeel slaagt. 3.16 De advocaat van betrokkene heeft ter zitting aan de orde gesteld dat “de stukken van het oorspronkelijke verzoek” ontbraken bij het verzoekschrift. De rechtbank is noch ter zitting noch in haar bestreden beschikking kenbaar op dit verweer ingegaan. Het proces-verbaal, de overige stukken van het geding en de bestreden beschikking bevatten ook overigens geen aanwijzingen dat de bestaande machtiging en de stukken die daaraan ten grondslag hebben gelegen, voorzien van een actualisering daarvan, bij het verzoekschrift tot wijziging zijn overgelegd. Gelet op het voorgaande moet er dan ook van worden uitgegaan dat ook deze stukken niet bij het verzoekschrift tot wijziging zijn overgelegd. 3.17 Door het ontbreken van de in de beide subonderdelen genoemde stukken beschikte de rechtbank niet over de gegevens die volgens vaste rechtspraak noodzakelijk zijn om de toewijsbaarheid van het wijzigingsverzoek te kunnen beoordelen (zie hiervoor onder 3.4 en 3.5). 3.18 Het onderdeel is dus terecht voorgesteld en de bestreden beschikking kan niet in stand blijven. 3.19 Ten overvloede merk ik op dat aan het voorgaande niet afdoet dat blijkens het proces-verbaal van de mondelinge behandeling de behandelend zaakrechter in de wijzigingsprocedure enkele dagen voordien ook het verzoek tot het verlenen van de bestaande machtiging heeft behandeld en dat de rechter dus mogelijk over ambtshalve kennis uit die eerdere procedure beschikte. De wijzigingsprocedure is een nieuwe procedure, waarbij de rechter slechts die feiten of rechten aan zijn beslissing ten grondslag mag leggen die in dit geding aan hem ter kennis zijn gekomen of zijn gesteld en die zijn komen vast te staan (zie art. 149 Rv). Alleen op die manier is gewaarborgd dat voor alle procesdeelnemers volstrekt duidelijk is waarop de rechter zijn beslissing baseert. 4 Conclusie De conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden A-G Feiten en procesverloop zijn ontleend aan de bestreden beschikking. ECLI:NL:RBMNE:2025:6659. Te weten: HR 24 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1357, NJ 2021/385, m.nt. J. Legemaate en JGz 2021/79, m.nt. J.J. de Jong, r.o. 3.3-3.4 en HR 7 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1664, NJ 2025/312, JGz 2026/4, m.nt. E. Plomp. HR 7 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1664, NJ 2025/312, JGz 2026/4, m.nt. E. Plomp, r.o. 3.2.2, onder verwijzing naar HR 24 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1357, NJ 2021/385, m.nt. J. Legemaate en JGz 2021/79, m.nt. J.J. de Jong, r.o. 3.3 en HR 18 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:390, JGz 2022/19, m.nt. J.J. de Jong, r.o. 3.3. Zie HR 7 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1664, NJ 2025/312, JGz 2026/4, m.nt. E. Plomp, r.o. 3.2.3 en HR 24 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1357, NJ 2021/385, m.nt. J. Legemaate en JGz 2021/79, m.nt. J.J. de Jong, r.o. 3.4. Vgl.