Rechtspraak
Parket bij de Hoge Raad
2026-03-24
ECLI:NL:PHR:2026:303
Strafrecht
24,992 tokens
Volledig
ECLI:NL:PHR:2026:303 text/xml public 2026-03-31T16:15:46 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl Parket bij de Hoge Raad 2026-03-24 24/01373 Conclusie NL Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:303 text/html public 2026-03-31T16:03:40 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:PHR:2026:303 Parket bij de Hoge Raad , 24-03-2026 / 24/01373 Conclusie AG. Veroordeling wegens 1. subsidiair medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd (art. 326 Sr), 2. medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225 Sr) en 3. medeplegen van witwassen (420bis Sr).M1 bevat vier bewijsklachten t.a.v. feit 1 en faalt. M2 bevat klacht dat hof verklaring van overleden getuige voor het bewijs van feit 2 heeft gebruikt, terwijl de verdediging niet de mogelijkheid heeft gehad om het ondervragingsrecht uit te oefenen en uit het arrest niet (voldoende) blijkt dat de bewezenverklaring in overeenstemming is met de eisen van een eerlijk proces en faalt. M3 klaagt t.a.v. feit 2 dat hof de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten door in de bewezenverklaring geen keuze te maken tussen het (medeplegen van) de in de tenlastelegging opgenomen alternatieve handelingen "valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken" en faalt. M4 klaagt met twee deelklachten over bewezenverklaring feit 3 en faalt. M5 klaagt over strafoplegging nu hof zou zijn uitgegaan van langere pleegperiode en hoger aantal verkochte polissen en faalt. M6 klaagt over schending inzendtermijn. Ambtshalve opmerking over redelijke termijn in cassatie. Conclusie strekt tot vernietiging, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde gevangenisstraf en tot verwerping van het beroep voor het overige. PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 24/01373 Zitting 24 maart 2026 CONCLUSIE M.E. van Wees In de zaak [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, hierna: de verdachte. 1 Inleiding 1.1 De verdachte is bij arrest van 28 maart 2024 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch (parketnr. 20-001300-20) wegens feit 1 subsidiair "medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd", feit 2 “medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd” en feit 3 “medeplegen van witwassen”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, met aftrek van voorarrest. Verder heeft het hof maatregelen van schadevergoeding aan de verdachte opgelegd en beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen, een en ander op de wijze zoals in het bestreden arrest is vermeld. 1.2 Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, hebben zes middelen van cassatie voorgesteld. 2 Het eerste middel 2.1 Het middel heeft betrekking op het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde feit, het medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd. Het middel valt uiteen in vier bewijsklachten, inhoudende dat: (i) het hof niet heeft beraadslaagd op de grondslag van de tenlastelegging en/of de bewezenverklaring; (ii) uit de bewijsmiddelen ten aanzien van [aangever 1] , [aangever 6] en [aangever 9] niet kan volgen dat telkens (is vastgesteld dat) sprake is geweest van (kort gezegd) alle in de bewezenverklaring genoemde oplichtingshandelingen; (iii) de bewezenverklaring tegenstrijdig althans onbegrijpelijk is; (iv) uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat de partner van verdachte een sportschool heeft gehad en dat inleggelden zijn aangewend voor de huur van die sportschool. De tenlastelegging, bewezenverklaring en bewijsvoering 2.2 De verdachte is onder 1 subsidiair - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - ten laste gelegd dat: “1. subsidiair zij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2009 tot en met 1 juli 2010 te Berlicum en/of Eindhoven en/of Veldhoven en/of Nistelrode en/of Veghel en/of Den Bosch, in elk geval in Nederland, en/of te Altea, in elk geval in Spanje, meermalen althans eenmaal, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hierna genoemde personen en/of rechtspersonen één of meermalen heeft/hebben bewogen tot de afgifte van één of meer geldbedragen, in totaal 1.310.601,10 euro (AMB-0078), althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, en/of het aangaan van een schuld, te weten; [aangever 1] (AG-021) tot afgifte van: 35.000 euro, althans enig geldbedrag op of omstreeks 11 juni 2009; en/of [aangever 2] (AG-006) tot afgifte van: 30.000 euro, althans enig geldbedrag op of omstreeks 26 juni 2009; en/of [aangever 3] (AG-015) tot afgifte van: 100.000 euro, althans enig geldbedrag op of omstreeks 30 juni 2009; en/of [aangever 4] en/of [aangever 5] (AG-014) tot afgifte van: 40.000 euro, althans enig geldbedrag op of omstreeks 17 juli 2009; en/of [aangever 6] (AG-020) tot afgifte van: 44.534,13 euro, althans enig geldbedrag op of omstreeks 24 september 2009; en/of [aangever 7] (AG-007) tot afgifte van: 47.000 euro, althans enig geldbedrag op of omstreeks 2 december 2009; en/of [aangever 8] en/of [aangever 11] (AG-009) tot afgifte van: 25.000 euro, althans enig geldbedrag op of omstreeks 5 maart 2010; en/of [aangever 9] en/of [aangever 12] (G10) tot afgifte van: 70.000 euro, althans enig geldbedrag op of omstreeks 12 april 2010; en/of [aangever 10] (AG-004) tot afgifte van: 35.000 euro, althans enig geldbedrag op of omstreeks 24 juni 2010; immers heeft zij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met voornoemd oogmerk - zakelijk weergeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, terwijl [C] BV. en/of zij, verdachte, met (een aantal van) bovengenoemde perso(o)n(en) een (soms jarenlange) vertrouwensrelatie had (als financieel adviseur), bovengenoemde perso(o)n(en) een (beleggings)product aangeboden (onder de naam ' [product 1] " en/of " [O] " en/of " [product 2] "), waarbij (telkens) werd voorgehouden en/of voorgewend en/of afgesproken: -dat [C] BV. en/of zij, verdachte, een bonafide bemiddelaar is in financiële diensten; en/of - dat de inlegger in de huidige woning zou kunnen blijven wonen; en/of - dat de ingelegde gelden worden gebruikt om Life Settlements polissen in Amerika en/of Amerikaanse levensverzekeringen aan te kopen; en/of - ten aanzien van [betrokkene 10] en/of [betrokkene 11] en/of [aangever 8] dat het product een (levens)verzekering betreft; en/of - dat de inlegger maandelijks een rentevergoeding en/of (rendements)uitkering (van 15% en/of 12%) ontvangt voor een periode van 10 jaren; en/of - dat het ingelegde geld na het verstrijken van de looptijd (van 10 jaren) van de investering gegarandeerd zou worden terugbetaald; en/of - dat de ontvangen gelden op een (derdengeld)rekening bij [L] in Amerika wordt gehouden en/of gestald (ten behoeve van de premieafdracht van de polissen); en/of - dat de polis na betaling eigendom is van de investeerder en/of de polis na betaling van 50.000 euro eigendom is van de investeerder en/of de polis na betaling eigendom is van [F] B.V.; en/of - dat het product door de AFM is goedgekeurd; en/of - dat ter zekerheid Life Insurance Settlement Association (USA) (een Amerikaanse overheidsorganisatie) controle houdt op de wettelijkheid van de polis en/of de gezondheid en/of de leeftijd van verzekerde en/of de status van de levensverzekeringmaatschappij; waardoor bovengenoemde perso(o)n(en) en/of andere personen werden bewogen tot de (girale) afgifte van bovengenoemd(e) geldbedrag(en)” 2.3 Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat: “1.
Volledig
subsidiair zij op tijdstippen in de periode van 1 juni 2009 tot en met 1 juli 2010 in Nederland, meermalen, tezamen en in vereniging met een ander, telkens, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door een of meer listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels, de hierna genoemde personen één of meermalen heeft bewogen tot de afgifte van één of meer geldbedragen, in totaal 426.534,13 euro, te weten: [aangever 1] tot afgifte van: 35.000 euro op 11 juni 2009; en [aangever 2] tot afgifte van: enig geldbedrag in 2009; en [aangever 3] tot afgifte van: 100.000 euro in juni 2009; en [aangever 4] en [aangever 5] tot afgifte van: 40.000 euro omstreeks 17 juli 2009; en [aangever 6] tot afgifte van: 44.534,13 euro op 24 september 2009; en [aangever 7] tot afgifte van: 47.000 euro omstreeks 2 december 2009; en [aangever 8] en [aangever 11] tot afgifte van: 25.000 euro in maart 2010; en [aangever 9] en [aangever 12] tot afgifte van: 70.000 euro in april 2010; en [aangever 10] tot afgifte van: 35.000 euro in juni 2010; immers hebben zij, verdachte en haar mededader telkens met voornoemd oogmerk - zakelijk weergeven - opzettelijk bedrieglijk en in strijd met de waarheid, terwijl [C] BV en zij, verdachte, met (een aantal van) bovengenoemde personen een (soms jarenlange) vertrouwensrelatie had (als financieel adviseur), bovengenoemde personen een (beleggings)product aangeboden (onder de naam " [product 2] "), waarbij telkens werd voorgehouden en/of voorgewend en/of afgesproken: - dat [C] BV. en zij, verdachte, een bonafide bemiddelaar is in financiële diensten; en/of - dat de inlegger in de huidige woning zou kunnen blijven wonen; en/of - dat de ingelegde gelden worden gebruikt om Life Settlements polissen in Amerika en/of Amerikaanse levensverzekeringen aan te kopen; en/of - dat het product een (levens) verzekering betreft; en/of - dat de inlegger maandelijks een rentevergoeding en/of (rendements) uitkering (van 15% en/of 12%) ontvangt voor een periode van 10 jaren; en/of - dat het ingelegde geld na het verstrijken van de looptijd (van 10 jaren) investering gegarandeerd zou worden terugbetaald; en/of - dat de ontvangen gelden op een (derdengeld)rekening bij [L] in Amerika wordt gehouden en/of gestald (ten behoeve van de premieafdracht van de polissen); en/of - dat de polis na betaling eigendom is van de investeerder en/of de polis na betaling eigendom is van [F] B. V.; en/of - dat het product door de AFM is goedgekeurd; en/of - dat ter zekerheid Life Insurance Settlement Association (USA) (een Amerikaanse overheidsorganisatie) controle houdt op de wettelijkheid van de polis en/of de gezondheid en/of de leeftijd van verzekerde en/of de status van de levens verzekeringmaatschappij; waardoor bovengenoemde personen en/of andere personen werden bewogen tot de (girale) afgifte van bovengenoemde geldbedragen.” 2.4 Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen. Hier opgenomen voor zover voor de bespreking van het middel van belang: “ 1) een geschrift zijnde een verklaring van verdachte [betrokkene 9] van 28 februari 2011, DOC 405, p. 3453 ev, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: In 2006 kwam ik in contact met [getuige 1] uit [plaats] via [betrokkene 12] advocaat, tijdens de gesprekken die wij hadden had [getuige 1] het idee om arme gescheiden vrouwtjes met kinderen te helpen in hun woning te laten wonen door de hypotheek te verhogen en dan via beleggingen of life settlements een hoger rendement van te maken. Dit product is ontwikkeld door [getuige 1] en mij en een aantal keren [betrokkene 12] erbij om de structuur goed te krijgen. Toen dit klaar was zijn [verdachte] en [getuige 1] dit product gaan verkopen. De Website van [product 1] was klaar ik ben hier vaak bij geweest, ook heb ik met [verdachte] 3 klanten bezocht om te kijken hoe het product aan zou slaan. (…) Ik dacht we kunnen nu wat centen gaan verdienen en ook het sportinstituut overeind houden, ik had toen met [getuige 1] afgesproken dat ik die € 15000.00 via de nieuwe structuur zou krijgen dit gebeurde niet dus heb ik zelf geld gebruikt dat daar niet voor bestemd was. (…) Nadat [getuige 1] vertrokken was hebben we een bv opgericht voor de nieuwe constructie [F] B.V. met [betrokkene 6] [betrokkene 15] en op naam van mijn zoon [betrokkene 1] ieder 33% van de aandelen. We zaten toen al met een probleem de centen werden op gemaakt tot die tijd en er stond geen rendement tegen over dus alles ging op dus we moesten vlug life settlements gaan kopen. (…) De centen van de eerste 2 klanten werden vrijgegeven door [betrokkene 19] , deze centen konden nog niet naar [F] want deze was nog niet AFM klaar, dus een verschuiving van het probleem de maandtermijnen konden alleen betaald blijven worden door het product te blijven verkopen. (…) iedereen dacht dat er geld aankwam om de nieuwe constructie op te zetten. Er mocht geen bv omvallen want dan zou alles om vallen, iedere maand weer een gevecht om de maandtermijnen bij elkaar te krijgen maar als er niets meer bijkomt loopt het leeg, ieder die hier bij betrokken is weet hoe een piramide spel werkt. (…) Ik zal nu weer even terugkomen op de sportschool van [betrokkene 16] deze is vandaag 1 maart gesloten en het faillissement word aangevraagd, ik ben met het verslag gebleven in het jaar 2008, in dat jaar hebben we nog veel geld erbij moeten doen , de recessie begon wie had dat nu verwacht het leden aantal donderde weer naar beneden in 2008 en 2009, dus het gat werd groter en groter, we hebben veel reddingsacties ondernomen in december 2009 was de achterstand in huur weer zo groot bij [betrokkene 21] dat we weer een regeling hadden getroffen, [betrokkene 15] en ik. [betrokkene 15] had geld geleend bij [betrokkene 18] uit België dit geld is weer gebruikt voor maandtermijnen van de polishouders en de huur van het pand [a-straat] en andere betalingen zoals [betrokkene 17] , [betrokkene 15] was bij zijn vrouw weg en zat met een vriendin in het Appartement [a-straat 1] dit heeft 3 maanden geduurd daarna is hij op advies van mij weer terug gegaan naar zijn vrouw, [betrokkene 15] heeft ook geld voor een polis verkoop aan zijn schoonmoeder ontvangen, ook €150.000,00 dit brengt het totaal op €650.000,00, hiervan is geld gebruikt voor de sportschool. (…) [verdachte] heeft de producten verkocht en wist hoe de vork in de steel zat en naar welke rekeningen het ging, ze was alleen maar uit op geld te verdienen. 2) het zaaksproces-verbaal, ZK-01, p. 43 tm 44, voor zover inhoudende, zakelijk weergegen: Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat het product [product 1] vanaf eind 2007 werd aangeboden. Aan het einde van 2008, toen [product 1] haar activiteiten had gestaakt, werd het product onder de naam [product 2] namens [F] B.V. aangeboden. Naast de wijziging van organisatie en productnaam werd ook de doelgroep uitgebreid (naast gescheiden personen was het product ook bestemd voor personen die geld hadden om te investeren). [product 1] Het concept van het product [product 1] is in 2007 bedacht door [getuige 1] . Ter voorkoming van de nadelige gevolgen voor kinderen bij echtscheidingen, o.a. vertrek uit de ouderlijke woning, zou de vrouw na de scheiding middels deelname aan [product 1] , voor een periode van 10 jaar met de kinderen in de ouderlijke koopwoning kunnen blijven wonen. Hiervoor diende de overwaarde van de echtelijke woning gebruikt te worden om een nieuwe, hogere, hypotheek af te sluiten. Na aflossing van de oude hypotheek zou het bedrag van de overwaarde voor een periode van 10 jaar in een op te richten stichting beheerd gaan worden. Gedurende 10 jaar zou maandelijkse een uitkering verstrekt worden waarmee de (hogere) hypotheeklasten betaald konden worden. De maandelijkse uitkering zou ongeveer 12% van de inleg bedragen. Dit rendement zou uit de aankoop van Amerikaanse life settlement polissen behaald worden. [product 1] werd ook onder de naam [product 3] aangeboden. Na 10 jaar zou de investeerder de inleg weer terug ontvangen. Voor het op de markt brengen van het product werd de onderneming [product 1] B.V. i.o. opgericht. Bij de ontwikkeling van het product [product 1] was ook [betrokkene 9] betrokken.
Volledig
[verdachte] zou middels haar eenmanszaak [C] zorg dragen voor de verkoop van [product 1] . Vanaf medio september 2007 werd [product 1] als een unieke hypotheekvorm aangeboden. Hoewel het product op dat moment nog in ontwikkeling was, werd [product 1] middels advertenties in o.a. De Telegraaf en de website www.zorgzaamscheiden.nl, al gepresenteerd. Verbalisant merkt op dat diverse verdachten in hun verklaringen voor het product de afkorting [product 1] gebruikten. Daar waar gesproken wordt over [product 1] moet [product 1] gelezen worden. Vastgesteld is dat in de praktijk het product [product 1] op twee verschillende manieren is aangeboden. 4.1.1. [product 1] met storting inleg op derdengeldrekening van notaris. Eind 2007- begin 2008 waren [betrokkene 22] en [getuige 4] de eerste twee [product 1] -investeerders. Met hen zijn geen schriftelijke overeenkomsten afgesloten. Omdat het product eigenlijk nog niet gereed was om op de markt gebracht te worden werd de inleg van deze investeerders, na het oversluiten van de hypothecaire leningen, tijdelijk naar de derdengeldrekening van notariskantoor [M] overgemaakt. Tot december 2008 werden de maandelijks rente uitkeringen, middels de derdengeld rekening van het notariskantoor, aan deze investeerders uitbetaald. In december 2008, [product 1] had haar activiteiten inmiddels gestaakt, kregen deze investeerders ter ondertekening een "betalingsopdracht" aangeboden waarin, zij het notariskantoor verzochten om, ten behoeve van de aankoop van een met name genoemde polis, de door hen ingelegde gelden over te maken naar een bankrekening op naam van [B] B.V. 4.1.2. Activiteiten [product 1] met storting inleg op bankrekening [betrokkene 3] . Naast de investeerders [betrokkene 22] en [getuige 4] zijn in 2008 de investeerders [betrokkene 24] , [betrokkene 25] , [betrokkene 26] , [betrokkene 11] en [betrokkene 10] gaan deelnemen aan [product 1] . Deze investeerders moesten hun inleggeld overmaken naar bankrekening nummer [rekeningnummer 5] op naam van [betrokkene 3] . Met uitzondering van investeerder [betrokkene 11] hadden deze investeerders een schuldbekentenis ondertekend waarin aangegeven werd dat zij een geldlening verstrekte aan [betrokkene 9] eigenaar van [product 1] (Plan). De overeenkomsten met deze investeerders zijn buiten medeweten van de indirect bestuurder van [product 1] , [getuige 1] , afgesloten. 4.2. Activiteiten [F] B.V. inzake [product 2] Vanaf medio februari 2009 werd door tussenpersoon [C] B.V., met name door (mede) bestuurder [verdachte] , het product [product 2] aangeboden. Middels o.a. advertenties werden potentiële klanten geïnteresseerd in het product: Volgens de productinformatie waren de kenmerken van [product 2] o.a.: • Overeenkomst voor 10 jaar • Gedurende looptijd gegarandeerde uitkering op basis van inleg • Aankoop van life settlement polis ten behoeve van deelnemer(s). • Polis eigendom van investeerder • Als polis tot uitkering komt dan uitkering 100% van verzekerde bedrag. • Terug ontvangen van inleg, of na uitkering van de betreffende polis of aan einde van de overeenkomst van 10 jaar. Door de investeerder werd een inschrijfformulier ingevuld en/of ondertekend. In enkele gevallen was op het inschrijfformulier al een polis nummer/naam vermeld. Naast een inschrijfformulier werd in het algemeen nog een Bewijs van Deelname en een "Overeenkomst [F] BV en nader te noemen client(en)" opgemaakt en ondertekend. Diverse investeerders waren nog in het bezit van een formulier genaamd "Overdracht van begunstiging/eigendom (tbv [F] BV)” waarin aangegeven werd dat een met name genoemde polis aan de investeerder was overgedragen. Afhankelijk van de inleg konden meerdere investeerders eigenaar worden van één polis. 3) een geschrift, zijnde een advertentie in De Brug de dato 29 april 2009, DOC-170, p. 2701, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven: [C] is van oudsher actief op het gebied van assurantiën, pensioenen, hypotheken en financiële planning. (...) [C] heeft voor mensen die gaan scheiden reeds 2,5 jaar geleden het [product 1] Plan ontwikkeld met als doelstelling dat kinderen met hun ouder in de woning moeten kunnen blijven wonen. In het [product 1] Plan wordt nu ook het product [product 2] aangeboden. Deze biedt een vast bedrag per maand en komt op de rekening voordat de hypotheeklasten worden afgeschreven. Het biedt zekerheid voor een vastgestelde termijn van 10 jaar. (...). Omdat het product zich NIET kenmerkt door beleggingen wellicht tegenvallende koersen biedt het een zekerheid voor een vastgestelde termijn van 10 jaar, waar mensen in deze tijd juist naar op zoek zijn. 4) een geschrift, zijnde productinformatie over [product 2] , [R] dat op hetzelfde adres gevestigd is als [C] , DOC-245, p. 2351-2352 juncto het proces-verbaal onderzoek diversiteit formulieren [F] B. V., AMB-0109, p. 1169, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven: (p. 1169) De productinformatie is aangetroffen in de administratie van [verdachte] . Aangetroffen werd een in drie delen opvouwbare productinformatiekaart Op de “voorzijde" van deze kaart stond vermeld: • De naam van [C] , gevestigd te [plaats] , [a-straat 2] • [R] , gevestigd te [plaats] , [a-straat 1] . (…) (p.2351-2352) Kenmerken investeren in Life Settlements: Er wordt een overeenkomst aangegaan voor 10 jaar. Begint op datum van storting en eindigt 10 jaar later; U betaalt: aankoop van de Polis, afkoop van de premie voor 10 jaar; Gedurende 10 jaar een gegarandeerde uitkering op basis van uw inleg; Als de polis tot uitkering komt zal 100% van het verzekerde bedrag worden uitgekeerd aan de eigenaar; Kan ik tussentijds, stoppen? De polis is en blijft eigendom van u deze kan worden overgedragen; De vermogensbeheerder van [R] ontvangt uw inleg, op hun derdengeldrekening. Deze maakt voor de polis aankoop en premieafdracht gedurende de looptijd gebruik van een derdengeld-rekening bij [L] in Amerika. LISA controleert de wettelijkheid van de polis, de gezondheid en leeftijd van de verzekerde (levensverwachting), de status van de levensverzekeringsmaatschappij etc. Dit ter meerdere zekerheid voor U als belegger. Uiteraard is er naast de afgesproken periode van premiebetaling een levenslange uitkering gegarandeerd. Zij blijven ook op regelmatige basis controleren of een polis tot uitkering moet komen. En stellen de eigenaar(en) hiervan op de hoogte. Het is immers een Amerikaanse overheidsorganisatie. Op basis van het hierboven omschreven onderzoek wordt er een waarde bepaald waarvoor de polis kan worden verhandeld. Het enige onzekere in deze belegging is dat we niet weten wat de dollarkoers is op het moment van uitkering van de betreffende polis. In Amerika zijn over het algemeen de uitgekeerde sommen geld per polis dermate hoog dat het niet altijd haalbaar is geheel zelfstandig eigenaar te worden van een polis. Middels een stichting zijn wij in staat om u samen met (een aantal) andere investeerders mede-eigenaar te worden. Onze vermogensbeheerder regelt de hele geldstroom voor u. […] 6) een geschrift, zijnde een overeenkomst tussen [F] B. V. en de cliënt, DOC-287, p. 2886 tm 2892, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: 1) Er wordt een overeenkomst aangegaan voor 10 jaar. Ingangsdatum is de dag van de storting en eindigt 10 jaar later. 2) Het bedrag welke u betaalt bestaat uit de volgende bestandsdelen: • Aankoop polis • 10 jaar premiebetaling (afkoop) 3) U ontvangt 10 jaar lang een gegarandeerde uitkering op basis van uw inleg/aankoopbedrag. Dit bedrag wordt op het inschrijfformulier aangegeven en iedere 28e van de maand overgemaakt op het door u, op het inschrijfformulier ingevulde rekeningnummer. 4) De vermogensbeheerder van [F] BV ontvangt uw inleg/aankoopbedrag op de derdengeldrekening. De vermogensbeheerder maakt gedurende de looptijd gebruik van een derdengeldrekening bij [L] in Amerika. 5) De looptijd van de overeenkomst is 10 jaar en de polis is, indien u enige eigenaar bent, na betaling uw eigendom. (…) 7) het relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] [AMB-001, pag. 807 t/m 828], voor zover inhoudende zakelijk weergegeven: [pag.
Volledig
816] In totaal is er door achttien inleggers aangifte gedaan van oplichting voor een bedrag van € 1.116.334. Uit de aangiften van de inleggers komt naar voren dat ze benaderd werden door [verdachte] , werkzaam bij [C] BV met het voorstel de hypotheek op de huidige woning te verhogen om vervolgens middels aankoop van life-settlementspolissen, aangeboden in de vorm van " [product 2] " een hoog rendement te behalen op het ingelegde geld. [verdachte] maakte met de inleggers een afspraak en bezocht hen vaak meerdere malen thuis. Nadat het ingelegde geld werd gestort door de aangevers ten behoeve van [product 1] BV i.o. of [F] BV, ontvingen de inleggers, zoals afgesproken, maandelijks rente-uitkeringen. Nadat rente-uitkeringen waren gestopt, is men aangifte bij de politie gaan doen inzake oplichting. Hieronder volgt een door de rechtbank, en door het hof in beroep overgenomen; opgesteld schematisch overzicht van de namen van de inleggers, de door hen ingelegde bedragen, de data waarop de diverse inleggers hun overeenkomst hebben afgesloten en de datum waarop zij hun betaling hebben gedaan. In het overzicht wordt verwezen naar de onderliggende brondocumenten. Het hof neemt uit praktische overwegingen en om de leesbaarheid van de bewijsmiddelen te bevorderen, de hierna weergegeven samenvattende weergave van de aangiften als uitgangspunt. In het schema wordt de volgorde gehanteerd zoals die ook in de dagvaarding is opgenomen. Het hof zal de aangiften nader uitwerken daar waar het de oplichtingsmiddelen betreft. […] 9) het proces-verbaal aangifte door [aangever 8] , AG-0009, p. 3862 ev, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven: Ik wil aangifte doen van oplichting. Door valse voorwendselen zijn mijn man, [aangever 11] , geboren [geboortedatum] 1973, en ik overgehaald om een geldbedrag van 25.000,00 euro te storten. Als we geweten hadden dat het hier om oplichting ging waren wij nooit tot het overmaken van het geld overgegaan. Op 15 december 2009 hebben mijn man en ik een " [product 2] " getekend bij onze tussenpersoon [C] , toen gevestigd op het adres [a-straat 2] te [plaats] . Onze tussenpersoon was [verdachte] . [verdachte] adviseerde ons om de 25.000,00 euro over te maken op de: rekening van [C] . Ik kan u zo het rekeningnummer niet noemen. Zij vertelde ons dat het bedrag vanuit [C] overgemaakt zou worden naar [F] , [a-straat 1] te [plaats] . Zij vertelde ons dat het bedrag van 25.000,00 in een "pot” gestort zou worden met een hoge rente. Hoe hoog deze rente was werd ons niet verteld. Wij zouden voor een periode van tien jaar, iedere maand 300,00 euro teruggestort krijgen op onze bankrekening [rekeningnummer 6] . Het bedrag wat daarna overbleef zouden we op kunnen nemen of wederom voor tien jaar kunnen storten. Wij vroegen [verdachte] meerdere malen of het wel veilig was om zo'n groot bedrag over te maken. [verdachte] vertelde ons dat alles klopte en dat wij altijd ons ingelegde geld terug zouden krijgen daar het een gegarandeerd kapitaal was. In de algemene voorwaarden stond dat het bedrag van 300,00 euro iedere 28e van de maand op onze rekening gestort zou worden. De eerste twee maanden kregen wij inderdaad rond de 28e het bedrag van 300,00 euro op onze bankrekening gestort. Daarna werden de data steeds wisselender. In november 2010 werd ik gebeld door ene [betrokkene 9] . Hij vertelde mij dat hij van [F] BV was. Hij vertelde mij dat [F] BV over zou stappen naar een andere bank zodat de betalingen regelmatiger zouden plaats vinden. Naar aanleiding van dit telefoontje kregen wij op 2 december 2010 een brief van [B] BV, [a-straat 1] te [plaats] . Daarin stond te lezen dat de maandelijkse betalingen beter geregeld zouden worden. Tevens stond daarin vermeld dat indien het vertrouwen weg was, wij samen met hem een passende oplossing zouden kunnen vinden waarbij wij dan ons geïnvesteerde geld terug zouden krijgen. De brief was ondertekend door [betrokkene 9] van [B] b.v. Hierop heb ik een brief gestuurd dat wij inderdaad wilde stoppen met [F] en dat wij ons resterende geld (toen 21.700,00 euro) graag teruggestort zouden hebben op onze ING-rekening. Betaling nummer 12 (van de maand november 2010) hebben we op 10 december 2010 ontvangen. Betaling nummer 13 (van de maand december 2010) hebben we ontvangen op 8 januari 2011. De bijlage op p. 3867, het inschrijfformulier, is getekend door [aangever 8] en [aangever 11] . 10) het proces-verbaal verhoor aangeefster [aangever 8] , AG-0009A, p. 3869 ev, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven: Vraag: Hoe bent U aan informatie van het produkt " [product 2] ” gekomen? Antwoord: [C] was mijn tussenpersoon inzake mijn lopende verzekeringen. Ongeveer vier jaar geleden ben ik voor mijn verzekeringen terechtgekomen bij [C] . Mijn contactpersoon was [verdachte] . Aangezien mijn huwelijk destijds niet zo lekker liep heb ik gesproken met [verdachte] waarmee ik een vertrouwensband opgebouwd had. Zij gaf me toen aan dat indien mijn huwelijk over zou gaan ik toch in mijn woning zou kunnen blijven wonen omdat zij een product hadden ontwikkeld onder de naam [product 2] . In die tijd, rond 2009, wilde ik mijn hypotheek oversluiten aangezien de renteperiode afliep, toen gaf [verdachte] aan dat in de polis van de spaarhypotheek een opgebouwde waarde zat van € 25.000. Vraag: Wat heeft [verdachte] u precies verteld over het product [product 2] ? Antwoord: Het zou gaan om life settlement polissen die in Amerika aangekocht zouden worden. Al het geld van verschillende mensen zou in één pot terecht komen waarvan polissen werden aangekocht. Indien er een polis tot uitkering kwam, zouden hiervan ook de rente betalingen aan de verschillende inleggers betaald kunnen worden. Aangezien de polissen een hoge waarde vertegenwoordigde zou het rentepercentage daardoor hoog zijn. Vraag: Is er door [verdachte] ook verteld hoe uw ingelegd bedrag van € 25.000 gebruikt zou worden? Antwoord: Dit bedrag zou in de pot terechtkomen tezamen met de gelden van andere inleggers, vanuit waar diverse polissen aangekocht konden worden. Vraag: Heeft [verdachte] u verder nog uitleg gegeven waarvoor het bedrag aangewend werd en dat dit opgesplitst werd in een premiedepot en onttrekkingsdepot? Antwoord: Nee, dit zegt me helemaal niets. Het bedrag van 25.000,- is niet gestort naar een rekening van [C] maar naar [N] B.V. nummer 13.36.37,824. Vraag: Vanaf welke rekening dan wel rekeningen ontving U de maandelijkse betalingen? Antwoord: Dat wisselde continue. Ik heb vergoedingen gehad van [B] , [betrokkene 3] , [betrokkene 1] . Dit viel me wel op. Ik zal de bankafschriften uitprinten en u toezenden. Vraag: Heeft U een polis dan wel een polisnummer, ontvangen die met het door U ingelegde geld zou zijn aangekocht ? Antwoord: Nee, ik heb enkel een inschrijfformulier. Ik heb hierover [verdachte] wel over benaderd. Ze vertelde dat het even kon duren want het zou druk zijn maar ik hoefde me niet druk te maken. 11) het proces-verbaal aangifte door [aangever 1] , AG-0021, p. 4133 ev, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven: Op 24 augustus 2009, heb ik, via tussenpersoon [verdachte] , werkzaam bij [C] , gelegen aan de [d-straat 1] te [plaats] een contract afgesloten. Dit kantoor was voorheen gevestigd aan de [a-straat 2] te [plaats] . Ik lag op dat moment in scheiding. Om mijn nieuwe hypotheek maandelijks te kunnen bekostigen heb ik een regeling getroffen tot een [product 2] . Dit contract, voor de [product 2] , werd afgesloten bij [F] B.V., bij [betrokkene 1] , gelegen aan de [a-straat 1] te [plaats] . Ik heb 35.000 euro extra hypotheek opgenomen. Dit geld is toen overgemaakt naar [F] B.V. Deze zouden mij maandelijks 370 euro uitkeren en na 10 jaar zou ik de inleg, de 35.000 euro, terug ontvangen. Vanaf augustus 2009 tot november 2010 kreeg ik, zoals afgesproken, maandelijks een bedrag van 370 euro op mijn bankrekening, met het rekeningnummer [rekeningnummer 7] , gestort. In november kwam het maandelijkse bedrag later dan gewoonlijk. In december kreeg ik het geld niet en toen heeft de tussenpersoon, de firma [C] , het voorgeschoten. Ik heb vernomen dat deze het bedrag later terug ontvangen hebben van [F] B.V.
Volledig
Vanaf januari 2011 heb ik totaal geen geld meer gekregen. 12) het proces-verbaal aangifte door [aangever 2] , AG-0006, p. 3766 ev, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven: Op 24 juni 2009 heb ik een contract afgesloten met de firma [F] B.V. gevestigd [a-straat 1] te [plaats] . Dit contract betrof een levensverzekering waarbij ik eenmalig een groot bedrag moest inleggen waarover ik dan maandelijks een uitkering kreeg. Het bedrag dat ik moest inleggen om tot de maandelijkse uitkering van 937 euro te komen was 75.000 euro groot. Dit bedrag is in twee afzonderlijke betalingen gedaan, namelijk op 24 juni 2009 heb ik een bedrag van 30.000 euro gestort en op 14 oktober 2009 heb ik een bedrag van 45.000 euro gestort. Deze bedragen zijn overgemaakt naar rekeningnummer [rekeningnummer 8] ten name van [betrokkene 1] . Ik heb deze levensverzekering afgesloten in verband met mijn echtscheiding. Door het betalen van het eenmalige bedrag waarna maandelijks een uitkering volgde van meer dan 900 euro kon ik in mijn woning aan de [c-straat 1] te [plaats] blijven wonen. Zonder deze maandelijkse uitkering had ik de woning moeten verkopen. Ik heb dit bedrag via een tussenpersoon, te weten [C] , gevestigd [a-straat 1] te [plaats] betaald aan [F] B.V.. Als tussenpersoon van [C] fungeert [verdachte] , dat is mijn vaste tussenpersoon. Vanaf juni 2009 tot en met november 2010 volgden de maandelijkse uitkeringen zonder problemen. Het bedrag werd maandelijks achteraf op mijn rekening bij de Rabobank gestort. Vanaf december 2010 zijn de betalingen gestopt, tot op heden heb ik geen uitkering meer ontvangen. (...) [verdachte] heeft mij het product verkocht met de zekerheid die ze mij gaf dat alles wettelijk goed geregeld was en dat het product 100% eerlijk en goed was. [verdachte] kwam heel betrouwbaar en eerlijk over. 13) het proces-verbaal aanvullende aangifte door [aangever 2] , AG-0006A, p. 3818 ev, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven: Vraag: Hoe bent u aan informatie van het product " [product 2] " gekomen? Antwoord: Via de plaatselijke weekkrant, de brug en via mijn broer. [C] heeft daar toen een periode lang geadverteerd voor het product [product 2] . Vraag: Met wie dan wel welke onderneming heeft u inzake het product " [product 2] " contact gehad? Antwoord: Met [verdachte] , ik ben naar de [a-straat] geweest waar het kantoor van [C] was. Daar heb ik met [verdachte] gesproken. Ik heb alleen contact met haar gehad. Volgens mij deed [verdachte] alleen dit verhaal, haar man deed op dat kantoor verzekeringen en verder was daar nog [betrokkene 9] en er zat een secretaresse. Vraag: Heeft u [betrokkene 9] op dat kantoor gezien? Antwoord: Ja, ik [betrokkene 9] daar gezien, ik wist hoe hij eruit zag. Ik heb nooit contact met hem gehad. Vraag: Met wie van [C] heeft u contact gehad en wat hielden deze contacten in? Antwoord: Alleen met [verdachte] , zij ging over [product 2] . Vraag: Waar vond dit contact plaats? Antwoord: [a-straat] in [plaats] , volgens mij is [verdachte] ook wel eens bij mij thuis geweest om papieren te brengen. Vraag: Heeft u met betrekking tot dit product foldermateriaal ontvangen en heeft u deze nog in uw bezit? Antwoord: ik heb vooraf geen folders gezien, [verdachte] vertelde mij dat het om een levensverzekering uit America ging. Ik heb behalve mondelinge informatie geen informatie ontvangen. Tijdens de contacten met [verdachte] had zij wel spullen daar liggen maar die heb ik nooit ingezien. Vraag: Kunt u in eigen bewoordingen het door u aangekochte product beschrijven? Antwoord: Toen dacht ik dat ik een product afsloot op een levensverzekering van een Amerikaan. Het product zou 100% gegarandeerd zijn, de inleg zou altijd terugkomen. Ik zou tevens maandelijks een bedrag ontvangen, dat in mijn gedachte vrijkwam van de levensverzekering. Ik dacht dat [C] dat met die levensverzekeringen regelde. (…) Vraag: Is door [verdachte] ooit gesproken over de personen achter [F] BV danwel is er nadere informatie omtrent [F] B.V. verstrekt? Zo ja wie was/ waren dan de persoon/personen welke betrokken was/ waren bij [F] B.V.? Antwoord: Nee, over [F] is mij nooit iets verteld. 14) het proces-verbaal aangifte door [aangever 3] , AG-0015, p. 4001 ev, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven: In de zomer van 2009 ben ik benaderd door [verdachte] van het kantoor [C] Bv gelegen aan de [a-straat 1] in [plaats] . Ik had een hypotheek bij haar afgesloten in het verleden en omdat we een ander huis hadden gekocht is zij bij mij thuis geweest om ons financieel advies te geven. Ze vertelde me toen over een nieuw financieel product. Het betrof een levensloop waarbij geld ingelegd wordt voor een periode van 10 jaar. Dit geld zou gegarandeerd uitgekeerd worden na 10 jaar maar daarnaast zou er een maandelijkse uitkering mogelijk zijn. We hebben de constructie goed bekeken en hadden er toen alle vertrouwen in. Op 28 juli 2009 hebben mijn partner [betrokkene 27] en ik een contract afgesloten voor een levenslooppolis van 120 maanden. We hebben 100.000 euro overgemaakt van ons rekeningnummer [rekeningnummer 9] . We zouden elke maand 1.250,- euro uitgekeerd krijgen hierbij. Ik toon u bij deze een kopie van dit contract. Het contract was tijdens het ondertekenen al eenzijdig ondertekend door [betrokkene 1] . Ik heb deze persoon nooit ontmoet of gesproken. De eerste maanden kregen altijd rond de 25e van elke maand betaald. Het geld werd overgemaakt van het rekeningnummer [rekeningnummer 4] op naam van [B] . Vanaf 2 november 2010 is het geld overgemaakt van het rekeningnummer [rekeningnummer 8] op naam van [betrokkene 1] . Vanaf oktober 2010 kwamen de betalingen niet meer op tijd. In december 2010 ben ik gebeld door een meneer [betrokkene 1] met een afgeschermd telefoonnummer. Hij vertelde me dat er problemen waren met de betalingen maar dat hij hier mee doende was en dit zo snel mogelijk probeerde op te lossen. Hij beloofde ons toen dat het allemaal goed zou komen. In dezelfde maand hebben we een brief ontvangen van [betrokkene 1] met dezelfde strekking als het telefoongesprek. 15) het proces-verbaal aanvullende aangifte door [aangever 3] , AG-0015A, p. 4008 ev, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven: Vraag: Hoe bent u aan informatie van het product " [product 2] "gekomen? Antwoord: Via [verdachte] en [betrokkene 8] . Ik heb haar benaderd toen we een nieuwe woning gingen kopen. Zij had eerder voor ons een hypotheek geregeld. Ze vertelde dat ze een product had, [product 2] , dat een aanvulling zou kunnen zijn om in de maandelijkse lasten te kunnen voorzien. Ik heb het product ook besproken met een collega die financieel goed onderlegd was. Het product hield eigenlijk in dat er in Amerika polissen aangekocht werden vanuit waar de opbrengst, bij overlijden van de polishouder tot uitkering kwamen. Uit deze uitkeringen konden de maandelijkse rentebetalingen gedaan worden. Vraag: Met wie van [C] heeft u contact gehad? Antwoord: Met [verdachte] . Ik heb haar hier thuis uitgenodigd omdat we een nieuwe hypotheek nodig hadden. Dit was ergens in juni 2009, Ze is toen een paar keer langs geweest. In de eerste gesprekken begon ze over [product 2] . Vraag: In welke hoedanigheid kwam [verdachte] bij u, als zijnde de adviseur namens [C] of als vertegenwoordiger van het afgesloten product, [product 2] ? Antwoord: Ze was hier als adviseur van [C] en kwam om de hypotheek af te sluiten. Hiernaast had ze dit product wat ze meenam in de berekeningen. Vraag: Heeft u met betrekking tot dit product foldermateriaal ontvangen en nog in uw bezit? Antwoord: Ik heb enkel berekeningen van [verdachte] ontvangen alsmede een folder met productinformatie van [F] BV. Vraag: Kunt u in eigen bewoordingen het product wat U heeft aangekocht beschrijven? Antwoord: Op het moment dat mijn geld gestort was, werd een polis in Amerika aangekocht die op mijn naam gezet werd. Dit heeft overigens wel even geduurd hoor, maar [verdachte] vertelde dat het wel goed zou komen. Ik had ook geen achterdocht dus ik geloofde haar. Zodra een polis tot uitkering kwam zou dit bedrag bij [F] gestort worden waaruit weer andere polissen aangekocht konden worden. Hierdoor zouden er hoge rendementen behaald kunnen worden.
Volledig
Vraag: Ook staat onder dit document eén handtekening namens [F] BV. welke ondertekend is door [betrokkene 1] . Heeft u aan [verdachte] gevraagd wie dit is? Antwoord: De handtekening namens [F] stond er al onder. Ik heb aan [verdachte] gevraagd wie [betrokkene 1] was. En ze vertelde dat dit de persoon achter [F] was. 16) het proces-verbaal aangifte door [aangever 4] , A G-0014, p. 3975 ev, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven: Omstreeks 16 september 2009 heb ik via [verdachte] van [C] BV een overeenkomst getekend voor een " [product 2] -polis" welke geregeld zou worden door [F] BV, [a-straat 1] te [plaats] . [verdachte] wist dat ik met pensioen wilde gaan, daarom adviseerde zij mij om met [F] B.V. in zee te gaan. Want dit zou mij een extra centje opleveren als ik met pensioen zou zijn. Als ik 40.000,00 euro over zou maken, zou ik maandelijks een bedrag van 500,00 euro terug gestort krijgen. Dit zou in een termijn van tien jaar zijn. Het zou mij dus uiteindelijk 20.000,00 euro opleveren. Dit bedrag zou dus mijn winst zijn. Ik zou een bedrag van 40.000,00 euro overmaken en dan zou ik iedere 28e van de maand 500,00 euro geboekt op mijn ING-rekening [rekeningnummer 10] . [product 2] zou ontwikkeld zijn door [betrokkene 9] , Ik heb op 16 juli 2009 40.000,00 euro overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer 4] , op naam van [F] B.V./ [B] B.V. Ik kreeg iedere maand 500,00 euro rond de 28e van de maand op mijn rekening gestort, dit werd naarmate de maanden vorderde steeds later gestort. Dit is in totaal zestien keer gestort, namelijk vanaf september 2009 tot januari 2011. Ik heb een brief gehad, met de mededeling dat het maandelijkse bedrag vanaf 2 december 2010 weer op de 28e van de maand gestort zou worden. Ik heb dus in totaal een bedrag van 8.000,00 euro terug gestort gekregen. Er rest dus nog een betalingsbedrag van 32.000,00 euro. Vanaf januari 2011 heb ik helemaal geen stortingen meer ontvangen. 17) het proces-verbaal aanvullende aangifte door [aangever 4] , AG-0014A, p. 3997 ev, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven: Vraag: Hoe bent U aan informatie van het product " [product 2] "gekomen? Antwoord: Mijn renteperiode van mijn hypotheek liep af dus ik was op internet wat aan het rondkijken. Ook had ik op de site gekeken van [C] . De dag erna belde [verdachte] van [C] mij op en vertelde me dat ik op de site had gekeken en vroeg ze of dat ze eens langs mocht komen omdat ze wellicht een interessant product had. Op haar advies ontvingen wij diverse voorstellen voor het opnieuw afsluiten van onze hypotheek en in meerdere voorstellen was een [product 2] van € 40.000 verwerkt in de berekening. Vraag: Wat heeft [verdachte] over het product [product 2] u verteld? Antwoord: Ze vertelde dat het product ontwikkeld was door een accountantskantoor. Het liep daar al jaren. Dat veel mensen die gingen scheiden dit, product ook af konden sluiten om financieel niet in de problemen te komen. Vraag: Heeft [verdachte] nog andere namen genoemd naast het accountantskantoor? Antwoord: Nee ze heeft geen andere namen genoemd. Ze heeft enkel de naam [F] genoemd, en hiermee zouden we de overeenkomst aangaan. Vraag: Waar vond dit contact plaats? Antwoord: Ze is eerst een aantal keren bij ons langsgekomen en later zijn we ook naar haar kantoor gegaan om samen naar de notaris te gaan. Vraag: Heeft U met betrekking tot dit product foldermateriaal ontvangen en nog in Uw bezit? Antwoord: ja we hebben een folder ontvangen destijds. Vraag: We horen u net zeggen dat u zeker niet wilde beleggen omdat we daar al eens eerder ons neus mee gestoten hebben. Wat heeft ze u dan precies verteld over het product? Antwoord: Dat het geen belegging was, daar hoefden we ons geen zorgen om te maken. Vraag: Kunt U in eigen bewoordingen het product wat U heeft aangekocht beschrijven? Antwoord: Onze inleg zou worden aangewend voor aankoop van polissen in Amerika. Ze heeft ons niets verteld over een eventuele opsplitsing van het ingelegde geld. Ze heeft ons ook niet geïnformeerd over een onttrekkingsdepot en een premiedepot. Vraag: Had u enig idee waar uw maandelijkse uitkeringen vandaan kwamen? Antwoord: Nee, de berekening die hier aan ten grondslag lag was mij niet helder. Vraag: Is het ingelegde bedrag vrijgemaakt uit een afgesloten hypotheek? Antwoord: Ja, aangezien de renteperiode afliep en als gevolg daarvan had [verdachte] ons geadviseerd het pand opnieuw te laten taxeren. Vraag: In welke hoedanigheid was [verdachte] bij u, als adviseur van [C] of als vertegenwoordiger van [F] ? Antwoord: Ze was hier als adviseur van [C] . (…) Vraag: U heeft een bewijs van deelname ontvangen. Viel u hier nog iets aan op? Antwoord: Ja er stond bij de ondertekening [betrokkene 1] vermeld. Ik was in de veronderstelling dat deze naam de persoon van het accountantskantoor was, die het product mede ontwikkeld had. 18) het proces-verbaal aangifte door [aangever 6] , AG-0020, p. 4125 ev, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven: Ik ben in de AOW terecht gekomen en het ging financieel minder goed met me. [betrokkene 20] is bij mij thuis aan de [e-straat 1] in [plaats] komen praten. Hij adviseerde me toen een nieuw financieel product wat hij samen met [verdachte] had ontwikkeld. Dit product hield in dat ik de overwaarde van mijn woning zou investeren in een fonds. Hier zou het beheerd worden en zou ik het over tien jaar kunnen opnemen. Ik zou elke maand de rente uitgekeerd krijgen en deze zou 562,- euro bedragen. Deze [product 2] had ik hard nodig om te kunnen leven. Ik had op dat moment een hypotheek van 160.000 euro. Ik kon hierop een overwaarde opnemen van 45.000 euro. Op 16 september 2009 ontving ik een email van [verdachte] waarin zij de afspraak voor het omzetten van de hypotheekakte bij notariskantoor [M] in [plaats] aankondigde. Ik heb op 24 september 2009 44.534,13 euro overgemaakt van mijn Rabobankrekeningnummer [rekeningnummer 2] naar "Derdengelden [M] " op nummer [rekeningnummer 3] . Ik had alle vertrouwen in [C] en [verdachte] en heb om deze reden ook mijn administratie bij hun in beheer gehouden. Ik heb hierna meerdere keren mijn [product 2] van 562,- euro gestort gekregen op mijn bankrekening. 19) het proces-verbaal aanvullende aangifte door [aangever 6] , AG-0020A, p. 4129 ev, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven: Vraag: wat hield het product u [product 2] u in? Wie heeft u het product uitgelegd? Antwoord: Door dit product bespaarde ik ongeveer € 250, per maand. Deze besparing kwam o.a. voort uit belastingvoordeel. Ik heb de overwaarde van mijn woning ingelegd. Het huis werd getaxeerd op € 360.000 en ik had na verhoging van de hypotheek nog steeds een geldbuffer over. Vraag: Zijn er voorafgaand aan het afsluiten van “ [product 2] "' gesprekken geweest met [verdachte] . Antwoord: [betrokkene 20] is destijds met [verdachte] bij mij thuis in [plaats] langs gekomen. [betrokkene 20] is twee keer met [verdachte] bij mij thuis geweest waarbij [verdachte] de uitleg over het product verzorgde. [betrokkene 20] werkte destijds ook bij [C] . [verdachte] heb ik nadien één keer alleen ontmoet. Dat was ten tijde van het overmaken van het geldbedrag. Vraag: Heeft U met betrekking tot dit product foldermateriaal ontvangen en nog in Uw bezit? Antwoord: Ik heb verder geen foldermateriaal ontvangen. (…) Vraag: Waren er onduidelijkheden en waar hadden die betrekking op? Antwoord: Niet alles was bij mij 100% duidelijk. Ik heb een LTS opleiding en ik kan ook niet zo goed overweg met papierwerk. Ik vertrouwde op mijn financieel adviseur welke in het verleden mij goed geholpen had. Ik zou per maand netto een bedrag van € 250,- overhouden. Hierdoor konden mijn kinderen blijven leren. Ik heb zelf één kind en twee kinderen van mijn ex opgevangen. Na 10 jaar zou ik het geldbedrag weer terug ontvangen. Dat was ook wel fijn. Vraag: Heeft U een inschrijfformulier " [product 2] " of anderszins een formulier voor dit product ingevuld? Antwoord: Ik heb wel iets ondertekend maar ik weet niet meer wat. Ik begreep van [verdachte] dat zij voor mij een contract zou bewaren. Ik heb echter nooit een afschrift ontvangen.
Volledig
Vraag: Was het U duidelijk met wie U een overeenkomst aan bent gegaan? Antwoord: Ik dacht met [C] , de instantie die mij geadviseerd had. Vraag: Is door de adviseur van [C] ooit gesproken over [F] BV, [N] BV dan wel [B] BV dan wel over de personen die achter deze vennootschappen zitten? Antwoord: Nee. Ik heb vanaf het begin alleen de naam [...] gehoord. […] 21) het proces-verbaal aanvullende aangifte door [aangever 7] , AG-0007A, p. 3852 ev, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven: Vraag: Hoe bent U aan informatie van het product " [product 2] "gekomen? Antwoord: Ik werd gebeld door onze hypotheekadviseur, [verdachte] van [C] . Zij kwam uit eigen initiatief. Zij wist dat we overwaarde op ons huis hadden aangezien ze door de jaren heen goed op de hoogte, was van onze financiële situatie. Zij had namelijk eerder een hypotheek voor ons afgesloten op ons huis. Deze heeft ze ook een keer verhoogd in verband met een verbouwing. Vraag: Hoe is het contact precies verlopen? Antwoord: Ze heeft ons in eerste instantie opgebeld om een interessant product te promoten. Dit is ongeveer in de zomer 2009 geweest. Hierna is ze naar ons huis gekomen om meer te vertellen over dit product. Zij vertelde ons over het product, zijnde [product 2] , zodat wij een extra’tje erbij hadden in verband met onze opgroeiende kinderen. Ze adviseerde ons om ons huis te laten taxeren. Vraag: Heeft [verdachte] informatie over het product achtergelaten zodat U erover na kon denken? Antwoord: Nee ze kwam hier alles ter plekke regelen. Nadat we haar vroegen of dat het wel vertrouwd was, vertelde ze ons dat alles goed zat en we daar niet bang voor hoefden te zijn. Ze is telkens bij ons thuis geweest. Dit is ongeveer een keer of vier geweest. Vraag: Waarom kwam ze zo vaak langs? Antwoord: Om alles te laten zien, voor de taxatie, voor het verhogen van de hypotheek dienden er handtekeningen gezet te worden. Vraag: Heeft U met betrekking tot dit product foldermateriaal ontvangen en nog in Uw bezit? Antwoord: Er was destijds een website van [F] B.V. en ik heb een folder van [F] ontvangen. Vraag: Heeft U gevraagd aan [verdachte] wie er achter [F] BV zat? Antwoord: De naam die we te horen kregen was [betrokkene 15] , hij zou AA accountant zijn bij een groot accountantsbedrijf. Ook was er een notaris bij betrokken. Verder vertelde ze ons dat het product goedgekeurd was; door de AFM. Dit vond ik wel belangrijk aangezien ik eerder ook al opgelicht was bij Easy Life. Vraag: Was hierbij sprake van enige druk? Antwoord: Nee, we hebben haar wel erg vaak gevraagd of dat het product veilig was wat ze beaamde. Vraag: Kunt U in eigen bewoordingen het product wat U heeft aangekocht beschrijven? Antwoord: Het is een levenspolis van een Amerikaan die verkocht is door die Amerikaan terwijl hij nog in leven is. De polis is eigenlijk bestemd voor zijn nabestaanden of voor hemzelf zodra hij een bepaalde leeftijd bereikt heeft. Deze polissen kochten ze op een beurs waarbij ze voor fractie van de waarde het product konden aankopen. Met het ingelegde geld werd de polis aangekocht. [L] zou het regelen in Amerika. Deze bank zou voor het beheer zorgdragen. Aangezien er meerdere polissen liepen werden bij overlijden uitkeringen gedaan waardoor de premies van andere polissen weer betaald konden worden. (…) Vraag: Het bedrag is overmaakt naar [N] BV. Waarom is dit bedrag naar [N] overgeboekt? Antwoord: [verdachte] heeft ons altijd alleen de naam [F] genoemd. We hebben wel een brief van [verdachte] gekregen ten tijde dat we bij de notaris waren. Deze brief was toen al door [betrokkene 1] ondertekend. Ik vroeg me toen al af waarom die vent er niet bij was en ik dacht dat de naam van [verdachte] hieronder hoorde te staan. Op deze brief stond het rekeningnummer vermeld stond waarna we het bedrag moesten overboeken. Het inschrijfformulier hebben we ook bij de notaris gekregen en daar ondertekend. Vraag: Heeft u wel aan [verdachte] gevraagd wie [betrokkene 1] was? Antwoord: Nee, ik heb later wel van [betrokkene 9] gehoord. Vraag: Was het U duidelijk met wie U een overeenkomst aan bent gegaan? Antwoord: Ik ging er vanuit dat dit met [F] was. Vraag: Waar dacht u dat het maandelijkse bedrag ad € 587 vandaan kwam? Antwoord: Ik dacht dat dit bedrag uit Amerika afkomstig was. Zo deed [verdachte] het voorkomen. 22) het proces-verbaal getuigenverhoor van [aangever 9] , mede namens [aangever 12] , G10-01, p. 491 ev, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven: [betrokkene 13] kwam met het product [product 2] . Vraag: Heeft U met betrekking tot dit product foldermateriaal ontvangen en nog in Uw bezit? Antwoord: [betrokkene 13] had wel productinformatie bij zich, maar volgens mij had hij dit ook weer mee naar huis genomen. Wat ik me er nu van kan herinneren hebben we € 70.000 ingelegd. We kregen iedere maand € 800 terug en na 10 jaar zouden we het bedrag ad € 70.000 ook weer terug ontvangen. Ik weet niet waar het geld, wat we hebben ingelegd, voor gebruikt zou worden. Verbalisant noemt life settlement polissen, maar dit zegt ons helemaal niets. [betrokkene 13] zou alles voor ons regelen. Wij hebben papieren aan [betrokkene 13] meegegeven. Hij had namelijk het inschrijfformulier bij zich welke wij hebben ondertekend. De handtekeningen hieronder zijn van ons. We hebben het geld overgemaakt naar de rekening van [B] BV zijnde [rekeningnummer 4] . We hebben [betrokkene 13] niet gevraagd waarom we dit over moesten maken naar [B] BV. We hadden vertrouwen in hem omdat het ook onze zwager was. Een tijdje later hebben we per post een mapje gekregen met hierin het bewijs van deelname en de overeenkomst [F] d.d 10-4-2010. Deze was ondertekend door [betrokkene 1] . We wisten niet wie dit was maar we hadden ook geen argwaan. Vraag: Heeft [betrokkene 13] u verteld wie of welke onderneming de " [product 2] " op de markt heeft gebracht? Antwoord: Hij heeft toen wel de naam [F] BV genoemd. [betrokkene 13] was werkzaam bij [C] . Vraag: In welke hoedanigheid kwam [betrokkene 13] bij u, in de hoedanigheid als, vertegenwoordiger van [C] of als vertegenwoordiger van [F] BV? Antwoord: Hij werkte bij [C] en hij probeerde het product van [F] BV te kopen. Toen de betalingen uitbleven hebben we op 15 december 2010 een brief gezonden naar [B] tav [betrokkene 9] met het verzoek het ingelegde bedrag terug te storten. Deze brief is destijds opgesteld door [betrokkene 13] . Naar aanleiding van deze brief ontvingen wij op 22 december 2010 een brief waarin ze ons schrijven bevestigen en dat er in de eerste week van januari 2011 een vergadering gepland staat waarin zij de brief zullen behandelen en besproken zal worden op welke termijn uw inleg minus kosten aan u terugbetaald wordt. Vervolgens ontvingen we op 21 januari 2011 een brief vanuit [B] BV waarin wordt aangegeven dat er geen mogelijkheid is tot tussentijdse afkoop en dat ze bereid zijn het contract over te dragen aan een nieuwe partij. […] 25) het proces-verbaal getuigenverhoor van [getuige 1] , G03-01, p. 440 ev, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven: Ik heb destijds aan [betrokkene 12] gevraagd of hij contacten had in Spanje en toen kwam [betrokkene 12] aan met [betrokkene 9] , [betrokkene 12] gaf aan dat hij o.a. de beheerder was van de bankrekening van de dochter van [betrokkene 9] , [betrokkene 3] genaamd, [betrokkene 9] zou een vermogend man zijn en o.a. in Zwitserland geld op de bank hebben staan. Volgens [betrokkene 12] was [betrokkene 9] wel te vertrouwen. Verder zou [betrokkene 9] mede eigenaar van een sportschool zijn. (...) Ik had bedacht dat als je de ex partners kort na de scheiding bij elkaar zet voor het maken van afspraken de mogelijkheid aanwezig is om dan een voorstel aan te bieden waar beiden partners zich in kunnen vinden. De waarde van de woning zou gebruikt worden voor het afsluiten van een nieuwe hypotheek. Na 10 jaar zou de woning van de stichting [product 1] zijn. In deze periode zouden de kinderen van de vrouw al gestudeerd hebben. De vrouw kon gedurende de looptijd of aan het einde van de looptijd het huis zelf kopen voor de dan geldende waarde. [betrokkene 9] had verstand van verzekeringen en hypotheken. Alles was doorgerekend.
Volledig
De ingelegde gelden zouden door een op te richten stichting beheerd gaan worden en van dit geld zou er maandelijks een uitkering ten behoeve van de betaling van de hypotheek gaan plaats vinden. Deze uitkering zou rechtstreeks naar de hypotheekverstrekker gaan. De vrouw zou dan zelf geen hypotheeklasten hebben. Middels het beheer van deze gelden zou er een rendement van 6 tot 8% behaald kunnen worden. Dit alles zou onder de noemer [product 3] in de markt gezet gaan worden. Ik ben vervolgens gaan kijken wat er met de ingelegde gelden gedaan kon worden. Ik had al eens gehoord over life settlement polissen uit Amerika. Het betreffen levensverzekeringspolissen van Amerikanen die te koop werden aangeboden. (…) Ten aanzien van [product 1] was zo berekend dat ongeveer de eerste 8 jaar de hypotheeklasten betaald konden worden van de ingelegde gelden. De life settlement polissen waren als aanvulling nodig om het financiële plaatje verder rond te krijgen. Ik was inmiddels met het product [product 3] gaan adverteren in o.a. De Telegraaf. In deze advertenties gaf ik aan dat ik o.a. ook adviezen verstrekte voor hypotheken. Ik was niet gemachtigd om hypotheken af te sluiten. Ik kwam toen in contact met [verdachte] . Zij stond goed aangeschreven en had een goed netwerk. Zij was ook een contact van [betrokkene 9] . Ik heb [verdachte] toen geïntroduceerd bij de familie [...] . U vraagt mij wat de rol van [betrokkene 9] is geweest bij de opstart van [product 3] . Helemaal niets. Hij kreeg wel alle informatie mee maar ik hield hem toch buiten de activiteiten van [product 3] . Ook bleek dat de sportschool van [betrokkene 9] financiële problemen had. O.a. was er sprake van een huurschuld. [betrokkene 9] wilde eerst geld lenen van [product 1] echter ik wilde dat niet. Elke aanmelding werd bekeken of deze aan de voorwaarden van [product 1] voldeed. Door de selectie vielen klanten af en later bleek dat deze door [verdachte] waren benaderd. Ik ben op een gegeven moment ook gebeld door een persoon die aangaf klant te zijn. Volgens mijn gegevens was hij geen klant van [product 1] . Er was eerder al eens contact geweest met deze man maar hij viel niet binnen de voorwaarden van [product 1] . Buiten [product 1] om is deze man gaan deelnemen aan [product 1] . Dit was geregeld door [verdachte] buiten mij om. Ik heb vervolgens [betrokkene 9] met mijn bevindingen geconfronteerd. Ik heb aangegeven dat er geld achter mij om naar een andere bankrekening, naar die van [N] , was geboekt. [betrokkene 9] ontkende, echter ik heb hem met stukken geconfronteerd. Toen bedreigde [betrokkene 9] mij en ben ik gegaan. Vraag: Wie was bevoegd om namens [O] B.V. i.o. op te treden en overeenkomsten aan te gaan? Antwoord: Niemand. De structuur moest nog opgebouwd worden. Daarom werd het geld ook op de derdengeldrekening van de notaris geboekt. Ik wilde in alle rust het product opzetten, [betrokkene 9] lag te pushen omdat hij geld nodig had. Vraag: Op welke wijze werden de afspraken met deelnemers aan [product 1] vastgelegd? Antwoord: Wij hebben nooit een contract met een klant kunnen tekenen. We waren nog met de opzet bezig. Het geld werd geparkeerd bij de notaris. Meer kon ik op dat moment niet toezeggen. Mensen waren op dat moment blij dat zij uit de shit waren. 26) het proces-verbaal getuigenverhoor van [getuige 2] , G05-01, p. 461 ev, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven: Vraag: Was U zelf werkzaam op het kantoor van [C] BV? Zo ja waaruit bestonden U werkzaamheden? Antwoord: Ik ben eerst werkzaam geweest in het kantoor in Eindhoven en na de verhuizing in [plaats] . Ik werkte daar toen fulltime. Ik ben daar samen met [verdachte] begonnen. In die tijd handelde [verdachte] ook al onder de naam [C] . Er was een samenwerkingsovereenkomst waardoor er meerdere; kantoren/adviseurs samen konden werken onder de naam [C] . [verdachte] was ook al aangesloten bij [P] . In 2008 werkte ik al samen binnen [C] met [verdachte] en zij is in 2008 middels haar eenmanszaak in de BV gevoegd. Vraag: Wij zien dat U op 6 april 2010 uittreedt als bestuurder van genoemde Stichting. Welke reden lag hieraan ten grondslag? Antwoord: Ik zag geen andere mogelijkheid meer om onder de verantwoordelijkheid uit te komen voor de dingen die ik daar zag gebeuren. Het begon met het feit dat het pand aan de [a-straat] niet van [betrokkene 9] bleek te zijn en dat we daar geen huurverplichtingen zouden hebben het eerste jaar. [verdachte] had ook al bestaande klanten ingevoerd in het [product 1] concept. Mijn feitelijke uittreding heeft al plaatsgevonden in de zomer van 2009. Voor die tijd werden alle beslissingen al genomen door [verdachte] en [betrokkene 9] en werd ik eigenlijk gebruikt als feitelijk leider van de onderneming. In mijn ogen ben ik gewoon als stroman gebruikt binnen een onderneming waarin ik geen zeggenschap had. [betrokkene 9] drukte heel erg zijn stempel op alles. Vraag: Door wie is het product [product 1] ontwikkeld en wie waren hierbij betrokken? Antwoord: Ik heb hierover met [getuige 1] gesproken. Dit was bij de eerste kennismaking en later, eind 2008, toen de AFM ze op de vingers getikt had omdat ze dit product niet als hypotheek op de markt mochten zetten. Daarna is hij van het toneel verdwenen. Het product was er eigenlijk nog niet en in ontwikkeling. Zoals ik al eerder aangaf zijn er enkele hypotheken onder deze naam verkocht waarvan het geld op de rekening van de notaris [M] terecht is gekomen. Deze notaris heeft ook destijds aangegeven dat het geld al een langere tijd op de rekening stond en; wat er nu de bedoeling was. Dit was eind 2008 geweest. De notaris heb ik hier zelf telefonisch over gesproken. Het werd mij vanaf dat moment dus ook pas duidelijk dat er al enkele producten onder de naam [product 1] verkocht waren. Vraag: Hoe zijn deze partijen bij elkaar gekomen. Waar kenden zij elkaar van? Antwoord: Op mijn eerdere vraag over de betrokken partijen voor de ontwikkeling van [product 1] noem ik U, zoals ik er tegen aan kijk [betrokkene 9] , [verdachte] , [betrokkene 15] en [getuige 1] . Ik ben nooit bij de bijeenkomsten van hun aanwezig geweest. Volgens mij is [betrokkene 15] bij de verdere ontwikkeling van het product betrokken geweest. Vraag: Wie was voor [C] BV het aanspreekpunt bij [product 1] ? Antwoord: [verdachte] en [betrokkene 9] . Vraag: Hoe bent u er dan wel op de hoogte gebracht van het bestaan van het product? Antwoord: Op het kantoor had ik een aparte ruimte voor mijn werkzaamheden en hier ving ik iets op over een presentatie die zou worden belegd voor de andere adviseurs over [product 2] van [F] BV. Dit was eigenlijk mijn informatiebron over het bestaan van [product 2] . Ik heb hier vervolgens [verdachte] op aangesproken en zij liet me een folder zien met de productinformatie van [product 2] . U toont mij een document Doc-0016, zijnde productinformatie van [F] BV, dit document herken ik als het product dat ik destijds gezien heb. Ik heb dit doorgelezen en gezegd dat dit zo niet kan. Vraag: Waarom kon dit zo niet dan? Antwoord: De voorwaarden die genoemd worden kunnen helemaal niet. De rendementen waren erg hoog en ook nog eens je geld na 10 jaar terugkrijgen dat is geen geloofwaardig verhaal. De sterftetabellen en dergelijke die ik destijds had gezien dat kon op zich wel maar dan moet je echt in honderdtallen gaan werken. Maar die doelstelling hadden wij helemaal niet binnen [C] kunnen behalen. Vraag: Welke veranderingen bracht dit met zich mee voor [C] BV? Antwoord: De enige die [product 2] meenam in haar verhaal was [verdachte] . Ook de andere twee mannen die er werkte, werkte niet mee aan de verkoop van [product 2] . (…) Vraag: Heeft u ooit kritische vragen gesteld over [product 2] ? Antwoord: Toen ik erachter kwam dat [betrokkene 9] en [verdachte] hier al veel verder mee waren, wilde ik hier weg. Dat heeft uiteindelijk tot de zomer 2009 geduurd. Ik was wel bestuurder maar ik had geen enkele zeggenschap. Toen ik kort voor de zomer aangaf er mee wilde stoppen werd mij het pand ontzegd. Vanaf 2009 is mijn houding kritisch geweest over [product 2] en heb ik alleen nog maar tegenwerking ondervonden.
Volledig
Vraag: Welke rol speelde [betrokkene 9] binnen [F] BV? Antwoord: Hij was de dirigent maar het knappe was dat hij alles op naam van een ander deed. […] 39) proces-verbaal verdachtenverhoor verdachte [verdachte] , V06-04, p. 283-286, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: V: Wie waren de bestuurders en aandeelhouders van [F] B.V.? A: [betrokkene 15] Beheer stond in de kvk als bestuurder en aandeelhouder. Volgens mij waren [N] , [B] en [J] van [betrokkene 6] ook aandeelhouders. Volgens mij was [betrokkene 15] als enige bestuurder van [F] BV. V: Met welke vertegenwoordigers van [F] BV. had u in het algemeen contact en waar vonden deze contacten plaats? A: De grootste vertegenwoordiger in deze was [betrokkene 9] . (...) V: Bij navraag bij drukkerij [Q] , gevestigd te [plaats] blijkt dat er medio juli 2009 op naam van [F] B.V. o.a, visitekaartjes, inschrijvingsformulieren en bewijzen van deelname waren besteld. Uit het dossier blijkt dat namens [F] de contacten met de drukkerij waren gelopen via [verdachte] van [C] . U zou per mail ook goedkeuring hebben gegeven aan de proefdruk DOC-0055). Wat is uw reactie hierop? A: Dat kan. [betrokkene 9] zei dan tegen mij dat ik de goedkeuring moest geven. V: In principe was u dus eigenlijk gewoon aan het werk voor [F] BV. Klopt dit? A: Ja dat klopt, ik regelde deze zaken voor [betrokkene 9] als hij mij daarom vroeg. V: Wie had u opdracht tot het doen van de bestelling gegeven? A: Dat was [betrokkene 9] . Dat is nooit [betrokkene 15] geweest. V: Er waren verder voor [F] B.V. ook op uw naam visitekaartjes besteld. Waarom was dat? (Doc-0056) A: Omdat ik ook het product heb verkocht. Dan kon ik het kaartje geven aan de klant. Ik werkte namens [F] V: Had u ook salaris uit [F] dan? Of had u een overeenkomst met [F] BV? A: Nee, ik had alleen een kaartje van [F] BV. V: Heeft u ook visitekaartjes van andere maatschappijen dan? Als u andere producten voor klanten afsluit of verkoopt geeft u dan ook visitekaartjes af met uw naam van andere producten of verzekeringsmaatschappijen? U bent toch werkzaam als tussenpersoon en dient toch onafhankelijk te zijn? Schept u hiermee niet verwarring bij uw klanten door dit op deze manier voor [F] wel te doen? A: Ja dat had ik niet moeten doen. Dat heb ik voor andere producten of maatschappijen ook nooit gedaan. Enkel voor [F] BV. Er was dan ook een erg nauwe samenwerking met [F] BV. 40) proces-verbaal verdachtenverhoor verdachte [betrokkene 9] , V01-04, p. 183-185, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: V: Wie heeft die stukken van de polisoverdrachten dan wel opgemaakt? A: Dat kan alleen maar [verdachte] zijn geweest (...) V: Wie heeft/hebben het briefpapier, inschrijfformulier, productvoorwaarden etc van [F] B.V. bedacht en de productinformatie geschreven? A: Ik denk [verdachte] . Ik ben met haar bij de drukkerij geweest. Dit was een kennis van [verdachte] en haar man. U noemt mij de naam [Q] . Dat kan goed de drukkerij zijn geweest. Het was in [plaats] . 41) proces-verbaal verdachtenverhoor verdachte [betrokkene 9] , V01-05, p. 187-188, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: V: Volgens ons onderzoek waren medewerkers van [C] betrokken bij het schrijven van de productinformatie namens [F] , het maken van templates tbv inschrijfformulieren, het aanvragen van een telefoonnummer, bestellen van drukwerk. Waarom was dat? A: Dat klopt. Er waren geen andere mensen. […] ” 2.5 Het hof heeft de bewezenverklaring als volgt gemotiveerd: “ Overwegingen ten aanzien het onder feit 1, subsidiair tenlastegelegd e : de oplichtingen Aan de in de tenlastelegging genoemde inleggers zijn producten aangeboden onder de naam " [product 2] ”. Voorheen gepresenteerd als [product 1] (ook wel: [product 3] genoemd). Door de verkopers van het product werd een hoog vast rendement gedurende 10 jaren gegarandeerd, vertaald in maandelijkse vaste uitkeringen waarmee de (hogere) hypotheeklasten konden worden betaald. Na ommekomst van die 10 jaren werd een volledige terugbetaling van het ingelegde bedrag gegarandeerd. [product 2] hield in dat de inlegger 10 jaar lang rendement zou ontvangen als aanvulling op het inkomen (bijvoorbeeld in geval van eerder stoppen met werken) en dat de inleg na 10 jaar terug ontvangen zou worden. [product 2] verschilde slechts in zoverre van [product 1] dat hiertoe ook inleggers werden bewogen die niet in een echtscheidingssituatie zaten en bijvoorbeeld eigen liquide middelen aanwendden voor de aankoop van het product. Bij het product werden rendementen van 12% tot 15% in het vooruitzicht gesteld. Het rendement zou worden gehaald uit Amerikaanse ‘life settlements’ (levensverzekeringen). De inleggers zouden volgens het voorlichtingsmateriaal eigenaar worden van een polis van een life settlement uit Amerika. Als die polis gedurende de 10 jaar tot uitkering zou komen, zouden ze ook dat geld uitgekeerd krijgen. De inleggers ontvingen gedurende enige tijd een maandelijkse uitkering, zoals overeengekomen. Die uitkering werd evenwel betaald uit de inleg en van de rekeningen waarop zij hun inleg hadden voldaan. Van enig behaald rendement op investeringen van de ingelegde gelden in de Amerikaanse ‘life settlements’ was geen sprake. De maandelijkse uitkeringen aan inleggers werden na verloop van tijd gestaakt. In geen van de gevallen is de afgesproken termijn van 10 jaren gehaald, noch is de inleg op enigerlei wijze terugbetaald. Medeverdachte [betrokkene 9] was nauw betrokken bij de ontwikkeling van zowel [product 2] als [product 1] . De bedoeling was dat [J] N.V. de Amerikaanse ‘life settlement’-polissen zou aankopen. Verdachte zou door middel van haar eenmanszaak [C] en later haar vennootschap [C] B.V. de verkoop van [product 2] voor haar rekening nemen. Daarbij zijn aan afnemers van de producten beloften gedaan en zaken in het vooruitzicht gesteld die niet zijn waargemaakt en waarvan bij aanvang reeds duidelijk was dat die ook niet konden worden waargemaakt. Zo stelt het hof vast dat het realiseren van een rendement van 12-15% naar algemene ervaringsregels al lastig is, maar dit geldt zeker wanneer de periodieke uitkeringen aan inleggers uit hun eigen inleg worden (terug)betaald en derhalve niet volledig worden aangewend voor het doel waarvoor is ingelegd, te weten aankoop van een premiebetaling voor ‘life settlements’. Daarbij is voorgespiegeld dat de uitkering op een lifesettlement-polis aan de betrokken investeerder als eigenaar van die polis zou worden uitbetaald. Nog daargelaten de vraag of er daadwerkelijk life settlements zijn aangekocht, hoeveel, tegen welke bedragen en welke waarde die vertegenwoordigden, het voorgaande zou betekenen dat er nergens geld wordt gegenereerd, terwijl daarbij nog de verplichting bestond tot teruggave van het volledige ingelegde bedrag aan de inlegger. Medeverdachte [betrokkene 9] , vanaf het begin ontwikkelaar van het product, en verdachte, financieel adviseur, moeten hebben geweten dat tegen deze voorwaarden, waarop inleggers zijn ingegaan, geen gezond financieel product kon worden gerealiseerd en aangeboden. Daarnaast waren verdachten de enige personen die deze beleggingsproducten op dat moment hebben aangeboden. De verdachte wist daarbij dat er geen sprake was van een AFM-vergunning. Bij het "in de markt zetten” van het product zijn verdachten er ook op gewezen dat het product niet realistisch was. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij voor juni 2009 tegen medeverdachte [verdachte] heeft gezegd dat het product zoals dat werd aangeboden niet kon. Voor zover de verdediging daarover heeft aangevoerd dat de verklaring van de getuige niet betrouwbaar kan worden geacht, nu hij nota bene zelf in het product heeft geïnvesteerd, is het hof van oordeel dat dit verweer niet opgaat nu uit het dossier blijkt dat hij het [product 1] product in 2008 heeft aangekocht en hij pas vanaf 2009 een kritische houding heeft gevormd over de producten en [product 2] , waarna hij uiteindelijk in de zomer van 2009 is weggegaan. Uit het e-mailbericht van [betrokkene 17] van 9 oktober 2009 blijkt dat het rendement in de huidige situatie te hoog was en dat de polissen in eigendom van [F] B.V.
Volledig
zouden moeten blijven, terwijl er ook een voorraad aan polissen nodig zou zijn om risico’s te ondervangen. Desondanks zijn verdachten al die tijd doorgegaan met het verkopen van [product 2] . De verdachte en haar medeverdachte hebben bovendien nog meer toezeggingen gedaan aan de inleggers, die zij gedurende de jaren dat de producten hebben gelopen niet zijn nagekomen. Voorafgaand aan [product 2] , op het moment dat begonnen werd met het sluiten van overeenkomsten met inleggers, was er in het geheel nog geen structuur opgezet om het geld van de inleggers te laten renderen, terwijl dat wel aan de inleggers werd voorgespiegeld. Immers, pas na het sluiten van de eerste overeenkomsten ontstond het idee om via [J] N.V. Amerikaanse life-settlement-polissen aan te kopen, maar dat idee was nog niet ten uitvoer gebracht op het moment dat [getuige 1] besloot om uit de onderneming te stappen. Verdachte en medeverdachte [betrokkene 9] zijn desalniettemin steeds doorgegaan met het aanbieden van het product [product 1] . Voorts blijkt uit de bewijsmiddelen dat nimmer enige structuur voor de aankoop van levensverzekeringen uit Amerika is gerealiseerd. Evenmin is was er een 'toegezegde derdengeldrekening ter beheer van ingelegde gelden en vanwaar het geld is gebruikt om polissen aan te kopen, noch een stichting van waaruit het geld van de inleggers daadwerkelijk beheerd werd. Zo er al polissen zijn aangeschaft via [J] N.V. was dat ten enenmale onvoldoende om de gedane beloften aan de inleggers waar te maken. Er zijn feitelijk geen ‘life settlement’-polissen overgedragen aan inleggers. De documenten betreffende het op naam zetten van polissen, die aan inleggers zijn verstrekt als ware het polissen, betroffen slechts door verdachten ontworpen documenten. Deze documenten bezaten geen rechtsgeldigheid, op grond waarvan inleggers jegens de Amerikaanse verzekeringsmaatschappij aanspraak hadden kunnen maken op een uitkering van die betreffende ‘life settlement’-polis. Aan verschillende inleggers zijn bovendien dezelfde ‘polissen’ verstrekt, terwijl zij elk een eigen polis zouden ontvangen. Verdachte en medeverdachte [betrokkene 9] zijn ondanks al het vorenstaande steeds doorgegaan met het verkopen van de producten. Daarbij hebben zij het doen voorkomen alsof zij handelden namens ondernemingen, namens wie zij evenwel niet bevoegd waren te handelen. Zowel buiten [getuige 1] om, als na vertrek van [getuige 1] uit de onderneming, sloten verdachte en zijn medeverdachte overeenkomsten met inleggers alsof zij namens [getuige 1] handelden. Ze verkochten ha diens vertrek nog het product, [product 2] , dat werd aangeboden namens [F] B.V., terwijl haar bestuurder en enig bevoegde getuige [betrokkene 15] daarmee niet had ingestemd. Buiten medeweten van getuige [betrokkene 15] om zijn verdachten met het product de markt opgegaan en zijn visitekaartjes en briefpapier op naam van [F] B.V. besteld en gebruikt. Medeverdachte [betrokkene 9] tekende de overeenkomsten met de inleggers namens [F] B.V., soms op zijn eigen naam en soms op naam van zijn zoon, terwijl hij daartoe niet gerechtigd was. Aan inleggers is nog voorgehouden dan wel voorgewend dat ter zekerheid de Life Insurance Settlement Association (LISA) (een Amerikaanse overheidsorganisatie) controle houdt op de wettelijkheid van de polis en/of de gezondheid en/of de leeftijd van verzekerde en/of de status van de levensverzekeringmaatschappij. Van dergelijke controle was in het geval van onderhavige producten hoegenaamd geen sprake. Het verweer van verdachte dat zij steeds het vertrouwen had dat alles in orde was, volgt het hof gelet op het voorgaande niet. Verdachte moet hebben geweten dat zij een product aanbood dat niet realistisch was. Zij was immers de enige persoon die dit product aanbood, waarbij zij wist dat er om tot een goed product te komen er grote groepen mensen in het product zouden hebben moeten investeren, hetgeen zij niet in haar eentje kon aanbieden. Daarnaast was zij op de hoogte dat het product niet de vergunning had van het AFM, en wist zij dat een deel van de inleg werd besteed aan de rendement uitkeringen, waarbij er geen polissen werden overgedragen aan haar beleggers. Het hof acht gelet op het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en haar medeverdachte van meet af aan wisten dat er op geen enkele wijze een structuur gerealiseerd was waarbinnen gelden konden worden ingelegd, beheerd of gebruikt om polissen aan te kopen, teneinde na te kunnen komen wat aan de inleggers is toegezegd, op de wijze die was toegezegd. Er is voor zover het hof uit het dossier kan opmaken hooguit een zeer beperkt aantal polissen aangekocht, althans volstrekt onvoldoende voor een uit een oogpunt van risicobeheersing gezonde financiële basis voor hetgeen werd aangeboden. Die situatie is in de loop der tijd niet gewijzigd. Desondanks zijn jarenlang inleggers bewogen grote bedragen in te leggen. Hun maandelijkse rendement is betaald uit hun eigen inleg dan wel de inleg van nieuwe inleggers, hetgeen de kenmerken vertoont van een piramideconstructie. Ook hiervan waren verdachte en de medeverdachte op de hoogte. Het hof is van oordeel dat het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling blijkt uit de feitelijke omstandigheden, waaronder de bedrijfsvoering, op grond waarvan verdachten wisten of moesten weten dat de aangegane verplichtingen niet nagekomen zouden kunnen worden. Naar het oordeel van het hof hebben verdachten moeten beseffen dat hun handelen als noodzakelijk (en dus door hen gewild) gevolg met zich bracht dat zij of een ander onrechtmatig bevoordeeld zouden worden. Uit onderzoek is gebleken dat inleggelden na ontvangst vrijwel meteen werden aangewend voor geheel andere doeleinden dan de aankoop van polissen, bijvoorbeeld voor de huur van de sportschool van de partner van verdachte en privé-uitgaven van verdachten. Het hof overweegt dat uit met name de aanvullende verklaringen van aangevers (zie bewijsmiddelenbijlage) blijkt op grond waarvan zij ertoe bewogen zijn deel te nemen en geldbedragen in te leggen. Als de vertrouwenwekkende aard, het aantal en de indringendheid van de aan de inleggers gedane en in brochures weergegeven mededelingen in onderling verband en samenhang worden bezien, is voor de rechtbank duidelijk dat bij de inleggers door dat samenweefsel van verdichtsels een onjuiste voorstelling van zaken in het leven is geroepen. Het hof acht ook wettig, en overtuigend bewezen dat aangevers mede zijn bewogen tot de afgifte van gelden door hen de vertrouwen wekkende omstandigheid voor te wenden dat de Amerikaanse overheidsinstantie LISA betrokken was. Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat verdachte en medeverdachte nauw en bewust hebben samengewerkt bij het aantrekken van inleggers. De medeverdachte had als financieel adviseur de meeste persoonlijke contacten met de inleggers en was uit hoofde van haar beroep en die contacten vaak ook op de hoogte van de vermogenspositie van de inleggers. Met een deel van hen had zij al eerder een vertrouwensrelatie opgebouwd. Medeverdachte [betrokkene 9] speelde een belangrijke rol op de achtergrond en werd door medewerkers gezien als de spil in het geheel. Verdachte had nauw contact met medeverdachte [betrokkene 9] over de verschillende inleggers, over de ontwikkeling en de inhoud van de producten en de opmaak van brochures en visitekaartjes op naam van [F] B.V. Soms werden de inleggers door hen samen bezocht. De verdachte wist dat medeverdachte [betrokkene 9] vennootschapsrechtelijk niet gerechtigd was om namens [F] B.V. overeenkomsten met derden aan te gaan, maar heeft dit wel laten gebeuren, en de verdachte wist bovendien naar welke rekeningen de inleggers gelden overmaakten en dat dit rekeningen waren waarop de medeverdachte [betrokkene 9] gemachtigde was. Verdachte ontving op haar beurt gelden van die rekeningen. In enkele gevallen ontving verdachte al een dag na de inleg door inleggers gelden op haar rekening. Met één van de inleggers ging verdachte zelfs naar de bank toe om de overboeking naar de rekening op naam van [betrokkene 3] in orde te maken, waarna zij ook dan weer een dag later een aanzienlijk bedrag op haar rekening ontving.
Volledig
In navolging van de rechtbank concludeert het hof dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte is komen vast te staan. Door hun nauwe betrokkenheid waren verdachten volledig op de hoogte van de onjuistheid van het voorgespiegelde “beleggingsproduct”. Zij hebben doelbewust een product aangeboden en in stand gehouden waarvan zij wisten dat het in geen enkel opzicht voldeed aan de toezeggingen. Zij wisten dat de terugbetaling van de ingelegde geiden beslist niet was gegarandeerd en dat de inleggelden niet zouden gaan renderen zoals voorgespiegeld. Hetgeen de verdediging in hoger beroep thans nog heeft aangevoerd, maakt dit naar het oordeel van het hof niet anders.” De eerste deelklacht 2.6 In de toelichting op het middel wordt aangevoerd dat het hof niet heeft beraadslaagd op de grondslag van de tenlastelegging en/of bewezenverklaring doordat, hoewel onder 1 subsidiair is bewezenverklaard dat de verdachte in de periode van 1 juni 2009 tot en met 1 juli 2010 oplichtingshandelingen heeft verricht, het hof aan die bewezenverklaring “een advertentie in De Brug de dato 29 april 2009 ” (bewijsmiddel 3) ten grondslag heeft gelegd. Volgens de stellers van het middel heeft het hof hierdoor blijk gegeven de ‘oude’ tenlastelegging – namelijk de tenlastelegging voor de wijziging in hoger beroep, waarin een pleegperiode van 1 december 2007 tot en met 1 juli 2010 was opgenomen – als uitgangspunt te hebben genomen bij de beraadslaging. 2.7 Ik meen dat van een dergelijke grondslagverlating geen sprake is en dat de deelklacht faalt gelet op het volgende. Dat de inhoud van bewijsmiddel 3, een advertentie in De Brug waarin namens [C] (het bedrijf van de verdachte) de ‘producten’ “ [product 1] ” en “ [product 2] ” worden aangeprezen, onder de belofte dat het “een zekerheid [biedt] voor een vastgestelde termijn van 10 jaar”, weliswaar dateert van 29 april 2009 en dus één maand voor aanvang van de na wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep geldende pleegperiode, betekent niet dat het hof daarmee heeft beraadslaagd op grondslag van de ‘oude’ tenlastelegging. Het hof heeft aan dat bewijsmiddel kennelijk en niet onbegrijpelijk een aanwijzing ontleend en kunnen ontlenen voor de wijze waarop de verdachte tezamen en in vereniging met een ander in het kader van de oplichting te werk ging, om kort gezegd ‘met listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels’ nieuwe ‘inleggers’ voor de ‘producten’ aan te trekken. Mede gelet op de inhoud van bewijsmiddel 2, waarin wordt gerelateerd dat: “Middels o.a. advertenties potentiële klanten [werden] geïnteresseerd in het product” en bewijsmiddel 13, inhoudende: “Vraag: Hoe bent u aan informatie van het product " [product 2] " gekomen? Antwoord: Via de plaatselijke weekkrant, de brug en via mijn broer. [C] heeft daar toen een periode lang geadverteerd voor het product [product 2] ”, heeft het hof de onder bewijsmiddel 3 opgenomen inhoud van de advertentie in de Brug redengevend kunnen achten. Tot slot merk ik op dat mijns inziens eveneens het belang bij het slagen van de klacht ontbreekt, nu de bewezenverklaring wordt gedekt door de overige bewijsmiddelen (hetgeen ook overigens niet is betwist). De tweede deelklacht 2.8 Ten tweede wordt aangevoerd dat uit de bewijsmiddelen ten aanzien van [aangever 1] , [aangever 6] en [aangever 9] “niet althans niet zonder meer volgen dat [die] [aangever 1] , [aangever 6] en [aangever 9] door een samenweefsel van verdichtsels en/of listige kunstgrepen tot afgifte zijn bewogen.” De stellers van het middel achten daartoe van belang dat ten aanzien van voornoemde personen niet uit de bewijsmiddelen volgt “dat telkens (is vastgesteld dat) sprake is geweest van meer dan de enkele (door het hof als leugenachtig aangemerkte) mededeling inhoudende dat deze aangevers/getuigen na 10 jaar het afgegeven geldbedrag in haar geheel terug zouden ontvangen”. Ik begrijp dat met deze deelklacht ook wordt bedoeld te klagen dat die enkele mededeling geen samenweefsel van verdichtsels en/of listige kunstgrepen oplevert (als bedoeld in art. 326 Sr). 2.9 Over het punt dat ten aanzien van voornoemde personen niet telkens is vastgesteld dat de verdachte alle bewezenverklaarde oplichtingshandelingen heeft verricht kan ik kort zijn. De stellers van het middel miskennen met de inhoud van deze klacht namelijk dat de bewezenverklaring, die de woorden “en/of” bevat, niet zonder meer meebrengt dat de verdachte telkens de voor en na “en/of” verweten handelingen ten aanzien van alle in de bewezenverklaring genoemde personen – in de onderhavige zaak in totaal twaalf – moet hebben verricht. Bewezen is verklaard dat de verdachte de oplichtingen ‘tezamen en in vereniging met een ander’ heeft begaan, zodat eveneens niet hoeft vast te staan dat de verdachte zelf alle in het middel genoemde oplichtingshandelingen heeft uitgevoerd. Anders dan de stellers van het middel menen, kan uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen genoegzaam worden afgeleid dat de bewezenverklaarde oplichtingshandelingen zijn gerealiseerd, zodat de deelklacht in zoverre faalt. 2.10 De deelklacht faalt eveneens voor zover het naar voren brengt dat de enkele leugenachtige mededeling dat de aangevers/getuigen na tien jaar het afgegeven geldbedrag in haar geheel terug ontvangen geen samenweefsel van verdichtsels en/of listige kunstgrepen oplevert (als bedoeld in artikel 326 Sr). De stellers van het middel betogen immers zelf dat uit vaste rechtspraak volgt dat voor het aannemen van een samenweefsel van verdichtsels sprake moet zijn van "meer dan een enkele leugenachtige mededeling", waarvan “niet slechts sprake kan zijn indien meerdere duidelijk van elkaar te scheiden leugens kunnen worden aangewezen, maar ook indien sprake is van een leugenachtige mededeling van voldoende gewicht, in combinatie met andere aan de verdachte toe te rekenen omstandigheden die tot misleiding van het beoogde slachtoffer kunnen leiden, zoals het misbruik van een tussen de verdachte en het beoogde slachtoffer bestaande vertrouwensrelatie.” In dat verband wijs ik er ten eerste op dat het hof heeft vastgesteld dat de verdachte “een product aanbood dat niet realistisch was”, terwijl de door het hof gebruikt bewijsmiddelen in essentie inhouden dat de verdachte dit product, in strijd met de waarheid, aan alle aangevers wel als haalbaar heeft gepresenteerd. Verder volgt uit de aangehaalde bewijsmiddelen meer in detail dat de verdachte met de aangevers [aangever 1] , [aangever 6] en [aangever 9] niet alleen heeft gesproken over het terugontvangen van de inleg na tien jaren, maar ook over het ontvangen van de een maandelijkse rentevergoeding gedurende die tijd. Bovendien acht ik van belang dat het hof heeft vastgesteld en ook heeft kunnen vaststellen dat het juist de verdachte was die, als financieel adviseur, met [aangever 6] een vertrouwensrelatie had opgebouwd voordat aan hem (onder meer) de voornoemde leugenachtige mededelingen zijn gedaan en dat de verdachte bij aangever [aangever 9] heeft aangesloten bij de vertrouwensrelatie die de aangever had met zijn financieel adviseur en tevens zwager [betrokkene 13] . Waarbij ik tot slot wederom niet onbenoemd wil laten dat ook de overige oplichtingshandelingen genoegzaam uit de bewijsmiddelen kunnen worden afgeleid. De derde deelklacht 2.11 Op de derde plaats voeren de stellers van het middel aan dat de bewezenverklaring dat “bovengenoemde personen en/of andere personen werden bewogen tot de (girale) afgifte van bovengenoemde geldbedragen”, tegenstrijdig althans onbegrijpelijk is, omdat niet blijkt wie die ‘andere personen’ zijn. 2.12 Deze deelklacht is terecht voorgesteld. Ik meen echter dat die niet tot cassatie hoeft te leiden gelet op het volgende. 2.13 Aan de verdachte is gelet op de onder randnr.
Volledig
2.2 weergegeven tenlastelegging, onder meer ten laste gelegd dat zij “de hierna genoemde personen en/of rechtspersonen één of meermalen heeft/hebben bewogen tot de afgifte van één of meer geldbedragen, in totaal 1.310.601,10 euro (…) waardoor bovengenoemde perso(o)n(en) en/of andere personen werden bewogen tot de (girale) afgifte van bovengenoemd(e) geldbedrag(en) ” (onderstreping MvW). Deze ‘bovengenoemde personen’ betreffen twaalf in de tenlastelegging met naam genoemde personen. Bij elk van deze personen (of personenparen) is ook een concreet ‘bovengenoemd’ geldbedrag vermeld/tenlastegelegd. 2.14 Het hof heeft vervolgens onder meer bewezenverklaard dat de verdachte “de hierna genoemde personen één of meermalen heeft bewogen tot de afgifte van één of meer geldbedragen, in totaal 426.534,13 euro (…) waardoor bovengenoemde personen en/of andere personen werden bewogen tot de (girale) afgifte van bovengenoemde geldbedragen” (onderstreping MvW). Hieruit leid ik af dat het hof de bewezenverklaring heeft beperkt tot een bedrag van 426.534,13 euro, welk bedrag een optelsom is van de bewezenverklaarde ‘bovengenoemde geldbedragen’ (vermeld bij de ‘bovengenoemde personen’). Ook leid ik hieruit af dat het hof de verdachte kennelijk en niet onbegrijpelijk impliciet heeft vrijgesproken voor het overige gedeelte van het ten laste gelegde geldbedrag. 2.15 Uit het voorgaande blijkt mijns inziens ontegenzeggelijk dat het hof niet heeft willen bewezen verklaren dat naast de ‘bovengenoemde personen’ ook “andere personen werden bewogen tot de (girale) afgifte van bovengenoemde geldbedragen”. Ik meen aldus dat het hof als gevolg van een kennelijke vergissing heeft verzuimd “en/of andere personen” uit de bewezenverklaring weg te strepen. Zoals gezegd hoeft dit verzuim niet tot cassatie te leiden. De Hoge Raad kan de bewezenverklaring namelijk verbeterd lezen, in die zin dat “bovengenoemde personen werden bewogen tot de (girale) afgifte van bovengenoemde geldbedragen”. De verdachte wordt door die verbeterde lezing, waarmee de feitelijke grondslag aan de deelklacht komt te ontvallen, niet in haar belangen geschaad, omdat met die lezing de aard en de ernst van het bewezenverklaarde in zijn geheel beschouwd niet worden aangetast en ook omdat de kwalificatie in stand blijft en de maximumstraf niet wijzigt. De vierde deelklacht 2.16 Met de vierde deelklacht wordt naar voren gebracht dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt “dat de partner van verdachte een sportschool heeft gehad en dat inleggelden zijn aangewend voor de huur van die sportschool”, terwijl het hof dit gegeven volgens de stellers van het middel als een redengevende omstandigheid voor het bewezenverklaarde heeft aangemerkt. 2.17 Ik ben het niet helemaal eens met de stellers van het middel dat het hof de bestreden overweging als zodanig als redengevende omstandigheid heeft aangemerkt. In mijn ogen acht het hof het veeleer redengevend dat de “inleggelden na ontvangst vrijwel meteen werden aangewend voor geheel andere doeleinden dan de aankoop van polissen” – een omstandigheid die, zoals hierna blijkt, uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid – en heeft het hof ter illustratie daarvan vervolgens overwogen dat de inleggelden “bijvoorbeeld [werden aangewend] voor de huur van de sportschool van de partner van de verdachte”. 2.18 Dat gezegd hebbend, kan aan de stellers van het middel worden toegegeven dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat de inleggelden zijn aangewend voor de huur van de sportschool van de partner van de verdachte . Daar staat echter tegenover dat de onder bewijsmiddel 1 opgenomen verklaring van de medeverdachte [betrokkene 9] inhoudt: “De Website van [product 1] was klaar (…) Ik dacht we kunnen nu wat centen gaan verdienen en ook het sportinstituut overeind houden, ik had toen met [getuige 1] afgesproken dat ik die € 15000.00 via de nieuwe structuur zou krijgen (…) We zaten toen al met een probleem de centen werden op gemaakt tot die tijd en er stond geen rendement tegen over dus alles ging op dus we moesten vlug life settlements gaan kopen. (…) Ik zal nu weer even terugkomen op de sportschool van [betrokkene 16] deze is vandaag 1 maart gesloten en het faillissement word aangevraagd (…) we hebben veel reddingsacties ondernomen (…) [betrokkene 15] heeft ook geld voor een polis verkoop aan zijn schoonmoeder ontvangen, ook €150.000,00 dit brengt het totaal op €650.000,00, hiervan is geld gebruikt voor de sportschool. (…)” En de inhoud van bewijsmiddel 25, een proces-verbaal van getuigenverhoor van [getuige 1] : “Verder zou [betrokkene 9] (MvW: medeverdachte [betrokkene 9] ) mede eigenaar van een sportschool zijn. (…) Ook bleek dat de sportschool van [betrokkene 9] financiële problemen had. O.a. was er sprake van een huurschuld. [betrokkene 9] wilde eerst geld lenen van [product 1] echter ik wilde dat niet.” Uit die verklaringen leid ik af dat inleggelden na ontvangst onder meer zouden worden aangewend voor de huur van de noodlijdende sportschool/het sportinstituut van [betrokkene 16] , de partner van mede verdachte [betrokkene 9] . In elk geval blijkt dat de inleggelden (ook) werden aangewend voor andere doeleinden dan voor de aankoop van de polissen. Dat het hof dit ook heeft bedoeld, zodat ook hier sprake is van een kennelijke misslag die verbeterd kan worden gelezen, blijkt eveneens uit de strafmotivering, waarin het hof overweegt: “De medeverdachte heeft het overgrote deel van de ingelegde gelden besteed aan andere doeleinden dan waarvoor ze waren ingelegd : vanaf de beginfase, bij wijze van een piramidespel, voor het uitbetalen van rendementen, maar bovenal voor overboekingen naar bedrijven van verdachte(n), waaronder de noodlijdende sportschool van de toenmalige partner van de medeverdachte en voor privé-uitgaven van beide verdachten.” (onderstreping MvW). 2.19 Het middel faalt in al zijn onderdelen. 3 Het tweede middel 3.1 In het tweede middel wordt geklaagd dat het hof de verklaring van getuige [getuige 4] voor het bewijs van het onder feit 2 bewezenverklaarde heeft gebezigd, terwijl de verdediging niet de mogelijkheid heeft gehad om het ondervragingsrecht uit te oefenen ten aanzien van deze getuige en uit het arrest van het hof niet, althans zonder meer kan volgen dat het hof (voldoende) heeft doen blijken te hebben onderzocht of de bewezenverklaring in overeenstemming met de eisen van een eerlijk proces kan worden aangenomen, ook zonder dat het bestaan van compenserende factoren is komen vast te staan.
Volledig
De tenlastelegging, bewezenverklaring, bewijsvoering en relevante onderdelen van de pleitnotities in hoger beroep 3.2 Aan de verdachte is onder feit 2 tenlastegelegd dat: “Zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2007 tot en met 4 juni 2009 te Berlicum en/of Eindhoven en/of Veldhoven en/of Nistelrode en/of Veghel en/of Den Bosch, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer inkomensverklaringen (DOC-0119 en/of DOC-0063) en/of hypotheekaanvraagformulier(en) (DOC-0062 en/of DOC-0122), zijnde (telkens) (een) geschrift(en) die/dat bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken of heeft vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, immers heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader(s) valselijk en/of in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven – (telkens) in/op dat/die inkomensverklaring(en) en/of hypotheekaanvraagformulier(en) een te hoog (jaar)inkomen vermeld/ingevuld, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken” 3.3 Ten laste van de verdachte is onder feit 2 bewezenverklaard dat zij: “op tijdstippen in de periode van 1 november 2007 tot en met 4 juni 2009 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, inkomensverklaringen en hypotheekaanvraagformulieren, zijnde telkens een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken, immers hebben zij, verdachte, en haar mededader valselijk en in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven – telkens in/op die inkomensverklaring en hypotheekaanvraagformulier een te hoog (jaar)inkomen vermeld/ingevuld, zulks telkens met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken” 3.4 De bewijsoverwegingen van het hof ten aanzien van het onder feit 2 bewezenverklaarde luiden als volgt: “ Overwegingen ten aanzien het onder feit 2 tenlastegelegde: valsheid in geschrifte Ten aanzien van document DOC-062. De verdediging heeft aangevoerd dat er geen bewijs is voor de betrokkenheid en geen bewijs is geleverd ten aanzien van de opzet van de valsheid van de verdachte bij de hypotheekaanvraagformulier van [getuige 4] , nu zij ook is vrijgesproken van het document van de Eigen Verklaring. Naar het oordeel van het hof kan gelet op de aangetroffen schriftelijke bescheiden, en in onderlinge samenhang, wettig en overtuigend worden vastgesteld dat deze (mede) door de verdachte valselijk is opgemaakt. Hetgeen de verdediging daarover heeft aangevoerd maakt dit niet anders. Naar het oordeel van het hof is de verdediging eveneens niet in haar belangen geschaad doordat zij niet in staat is om de betrokken persoon hierover te kunnen horen. Het document is niet getekend, hetgeen ook bij de andere formulieren het geval is. Waarbij op 27 november 2007 een e-mailbericht door verdachte is gestuurd met de betreffende hypotheekaanvraag, waaruit haar betrokkenheid en wetenschap ten aanzien van dat formulier volgt. Het hof verwerpt dan ook het verweer in alle onderdelen. Ten aanzien van documenten DOC-0119 en DOC-0122 en DOC-0063 De verdediging heeft aangevoerd dat er geen bewijs is voor de betrokkenheid en geen bewijs is geleverd ten aanzien van de opzet van de valsheid van de verdachte bij de hypotheekaanvraagformulier en Inkomensverklaring van [getuige 3] en de Eigen Verklaring van [betrokkene 10] . Naar het oordeel van het hof kan gelet op de aangetroffen schriftelijke bescheiden, en in onderlinge samenhang, wettig en overtuigend worden vastgesteld dat deze (mede) door de verdachte valselijk is opgemaakt, en dat zij daar vanaf wist. Ten aanzien van Doc-119, te weten het inkomen, en Doc-122, te weten de hypotheekaanvraag, is naar het oordeel van het hof eveneens redengevend dat ten aanzien van de hypotheekverstrekking daarvan middels een e-mailbericht de aanvraag van acceptatie door de verdachte is gedaan, waarbij er een handtekening op die aanvraag is opgenomen. Daarin staan twee bedragen genoemd die samen precies tot het bedrag komen van het inkomen. Uit de verklaring van [getuige 3] blijkt voorts dat in het formulier dat onjuiste inkomen staat opgenomen, dat hij eveneens geen hoger beroep onderwijs heeft gevolgd, de opgenomen dienstbetrekking onjuist is en geeft de aangever daarover aan dat hij werkloos was en vermoedelijk het document blanco heeft getekend. Waarbij hij eveneens aangeeft dat de ingevulde inkomensverklaring niet in z