Rechtspraak
Parket bij de Hoge Raad
2026-03-24
ECLI:NL:PHR:2026:274
Strafrecht
4,035 tokens
Volledig
ECLI:NL:PHR:2026:274 text/xml public 2026-03-25T13:31:51 2026-03-18 Raad voor de Rechtspraak nl Parket bij de Hoge Raad 2026-03-24 24/00244 Conclusie NL Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:274 text/html public 2026-03-25T13:26:45 2026-03-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:PHR:2026:274 Parket bij de Hoge Raad , 24-03-2026 / 24/00244 - PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 24/00244 Zitting 24 maart 2026 CONCLUSIE D.J.C. Aben In de zaak [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992, hierna: de verdachte. Inleiding 1. Bij arrest van 24 januari 2024 heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch (parketnummer 20-001427-23) de verdachte in de zaak met parketnummer 02-041377-23 wegens " diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking " en in de (gevoegde) zaak met parketnummer 02-066406-23 wegens 1. “ opzetheling” en 2. “ overtreding van artikel 41 lid 1, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden. Daarnaast heeft het hof de tenuitvoerlegging gelast van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee weken. 2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda , heeft één middel van cassatie voorgesteld. Het middel 3. Het middel houdt in dat de bewezenverklaring van opzetheling (feit 1 in de zaak met parketnummer 02-066406-23) ontoereikend is gemotiveerd, omdat uit de bewijsvoering niet kan volgen dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de kentekenplaten wist dat het door misdrijf verkregen goederen betroffen. 4. Ten laste van de verdachte is, voor zover van belang, bewezen verklaard dat: “ hij op 7 maart 2023 te [plaats] twee kentekenplaten ( [kenteken 1] ) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betroffen ” 5. Deze bewezenverklaring berust op de volgende bewijsmiddelen: “ 1. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 maart 2023, dossierpagina’s 11-12, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] : Op 7 maart 2023 was ik, verbalisant [verbalisant 1] , samen met politiefunctionaris [verbalisant 3] , beiden werkzaam voor politie-eenheid Zeeland-West-Brabant, belast met een onopvallende surveillance in de gemeente [...] . Op 7 maart 2023 kregen wij vanuit het ANPR kentekenplaten controle systeem, op de A16 ter hoogte van [plaats] , een melding over het kenteken [kenteken 1] , volgens het systeem waren deze kenteken (het hof begrijpt: kentekenplaten) tussen 26 februari 2023 om 18:00 uur en 1 maart 2023 om 12:15 uur gestolen. Van deze diefstal was op 5 maart 2023 aangifte gedaan. Naar aanleiding van deze melding besloten wij om dit voertuig te controleren. Ik, verbalisant [verbalisant 1] , zag dat een blauwe Peugeot 207 voorzien van het kenteken [kenteken 1] ons passeerde. Wij reden achter het voertuig aan over de A16 richting de A17. Hier ging het voertuig richting industrieterrein [plaats] . Ik zag dat er een man in het voertuig zat. Ik zag dat de gordel van de bestuurder achter de man zelf langs ging. Ik zag dat de gordel niet op de gebruikelijke manier gebruikt werd. Wij namen het voertuig mee richting de Plaza in [plaats] . Hier kreeg het voertuig een stopteken door middel van het rode transparant in het onopvallende politiedienstmotorvoertuig. Op 7 maart 2023 liep ik richting de blauwe Peugeot 207. Ik zag dat achter het stuur een man zat. Ik vroeg de man om een geldig rijbewijs. Ik zag dat de man mij een geldig Nederlands identiteitsbewijs overhandigde. De man bleek te zijn: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] in Nederland. Ik zei tegen [verdachte] dat ik graag het VIN nummer van het voertuig wilde controleren. Ik las in de voorruit dat het VIN nummer [0001] was. Ik zag het VIN nummer dat bij het kenteken [kenteken 1] hoorde [0002] zou moeten zijn. Op 7 maart 2023 hoorde ik, verbalisant [verbalisant 1] , dat [verbalisant 3] verdachte [verdachte] aanhield voor het rijden zonder rijbewijs, voor de heling van de kentekenplaten voorzien van de letters: [kenteken 1] . (…) Ik, verbalisant [verbalisant 1] , hoorde dat [verbalisant 3] in het voertuig nog een set met kentekenplaten, voorzien van het kenteken [kenteken 2] had aangetroffen. Ik zag in het politiesysteem dat bij het kenteken [kenteken 2] het VIN nummer [0001] hoorde. Ik zag in het politiesysteem dat dit voertuig sinds 02-01-2023 geen geldige tenaamstelling meer had, dat het voertuig geen verzekering en geen APK meer had. Goederen (…) Object: Kentekenplaat Aantal/eenheid: 2 stuks Registratienummer: [kenteken 1] 2. Proces-verbaal van aangifte d.d. 5 maart 2023 dossierpagina’s 23-25, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] : Op zondag 5 maart 2023 om 13:56 is door mij de door de aangever via internet aangeboden aangifte verwerkt tot een proces-verbaal. Aangever [aangever] geboren op [geboortedatum] 1975 wonende te [plaats] . Hij deed aangifte en verklaarde het volgende over het in de aanhef vermelde incident, dat plaatsvond op de locatie genoemd bij plaats delict. Verklaring "kentekenplaten zijn van mijn auto gestolen" Goederen De aangever verstrekte over de bij het incident betrokken objecten de volgende aanvullende informatie: Kenteken [kenteken 1] ” 6. In het bestreden arrest heeft het hof, voor zover hier relevant, het volgende overwogen: “ Het hof stelt op grond van het dossier vast dat de verdachte op 7 maart 2023 in de Peugeot 207 reed waarop valse, gestolen, kentekenplaten waren gemonteerd, terwijl de daadwerkelijk bij het voertuig behorende kentekenplaten los in het voertuig lagen. In het dossier en uit het verhandelde ter terechtzitting is geen enkele aanwijzing gekomen dat dit voertuig aan een ander dan de verdachte ter beschikking zou hebben gestaan: een geldige tenaamstelling ontbreekt, verdachte rijdt in de auto en doet tegenover de politie afstand van de auto. Bij gebrek aan contra-indicaties, is het hof derhalve op grond van het bewijs in onderling verband en samenhang bezien van oordeel dat het niet anders kan dan dat de verdachte wist dat de kentekenplaten op de auto door misdrijf verkregen goederen betroffen. ” 7. Voor een bewezenverklaring van opzetheling dient ingevolge artikel 416 lid 1 onder a Sr te worden vastgesteld dat de verdachte ten tijde van het verwerven of voorhanden krijgen van het goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. Voorwaardelijk opzet volstaat in dat verband. In het geval iemand eerst na het verwerven of voorhanden krijgen van het goed wetenschap heeft verkregen van de herkomst uit misdrijf, is hij niet strafbaar ter zake van opzetheling als omschreven in artikel 416 lid 1 onder a Sr. Bij de bewijsvoering van de wetenschap van de herkomst uit misdrijf ten tijde van het verwerven of voorhanden krijgen van een goed mag de rechter betrekken dat aanwijzingen ontbreken dat die wetenschap eerst is ontstaan ná het verwerven of voorhanden krijgen van het goed. Daarbij kan betekenis toekomen aan de procesopstelling van de verdachte, waarbij in het bijzonder kan worden gedacht aan het uitblijven van een aannemelijke verklaring zijnerzijds. 8. De gebezigde bewijsmiddelen houden onder meer in (i) dat de verdachte op 7 maart 2023 reed in een auto waarop twee op 5 maart 2023 gestolen kentekenplaten waren aangebracht en (ii) dat in die auto een andere set, bij dat voertuig horende kentekenplaten zijn aangetroffen. Uit de bewijsoverweging blijkt dat het hof die omstandigheden, tezamen genomen met het ontbreken van aanwijzingen dat de auto aan een ander dan de verdachte ter beschikking heeft gestaan, redengevend heeft beschouwd voor het vermoeden dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de kentekenplaten wist dat het door misdrijf verkregen goederen betroffen.
Volledig
ECLI:NL:PHR:2026:274 text/xml public 2026-04-07T10:40:21 2026-03-18 Raad voor de Rechtspraak nl Parket bij de Hoge Raad 2026-03-24 24/00244 Conclusie NL Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:274 text/html public 2026-03-25T13:26:45 2026-03-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:PHR:2026:274 Parket bij de Hoge Raad , 24-03-2026 / 24/00244 Conclusie AG. Bewezenverklaring van o.m. opzetheling kentekenplaten (art. 416 Sr). Falend middel dat uit de bewijsvoering niet kan volgen dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de kentekenplaten wist dat het door misdrijf verkregen goederen betroffen. Ambtshalve opmerking over overschrijding redelijke termijn in cassatie. Conclusie strekt tot vernietiging, maar uitsluitend w.b. de strafoplegging, tot vermindering daarvan a.d.h.v. de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige (art. 81 lid 1 RO). PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 24/00244 Zitting 24 maart 2026 CONCLUSIE D.J.C. Aben In de zaak [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992, hierna: de verdachte. Inleiding 1. Bij arrest van 24 januari 2024 heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch (parketnummer 20-001427-23) de verdachte in de zaak met parketnummer 02-041377-23 wegens " diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking " en in de (gevoegde) zaak met parketnummer 02-066406-23 wegens 1. “ opzetheling” en 2. “ overtreding van artikel 41 lid 1, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden. Daarnaast heeft het hof de tenuitvoerlegging gelast van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee weken. 2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda , heeft één middel van cassatie voorgesteld. Het middel 3. Het middel houdt in dat de bewezenverklaring van opzetheling (feit 1 in de zaak met parketnummer 02-066406-23) ontoereikend is gemotiveerd, omdat uit de bewijsvoering niet kan volgen dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de kentekenplaten wist dat het door misdrijf verkregen goederen betroffen. 4. Ten laste van de verdachte is, voor zover van belang, bewezen verklaard dat: “ hij op 7 maart 2023 te [plaats] twee kentekenplaten ( [kenteken 1] ) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betroffen ” 5. Deze bewezenverklaring berust op de volgende bewijsmiddelen: “ 1. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 maart 2023, dossierpagina’s 11-12, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] : Op 7 maart 2023 was ik, verbalisant [verbalisant 1] , samen met politiefunctionaris [verbalisant 3] , beiden werkzaam voor politie-eenheid Zeeland-West-Brabant, belast met een onopvallende surveillance in de gemeente [...] . Op 7 maart 2023 kregen wij vanuit het ANPR kentekenplaten controle systeem, op de A16 ter hoogte van [plaats] , een melding over het kenteken [kenteken 1] , volgens het systeem waren deze kenteken (het hof begrijpt: kentekenplaten) tussen 26 februari 2023 om 18:00 uur en 1 maart 2023 om 12:15 uur gestolen. Van deze diefstal was op 5 maart 2023 aangifte gedaan. Naar aanleiding van deze melding besloten wij om dit voertuig te controleren. Ik, verbalisant [verbalisant 1] , zag dat een blauwe Peugeot 207 voorzien van het kenteken [kenteken 1] ons passeerde. Wij reden achter het voertuig aan over de A16 richting de A17. Hier ging het voertuig richting industrieterrein [plaats] . Ik zag dat er een man in het voertuig zat. Ik zag dat de gordel van de bestuurder achter de man zelf langs ging. Ik zag dat de gordel niet op de gebruikelijke manier gebruikt werd. Wij namen het voertuig mee richting de Plaza in [plaats] . Hier kreeg het voertuig een stopteken door middel van het rode transparant in het onopvallende politiedienstmotorvoertuig. Op 7 maart 2023 liep ik richting de blauwe Peugeot 207. Ik zag dat achter het stuur een man zat. Ik vroeg de man om een geldig rijbewijs. Ik zag dat de man mij een geldig Nederlands identiteitsbewijs overhandigde. De man bleek te zijn: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] in Nederland. Ik zei tegen [verdachte] dat ik graag het VIN nummer van het voertuig wilde controleren. Ik las in de voorruit dat het VIN nummer [0001] was. Ik zag het VIN nummer dat bij het kenteken [kenteken 1] hoorde [0002] zou moeten zijn. Op 7 maart 2023 hoorde ik, verbalisant [verbalisant 1] , dat [verbalisant 3] verdachte [verdachte] aanhield voor het rijden zonder rijbewijs, voor de heling van de kentekenplaten voorzien van de letters: [kenteken 1] . (…) Ik, verbalisant [verbalisant 1] , hoorde dat [verbalisant 3] in het voertuig nog een set met kentekenplaten, voorzien van het kenteken [kenteken 2] had aangetroffen. Ik zag in het politiesysteem dat bij het kenteken [kenteken 2] het VIN nummer [0001] hoorde. Ik zag in het politiesysteem dat dit voertuig sinds 02-01-2023 geen geldige tenaamstelling meer had, dat het voertuig geen verzekering en geen APK meer had. Goederen (…) Object: Kentekenplaat Aantal/eenheid: 2 stuks Registratienummer: [kenteken 1] 2. Proces-verbaal van aangifte d.d. 5 maart 2023 dossierpagina’s 23-25, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] : Op zondag 5 maart 2023 om 13:56 is door mij de door de aangever via internet aangeboden aangifte verwerkt tot een proces-verbaal. Aangever [aangever] geboren op [geboortedatum] 1975 wonende te [plaats] . Hij deed aangifte en verklaarde het volgende over het in de aanhef vermelde incident, dat plaatsvond op de locatie genoemd bij plaats delict. Verklaring "kentekenplaten zijn van mijn auto gestolen" Goederen De aangever verstrekte over de bij het incident betrokken objecten de volgende aanvullende informatie: Kenteken [kenteken 1] ” 6. In het bestreden arrest heeft het hof, voor zover hier relevant, het volgende overwogen: “ Het hof stelt op grond van het dossier vast dat de verdachte op 7 maart 2023 in de Peugeot 207 reed waarop valse, gestolen, kentekenplaten waren gemonteerd, terwijl de daadwerkelijk bij het voertuig behorende kentekenplaten los in het voertuig lagen. In het dossier en uit het verhandelde ter terechtzitting is geen enkele aanwijzing gekomen dat dit voertuig aan een ander dan de verdachte ter beschikking zou hebben gestaan: een geldige tenaamstelling ontbreekt, verdachte rijdt in de auto en doet tegenover de politie afstand van de auto. Bij gebrek aan contra-indicaties, is het hof derhalve op grond van het bewijs in onderling verband en samenhang bezien van oordeel dat het niet anders kan dan dat de verdachte wist dat de kentekenplaten op de auto door misdrijf verkregen goederen betroffen. ” 7. Voor een bewezenverklaring van opzetheling dient ingevolge artikel 416 lid 1 onder a Sr te worden vastgesteld dat de verdachte ten tijde van het verwerven of voorhanden krijgen van het goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. Voorwaardelijk opzet volstaat in dat verband. In het geval iemand eerst na het verwerven of voorhanden krijgen van het goed wetenschap heeft verkregen van de herkomst uit misdrijf, is hij niet strafbaar ter zake van opzetheling als omschreven in artikel 416 lid 1 onder a Sr. Bij de bewijsvoering van de wetenschap van de herkomst uit misdrijf ten tijde van het verwerven of voorhanden krijgen van een goed mag de rechter betrekken dat aanwijzingen ontbreken dat die wetenschap eerst is ontstaan ná het verwerven of voorhanden krijgen van het goed. Daarbij kan betekenis toekomen aan de procesopstelling van de verdachte, waarbij in het bijzonder kan worden gedacht aan het uitblijven van een aannemelijke verklaring zijnerzijds. 8. De gebezigde bewijsmiddelen houden onder meer in (i) dat de verdachte op 7 maart 2023 reed in een auto waarop twee op 5 maart 2023 gestolen kentekenplaten waren aangebracht en (ii) dat in die auto een andere set, bij dat voertuig horende kentekenplaten zijn aangetroffen.