Rechtspraak
Parket bij de Hoge Raad
2025-04-22
ECLI:NL:PHR:2025:405
Strafrecht
494 tokens
=== CONCLUSIE ===
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.
De verdachte is bij arrest van 21 maart 2024 door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba wegens "als ambtenaar een gift aannemen, wetende dat deze hem of een ander aangeboden wordt naar aanleiding van hetgeen door hem, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, in zijn bediening is gedaan of nagelaten, strafbaar gesteld bij artikel 2:350, eerste lid, onder aanhef b, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba", veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.
Het cassatieberoep is ingesteld door de verdachte en G. de Hoogd, advocaat in Oranjestad (Aruba), heeft drie middelen van cassatie voorgesteld.
Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het onderhavige cassatieberoep merk ik het volgende op. Blijkens de stukken is het beroep in cassatie ingesteld op 5 april 2024, zodat de verdachte – nu hij ter terechtzitting van het hof van 19 maart 2024 was verschenen, alwaar hem is medegedeeld dat de uitspraak in deze zaak zou plaatsvinden op 21 maart 2024 – ingevolge art. 11 lid 1 Rijkswet rechtsmacht Hoge Raad voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba in het beroep niet kan worden ontvangen. De beslissing waartegen beroep in cassatie is ingesteld, is volgens het proces-verbaal van de terechtzitting van 21 maart 2024 immers uitgesproken in Aruba, alwaar de verdachte woonplaats heeft. Dan geldt een termijn van 14 dagen voor het instellen van cassatieberoep.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG