Rechtspraak
Parket bij de Hoge Raad
2024-09-24
ECLI:NL:PHR:2024:985
Strafrecht
2,013 tokens
=== CONCLUSIE ===
A.E. Harteveld
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte
De verdachte is bij arrest van 10 oktober 2022 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem wegens 4 primair. "verkrachting", veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27, eerste lid, Sr, is een inbeslaggenomen telefoontoestel verbeurd verklaard en is de onttrekking aan het verkeer bevolen van inbeslaggenomen verdovende middelen (1 gripzakje met bruin blokje v01.01.002, 1 wit gevouwen papiertje met inhoud en de inhoud van het witte gevouwen zakje v01.01.003). Het hof heeft de verdachte vrijgesproken van het onder 2. tenlastegelegde.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. G. Palanciyan, advocaat in Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
Het middel bevat de klacht dat het hof enerzijds de verklaring van de aangeefster met betrekking tot feit 2 niet voldoende betrouwbaar heeft geacht en anderzijds de verklaring van de aangeefster inzake feit 4 wel voldoende betrouwbaar heeft geacht, zonder dat het hof dit onderscheid voldoende heeft gemotiveerd, terwijl voornoemd onderscheid op voorhand niet valt te verklaren.
3.1
Het hof heeft in het bestreden arrest de verdachte vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde, inhoudende dat:
“2. primair
hij op of omstreeks 14 september 2019 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [aangeefster] opzettelijk van het leven te beroven, met een (vlees)mes steekbewegingen heeft gemaakt in de richting van de hartstreek van die [aangeefster] en/of met kracht de keel van die [aangeefster] heeft dicht geknepen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2. subsidiair
hij op of omstreeks 14 september 2019 te [plaats] , aan [aangeefster] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten snijwonden over haar lichaam (borststreek) heeft toegebracht door die [aangeefster] voornoemd met een (vlees)mes in haar lichaam te steken en/of te snijden en/of te krassen;
2. meer subsidiair
hij op of omstreeks 14 september 2019 te [plaats] , ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om aan [aangeefster] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [aangeefster] opzettelijk met een (vlees)mes in haar lichaam (borststreek) heeft gestoken en/of gesneden en/of gekrast, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid”.
3.2
Het hof heeft in het bestreden arrest ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:
“4. primair
hij op enig tijdstip in de periode van 14 september 2019 tot en met 30 oktober 2019 te [plaats] door bedreiging met geweld en een andere feitelijkheid [aangeefster] , heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster] voornoemd, te weten
- Het door die [aangeefster] bij zichzelf in haar vagina en anus laten brengen, duwen, houden van een heft van een mes en het (vervolgens) heen en weer laten bewegen van die messen,
en welke bedreiging met geweld en andere feitelijkheid bestond uit
- het opzettelijk gebruikmaken van een psychische dwangsituatie welke bestond doordat verdachte door eerdere mishandelingen en bedreigingen een dermate dreigende situatie heeft gecreëerd voor die [aangeefster] , waardoor die [aangeefster] zich niet kon en durfde te verzetten en onttrekken tegen/aan de handelingen van/door verdachte”.
3.3
Het hof heeft inzake de vrijspraak onder 2 en de bewezenverklaring onder 4 onder meer het volgende overwogen:
“Vrijspraak ten aanzien van feit 2
(…)
Aangeefster heeft wisselend verklaard over de gebeurtenissen die zich in de nacht van vrijdag op zaterdag 14 september 2019 hebben afgespeeld. In haar eerste verklaring gaf zij aan dat zij door drie mannen was mishandeld. Later verklaarde aangeefster dat zij op 14 september 2019 door verdachte is mishandeld. Het hof is daarom terughoudend om de verklaringen van aangeefster te gebruiken als bewijs voor het onder 2 tenlastegelegde. Naast de verklaring van aangeefster, bevindt zich voor het tenlastegelegde weinig steunbewijs in het dossier. Er is een letselrapportage van een forensisch arts van de GGD, die aangeefster op 14 september 2019 heeft onderzocht, inhoudende dat het beeld van de kraswonden boven en onder aangeefsters linker borst suspect is voor zelfbeschadiging. Mede daarom kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat aangeefsters letsel van 14 september 2019 door verdachte, die het tenlastegelegde heeft ontkend, is toegebracht. Er is derhalve geen sprake van wettig en overtuigend bewijs, zodat verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 2 primair, 2 subsidiair en 2 meer subsidiair tenlastegelegde.
Overweging met betrekking tot het bewijs ten aanzien van feit 4
(…)
Het onder 4 tenlastegelegde heeft betrekking op de gebeurtenissen die te zien zijn op het filmpje dat is aangetroffen op de telefoon van verdachte. Dit filmpje is beschreven in het proces-verbaal van bevindingen van 25 november 2019 (…) van het proces-verbaal van het onderzoek-Geul. Op dit filmpje is te zien dat aangeefster het heft van een mes in haar vagina heeft ingebracht en heen en weer beweegt alsof zij zichzelf bevredigt. Ook is in de anus van aangeefster het heft van een ander mes ingebracht. Aangeefster kijkt op deze beelden gepijnigd of bedrukt. Op het filmpje is naast de stem van aangeefster, de stem van verdachte te horen. Verdachte praat op een dwingende toon en draagt aangeefster onder andere op om "harder" te gaan. Daarnaast wordt in het filmpje de naam " [naam] ” genoemd. Verdachte zegt onder andere: "Kijk maar, hè [naam] ". Ook wordt aangeefster opgedragen [naam] aan te spreken. Met een snikkerige stem zegt zij: " [naam] , I love you".
Uit het dossier is niet op te maken door wie de messen in de vagina en anus van aangeefster zijn ingebracht. Op het filmpje is echter gedurende zeven seconden de hand van verdachte te zien. Verdachte beweegt het heft van het mes in de anus van aangeefster op en neer. Deze handeling kan worden geduid als een gedraging die volgt op het eigenlijke binnendringen en kan daarmee worden gekwalificeerd als een handeling die mede bestaat uit het seksueel binnendringen van het lichaam van aangeefster.
Het hof heeft, na het bekijken van de beelden, geconstateerd dat op het filmpje inderdaad te zien is wat in het proces-verbaal van bevindingen is beschreven. De verdediging en de advocaat-generaal zijn tevens in de gelegenheid gesteld het filmpje te bekijken.
Getuige [betrokkene 1] heeft verklaard dat het filmpje door verdachte uit frustratie is gemaakt om door te sturen naar een jongen met wie aangeefster seks gehad zou hebben. Volgens getuige [betrokkene 1] heette deze jongen [naam] . In het proces-verbaal van aangifte heeft aangeefster zelf ook aangegeven seks te hebben gehad met een jongen die [naam] heet. Het hof maakt hieruit op dat het filmpje is gemaakt door verdachte om uit frustratie of als wraakactie te kunnen toesturen aan [naam] .
Aangeefster heeft van het begin af aan verklaard dat dit filmpje en de handelingen daarop mensonterend en vernederend voor haar waren. Aangeefster heeft op 3 januari 2020 over het filmpje verklaard dat zij deze handelingen van verdachte moest doen. Zij wilde de handelingen niet uitvoeren, maar werd door verdachte met een mes bedreigd en zou met een slipper geslagen worden wanneer zij het niet zou doen.