Rechtspraak
Parket bij de Hoge Raad
2024-07-02
ECLI:NL:PHR:2024:671
Strafrecht
692 tokens
Conclusie
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005,
hierna: de klager
1Het cassatieberoep
1.1
De rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, heeft bij beschikking van 8 november 2023 de klager niet-ontvankelijk verklaard in het op grond van art. 552a Sv ingediende klaagschrift strekkende tot teruggave aan hem van een in beslag genomen e-step.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager en N. Roos, advocaat in Rotterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
1.3
In het middel wordt het oordeel van de rechtbank dat de klager niet-ontvankelijk is in zijn klaagschrift bestreden. Aan dit oordeel ligt ten grondslag dat de rechtbank heeft vastgesteld dat het beslag reeds op de dag van inbeslagname is geëindigd, doordat de e-step – nadat de klager hiervan afstand had gedaan – aan de rechthebbende is teruggegeven. In de schriftuur wordt aangevoerd dat de teruggave van de e-step niet conform een wettelijke regeling heeft plaatsgevonden en dat de rechtbank de klager daarom ontvankelijk had moeten verklaren in zijn beklag.
2Ontvankelijkheid in het cassatieberoep
2.1
Ik kom niet toe aan de bespreking van het middel. Dit houdt verband met het volgende.
2.2
Uit bij de rechtbank ingewonnen inlichtingen blijkt dat inmiddels door de kinderrechter een vonnis is gewezen in de met het beslag samenhangende strafzaak, waarin de klager is veroordeeld voor schuldheling van de e-step in kwestie. In dit vonnis heeft de kinderrechter ook een beslissing gegeven over het beslag op de e-step en teruggave hiervan aan de rechthebbende (de aangever van diefstal) gelast.
2.3
Dat betekent dat de klager niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep op grond van de omstandigheid dat door de strafrechter inmiddels over het beslag is beslist. De aard van de beklagprocedure, die slechts ertoe strekt een voorlopig rechterlijk oordeel over het beslag te verkrijgen, brengt in zo’n geval met zich dat op het klaagschrift geen (andersluidend) oordeel meer kan volgen. Daartoe is niet van belang of die beslissing al dan niet onherroepelijk is.
Conclusie
3.1
Deze conclusie strekt ertoe dat de klager niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Vonnis van de kinderrechter d.d. 14 november 2023, in de zaak met parketnummer 08/256285-23.
Zie onder meer HR 4 juli 2023, ECLI:NL:HR:2023:1022, NJ 2023/267 m.nt. Mevis.