Rechtspraak
Parket bij de Hoge Raad
2024-02-13
ECLI:NL:PHR:2024:126
Strafrecht
873 tokens
Conclusie
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[klaagster],
geboren te op [geboortedatum] 1989,
hierna: de klaagster
1Het cassatieberoep
1.1
De rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, heeft bij beschikking van 5 september 2022 de klaagster niet-ontvankelijk verklaard in het op grond van art. 552a Sv ingediende beklag strekkende tot opheffing van het beslag en teruggave aan de klaagster van de onder een ander (haar ex-partner [betrokkene 1]) in beslag genomen televisie en laptop.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klaagster. N.J.H. Lina, advocaat te Groningen, heeft één middel van cassatie voorgesteld. Het middel kan om de hierna te noemen reden buiten bespreking blijven.
2De ontvankelijkheid van het cassatieberoep
2.1
Op 12 maart 2022 is er onder [betrokkene 1] een televisie en een laptop in beslag genomen in verband met de verdenking dat hij zich zou hebben schuldig gemaakt aan het veroorzaken van geluidshinder (overtreding van art. 4:5 APV Groningen). Het beslag heeft plaatsgevonden op de voet van art. 94 lid 2 Sv (vatbaar voor verbeurdverklaring).
2.2
Namens de klaagster is op 3 augustus 2022 een op art. 552a Sv gebaseerd klaagschrift ingediend, strekkende tot teruggave van de onder haar ex-partner [betrokkene 1] in beslaggenomen televisie en laptop. De rechtbank heeft dit beklag op 5 september 2022 in een openbare raadkamerzitting behandeld en diezelfde dag hierop beslist.
2.3
Door de griffie van de Hoge Raad is bij het openbaar ministerie geïnformeerd naar de status van de in beslag genomen voorwerpen. In reactie hierop heeft het openbaar ministerie de griffie laten weten dat de voorwerpen op 15 april 2023 zijn vernietigd en dat daartoe een machtiging als bedoeld in art. 117 Sv is verleend.
2.4
Dit betekent dat de klaagster geen belang meer heeft bij haar cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank en dient zij om die reden niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar beroep.
2.5
Volledigheidshalve merk ik nog op dat de strafzaak tegen beslagene [betrokkene 1] is afgedaan met een OM-beschikking en dat de beslagene afstand heeft gedaan van de onder hem in beslag genomen voorwerpen.
Conclusie
3.1
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klaagster in het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Ingevolge art. 134 lid 2, onder c, Sv eindigt het beslag wanneer vaststaat dat een in beslag genomen voorwerp is vernietigd op grond van een machtiging als bedoeld in art. 117 Sv en het voorwerp niet om baat is vervreemd. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad betekent dit dat dan geen beklag als bedoeld in art. 552a Sv meer kan worden gedaan. Ook over het uitblijven van een last tot teruggave van een inmiddels vernietigd voorwerp kan uit hoofde van art. 552a Sv niet meer worden geklaagd. Wel staat in dat geval de weg naar de civiele rechter open. Zie hierover uitgebreider de conclusie van AG Frielink van 4 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:377.
Deze informatie is afkomstig van het openbaar ministerie en werd aan de griffie van de HR gegeven op het moment dat zij informeerde naar de status van het beslag.