Rechtspraak
Parket bij de Hoge Raad
2024-06-25
ECLI:NL:PHR:2024:1028
Strafrecht
406 tokens
=== CONCLUSIE ===
B.F. Keulen
In de zaak
[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
hierna: de betrokkene
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 10 mei 2022 het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 36.870,97 en aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van dat bedrag aan de Staat ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof heeft de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd bepaald op 737 dagen.
Er bestaat samenhang met de zaken 22/01788, 22/01883, 22/01779, 22/01896, 22/01755, 22/01849 en 22/01897. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. De aanzegging ingevolge art. 511h Sv jo. art. 435, eerste lid, Sv is op 20 september 2022 in persoon betekend. Namens de betrokkene is niet binnen zestig dagen nadien een schriftuur, houdende middelen van cassatie ingediend.
Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 511h jo. art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
Deze conclusie strekt ertoe dat de betrokkene niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG