Rechtspraak
Parket bij de Hoge Raad
2019-01-22
ECLI:NL:PHR:2019:49
Strafrecht
821 tokens
=== CONCLUSIE ===
[klaagster]
De rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, heeft bij beschikking van 2 maart 2018 het klaagschrift van de klaagster ex art. 552a Sv, strekkende tot opheffing van het gelegde beslag en teruggave van het in beslag genomen goed, te weten een auto, ongegrond verklaard.
Er bestaat samenhang met de zaken 18/00996, 18/00997 en 18/01360. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klaagster en mr. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
Het middel bevat de klacht dat de behandeling in raadkamer op 2 februari 2018 niet in het openbaar heeft plaatsgevonden.
Het is juist dat het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer op 2 februari 2018 niet vermeldt dat die behandeling in het openbaar heeft plaatsgevonden, zodat het ervoor gehouden moet worden dat dit niet is gebeurd. Evenmin blijkt dat door de rechtbank toepassing is gegeven aan art. 22 lid 2 en 3 Sv. Dit verzuim geeft op grond van art. 552a lid 7 Sv aanleiding tot nietigheid.
6. Het middel is gegrond.
7. Ambtshalve merk ik op dat mij is gebleken dat de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, vaker beschikkingen uitspreekt, terwijl de processen-verbaal niet inhouden dat de behandeling in het openbaar heeft plaatsgevonden. Deze vier samenhangende zaken zijn daarvan een voorbeeld. Wellicht is de omstandigheid dat er mogelijk sprake is van een meer structureel probleem bij het opmaken van processen-verbaal van raadkamerzittingen, voor de Hoge Raad aanleiding om op grond van art. 83 RO over te gaan tot het inwinnen van nadere inlichtingen bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, of de behandelingen in het openbaar hebben plaatsgevonden en zo ja, of dan is verzuimd dit in het proces-verbaal op te nemen. De Hoge Raad heeft dit eerder gedaan in een vergelijkbaar geval waarbij er echter in de betreffende zaak aanknopingspunten waren te vinden dat er sprake was van een omissie. Dergelijke aanknopingspunten heb ik in de onderhavige zaken niet kunnen vinden.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Vgl. HR 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2237; in de beschikking staat abusievelijk dat het om het zesde lid van art. 552a Sv gaat, dit moet het zevende lid zijn nu per 1 december 2016 het nieuwe zesde lid betreffende het digitaal indienen is ingevoegd, zie Stb. 2016, 432.
Vgl. HR 4 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0207, waarin de Hoge Raad in de omstandigheid dat er voorafgaand aan de beschikking twee behandelingen in raadkamer hadden plaatsgevonden, waarvan slechts één proces-verbaal niet inhield dat deze in het openbaar had plaatsgevonden, een aanknopingspunt zag voor het inwinnen van nadere inlichtingen en het proces-verbaal naar aanleiding daarvan met verbetering van de misslag las.