Rechtspraak
Parket bij de Hoge Raad
2016-11-29
ECLI:NL:PHR:2016:1420
Strafrecht
969 tokens
Conclusie
[klager]
Bij beschikking van 8 oktober 2015 heeft de Rechtbank Amsterdam het beklag van klager, primair strekkende tot teruggave van drie inbeslaggenomen telefoons, subsidiair gericht tegen het gebruik van de inbeslaggenomen telefoons niet-ontvankelijk verklaard.
Namens de klager heeft mr. M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
Het middel klaagt dat de rechtbank de drie inbeslaggenomen telefoons, waaronder de Iphone en de Blackberry, ten onrechte niet beschouwt als een geautomatiseerd werk.
De rechtbank overwoog in de bestreden beschikking onder meer:
“De rechtbank constateert dat de drie onder klager inbeslaggenomen telefoons op 22 maart 2015 aan klager zijn teruggegeven. Nu de telefoons reeds zijn teruggegeven kan klager niet worden ontvangen in zijn klacht over de inbeslagname en het gebruik van de telefoons. De onderhavige procedure kan slechts worden aangewend om te klagen over beslag dat nog voortduurt en niet om een oordeel te verkrijgen over de rechtmatigheid van in het verleden gelegd, maar reeds beëindigd beslag of het gebruik daarvan (zie o.a. HR 3 juni 2003, LJN AF6594).
Procesverloop
Het beklag dient op grond van het voorgaande niet ontvankelijk te worden verklaard.”
5. Art. 552a Sv biedt de mogelijkheid te klagen over de kennisneming of het gebruik van gegevens die zijn vastgelegd tijdens een doorzoeking of op vordering verstrekt dan wel zijn vastgelegd bij een onderzoek in een geautomatiseerd werk. In HR 9 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5510 valt niet te lezen dat de Hoge Raad heeft geoordeeld dat een harde schijf geen geautomatiseerd werk is. De Hoge Raad overweegt dat “de thans aan de orde zijnde gegevens op de twee inbeslaggenomen externe harde schijven [niet kunnen] worden beschouwd als gegevens "opgeslagen, verwerkt of overgedragen door middel van een geautomatiseerd werk en vastgelegd bij een onderzoek in zodanig werk". Gaat het om “gegevens opgeslagen, verwerkt of overgedragen door middel van een geautomatiseerd werk “dan wil dat nog niet zeggen dat die gegevens zijn “vastgelegd bij een onderzoek in zodanig werk". Het kan dus heel wel zo zijn dat de Hoge Raad van oordeel was dat louter niet was voldaan aan de eis dat op die schijven staande gegevens waren vastgelegd bij een onderzoek van die harde schijven.
6. Ook al zijn de gegevens van een geautomatiseerd werk uitgelezen dan is daarmee nog niet gezegd dat deze zijn vastgelegd bij een onderzoek in zo’n werk. Dat laatste wordt niet gesteld en stelt de rechtbank ook niet vast. Anders dan het middel wil, valt in de overwegingen van de rechtbank dat de (waarschijnlijk) van de drie telefoons uitgelezen gegevens geen gegevens zijn die zijn "opgeslagen, verwerkt of overgedragen door middel van een geautomatiseerd werk en vastgelegd bij een onderzoek in zodanig werk” dus niet te lezen dat de rechtbank de drie inbeslaggenomen telefoons, waaronder de Iphone en de Blackberry, niet beschouwt als een geautomatiseerd werk. Dit betekent dat het middel berust op onjuiste lezing van de overwegingen van de rechtbank.
7. Het middel faalt.
8. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
9. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Zo leest Wöretshofer, T&C Strafvordering, art. 552a, aant. 6 het arrest. Zie ook de conclusie van mijn ambtgenoot Knigge bij dit arrest die een harde schijf wel als een geautomatiseerd werk ziet maar er op wijst dat niet is voldaan aan de tweede in art. 552a lid 1 Sv verwoorde eis dat aan zo’n werk ontleende gegevens moeten zijn vastgelegd.