Rechtspraak
Parket bij de Hoge Raad
2016-11-01
ECLI:NL:PHR:2016:1245
Strafrecht
2,008 tokens
=== CONCLUSIE ===
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 17 november 2014 door het hof Den Bosch veroordeeld wegens onder 1 primair, 3 primair, 4, 5 en 6 telkens “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, zulks terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan”. Bij feit 3 primair is nog toegevoegd: meermalen gepleegd. Daarnaast is beslist over een vordering tot tenuitvoerlegging, vorderingen van de benadeelde partij, in beslaggenomen goederen en tot oplegging van een schadevergoedingsmaatregelen zoals nader in het arrest verwoord.
Er bestaat samenhang met de zaak 14/05827. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
Namens de verdachte heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, twee middelen van cassatie voorgesteld.
Het eerste middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring van feit 3.
Ten laste van verdachte is onder feit 3 bewezenverklaard dat:
“3. (zaken 21, 22)
hij op 28 januari 2013 te
- Broekhuizen en
- Broekhuizenvorst,
tezamen en in vereniging met een ander telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een woning:
- aan de [a-straat 1] (Broekhuizen) een hoeveelheid geld en sieraden toebehorende aan [betrokkene 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader en;
- aan de [b-straat 1] (Broekhuizenvorst) een paspoort en een aantal camera's en een cameratas en een aantal cameratoebehoren en een aantal computertoebehoren en een basgitaar (merk Ibanez) toebehorende aan [betrokkene 2] ,
waarbij verdachte en zijn mededader zich telkens de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak, zulks terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen 5 jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;”
6. Hiertoe heeft het hof het volgende overwogen:
“Ten aanzien van de feiten 3, 4, 5 en 6
Het hof gaat bij de beoordeling van het bewijs uit van de hierna volgende feiten en omstandigheden.
Bevindingen aantreffen Volvo V70 en de observaties
Vanaf 19 december 2012 hebben verbalisanten op meerdere dagen nabij de woning van verdachte een blauwe Volvo V70 met kenteken [AA-00-BB] dan wel met het kenteken [CC-00-DD] aangetroffen. Op 21 januari 2013 werd medeverdachte [medeverdachte] door verbalisant [verbalisant] als bestuurder van een donkerkleurige Volvo, gekentekend [CC-00-DD] gezien. De auto stond op dat moment geparkeerd voor de woning van [medeverdachte] gelegen aan de [c-straat 1] te ’s-Hertogenbosch.
In de periode van 17 januari 2013 tot en met 31 januari 2013 heeft het observatieteam op verschillende dagen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] onder observatie genomen. Bij deze observaties is op verschillende dagen een Volvo V70 met kenteken [CC-00-DD] gezien in de nabijheid van de woning van medeverdachte [medeverdachte] . Op 24 januari 2013 werd medeverdachte [medeverdachte] als bestuurder en op 31 januari 2013 werd hij als passagier van deze auto gezien.
In de periode van 17 januari 2013 tot en met 31 januari 2013 heeft het observatieteam tevens op twee dagen waargenomen dat verdachte zich tezamen met zijn broer [medeverdachte] in de korte nabijheid bevond van voormelde Volvo V70.
Op 27 januari 2013 is onder voornoemde Volvo plaatsbepalingsapparatuur (een peilbaken) aangebracht. Op 29 januari 2013 omstreeks 16.09 uur ziet het observatieteam een blauwe Volvo V70 met het kenteken [CC-00-DD] de Frederik van Eedenstraat te ’s-Hertogenbosch inrijden. Een minuut later (16.10 uur) ziet het observatieteam dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] achter elkaar vanuit de Frederik van Eedenstraat in de richting van de woning van verdachte lopen. Beiden droegen hierbij twee schoudertassen. Omstreeks 16.15 uur ziet het observatieteam voornoemde Volvo geparkeerd staan in de Frederik van Eedenstraat te ’s-Hertogenbosch. Door verbalisanten en het observatieteam is waargenomen dat voornoemde Volvo V70 in de periode van 19 december 2012 tot en met 31 januari 2013 driemaal van een ander kenteken was voorzien.
Ten aanzien van feit 3 (zaken 21, 22)
De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs dient te worden vrijgesproken van de onder 3 ten laste gelegde woninginbraken te Broekhuizen en Broekhuizenvorst op 28 januari 2013.
Ten aanzien van de woninginbraak te Broekhuizen heeft de raadsman aangevoerd dat het dossier naast de peilbakengegevens en de aangifte geen relevante gegevens bevat. Er is geen technisch bewijs, er zijn geen getuigenverklaringen en geen waarnemingen van het observatieteam die dag, zodat op geen enkele wijze een rechtstreekse link valt te leggen tussen verdachte en het onderhavige delict. Tevens blijkt uit de aangifte dat de inbraak heeft plaatsgevonden in een tijdspanne van ruim 10 uur, zodat geenszins vaststaat dat de inbraak rond 12.51 uur heeft plaatsgevonden en dus in verband kan worden gebracht met de bebakende Volvo. Tevens staat niet vast dat verdachte die dag aanwezig is geweest in de Volvo. Evenmin kan worden vastgesteld wat de exacte rol van verdachte in het geheel zou zijn geweest. Het enkele feit dat een aantal van deze inbraak afkomstige goederen bij de broer van verdachte zijn aangetroffen, biedt naar het oordeel van de raadsman al met al onvoldoende bewijs om tot een bewezenverklaring te komen.
Ten aanzien van de woninginbraak te Broekhuizenvorst heeft de raadsman aan gevoerd dat de tijdspanne waarin de inbraak heeft kunnen plaatsvinden groot is en derhalve onduidelijk blijft of de Volvo in verband kan worden gebracht met de diefstal, dan wel dat verdachte gelinkt kan worden aan de Volvo op het moment van de diefstal. Dat enkele dagen later een gitaar bij verdachte wordt aangetroffen is opvallend, maar creëert nog geen bewijs dat verdachte het onder 3 primair ten laste gelegde heeft begaan.
Het hof overweegt hiertoe het volgende.
Broekhuizen (zaak 21)
Op 28 januari 2013 werd de Volvo V70 omstreeks 12.51 uur uitgepeild op de Vonkelweg te Broekhuizen, alwaar de auto enige tijd heeft stilgestaan. Op diezelfde weg werd tussen 07.15 uur en 17.30 uur ingebroken in een woning gelegen aan de [a-straat 1] . Uit de aangifte van [betrokkene 1] blijkt dat er een geldbedrag van 740 euro, een hoeveelheid sieraden, waaronder meerdere ringen, een hanger en een armband zijn weggenomen. Tijdens de doorzoeking van de woning van medeverdachte [medeverdachte] werden twee ringen aangetroffen (goednummer 503350 en 503330) die aangeefster [betrokkene 3] herkende als haar eigendom. De ringen waren gekocht in Turkije. Eén ring had een grote zwarte steen, zoals in de aangifte was omschreven. Ten aanzien van de andere ring heeft zij aangegeven dat deze haar paste. Het hof zal gelet hierop aan het verweer van de verdachte, te weten dat de ringen eigendom zijn van de vrouw van verdachte, voorbij gaan.
Broekhuizenvorst (zaak 22)
Op 28 januari 2013 werd er tussen 07.00 uur en 17.45 uur ingebroken in Broekhuizenvorst aan de [b-straat 1] . Op deze dag werd de Volvo V70 omstreeks 13.27 uur uitgepeild op de Blitterwijckseweg te Broekhuizenvorst, alwaar de Volvo enige tijd heeft stilgestaan. Blijkens de aangifte van [betrokkene 2] werden bij de inbraak diverse goederen weggenomen, waaronder een basgitaar van het merk Ibanez. Op 4 februari 2013 werd deze gitaar tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte teruggevonden.