Rechtspraak
Parket bij de Hoge Raad
2014-09-09
ECLI:NL:PHR:2014:1924
Strafrecht
309 tokens
=== CONCLUSIE ===
[betrokkene]
1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft het door de veroordeelde uit misdrijven, ter zake waarvan hij is veroordeeld bij arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 16 maart 2012, verkregen voordeel vastgesteld op € 1.095.474,20 en aan de veroordeelde ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.095.474,20.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummer 12/01660, 12/01740, 12/01857, 12/01858P, 12/01859, 12/01860 en 12/01861P. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Namens veroordeelde heeft mr. M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
4. Nu het middel strekt tot vernietiging van het arrest in de hoofdzaak en de veroordeelde overigens geen middelen heeft voorgesteld kan de veroordeelde in het onderhavige cassatieberoep niet worden ontvangen (HR 8 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BM8030).
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de veroordeelde in zijn beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG