Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius e
2025-12-10
ECLI:NL:OGHACMB:2025:301
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
1,585 tokens
Inleiding
AUA2025H00183 tot en met AUA2025H00201
Datum uitspraak: 10 december 2025
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak van de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: de voorzitter) op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening van:
de Sociale Verzekeringsbank (hierna: SVB),
verzoeker.
Procesverloop
Bij beschikkingen van 23 oktober 2020 en 1 december 2020 heeft de SVB verzoeken van [betrokkenen 1 tot en met 19] (hierna gezamenlijk: betrokkenen) om eenmalige uitkeringen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Cessantiaverordening, afgewezen (hierna: de bestreden beschikkingen).
Bij uitspraken van 4 juni 2025 in de zaken nrs. AUA202002882, AUA202002881, AUA202002875, AUA202003253, AUA202002879, AUA202002866, AUA202002868, AUA202002878, AUA202002877, AUA202002869, AUA202002871, AUA202002874, AUA202002870, AUA202002883, AUA202002876, AUA202002873 en AUA202002872 en van 25 juni 2025 in de zaken nrs. AUA202002880 en AUA202002867 heeft het College van Beroep de daartegen door betrokkenen ingestelde beroepen gegrond verklaard, de bestreden beschikkingen vernietigd en bepaald dat de SVB binnen twee maanden nieuwe beschikkingen dient te nemen met inachtneming van zijn uitspraken.
Tegen deze uitspraken heeft de SVB hoger beroepen ingesteld en verzoeken om voorlopige voorziening ingediend.
Betrokkenen hebben een verweerschrift ingediend.
Het Hof heeft de zaak op een zitting behandeld op 10 oktober 2025. De SVB werd vertegenwoordigd door mrs. M.D. Tromp en S.G. Tromp, advocaten. Verder waren namens de SVB aanwezig M. Theel en J. Arenas Blanco. Betrokkenen 3, 4, 5, 6, 9, 10, 12, 13, 14, 16, 17 en 18 waren aanwezig. Zij werden bijgestaan door mr. R.L.F. Dijkhoff, advocaat.
Overwegingen
Bij uitspraak van vandaag in zaken nrs. AUA2025H00159 tot en met AUA2025H00177 heeft het Hof op de hoger beroepen van de SVB beslist. Er is geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.
De verzoeken worden daarom afgewezen. Beslissing
De voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:
wijst de verzoeken af.
Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M. Buntjer, griffier.
w.g. Van Ettekoven
voorzitter
w.g. Buntjer
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 10 december 2025.
Volledig
ECLI:NL:OGHACMB:2025:301 text/xml public 2025-12-10T15:16:03 2025-12-10 Raad voor de Rechtspraak nl Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 2025-12-10 AUA2025H00183 tot en met -201 Uitspraak Hoger beroep Voorlopige voorziening NL Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2025:301 text/html public 2025-12-10T15:14:36 2025-12-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:OGHACMB:2025:301 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 10-12-2025 / AUA2025H00183 tot en met -201 Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening omdat vandaag uitspraak is gedaan in de bodemprocedure. AUA2025H00183 tot en met AUA2025H00201 Datum uitspraak: 10 december 2025 gemeenschappelijk hof van jusTitie van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Uitspraak van de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: de voorzitter) op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening van: de Sociale Verzekeringsbank (hierna: SVB), verzoeker. Procesverloop Bij beschikkingen van 23 oktober 2020 en 1 december 2020 heeft de SVB verzoeken van [betrokkenen 1 tot en met 19] (hierna gezamenlijk: betrokkenen) om eenmalige uitkeringen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Cessantiaverordening, afgewezen (hierna: de bestreden beschikkingen). Bij uitspraken van 4 juni 2025 in de zaken nrs. AUA202002882, AUA202002881, AUA202002875, AUA202003253, AUA202002879, AUA202002866, AUA202002868, AUA202002878, AUA202002877, AUA202002869, AUA202002871, AUA202002874, AUA202002870, AUA202002883, AUA202002876, AUA202002873 en AUA202002872 en van 25 juni 2025 in de zaken nrs. AUA202002880 en AUA202002867 heeft het College van Beroep de daartegen door betrokkenen ingestelde beroepen gegrond verklaard, de bestreden beschikkingen vernietigd en bepaald dat de SVB binnen twee maanden nieuwe beschikkingen dient te nemen met inachtneming van zijn uitspraken. Tegen deze uitspraken heeft de SVB hoger beroepen ingesteld en verzoeken om voorlopige voorziening ingediend. Betrokkenen hebben een verweerschrift ingediend. Het Hof heeft de zaak op een zitting behandeld op 10 oktober 2025. De SVB werd vertegenwoordigd door mrs. M.D. Tromp en S.G. Tromp, advocaten. Verder waren namens de SVB aanwezig M. Theel en J. Arenas Blanco. Betrokkenen 3, 4, 5, 6, 9, 10, 12, 13, 14, 16, 17 en 18 waren aanwezig. Zij werden bijgestaan door mr. R.L.F. Dijkhoff, advocaat. Overwegingen Bij uitspraak van vandaag in zaken nrs. AUA2025H00159 tot en met AUA2025H00177 heeft het Hof op de hoger beroepen van de SVB beslist. Er is geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen. De verzoeken worden daarom afgewezen. Beslissing De voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba: wijst de verzoeken af. Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M. Buntjer, griffier. w.g. Van Ettekoven voorzitter w.g. Buntjer griffier Uitgesproken in het openbaar op 10 december 2025.