Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius e
2025-10-29
ECLI:NL:OGHACMB:2025:253
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Bodemzaak
1,628 tokens
Inleiding
CUR2024H00301
Datum uitspraak: 29 oktober 2025
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in Curaçao,
appellant,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) van 16 oktober 2024 in zaak nr. CUR202401073, in het geding tussen:
appellant
en
de Sociale Verzekeringsbank (hierna: de SVB)
Procesverloop
Bij beschikking van 13 maart 2024 heeft de SVB bepaald dat appellant geen recht heeft op tegemoetkomingen op grond van de Landsverordening Ongevallenverzekering (hierna: de LvOv).
Bij uitspraak van 16 oktober 2024 heeft het Gerecht het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld.
De SVB heeft een verweerschrift ingediend.
Het Hof heeft de zaak op een zitting behandeld op 8 oktober 2025. Appellant was aanwezig, samen met zijn gemachtigde, [naam]. De SVB werd vertegenwoordigd door mr. N. Dare, vergezeld door de verzekeringsarts E.A. Helstone, beiden werkzaam bij de SVB.
Overwegingen
Het Gerecht is in de uitspraak van 16 oktober 2024, ECLI:NL:OGEAC:2024:178, terecht tot het oordeel gekomen dat uit het wettelijk systeem zoals neergelegd artikel 11, eerste lid, van de LvOv en het Landsbesluit houdende algemene maatregelen van 21 februari 1973 ter uitvoering van (onder andere) artikel 13 van de LvOv, volgt dat het niet de verplichting is van de werkgever maar van de werknemer om binnen een jaar na een ongeval een volledig ingevuld en ondertekend ongevallenmeldingsformulier in te leveren bij de SVB. Het Gerecht heeft eveneens terecht geoordeeld dat appellant niet aan die verplichting heeft voldaan en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken op grond waarvan moet worden afgeweken van dit uitgangspunt. Het Hof neemt de door het Gerecht aan deze oordelen ten grondslag gelegde motivering over. De SVB heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat appellant niet in aanmerking komt voor ongevallengeld.
Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van het Gerecht wordt bevestigd. De SVB hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, voorzitter, en mr. T.G.M. Simons en mr. E.J. Daalder, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Buntjer, griffier.
w.g. Van Ettekoven
voorzitter
w.g. Buntjer
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2025.
Inleiding
CUR2024H00301
Datum uitspraak: 29 oktober 2025
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in Curaçao,
appellant,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) van 16 oktober 2024 in zaak nr. CUR202401073, in het geding tussen:
appellant
en
de Sociale Verzekeringsbank (hierna: de SVB)
Procesverloop
Bij beschikking van 13 maart 2024 heeft de SVB bepaald dat appellant geen recht heeft op tegemoetkomingen op grond van de Landsverordening Ongevallenverzekering (hierna: de LvOv).
Bij uitspraak van 16 oktober 2024 heeft het Gerecht het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld.
De SVB heeft een verweerschrift ingediend.
Het Hof heeft de zaak op een zitting behandeld op 8 oktober 2025. Appellant was aanwezig, samen met zijn gemachtigde, [naam]. De SVB werd vertegenwoordigd door mr. N. Dare, vergezeld door de verzekeringsarts E.A. Helstone, beiden werkzaam bij de SVB.
Overwegingen
Het Gerecht is in de uitspraak van 16 oktober 2024, ECLI:NL:OGEAC:2024:178, terecht tot het oordeel gekomen dat uit het wettelijk systeem zoals neergelegd artikel 11, eerste lid, van de LvOv en het Landsbesluit houdende algemene maatregelen van 21 februari 1973 ter uitvoering van (onder andere) artikel 13 van de LvOv, volgt dat het niet de verplichting is van de werkgever maar van de werknemer om binnen een jaar na een ongeval een volledig ingevuld en ondertekend ongevallenmeldingsformulier in te leveren bij de SVB. Het Gerecht heeft eveneens terecht geoordeeld dat appellant niet aan die verplichting heeft voldaan en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken op grond waarvan moet worden afgeweken van dit uitgangspunt. Het Hof neemt de door het Gerecht aan deze oordelen ten grondslag gelegde motivering over. De SVB heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat appellant niet in aanmerking komt voor ongevallengeld.
Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van het Gerecht wordt bevestigd. De SVB hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, voorzitter, en mr. T.G.M. Simons en mr. E.J. Daalder, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Buntjer, griffier.
w.g. Van Ettekoven
voorzitter
w.g. Buntjer
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2025.