Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius e
2025-06-11
ECLI:NL:OGHACMB:2025:228
Strafrecht
Hoger beroep
22,816 tokens
Inleiding
Zaaknummer: H -30/24
Parketnummer: 300.02348/23
Uitspraak: 11 juni 2025 Tegenspraak
Vonnis
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) van 21 maart 2024 in de strafzaak tegen de verdachte:
[de verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1972 in [geboorteplaats],
thans gedetineerd in Aruba.
Hoger beroep
Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis ter zake van het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren met aftrek van voorarrest en de gevangenneming bevolen. Voorts heeft het Gerecht beslissingen genomen op de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2].
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 mei 2025, welk onderzoek op 21 mei 2025 is gesloten.
Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. B.S. van Unnik, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. D.L. Emerencia, naar voren is gebracht.
Voorts heeft het Hof kennisgenomen van hetgeen door de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] in het kader van de vordering tot schadevergoeding naar voren is gebracht.
De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, behoudens ten aanzien van de beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen inclusief de daarbij behorende schadevergoedingsmaatregel en in dat verband gevorderd over te gaan tot toewijzing van:
- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] tot een bedrag van Afl. 22.120,- en de oplegging van de daarbij behorende schadevergoedingsmaatregel;
- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] tot een bedrag van Afl. 36.240,- en de oplegging van de daarbij behorende schadevergoedingsmaatregel;- de niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partijen ten aanzien van hetgeen zij overigens hebben gevorderd.
De raadsvrouw heeft primair integrale vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft zij een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het Hof kan zich op onderdelen niet met het vonnis waarvan beroep verenigen. Om redenen van doelmatigheid zal het hof het vonnis in zijn geheel vernietigen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – ten laste gelegd dat:
Zaak “[onderzoeksnaam]”
1- hij op een of meer tijdstippen in op of omstreeks de periode van het jaar 2014 tot en met het jaar 2016 te Aruba, door geweld of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [benadeelde partij 1] ([geboortedatum] 2005) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij 1], hebbende hij, verdachte,
- zijn, verdachtes, penis in de anus en/of mond van die [benadeelde partij 1] gebracht en/of gehouden en/of
- de penis van die [benadeelde partij 1] in zijn, verdachtes, mond gebracht en/of gehouden en/of
- die [benadeelde partij 1] zijn, verdachtes, penis laten aanraken en/of strelen en/of aftrekken en/of
- de penis van die [benadeelde partij 1] aangeraakt;
en welk geweld of die andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of die andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat hij verdachte,
de hand van die [benadeelde partij 1] heeft vastgepakt en/of naar zijn, verdachtes, penis heeft gebracht en/of
de kleding en/of (onder)broek van die [benadeelde partij 1] heeft uitgetrokken en/of
het hoofd van die [benadeelde partij 1] op en/of in de richting van zijn penis heeft gehouden en/of bewogen en/of het hoofd van die [benadeelde partij 1 vast heeft gehouden, terwijl zijn, verdachtes, penis in de mond van die [benadeelde partij 1] zat, en/of
onverhoeds zijn penis in de mond en/of anus van die [benadeelde partij 1] heeft gebracht en/of
misbruik heeft gemaakt dan zijn fysieke en/og gezagsverhouding en/of afhankelijkheidsrelatie;
2
- hij op een of meer tijdstippen in op of omstreeks de periode van het jaar 2014 tot en met het jaar 2016 te Aruba, met [benadeelde partij 1] ([geboortedatum] 2005) die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij 1], hebbende hij, verdachte,
- zijn, verdachtes, penis in de anus en/of mond van die [benadeelde partij 1] gebracht en/of gehouden en/of
- de penis van die [benadeelde partij 1] in zijn, verdachtes, mond gebracht en/of gehouden en/of
- die [benadeelde partij 1] zijn, verdachtes, penis laten aanraken en/of strelen en/of aftrekken en/of
- de penis van die [benadeelde partij 1] aangeraakt;
3
- hij meermalen, althans eenmaal, op of omstreeks de periode van het jaar 2014 tot en met het jaar 2016 te Aruba, (telkens) met [benadeelde partij 1] ([geboortedatum] 2005) die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontucht heeft gepleegd, bestaande die ontucht hierin dat hij verdachte, (telkens)
- zijn, verdachtes, penis in de anus en/of mond van die [benadeelde partij 1] heeft gebracht en/of gehouden en/of
- de penis van die [benadeelde partij 1] in zijn, verdachtes, mond heeft gebracht en/of gehouden en/of
- die [benadeelde partij 1] zijn, verdachtes, penis heeft laten aanraken en/of strelen en/of aftrekken en/of
- de penis van die [benadeelde partij 1] heeft aangeraakt,
terwijl die [benadeelde partij 1] aan zijn pupil was en/of aan zijn, verdachtes, zorg, opleiding of waakzaamheid was toevertrouwd;
Zaak "[onderzoeksnaam]"
4
- hij op een of meer tijdstippen in op of omstreeks de periode van het jaar 2012 tot en met het jaar 2016 te Aruba, door geweld of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [benadeelde partij 2] ([benadeelde partij 2] 2004) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij 2], hebbende hij, verdachte,
- zijn, verdachtes, penis in de mond van die [benadeelde partij 2] gebracht en/of gehouden en/of
- de penis van die [benadeelde partij 2] in zijn, verdachtes, mond gebracht en/of gehouden en/of
- die [benadeelde partij 2] zijn, verdachtes, penis laten aanraken en/of strelen en/of aftrekken en/of
- de penis van die [benadeelde partij 2] aangeraakt en/of afgetrokken;
en welk geweld of die andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of die andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat hij verdachte,
de kleding en/of (onder)broek van die [benadeelde partij 2] heeft uitgetrokken en/of heeft laten uittrekken en/of
onverhoeds zijn, verdachtes, penis in de mond van die [benadeelde partij 2] heeft gebracht en/of de penis van die [benadeelde partij 2] in zijn, verdachtes, mond heeft genomen, en/of
op die [benadeelde partij 2] blijven inpraten, zodat die [benadeelde partij 2] bewogen werd tot het ondergaan van seksuele handelingen, en/of
misbruik heeft gemaakt dan zijn fysieke en/og gezagsverhouding en/of
afhankelijkheidsrelatie;
5- hij op een of meer tijdstippen in op of o
Beoordeling
Het Hof staat allereerst voor de vraag of er voor de aan de verdachte verweten strafbare feiten voldoende wettig bewijs voorhanden is.
In het strafrecht geldt de regel dat een veroordeling voor een strafbaar feit niet gebaseerd mag worden op slechts één getuigenverklaring. Het gaat in zedenzaken echter vaak om seksuele handelingen waar maar twee mensen bij aanwezig zijn geweest: de verdachte en degene bij wie de verdachte strafbare seksuele handelingen zou hebben gepleegd. Indien de verdachte ontkent, is er maar één getuige van de seksuele handelingen, de aangever zelf.
De Hoge Raad heeft beslist dat de hiervoor genoemde bewijsminimumregel van artikel 342, tweede lid, Wetboek van Strafvordering (Sv) slechts geldt voor de gehele tenlastelegging/bewezenverklaring. Onderdelen daarvan mogen wel degelijk op één enkele getuigenverklaring berusten. Dat geldt volgens de Hoge Raad ook voor de ten laste gelegde gedragingen. In een zedenzaak is dus in principe voor het bewijs van de seksuele handelingen één getuigenverklaring genoeg, op voorwaarde dat deze op bepaalde punten bevestigd wordt door andere bewijsmiddelen. Die moeten afkomstig zijn uit een andere bron. Bovendien mag er niet een te ver verwijderd verband bestaan tussen de getuigenverklaring en het overige gebruikte bewijsmateriaal (ook wel steunbewijs genoemd) (Hoge Raad 15 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:717 en Hoge Raad 23 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK2094).
Schakelbewijs
Een bijzondere vorm van steunbewijs vormt het zogeheten schakelbewijs. Met de term schakelbewijs pleegt te worden aangeduid een bewijsvoering waarbij voor de bewezenverklaring van een feit mede redengevend wordt geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat de verdachte bij één of meer andere strafbare feiten betrokken was. De vraag of de redengevendheid van dergelijk – in diverse varianten voorkomend – schakelbewijs begrijpelijk is, moet worden beoordeeld in het licht van de gehele bewijsvoering ( vgl. Hoge Raad 1 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1455). Daarbij kan van belang zijn of en in hoeverre de wijze waarop en de omstandigheden waaronder de onderscheidene feiten zijn begaan, op essentiële punten overeenkomen (vgl. Hoge Raad 26 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1303).
Het Hof stelt vast dat de aangiftes van [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] niet, althans naar het oordeel van het Hof, onvoldoende, door de overige bewijsmiddelen in het dossier worden ondersteund.
Het Hof zal eerst ingaan op de vraag of de verklaringen van [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] als betrouwbaar kunnen worden aangemerkt. Indien dat het geval is, zal het Hof beoordelen of de verklaringen in dit geval over en weer als schakelbewijs kunnen dienen.
Het Hof overweegt als volgt.
Betrouwbaarheid van de verklaringen
1
1. Verklaring [benadeelde partij 1]
De verklaring van [benadeelde partij 1] is aan het licht gekomen tijdens een intensieve training van de Marine, waarbij de jongens moe worden gemaakt tot ze hun limit bereiken. [benadeelde partij 1] zat er op enig moment fysiek doorheen, waarna een begeleider met hem begon te praten. [benadeelde partij 1] heeft het in die situatie – op de vraag waarom hij geen honkbaltraining meer deed - verteld. Vervolgens is hij er met anderen over gaan praten en is ertoe gekomen om aangifte te doen tegen de verdachte. Wat verder bijdraagt aan de betrouwbaarheid van de verklaring van [benadeelde partij 1] is de verklaring van zijn moeder. Hun verklaringen komen op een belangrijk detail overeen, namelijk ten aanzien van het voorstel van de verdachte om samen met [benadeelde partij 1] een vlieger bij hem, verdachte, thuis te gaan maken, waar de moeder van [benadeelde partij 1] op ingaat en waarover [benadeelde partij 1] ook verklaart dat de verdachte hem die dag seksueel heeft misbruikt. Hierbij is bovendien relevant dat de moeder verklaart dat [benadeelde partij 1] de dag erna niet opnieuw met de verdachte mee wil gaan. Behalve door zijn moeder wordt de verklaring van [benadeelde partij 1] ook ondersteund door de verklaring van korporaal [getuige 1] die verklaart dat [benadeelde partij 1] na een intensieve training aan hem vertelde dat hij seksueel was misbruikt en vervolgens moe en misselijk werd.
Bij de rechter-commissaris handhaaft [benadeelde partij 1] zijn verklaringen.
Hier staat de ontkennende verklaring van de verdachte tegenover, die over het maken van een vlieger met het slachtoffer wisselend verklaart, en ter terechtzitting in eerste aanleg geheel ontkent dat hij een vlieger met het slachtoffer heeft gemaakt. Feitelijk biedt dit laatste steun aan de verklaring van [benadeelde partij 1], die heeft verklaard dat ze die dag geen vlieger hebben gemaakt maar dat hij seksueel is misbruikt door de verdachte.
2Verklaring [benadeelde partij 2] In het geval van [benadeelde partij 2] is zijn verklaring naar buiten gekomen naar aanleiding van een psychose en behandeling door een psycholoog. Zijn verklaring vindt op onderdelen steun in de hiervoor aangehaalde verklaringen van zijn ouders, zijn vriend [getuige 2]en informatie van zijn behandelend psychiaterDe moeder van [benadeelde partij 2] verklaart dat de verdachte [benadeelde partij 2] voor de honkbal kwam ophalen en hem ook weer naar huis bracht, en dat [benadeelde partij 2] soms alleen in de auto met verdachte was
Ook [benadeelde partij 2] heeft bij de rechter-commissaris zijn eerdere verklaringen gehandhaafd.
De verklaring van de verdachte op dit punt is daarentegen niet consistent. Hij verklaart bij de politie dat hij [benadeelde partij 2] nooit bij zijn huis heeft opgehaald en naar zijn huis heeft meegebracht. Ter terechtzitting in eerste aanleg en hoger beroep verklaart hij dat hij [benadeelde partij 2] respectievelijk twee en drie keer bij zijn huis opgehaald heeft.
Het Hof acht verder van belang dat [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] bij de rechter-commissaris desgevraagd ieder voor zich hebben verklaard dat zij niet met de ander over het doen van aangifte tegen de verdachte hebben gesproken en dat zij van elkaar ook niet wisten dat de verdachte de ander ook had misbruikt.
Een reden voor [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] om te liegen of de verdachte vals te beschuldigen is niet aannemelijk geworden.
Gelet op al het voorgaande acht het Hof de verklaringen van de slachtoffers zoals gedaan in hun aangiften authentiek en betrouwbaar, zodat het Hof uit zal gaan van de gebeurtenissen zoals zij ze die daarin hebben beschreven.
Gebruik verklaringen als schakelbewijs
Het Hof ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of door middel van schakelbewijs aan het bewijsminimum zou kunnen worden gekomen. In dit kader overweegt het Hof als volgt.
Dictum
De advocaat van de benadeelde partijen, mr. J.F.M. Zara heeft tijdens de procedure in eerste aanleg Afl. 250,- aan proceskosten namens beide benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] gevorderd. In afwezigheid van de advocaat heeft de moeder van de benadeelde partij [benadeelde partij 2], mw. [moeder van benadeelde 2], het woord gevoerd. Zij kon desgevraagd niet het verzochte bedrag aan proceskosten in hoger beroep aangeven.
De raadsvrouw heeft de verzochte proceskosten betwist.
Ten aanzien van de door de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] gemaakte proceskosten overweegt het Hof als volgt.
Het Hof zal die proceskosten naar maatstaven van billijkheid tot op heden begroten op een bedrag van Afl. 250,- per benadeelde partij.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:62, 1:78 en 1:133 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
Dictum
Het Hof:
vernietigt het vonnis van het Gerecht van 21 maart 2024 en doet opnieuw recht;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde feiten heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) jaren;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
Benadeelde partij [benadeelde partij 1]
wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
geleden schade toe tot een bedrag van Afl. 22.120,- (zegge: tweeëntwintigduizend honderdtwintig gulden), en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van Afl. 22.120,- (zegge: tweeëntwintigduizend honderdtwintig gulden), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 145 (honderdvijfenveertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;
bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan het Land daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan het Land in zoverre komt te vervallen;
veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [benadeelde partij 1] gemaakt, tot op heden begroot op Afl. 250,- (zegge: tweehonderdvijftig gulden).
Benadeelde partij [benadeelde partij 2]
wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
geleden schade toe tot een bedrag van Afl. 22.340,- (zegge: tweeëntwintigduizend driehonderdveertig gulden), en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van Afl. 22.340,- (zegge: tweeëntwintigduizend driehonderdveertig gulden), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 145 (honderdvijfenveertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;
bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan het Land daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan het Land in zoverre komt te vervallen;
veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [benadeelde partij 2] gemaakt, tot op heden begroot op Afl. 250,- (zegge: tweehonderdvijftig gulden).
Dit vonnis is gewezen door mrs. J.A.W. van ’t Westeinde, M.L.A. Angela en H.M.E. Tebbenhoff Rijnenberg, leden van het Hof, bijgestaan door mr. T.M.A.D. de Lanoy, (zittings)griffier, en op 11 juni 2025 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao met een directe beeld- en geluidsverbinding met het gerechtsgebouw in Aruba.
Bijlage
Bewijsmiddelen
Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.
Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in de eindprocessen-verbaal van het Korps Politie Aruba (Divisie Centrale Recherche, Sectie Jeugd- en Zedenpolitie) d.d. 28 september 2023, geregistreerd onder de onderzoeksnamen “[onderzoeksnaam]” en “[onderzoeksnaam]”.
Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Aruba.
1. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 9 juni 2023 ([onderzoeksnaam] bijlage 1), voor zover inhoudende, als
verklaring van aangever [benadeelde partij 1]
, -zakelijk weergegeven-:
Toen ik klein was werd ik seksueel misbruikt door mijn honkbalcoach. Om het beter te zeggen, ik werd verkracht.
V: Gebeurde dat 1 keer, meerdere keren of iets anders?
A: Meerdere keren.
V: Vertel mij eerst over de eerste keer?
Ik herinner mij dat wij de eerste keer bij de woning van die man waren gegaan. De naam van de man die mij seksueel misbruikte is, [de verdachte]. [de verdachte] was een honkbalcoach. Ik speelde honkbal en zat in het team genaamd ‘[honkbalteam]’. Ik was 10 jaar toen het voor het eerst gebeurde. Het gebeurde in de woning van [de verdachte]. Hij bracht mij naar zijn slaapkamer en wij bevoelden elkaar en dergelijk. Daarna begon hij mijn privé deel te zuigen. Daarna draaide hij mij om en penetreerde mijn anus met zijn penis.
V: Hoe was jij die dag bij zijn woning gegaan?
A: Ik herinner me dat hij mij die dag thuis had opgehaald om naar honkbal training te gaan.
V: Wat liet hem jou die dag thuis ophalen, of is het normaal dat hij jou ophaalt en naar training brengt?
In die periode had mijn moeder geen auto, dus zij had geen transport om mij naar training te kunnen brengen. Doordat de echtgenote van [de verdachte] een nicht van mijn moeder was vroeg mijn moeder aan [de verdachte] of hij mij thuis kon ophalen en naar training brengen. Mijn moeder wist niet wat er gaande was. Ik had eerst niet aan mijn moeder verteld wat aan de hand was. Op de dagen dat [de verdachte] mij seksueel misbruikte had ik het aan niemand verteld.
V: Wat gebeurde toen jullie bij zijn woning aankwamen?
A: Hij zei tegen mij om naar binnen te gaan. Ik stapte uit de auto en was binnen het huis gegaan.
V: Wie waren er nog meer bij die woning op dat moment?
A: Niemand meer.
V: Wat gebeurde toen jullie het huis binnengingen?
A: [de verdachte] was in zijn slaapkamer gegaan en ik was op de sofabank gaan zitten. Daarna had hij mij in zijn slaapkamer geroepen.
Inleiding
mstreeks de periode van het jaar 2012 tot en met het jaar 2016 te Aruba, met [benadeelde partij 2] ([benadeelde partij 2] 2004) die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij 2], hebbende hij, verdachte,
- zijn, verdachtes, penis in de mond van die [benadeelde partij 2] gebracht en/of gehouden en/of
- de penis van die [benadeelde partij 1] in zijn, verdachtes, mond gebracht en/of gehouden en/of
- die [benadeelde partij 2] zijn, verdachtes, penis laten aanraken en/of strelen en/of aftrekken en/of
- de penis van die [benadeelde partij 2] aangeraakt en/of afgetrokken;
6- hij meermalen, althans eenmaal, op of omstreeks de periode van het jaar 2012 tot en met het jaar 2016 te Aruba, (telkens) met [benadeelde partij 2] ([benadeelde partij 2] 2004) die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontucht heeft gepleegd,
bestaande die ontucht hierin dat hij verdachte, (telkens)
- zijn, verdachtes, penis in de mond van die [benadeelde partij 2] heeft gebracht en/of gehouden en/of
- de penis van die [benadeelde partij 2] in zijn, verdachtes, mond heeft gebracht en/of gehouden en/of
- die [benadeelde partij 2] zijn, verdachtes, penis heeft laten aanraken en/of strelen en/of aftrekken en/of
- de penis van die [benadeelde partij 2] heeft aangeraakt en/of afgetrokken,
terwijl die [benadeelde partij 2] aan zijn pupil was en/of aan zijn, verdachtes, zorg, opleiding of waakzaamheid was toevertrouwd.
Bewezenverklaring
Het Hof acht – op grond van de bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen – wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste heeft begaan, met dien verstande dat:
Zaak “[onderzoeksnaam]”
1
hij op tijdstippen in de periode van het jaar 2015 tot en met het jaar 2016 te Aruba, (steeds) door geweld of een andere feitelijkheid [benadeelde partij 1] ([geboortedatum] 2005) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij 1], hebbende hij, verdachte (steeds),
- zijn, verdachtes, penis in de anus of mond van die [benadeelde partij 1] gebracht en gehouden en
- de penis van die [benadeelde partij 1] in zijn, verdachtes, mond gebracht en gehouden en
- die [benadeelde partij 1] zijn, verdachtes, penis laten aanraken en strelen en aftrekken en
- de penis van die [benadeelde partij 1] aangeraakt;
en welk geweld of welke andere feitelijkheid (steeds) hierin heeft bestaan dat hij verdachte,
de hand van die [benadeelde partij 1] heeft vastgepakt en naar zijn, verdachtes, penis heeft gebracht en
de kleding en (onder)broek van die [benadeelde partij 1] heeft uitgetrokken en
het hoofd van die [benadeelde partij 1] in de richting van zijn, verdachtes, penis heeft gehouden en/of bewogen en het hoofd van die [benadeelde partij 1] vast heeft gehouden, terwijl zijn, verdachtes, penis in de mond van die [benadeelde partij 1] zat, en
onverhoeds zijn penis in de mond of anus van die [benadeelde partij 1] heeft gebracht en
misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overmacht en gezagsverhouding en afhankelijkheidsrelatie;
2
- hij op tijdstippen in de periode van het jaar 2015 tot en met het jaar 2016 te Aruba, (steeds) met [benadeelde partij 1] ([geboortedatum] 2005) die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij 1], hebbende hij, verdachte (steeds),
- zijn, verdachtes, penis in de anus of mond van die [benadeelde partij 1] gebracht en gehouden en
- de penis van die [benadeelde partij 1] in zijn, verdachtes, mond gebracht en gehouden en
- die [benadeelde partij 1] zijn, verdachtes, penis laten aanraken en strelen en aftrekken en
- de penis van die [benadeelde partij 1] aangeraakt;
3
hij meermalen in de periode van het jaar 2015 tot en met het jaar 2016 te Aruba, (telkens) met [benadeelde partij 1] ([geboortedatum] 2005) die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontucht heeft gepleegd, bestaande die ontucht hierin dat hij verdachte, (telkens)
- zijn, verdachtes, penis in de anus of mond van die [benadeelde partij 1] heeft gebracht en gehouden en
- de penis van die [benadeelde partij 1] in zijn, verdachtes, mond heeft gebracht en gehouden en
- die [benadeelde partij 1] zijn, verdachtes, penis heeft laten aanraken en strelen en aftrekken en
- de penis van die [benadeelde partij 1] heeft aangeraakt,
terwijl die [benadeelde partij 1] zijn pupil was en/of aan zijn, verdachtes, zorg of waakzaamheid was toevertrouwd;
Zaak "[onderzoeksnaam]"
4
hij op tijdstippen in de periode van het jaar 2012 tot en met het jaar 2016 te Aruba, (steeds) door geweld of een andere feitelijkheid [benadeelde partij 2] ([benadeelde partij 2] 2004) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij 2], hebbende hij, verdachte (steeds),
- zijn, verdachtes, penis in de mond van die [benadeelde partij 2] gebracht en gehouden en
- de penis van die [benadeelde partij 2] in zijn, verdachtes, mond gebracht en gehouden en
- die [benadeelde partij 2] zijn, verdachtes, penis laten aanraken en
- de penis van die [benadeelde partij 2] aangeraakt en afgetrokken;
en welk geweld of welke andere feitelijkheid (steeds) hierin heeft bestaan dat hij verdachte,
de kleding en/of (onder)broek van die [benadeelde partij 2] heeft laten uittrekken en
onverhoeds zijn, verdachtes, penis in de mond van die [benadeelde partij 2] heeft gebracht of de penis van die [benadeelde partij 2] in zijn, verdachtes, mond heeft genomen, en
op die [benadeelde partij 2] blijven inpraten, zodat die [benadeelde partij 2] bewogen werd tot het ondergaan van seksuele handelingen, en
misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overmacht en gezagsverhouding en afhankelijkheidsrelatie;
5
- hij op tijdstippen in de periode van het jaar 2012 tot en met 29 juli 2016 te Aruba, (steeds) met [benadeelde partij 2] ([benadeelde partij 2] 2004) die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij 2], hebbende hij, verdachte (steeds),
- zijn, verdachtes, penis in de mond van die [benadeelde partij 2] gebracht en gehouden en
- de penis van die [benadeelde partij 2] in zijn, verdachtes, mond gebracht en gehouden en
- die [benadeelde partij 2] zijn, verdachtes, penis laten aanraken en
- de penis van die [benadeelde partij 2] aangeraakt en afgetrokken;
6
hij meermalen in de periode van het jaar 2012 tot en met het jaar 2016 te Aruba, (telkens) met [benadeelde partij 2] ([benadeelde partij 2] 2004) die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontucht heeft gepleegd, bestaande die ontucht hierin dat hij verdachte, (telkens)
- zijn, verdachtes, penis in de mond van die [benadeelde partij 2] heeft gebracht en gehouden en
- de penis van die [benadeelde partij 2] in zijn, verdachtes, mond heeft gebracht en gehouden en
- die [benadeelde partij 2] zijn, verdachtes, penis heeft laten aanraken en
- de penis van die [benadeelde partij 2] heeft aangeraakt en afgetrokken,
terwijl die [benadeelde partij 2] zijn pupil was of aan zijn, verdachtes, zorg of waakzaamheid was toevertrouwd.
Het Hof acht niet bewezen he
Beoordeling
Het Hof stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat uit de verklaringen van [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] over de aard van de bij hen door verdachte verrichte handelingen, de locaties waar deze werden verricht, de tijdstippen, de wijze waarop ze door verdachte werden benaderd en hun relatie ten opzichte van verdachte een herkenbare specifieke modus operandus en context kunnen worden afgeleid.
Uit de bewijsmiddelen blijkt immers het volgende:
de slachtoffers waren jonge jongens tussen de circa 8 en 12 jaar oud;
de verdachte was honkbalcoach/trainer van de slachtoffers (pupillen) (geweest);
de verdachte had een zekere familieband met de slachtoffers (respectievelijk echtgenoot van een tante en vader van een nicht);
de slachtoffers waren op de momenten van misbruik aan de zorg of waakzaamheid van de verdachte toevertrouwd;
het seksueel misbruik vond de eerste keer plaats in de slaapkamer van de verdachte en op een later moment ook in de auto (een rode pick-up) van de verdachte;
het seksueel misbruik begon met het tonen van de ontblote penis van de verdachte en het daarbij indringend/volhardend inpraten op de slachtoffers om hem oraal te bevredigen;
het seksueel misbruik gaat vervolgens over in het (mede) betasten en oraal bevredigen van de slachtoffers door de verdachte;
het seksueel misbruik van beide jongens vindt deels in dezelfde periode en vindt in beide gevallen meerdere keren plaats;
het misbruik vindt veelal plaats op momenten waarop de verdachte gelegenheid heeft gecreëerd om alleen met de slachtoffers te zijn (zoals het nichtje opdragen te gaan baden ([benadeelde partij 1]), het aanbieden om een vlieger te gaan maken bij hem thuis ([benadeelde partij 1]) en m.n. het bieden van vervoer aan beide slachtoffers (o.a. in het kader van honkbaltraining).
de verdachte heeft de slachtoffers ieder voor zich 25 florin aangeboden in verband met (het stilhouden van) de ontuchtige handelingen.
De verdachte heeft verklaard dat hij (een periode) de honkbalcoach was van de jongens en dat hij ze thuis ophaalde, naar de training bracht en na de training thuis bracht.
De wijze waarop en de omstandigheden waaronder de onderscheiden feiten zijn begaan, komen naar het oordeel van het Hof op essentiële punten overeen. Dat maakt dat het Hof voorts van oordeel is dat de bewijsmiddelen die ten grondslag liggen aan het gepleegde misbruik door verdachte van [benadeelde partij 1], kunnen dienen als schakelbewijs voor het tenlastegelegde misbruik van [benadeelde partij 2] en vice versa.
Het Hof acht de tenlastegelegde feiten, gelet op de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen.
Bewijsverweren
De verweren van de raadsvrouw zullen, voor zover van belang, hieronder worden besproken.
Vooropgezet plan
De raadsvrouw van de verdachte heeft aangevoerd dat de verklaringen van de slachtoffers onbetrouwbaar zijn en dat sprake is van een vooropgezet plan. De aangevers hebben, in samenwerking met hun ouders, deze verhalen verzonnen teneinde van de verdachte af te komen. De reden is dat de familie van de overleden echtgenote van de verdachte hem niet kunnen uitstaan en sinds haar overlijden hem koste wat het kost uit de (familie)woning willen hebben.
Het Hof merkt ten eerste op dat deze suggesties op geen enkele wijze nader zijn onderbouwd. Ook het dossier biedt hiervoor geen enkele steun.
Het Hof acht deze toedracht ook niet aannemelijk gelet op het moment van overlijden van de echtgenote van de verdachte (jaar 2015) en het moment waarop door de slachtoffers aangifte van seksueel misbruik is gedaan (jaar 2023). Daartussen zit een periode van acht jaren. Niet valt in te zien waarom de familie van verdachtes echtgenote, als zij hem daadwerkelijk niet mogen, acht jaar hebben gewacht om met deze verklaringen naar buiten te komen.
Het Hof is van oordeel dat het alternatieve door de verdachte geschetste “scenario” dat sprake is van een (vermeend) complot tegen hem, zijn weerlegging vindt in de bewijsmiddelen. Het scenario wordt voorts als volstrekt onaannemelijk ter zijde geschoven.
Gescheiden beoordeling van de zaken (geen schakelbewijs)
De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep, onder verwijzing naar jurisprudentie, gesteld dat het gebruik van schakelbewijs in dit geval niet mogelijk is. Immers, de zaken zijn apart aanhangig gemaakt, zodat een bewezenverklaring uitsluitend op het wettig en overtuigend bewijs binnen het eigen feitencomplex kan worden gebaseerd.
Het Hof volgt de raadsvrouw hierin niet en verwijst in dit verband naar hetgeen hiervoor omtrent het gebruik van schakelbewijs is overwogen. In de door de verdediging aangehaalde jurisprudentie ziet het Hof geen aanleiding hier anders over te oordelen.
Nu de stelling van de verdediging geen steun vindt in het recht, verwerpt het Hof dit verweer.
Feitelijke onmogelijkheid tot het plegen van de handelingen zoals omschreven
De raadsvrouw heeft naar voren gebracht dat gelet op de feitelijke context, zoals het beperkte tijdsbestek van het vervoer, de vrijwel continue aanwezigheid van derden in de woning en de medische verklaring van dr. Mungra over de erectiestoornissen van verdachte, het plegen van de verweten handelingen uiterst onaannemelijk, zo niet onmogelijk maakt.
Het Hof overweegt als volgt.
Uit de (betrouwbaar geachte) verklaringen van [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] volgt dat de verdachte hen – eerst – in zijn woning en op latere momenten ook in zijn auto heeft misbruikt. Uit hun verklaringen blijkt verder dat op het moment van het misbruik in de woning, geen anderen (in de kamer waarin het misbruik plaatsvond) aanwezig waren. De enkele stelling dat er “vrijwel continue” derden in de woning aanwezig zouden zijn geweest, maakt niet dat het Hof twijfelt aan de verklaringen van [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] ten aanzien van de door hen beschreven momenten.
Evenmin acht het Hof de niet-nader-onderbouwde stelling dat er te weinig tijd zou zijn voor misbruik tijdens vervoer (naar het Hof begrijpt, in de auto van de verdachte van of naar de honkbaltraining) voldoende concreet om te twijfelen aan de verklaringen van aangevers. Zo heeft [benadeelde partij 1] verklaard dat ze na een training eerst andere kinderen naar huis hadden gebracht, waarna de verdachte met hem naar een zandweg reed alwaar het misbruik plaatsvond. Het Hof ziet geen reden om aan een dergelijke specifieke verklaring te twijfelen.
Tenslotte heeft de raadsvrouw gewezen op de medische verklaring van de huisarts van de verdachte, dr. M.P. Mungra (naar het Hof begrijpt de – ongedateerde – verklaring die door de verdediging als bijlage aan de brief van 6 juni 2024 (houdende onderzoekswensen), is gehecht). Uit deze verklaring volgt dat de verdachte seksuele beperkingen ervoer, hetgeen verdachtes verklaring bevestigt dat het feitelijk onmogelijk is geweest dat hij de aangevers seksueel heeft misbruikt, aldus de raadsvrouw.
Het Hof volgt ook dit standpunt van de raadsvrouw niet, reeds omdat in deze ongedateerde verklaring uitdrukkelijk staat vermeld dat dit “een suggestieve medische mening” van de betreffende arts betreft. Anders dan de raadsvrouw stelt, kunnen naar het oordeel van het Hof aan deze verklaring geen voor de verdachte ontlastende feiten of omstandigheden voor de onderhavige zaak worden ontleend. Andere stukken ter onderbouwing van gestelde beperkingen bij de verdachte zijn niet overgelegd.
Dictum
V: Hoe riep hij jou?
A: Hij riep, "Hey, bin. Bin un rato". ("Hey, kom eens even"). Ik liep toen naar zijn slaapkamer. Het eerste wat hij deed was de honkbalbroek die hij aanhad naar beneden trekken en zei tegen mij, "Toch E". ("Raak het aan").
V: Wat moest je aanraken?
A: Zijn blootgestelde penis.
V: Waar was hij toen hij zijn broek naar beneden deed?
A: Hij stond voor zijn bed.
V: Wat zag je toen hij zijn broek naar beneden deed?
A: Zijn penis.
V: Had hij toen een stijve penis, een slappe penis of iets anders?
A: Zijn penis stond slap. Terwijl ik die aanraakte was die stijf geworden. Ik was klein en ik wist niet wat ik moest doen.
V: Hoe had jij zijn penis aangeraakt?
A: Ik stond voor hem en deed niets. Hij pakte mijn hand vast, trok die naar zijn penis en begon zijn penis met mijn hand te strelen.
V: Met welke hand had hij jouw hand gepakt?
A: Met zijn linkerhand pakte hij mijn rechterhand en zette mijn hand bij zijn penis. Toen zijn penis stijf werd zei hij tegen mij om die te zuigen. Ik had zijn penis toen ongeveer 1 minuut lang gezogen en daarna zei hij tegen mij, "Stop". Ik stopte ermee en hij tilde mij op en zette mij, op mijn rug liggend, op het bed. Daarna trok hij mijn honkbalbroek en mijn boxershort uit en hij begon mijn penis te zuigen. Mijn penis stond niet stijf. Hij bleef mijn penis zuigen en ik lag daar gewoon naar het dak te kijken.
V: Wat deed hij terwijl jij bezig was zijn penis te zuigen?
A: Hij stond daar gewoon.
V: Hoe lang zoog hij jouw penis?
A: Niet lang. Daarna zei hij tegen mij om mijn lichaam on te draaien. Ik draaide toen op mijn buik op het bed en hij penetreerde mijn anus met zijn penis. Bij vroeg mij, "Bo gusta esaki?", (“Hou je hiervan?"), maar ik antwoorde hem niet.
V: Wat voelde jij toen hij zijn penis in jouw anus deed?
A: Ik voelde vies en wenste niet daar te zijn op dat moment. Hij stak zijn penis in mijn anus en het deed pijn.
V: Wat deed jij toen?
A: Ik kreunde van de pijn.
V: Wat zei hij toen tegen jou?
A: Niks, hij bleef zijn penis ongeveer 2 minuten lang, voorzichtig, in en uit bewegen in mijn anus. Daarna stopte hij daarmee en trok zijn broek weer omhoog. Daarna trok hij mijn broek omhoog. Wij waren daarna weer in de auto gegaan en waren naar het honkbalveld gegaan.
V: Hoe ging het vandaar af verder tussen [de verdachte] en jou?
A: Voor een tijdje was alles rustig gebleven, maar twee weken na het gebeurde was weer iets gebeurd. Die dag bracht mijn moeder mij naar het veld om te trainen en ‘s avonds, na training, bracht [de verdachte] mij naar huis. [de verdachte] had toen een ander route naar mijn huis genomen. Ik herinner dat hij die dag ook andere jongens lift naar huis had gegeven, maar ik herinner de namen van die jongens niet. Ik was als laatste met hem in de auto. Hij nam een ander route naar huis. Hij was eerst bij een chinees supermarkt gestopt en ging daar iets kopen. Daarna reed hij over een zandweg, ergens in de omgeving van Warawara, waar eind van elk jaar kerstverlichting aangezet wordt. Terwijl hij auto reed deed hij zijn broekrits open. Hij stopte de auto bij een donker plek en haalde zijn penis uit zijn broek. Hij zei tegen mij om zijn penis te zuigen. Ik zei nee. Hij zei tegen mij dat hij mij 25 Florin zal betalen als ik zijn penis zoog. Ik had toen zijn penis gezogen in de auto. Hij vroeg, "Bo guste?" Ik antwoorde niet. Hij zei tegen mij dat hij mij de 25 florin zal geven indien ik het aan niemand vertel. Hij gaf mij daarna de 25 florin en zei tegen mij. "Wak pabo no bisa niun hende". ("Zorg ervoor dat je aan niemand verteld"). Dat was de tweede keer.
V: En hoe ging dat?
A: Geforceerd. Hij forceerde mijn hoofd meer naar beneden, naar zijn penis toe om die te zuigen.
V: Wanneer was jij gestopt met zijn penis te zuigen?
A: Hij had zelf mijn hoofd weer omhooggetrokken.
V: En toen?
A: Toen zei hij, “Mi ta dunabo 25 florin pa bo no bisa niun hende”, (“Ik geef jou 25 gulden om aan niemand te vertellen”) en hij gaf mij 25 florin. Daarna bracht hij mij naar huis. Ik had over dat geval ook aan niemand verteld. Na die dag was alles weer rustig. Ik had veel haatgevoelens voor hem en wilde niet meer bij hem gaan.
V: Wanneer bevoelde hij jou?
A:
In het jaar 2015 of 2016 waren wij in [wijk] gaan wonen. Een paar maanden gingen voorbij waarna hij aan mijn moeder vroeg of ik een vlieger met hem wilde gaan maken. Mijn moeder vroeg aan mij of ik wilde en ik zei nee, maar mijn moeder liet mij toch een vlieger met [de verdachte] gaan maken. [de verdachte] kwam mij thuis ophalen en bracht mij naar zijn huis. Er was niemand bij zijn huis. Toen wij bij zijn huis aankwamen nam hij mij rechtstreeks naar zijn slaapkamer.
V: Hoe gebeurde dat?
A: Wij stapten uit de auto en ik was als eerst zijn huis binnen gegaan. Daarna zei [de verdachte] tegen mij, "Bai den kamer". Ik liep naar zijn kamer on hij liep mij achteraan. Eenmaal in zijn slaapkamer trok hij zijn korte broek naar beneden, haalde zijn peins tevoorschijn en zij tegen mij, "Chupe". Hij zei tegen mij dat hij mij weer 25 florin zal geven om zijn penis te zuigen. Hij liet mij toen zijn penis zuigen en ejaculeerde in mijn mond.
V: En toen?
A: Hij zei, "Ba guste?". Maar ik antwoorde hem niet. Ik spuugde zijn sperma uit mijn mond. Wij hadden die dag niet eens vliegers gemaakt.
V: Wat hadden jullie gedaan nadat hij klaargekomen was?
A: Ik was in de badkamer gaan overgeven en hij bleef in zijn slaapkamer. Op gegeven moment was zijn dochter en de meneer [betrokkene] thuisgekomen, maar toen was alles al voorbij. Ik wilde naar huis gaan maar [de verdachte] was met zijn dochter en meneer [betrokkene] aan het praten. Daarna bracht hij mij naar huis en hij gaf mij 25 florin.
V: Wie was de eerste persoon aan wie jij verteld hebt wat [de verdachte] met jou gedaan had?
A: Dat was vorig jaar, volgens mij in november, dat ik het aan mijn familie heb verteld. Voor die dag had ik het aan niemand verteld. Ik leed aan trauma voor wat [de verdachte] met mij deed en kreeg nachtmerrie over [de verdachte] van wat hij met mij deed. Dat liet mij veel haat leiden en ik probeerde daardoor zelfs vier keren een einde aan mijn leven te maken gedurende de nacht.
Vorig jaar, zat ik samen met mijn moeder, mijn stiefvader, mijn neven, mijn zus en mijn grootmoeder in de veranda aan het praten. Ik had toen tegen hun gezegd dat [de verdachte] rare dingen met me deed toen ik klein was en hij mij zijn penis liet zuigen. Alleen dat had ik gezegd.
2. Een proces-verbaal verklaring van de getuige [getuige 1] d.d. 9 juni 2023 ([onderzoeksnaam] bijlage 3), voor zover inhoudende, als
verklaring van de getuige [getuige 1]
, -zakelijk weergegeven-:
V: Wat had [benadeelde partij 1] tegen jou gezegd over wat er met hem was gebeurd?
A: Wij waren bezig met “Bivak marsen”. Bivak Marsen is een training. Wij moeten overal rondlopen. Op elke avond moeten wij op een andere plek slapen. Elke dag lopen wij ongeveer tien (10) of vijftien (15) kilometer van een plaats naar een andere plaats. Hierdoor worden de jongens van de Sociaal Vormingstraject (SVT) moe tot dat deze niet meer door kan gaan. Ze bereiken hun limiet. Dat is een gedeelte van de opleiding. Als je heel moe bent, wordt het heel moeilijk om goed na te denken. Hierdoor moet je jouw hersenen gebruiken om door te gaan. Bij dit geval waren wij twee (2) dagen bezig met Bivak marsen in de mondi. Wij klommen de hooiberg alweer op om de zon ondergaan te zien. De jongens waren helemaal moe. Toen wij terug naar beneden begonnen te lopen, merkte ik dat [benadeelde partij 1] heel moe was.
Inleiding
tgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsmiddelen
Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring. Omwille van de leesbaarheid zijn de door het Hof gebruikte bewijsmiddelen opgenomen in de bijlage bij dit vonnis.
Bewijsoverwegingen
Opmerking vooraf
Het Hof kan zich grotendeels verenigen met de bewijsoverwegingen van het Gerecht op pagina 7 tot en met 12 van het vonnis waarvan beroep, neemt deze dan ook over en maakt deze tot de zijne. Naar aanleiding van de terechtzitting in hoger beroep zal het Hof andere overwegingen van het Gerecht vervangen. Omwille van de leesbaarheid zal het Hof de bewijsoverwegingen in het geheel opnieuw hieronder in het vonnis opnemen met daarin zowel de overgenomen overwegingen van het Gerecht als de nieuwe overwegingen van het Hof.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De procureur-generaal acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 tot en met 6 ten laste gelegde feiten heeft begaan. Zij baseert zich daarbij op de aangiftes, die elkaar ondersteunen en op de specifieke modus operandi van de verdachte.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft – op gronden als verwoord in de pleitnota – vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde feiten wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Oordeel van het Hof
Het Hof stelt op grond van de bewijsmiddelen, de overige stukken van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting, de volgende feiten en omstandigheden vast.De aangever [benadeelde partij 1]Op 9 juni 2023 wordt door [benadeelde partij 1] (hierna: [benadeelde partij 1]) aangifte gedaan tegen de verdachte. In de aangifte wordt de verdachte beschuldigd van seksueel misbruik van [benadeelde partij 1], toen laatstgenoemde circa 10 tot 11 jaar oud was. Dit zou meerdere keren hebben plaatsgevonden.
De verdachte was in die tijd honkbalcoach. Toen de moeder van [benadeelde partij 1] geen auto meer had, vroeg zij aan de verdachte om [benadeelde partij 1] voor de honkbaltraining op te halen en daarna weer thuis te brengen. De eerste keer dat de verdachte hem thuis had opgehaald, gingen ze niet direct naar de honkbaltraining, maar bracht de verdachte [benadeelde partij 1] met een rode pick-up eerst naar zijn eigen woning. Daar zei de verdachte tegen [benadeelde partij 1] om mee naar binnen te gaan. Er was op dat moment verder niemand in huis. Op enig moment riep de verdachte [benadeelde partij 1] zijn slaapkamer in, trok zijn eigen honkbalbroek naar beneden en zei tegen [benadeelde partij 1] dat hij het (zijn penis) moest aanraken. De verdachte pakte [benadeelde partij 1] zijn hand vast, trok die naar zijn penis en begon zijn penis met [benadeelde partij 1] zijn hand te strelen. Vervolgens zei verdachte tegen hem dat hij zijn penis moest zuigen. Dat heeft [benadeelde partij 1] gedaan. Na 1 minuut werd hem gezegd te stoppen, toen tilde de verdachte hem op en zette hem op zijn rug liggend op het bed. Hij trok de broek en boxershort van [benadeelde partij 1] uit en hij begon zijn penis te zuigen. Daarna zei de verdachte dat [benadeelde partij 1] zich om moest draaien. [benadeelde partij 1] draaide zich op zijn buik en toen penetreerde de verdachte hem met zijn penis in zijn anus. Hij vroeg ‘Bo gusta esaki?’ (Hou je hiervan?). Hij bleef zijn penis ongeveer 2 minuten in en uit bewegen in zijn anus en daarna stopte hij. Ze zijn na het gebeuren in de auto naar het honkbalveld gegaan. [benadeelde partij 1] heeft verklaard dat hij in de auto bedacht dat hij naar huis wilde. Hij voelde zich vies.
Twee weken erna bracht de verdachte [benadeelde partij 1] na de training naar huis, samen met een paar andere jongens. [benadeelde partij 1] was als laatste met de verdachte in de auto. De verdachte nam een andere route naar huis. Terwijl hij reed deed hij zijn broekrits open, stopte de auto bij een donkere plek en haalde zijn penis uit zijn broek. Hij zei tegen [benadeelde partij 1] om zijn penis te zuigen. [benadeelde partij 1] weigerde, maar nadat de verdachte hem 25 florin zei te betalen als hij het zou doen, ging [benadeelde partij 1] toch overstag en zoog de penis van de verdachte. De verdachte vraagt “Bo guste?”. De verdachte forceerde het hoofd van [benadeelde partij 1] naar beneden, naar zijn penis toe, om die te zuigen. Hij gaf [benadeelde partij 1] 25 florin met de boodschap om het aan niemand te vertellen.
In 2015 of 2016 vroeg de verdachte aan de moeder van [benadeelde partij 1] of hij een vlieger met hem wilde maken. [benadeelde partij 1] wilde niet, maar zijn moeder liet hem toch gaan. De verdachte kwam hem ophalen en toen ze bij zijn huis kwamen nam hij hem mee naar zijn slaapkamer. Opnieuw trok hij zijn broek naar beneden, haalde zijn penis tevoorschijn en zei tegen [benadeelde partij 1] “chupe”. Hij heeft de penis van verdachte gezogen. De verdachte zei “Ba guste?” en hij ejaculeerde in zijn mond. Hij gaf [benadeelde partij 1] opnieuw 25 florin. Ze hadden die dag geen vlieger gemaakt, aldus [benadeelde partij 1].
[benadeelde partij 1] kreeg nachtmerries en hij leed aan een trauma naar aanleiding van het gebeuren. Tijdens een traject bij de Marine gaat het tijdens het onderdeel ‘bivak marsen’ mis zodra [benadeelde partij 1] tijdens een intensieve training moe en misselijk wordt. De getuige [de getuige] (korporaal) is hierover gehoord. Hij verklaart dat [benadeelde partij 1] op enig moment heel moe werd. Hij bleef bij hem en begon met hem te praten zodat hij bij bewustzijn bleef. Op de vraag waarom [benadeelde partij 1] geen honkbaltraining meer deed, antwoordde [benadeelde partij 1] dat hij met honkbal was gestopt doordat de trainer hem seksueel had aangeraakt. [benadeelde partij 1] begon ziek te worden, adem te verliezen en over te geven. Hij is naar de spoedeisende hulp gebracht.
De moeder van [benadeelde partij 1], [moeder van benadeelde partij 1], is ook als getuige gehoord. Zij verklaart dat [benadeelde partij 1] haar rond kerst of nieuwjaar heeft verteld van het misbruik. De verdachte was een bekende, de echtgenoot van haar (inmiddels overleden) nicht. De moeder verklaart dat [benadeelde partij 1] destijds voor de honkbaltraining elke maandag en woensdag door de verdachte werd opgehaald en daarna werd thuisgebracht. Daarnaast verklaart zij dat de verdachte haar een keer had opgebeld en had gezegd dat hij een vlieger ging maken en dat hij haar zoon zou komen ophalen. Ze vond dat een goed idee. De verdachte kwam [benadeelde partij 1] ophalen om een vlieger te maken. De volgende dag had de verdachte haar weer gebeld en wilde opnieuw [benadeelde partij 1] ophalen, maar [benadeelde partij 1] zei tegen haar dat hij niet meer met hem mee wilde gaan.
De aangever [benadeelde partij 2]
Enkele weken na de aangifte van [benadeelde partij 1], doet [benadeelde partij 2] (hierna: [benadeelde partij 2]) op 26 juni 2023 aangifte tegen de verdachte ter zake van seksueel misbruik. [benadeelde partij 2] was destijds ongeveer 8 jaar oud en hij was bij het huis van zijn nicht. De vader van zijn nicht, dat is de verdachte, zat alleen met [benadeelde partij 2] op zijn slaapkamer tv te kijken. De verdachte had zijn dochter, de nicht van [benadeelde partij 2], opgedragen om te gaan baden, waardoor [benadeelde partij 2] alleen met de verdachte was. Dat was de eerste keer, toen vroeg de verdachte of [benadeelde partij 2] ooit een penis had gepijpt.
Beoordeling
Het Hof acht niet aannemelijk geworden dat de verdachte in de bewezenverklaarde periode in het geheel niet in staat is geweest seksuele handelingen te verrichten.
De verweren worden verworpen.
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:197 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, het onder 2 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:199 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba en het onder 3 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:202 lid 1 juncto 2:210 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.
Het Hof stelt vast dat de bewezen verklaarde feiten 1, 2 en 3 steeds in eendaadse samenloop zijn begaan.
Het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde wordt daarom als volgt gekwalificeerd:
De eendaadse samenloop van
verkrachting, meermalen gepleegd
en
met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd
en
met iemand beneden de leeftijd van zestien jaar buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl hij het feit begaat tegen zijn pupil, of een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.
Het onder 4 bewezen verklaarde is - voor wat betreft de periode tot en met 14 februari 2014 - voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 248 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba (oud). Voor wat betreft de periode vanaf 15 februari 2014 is het onder 4 bewezen verklaarde voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:197 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.
Het onder 5 bewezen verklaarde is - voor wat betreft de periode tot en met 14 februari 2014 - voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 250 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba (oud). Voor wat betreft de periode vanaf 15 februari 2014 is het onder 5 bewezen verklaarde voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:199 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.
Het onder 6 bewezen verklaarde is - voor wat betreft de periode tot en met 14 februari 2014 - voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 253 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba (oud Voor wat betreft de periode vanaf 15 februari 2014 is het onder 6 bewezen verklaarde voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:202 lid 1 juncto 2:210 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba (nieuw).
Het Hof stelt vast dat de bewezen verklaarde feiten 4, 5 en 6 steeds in eendaadse samenloop zijn begaan.
Het onder 4, 5 en 6 bewezen verklaarde wordt daarom als volgt gekwalificeerd:
De eendaadse samenloop van
verkrachting, meermalen gepleegd
en
met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd
en
(tot en met 14 februari 2014) met iemand beneden de leeftijd van zestien jaar buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;
(vanaf 15 februari 2014) met iemand beneden de leeftijd van zestien jaar buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl hij het feit begaat tegen zijn pupil, of een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Oplegging van straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde
wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Met betrekking tot de ernst van het bewezen verklaarde wordt het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich, als een man van boven de 50 jaar, gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van twee jonge jongens. De verdachte was één van de trainers van het honkbalteam, waarbij de slachtoffers speelden. Beide slachtoffers kregen honkbaltraining van de verdachte. In dat verband haalde de verdachte de slachtoffers thuis op om naar de training te gaan en na afloop bracht hij hen terug naar huis. Onderweg naar de training stopte de verdachte bij zijn woning. Ook nam de verdachte na een training een andere – niet gebruikelijk – route naar huis. Op deze manier kreeg verdachte het steeds voor elkaar dat hij in zijn auto dan wel in zijn woning alleen met de slachtoffers was. De handelingen van de verdachte bestonden onder andere uit het seksueel binnendringen van het lichaam.
De verdachte heeft absoluut geen rekening gehouden met de belangen, de gevoelens en het welzijn van de jonge slachtoffers en uitsluitend gehandeld ter bevrediging van zijn eigen lustgevoelens. Met zijn handelen heeft de verdachte op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van de slachtoffers. Als volwassene, en als sporttrainer, had hij terughoudendheid in het contact met de slachtoffers moeten betrachten en zich moeten onthouden van seksueel contact met hen. De verdachte heeft zijn positie als trainer misbruikt om zijn wil aan de slachtoffers op te leggen en zo een situatie te creëren waaraan zij zich niet konden onttrekken en onder dwang van de verdachte hebben moeten dulden dat hij ongewenste handelingen met hen pleegde. Behalve het feit dat de verdachte honkbaltrainer was van de slachtoffers, stond hij ook in familierechtelijke betrekking tot hen. Immers, zijn overleden echtgenote was familie van de slachtoffers en hun ouders. Door te handelen zoals hij heeft gedaan, heeft de verdachte het in hem gestelde vertrouwen, waaronder ook het vertrouwen van de ouders van de slachtoffers, ernstig geschonden.
Het behoeft geen betoog dat deze handelwijze van de verdachte als uiterst verwerpelijk moet worden gekwalificeerd. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van seksueel misbruik gedurende langere tijd nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden. Ook bij de slachtoffers is dit het geval. Uit de ter terechtzitting, op indringende wijze, gegeven toelichting door de slachtoffers blijkt dat het handelen van de verdachte een zeer grote impact op hun leven heeft en dat zij nog steeds de nadelige gevolgen van het misbruik ondervinden en met zich mee dragen. Ook voor de ouders van de slachtoffers zijn de gevolgen van het handelen van de verdachte groot geweest.
Dictum
[benadeelde partij 1] zei tegen mij dat hij zich misselijk voelde. Ik besloot samen met hem te blijven. Ik zag dat hij inderdaad misselijk was. Ik bleef met hem praten zodat hij bewust bleef. De vermoeidheid begon met zijn hersenen te werken. Hij begon slingerend van links naar rechts naar beneden te lopen. Ik bleef met hem praten en vroeg hem of hij voetbal speelde. Hij zei tegen mij dat hij honkbal speelde. Ik vroeg hem voor welke honkbalclub hij speelde. Hij had de naam van de club gezegd. Nu herinner ik me de naam niet. Hij zei dat hij vroeger trainde. Ik vroeg hem waarom hij honkbal niet meer trainde. Hij antwoordde mij dat hij met honkbal was gestopt doordat een meneer hem seksueel had aangeraakt en dat de meneer zijn trainer was. Ik vroeg hem als hij zijn moeder hierover had verteld. Hij zei tegen mij dat hij eerst niet kon, omdat de meneer een familie is van zijn moeder. Volgens mij gebeurde dit toen hij tien (10) jaar was. Op dat moment waren wij bijna naar beneden. Vervolgens begon [benadeelde partij 1] ziek te worden. Hij begon over te geven en adem te verliezen. De andere Corporal begon hem te behandelen. Vervolgens werd hij naar de spoedeisende hulp overgebracht.
3. Een proces-verbaal zaakgericht verhoor d.d. 9 september 2023 ([onderzoeksnaam] bijlage 8), voor zover inhoudende, als verklaring van de verdachte [de verdachte], -zakelijk weergegeven-:
V: Hoe goed ken jij [benadeelde partij 1]?
A: Ik ken [benadeelde partij 1] van toen hij honkbal speelde. Hij had voor een kleine periode voor mij honkbal gespeeld. Ik was toen zijn honkbalcoach.
V: Wanneer begon jij [benadeelde partij 1] honkbal trainingen te geven?
A: Volgens mij was het toen hij zeven (7) of acht (8) jaar oud was. Of toen hij negen (9) of tien (10) jaar oud was. Ik was de coach van de categorie van zeven (7)/acht (8) en negen (9)/tien (10).
V: Hoe ging [benadeelde partij 1] naar de honkbal trainingen?
A: Ik ging hem bij zijn grootmoeders huis ophalen en bracht hem naar de trainingen, en daarna werd hij door mij terug naar zijn grootmoeder thuisgebracht.
4. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 13 juli 2023 ([onderzoeksnaam] bijlage 1), voor zover inhoudende, als
verklaring van aangever [benadeelde partij 2]
, -zakelijk weergegeven-:
V: Vertel alles wat er was gebeurd?
A: Het gaat over een zaak van seksueel misbruik. Toen ik klein was, ongeveer 8 jaar oud, was ik bij het huis van mijn nicht. Ik kan mij niet meer precies herinneren wat er allemaal gaande was, maar wel dat mijn nicht moest gaan baden. Mijn nicht ging baden. Haar vader had tegen haar gezegd om te gaan baden. Ik bleef dan alleen met haar vader in de slaapkamer. Wanneer wij in de slaapkamer waren, had haar vader geen hemd aan. Hij lag in een gelounged positie op het bed. De televisie was aan. Dat was die allereerste keer dat hij een rare ding met mij had gedaan. Wat ik met dat bedoel is dat hij aan mij had gevraagd of ik ooit een penis had gepijpt. Hij bleef volharden op een autoritaire manier. Hij vroeg aan mij of ik ooit de smaak van een penis had geproefd. Dat het naar niets smaakte en zulke dingen. Ik bleef gewoon naast hem, maar ik voelde mij heel raar, want ik wist dat dit niet goed was. Ik was wel een klein kind, maar ik wist het. Ten eerste, het gaat over een man tegenover een andere man. Ten tweede, wij waren familie van elkaar. Ten derde, je moet mijn leeftijd weten. Hij ging zo door en het verliep tot het punt dat zijn penis was uit. Hij bleef volharden dat het naar niets smaakte. Hij begon mij langzamerhand in die richting te sturen. Beetje bij beetje, want ik zag hem als de autoriteit, hij was bijna als een vader voor mij, wat hij zei kon niet slecht zijn, want hij was de volwassen. Beetje bij beetje ging hij door tot het punt dat hij aan mij vroeg om hem te pijpen. Ik probeerde omheen te draaien, maar het bleef alsof ik geen ander optie had. Ik probeerde op de televisie te focussen, maar je kan iemand die naast jou met een blote penis is negeren (Het Hof begrijpt: niet negeren). Hij bleef volharden totdat ik had toegegeven. Ja, het was gebeurd. Het was alsof ik het niet wou doen, maar je weet niet of je iets goed of slecht aan het doen bent. Hierna begon hij mijn gedeelte te betasten. Mijn intieme gedeelte. Doordat mijn nicht ging douchen had het ongeveer 10 of 11 minuten geduurd. Dat was mijn eerste keer in elke wijze van spreken. Mijn nicht was toen klaar met douchen en alles was gestopt. Alles werd weer normaal. Ik kan de tweede keer niet precies meer herinneren maar dat was gauw daarna gebeurd. De tweede keer was hetzelfde gebeurd. De tweede keer wou hij meer van mij zien. Ik begon weer erom heen te draaien want ik wist niet wat ik moest doen. Ik wist niet wat te doen en ik was 8 of 9 jaar oud en ik had weer toegegeven. Wanneer ik had toegegeven wist weer niet of ik iets goed of slechts aan het doen was. Ik was daar met mijn ding uit. Mijn penis uit en hij begon mij te betasten. Zonder vragen te stellen begon hij mij af te trekken. Ik weet niet meer wat er daarna was gebeurd. Het was wel alsof ik bevroren was. Het kwam tot het punt dat hij mij begon te pijpen. Hij bleef het over hebben dat hij het sap moest extraheren. Dat was hoe de tweede keer was beëindigd. Ik kan niet precies herinneren of ik hem ook had gepijpt. Ik had dat de eerste keer wel al gedaan dus voor de tweede keer zou dat niets meer betekenen. Het duurde een tijdje voordat de derde keer was gebeurd. Na de derde keer kwam de vierde al aan. Na de derde keer kan ik herinneren dat het was erg veel gebeurd. Het kwam tot het punt dat ik op de [school] was gaan studeren. Ik was op school en ik had niemand om mij van school te halen. Hij had voorgesteld om mij te komen ophalen. De brave vent die [benadeelde partij 2] van school kon ophalen. Ik wou niet dat hij mij van school kwam ophalen want ik voelde mij niet comfortabel. Ik wou niet dat het zou herhalen. Kijk maar naar mijn postuur. Ik had hem nooit geduwd of agressief tegenover hem geworden. Ten eerste, dat is mijn karakter niet. Ten tweede, ik heb de kracht niet om dat te doen en ik was een kind. Die dingen gebeurden elke keer tegenkwam en dat wij alleen waren. Hij bleef volharden om mij te betasten. Hij vroeg of mijn ding was gegroeid en zulke dingen. Ik wil over het laatste geval vertellen. Hij kwam mij ophalen. Hij was aan het besturen en hij begon mij aan mijn intieme gedeelte te betasten. Hij deed dat gedurende het ritje thuis. Bijna het hele ritje thuis. Toen wij thuiskwamen begon ik mij aftevragen of ik fout was. Ik vroeg mij af of dat door mij aan het gebeuren was. Ik was verward. Het kwam tot het punt dat ik dacht dat ik homoseksueel was. Na een hele lange periode kwam ik erachter dat dat niet het geval is. Om terug te gaan. Hij bracht mij thuis nadat hij mij van school had opgehaald en hij was samen met mij in mijn huis gegaan. Hij was met mij in mijn slaapkamer gegaan. Ik probeerede in de keuken te gaan naar hij liep mij achterna. Hij bleef volharden, hij vroeg om hem mijn ding te laten zien en om het te gaan doen. Ik kwam tot het punt dat ik mijn broek omlaag had getrokken en ik was weer in die situatie gekomen. Hij begon mij die dag weer te pijpen. Ik kan mij niet herinneren hoe vaak dat was gebeurd. Dit was de ergste. Ik was samen met hem bij zijn woning gegaan. Ik weet niet of jullie net standje ‘69’ kennen maar hij had letterlijk dat met mij gedaan. Ik wist echt niet of ik iets slechts of goed aan het doen was. Ik bleef altijd denken hoe het kwam dat ik als man toch een erectie had. Dat betekent dat ik ervan hou. Het kwam tot het punt dat wanneer hij aankwam wordt mijn penis stijf. Ik was voor een lange periode verward gebleven. Wij hadden het nooit beëindigd. Het was gestopt na de eerste klas bij [school]. Elke keer dat ik hem zag en dat wij alleen waren kwam hij iets doen. Ik vermoed dat hij was gestopt omdat ik ouder werd en dat ik iets gevaarlijker werd voor hem. Hoe ouder ik werd, hoe meer bewust ik werd. Alles was gebeurd toen ik nog zo jong was maar ik zal niet altijd jong blijven.
Inleiding
Hij bleef dat volharden op een autoritaire manier en vroeg of hij ooit de smaak van een penis had geproefd. [benadeelde partij 2] was nog een klein kind maar wist dat het niet goed was. Ze waren familie van elkaar. De verdachte bleef volharden en het kwam tot het punt dat hij zijn penis uit zijn broek had. Hij begon [benadeelde partij 2] langzamerhand in die richting te sturen. [benadeelde partij 2] zag hem als de autoriteit, hij was bijna als een vader voor hem en wat de verdachte zei kon niet slechts zijn want hij was de volwassene. Hij bleef aandringen tot het punt dat hij [benadeelde partij 2] vroeg om hem te pijpen. [benadeelde partij 2] probeerde er omheen te draaien, maar het leek alsof hij geen andere optie had dan het te doen. Hij bleef volharden totdat [benadeelde partij 2] toegaf. Daarna begon de verdachte [benadeelde partij 2] zijn intieme gedeelte te betasten.
Korte tijd later wilde de verdachte meer van [benadeelde partij 2] zien. [benadeelde partij 2] had weer toegegeven omdat hij niet wist wat hij moest doen. [benadeelde partij 2] had zijn penis uit zijn broek en de verdachte begon hem te betasten en af te trekken. De verdachte begon hem te pijpen en bleef het er over hebben dat hij het sap moest extraheren. Dat was hoe het die keer was beëindigd.
Het duurde een tijdje voordat de derde keer was, en na de derde keer kwam de vierde. [benadeelde partij 2] was op school en had niemand om hem op te halen. [benadeelde partij 2] wou niet dat hij hem kwam ophalen, hij wilde niet dat het zich ging herhalen. [benadeelde partij 2] had het postuur en het karakter niet om de verdachte van zich af te houden. De laatste keer was de verdachte aan het auto rijden en begon hij [benadeelde partij 2] zijn intieme gedeelte te betasten gedurende het ritje naar huis. Het gebeurde in de rode pick-up van de verdachte. Thuis aangekomen was hij samen met hem naar binnen gegaan, naar de slaapkamer van [benadeelde partij 2]. Verdachte bleef weer aandringen en [benadeelde partij 2] kwam op het punt dat hij zijn broek omlaag had getrokken. Verdachte begon hem te pijpen.
[benadeelde partij 2] verklaart dat het gebeuren hem voor een langere periode erg verward maakte. Hij wist niet of hij iets slechts of goeds aan het doen was. Het misbruik stopte toen [benadeelde partij 2] op [school] zat.
Bij de rechter-commissaris heeft [benadeelde partij 2] verklaard dat de verdachte hem op een gegeven moment Afl. 25,- heeft gegeven als betaling. Ze zaten in zijn pick-up, de verdachte had zojuist de penis van [benadeelde partij 2] afgetrokken.
De ouders van [benadeelde partij 2], [moeder van benadeelde partij 2] (moeder) en [vader van benadeelde partij 2] (vader), zijn als getuigen gehoord. De moeder verklaart dat [benadeelde partij 2] was opgenomen bij Respaldo, volgens haar op 18 mei 2023. Hij had een lichte psychose gekregen. Nadat ze met de psycholoog hadden gesproken, had de psycholoog hen gezegd dat [benadeelde partij 2] hen iets moet gaan vertellen. In het bijzijn van de psycholoog heeft [benadeelde partij 2] hen toen verteld dat hij seksueel werd misbruikt en hij noemde de naam [de verdachte] (de verdachte). Volgens de psycholoog was de oorzaak voor de psychose het seksueel misbruik, een trauma dat niet was behandeld. De moeder verklaart dat de verdachte [benadeelde partij 2] voor de honkbal kwam ophalen en hem ook weer naar huis bracht. Soms was [benadeelde partij 2] alleen in de auto. De verdachte ging [benadeelde partij 2] ook van school ophalen. Hij was de echtgenoot van de zus van haar ex-echtgenoot. De verdachte trainde [benadeelde partij 2] voor honkbal en was zijn honkbalcoach, aldus de vader.
[benadeelde partij 2] heeft verklaard dat hij een vriend van hem, [getuige 2] had verteld over het misbruik. [getuige 2] is als getuige gehoord bij de rechter-commissaris en heeft verklaard dat [benadeelde partij 2] hem had verteld dat toen hij rond 8, 9 of 10 jaar oud was, zijn ‘uncle’ started to touch him inappropriately. Hij heeft verklaard dat hij in juni 2023 naar Nederland is vertrokken en dat [benadeelde partij 2] voor die tijd een hard time had. Hij was kwetsbaarder.
In hoger beroep is namens [benadeelde partij 2] een brief van zijn behandelend psychiater overgelegd. Daarin staat vermeld dat [benadeelde partij 2] in de periode 19 mei 2023 – 14 juni 2023 opgenomen is geweest bij clinica Respaldo.
Verklaringen verdachte
De verdachte ontkent dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het seksueel misbruik van [benadeelde partij 1]. Hij verklaart honkbalcoach te zijn geweest bij de jeugd van [honkbalteam]. Hij heeft [benadeelde partij 1] 3 of 4 keer opgehaald voor de honkbal. Ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep verklaart de verdachte dat hij nooit met [benadeelde partij 1] een vlieger heeft gemaakt. Op de vraag waarom hij bij de politie heeft verklaard dat hij [benadeelde partij 1] heeft geholpen met het maken van een vlieger, thuis bij hem op de veranda, verklaart de verdachte vervolgens dat hij zich dat niet kan herinneren. De reden waarom [benadeelde partij 1] hem hiervan beschuldigt is omdat die familie hem niet mag en – zo verklaart hij ter terechtzitting in hoger beroep – hij nog steeds in het huis van (die familie van) zijn overleden echtgenote woont.
De verdachte ontkent dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de verweten gedragingen ten aanzien van [benadeelde partij 2]. Bij de politie verklaart de verdachte dat hij [benadeelde partij 2] nooit bij zijn huis heeft opgehaald en naar zijn huis heeft meegebracht. Ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep verklaart de verdachte dat hij [benadeelde partij 2] wel bij zijn huis opgehaald heeft.
Beoordeling
Het Hof rekent de verdachte dit alles zeer zwaar aan.
Naar het oordeel van het Hof kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een langdurige onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Bij de bepaling van de hoogte van de straf zoekt het Hof aansluiting bij de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijk rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt voor verkrachting waarbij eenmaal is gepenetreerd als indicatie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren gegeven. Daarbij is in die oriëntatiepunten aangegeven dat onder meer de jonge leeftijd van slachtoffers, het meermalen plegen en het misbruik maken van overwicht of vertrouwen strafverhogend zijn. Het Hof houdt in dit geval in belangrijke mate rekening met deze strafverhogende factoren.
Het Hof houdt bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf ten nadele van de verdachte rekening met zijn proceshouding. De verdachte heeft geen verantwoordelijkheid genomen voor wat hij de slachtoffers heeft aangedaan en wat de impact van zijn handelen is geweest. Integendeel, hij heeft zijn verantwoordelijkheid proberen te ontlopen door de slachtoffers in een kwaad daglicht te plaatsen. De verdachte heeft op de zitting aangevoerd dat de slachtoffers op hem liegen en dit alles een verzinsel van de familie van zijn overleden echtgenote is, omdat zij hem niet mogen en uit de familiewoning willen zetten. Het Hof neemt de verdachte dit zeer kwalijk.
Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het Hof acht geslagen op de strafkaart van de verdachte, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten onherroepelijk is veroordeeld, en de door en namens de verdachte naar voren gebrachte persoonlijke omstandigheden. In beiden ziet het Hof geen reden een lagere straf op te leggen.
Het Hof is, na één en ander te hebben afgewogen, van oordeel dat de ernst van het bewezen verklaarde onvoldoende tot uitdrukking komt in de door het Gerecht opgelegde en door de procureur-generaal gevorderde gevangenisstraf.
Het Hof is – met eenparigheid van stemmen – tot de slotsom gekomen dat een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.
Verzoek van de verdachte
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep tijdens zijn laatste woord verklaard dat hij al jaren met erectieproblemen kampt, zodat het onmogelijk is dat hij de twee slachtoffers seksueel heeft misbruikt. Om zijn onschuld te bewijzen, heeft hij het Hof verzocht om hem in de gelegenheid te stellen een onderzoek op het gebied van erectiestoornissen te ondergaan.
Het Hof overweegt als volgt.
Het verzoek van de verdachte tot het laten verrichten van een deskundigenonderzoek wordt afgewezen, nu de noodzaak van dit onderzoek, mede gezien de onderbouwing van het verzoek, niet is gebleken. Het verzochte onderzoek zou enkel inzicht verschaffen in de huidige gezondheidssituatie van de verdachte, inclusief eventuele afwijkingen of onregelmatigheden, en niet zijn medische situatie ten tijde van de ten laste gelegde periode van ongeveer tien jaren geleden (jaar 2012- 2016) waarop de beschuldigingen van feiten 1 t/m 6 zien. Eventuele actuele resultaten zijn gelet daarop niet van belang voor enig door het Hof te nemen beslissing.
Schadevergoeding
Benadeelde partij [benadeelde partij 1]
De benadeelde partij [benadeelde partij 1] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt Afl. 50.000,-, bestaande uit Afl. 2.120,- aan materiële schade en Afl. 47.880,- aan immateriële schade.
De vordering van de benadeelde partij is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van Afl. 17.120,-, waarvan Afl. 2.120,- aan materiële schade en Afl. 15.000,- aan immateriële schade. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
Desgevraagd heeft de benadeelde partij aangegeven geen actuele gegevens met betrekking tot gemaakte kosten over kunnen leggen. Hij heeft psychologische behandelingen waarvoor een ‘estimate’ was gegeven, gevolgd.
Benadeelde partij [benadeelde partij 2]
De benadeelde partij [benadeelde partij 2] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt Afl. 47.660,-, bestaande uit Afl. 7.680,- aan materiële schade en Afl. 42.320,- aan immateriële schade.
De vordering van de benadeelde partij is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van Afl. 17.340,-, waarvan Afl. 2.340,- aan materiële schade en Afl. 15.000,- aan immateriële schade. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
Ook deze benadeelde partij heeft desgevraagd aangegeven geen actuele gegevens met betrekking tot gemaakte kosten over te kunnen leggen en aangegeven dat hij wil dat de zaak tot een einde komt. Hij heeft de eerder begrote behandelingen gevolgd, maar de behandeling is nog niet klaar.
Standpunt openbaar ministerie
De procureur-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] tot een bedrag van Afl. 22.120,-, waarvan Afl. 2.120,- aan materiële schade en Afl. 20.000,- aan immateriële schade.
De procureur-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] tot een bedrag van Afl. 36.240,-, waarvan Afl. 6.240,- aan materiële schade en Afl. 30.000,- aan immateriële schade.
Standpunt verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen gelet op primair de bepleite vrijspraak en subsidiair de omstandigheid dat de vorderingen te ingewikkeld zijn en hierdoor een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren.
Het Hof overweegt als volgt.
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het Hof – evenals het Gerecht – genoegzaam gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde partij 1] als gevolg van verdachtes onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van Afl. 2.120,-. Gelet op de verklaring van de benadeelde partij in hoger beroep, acht het Hof voldoende aannemelijk geworden dat de in eerste aanleg als ‘estimate’ weergegeven kosten, daadwerkelijk zijn gemaakt. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het Hof – evenals het Gerecht – genoegzaam gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde partij 2] als gevolg van verdachtes onder 4, 5 en 6 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van Afl. 2.340,-. De benadeelde partij heeft ter zitting in hoger beroep verklaard dat hij de begrote sessies heeft ondergaan en dat de behandeling nog gaande is. Nu niet nader kon worden onderbouwd welk bedrag de benadeelde partij precies aan kosten heeft gemaakt, schat het Hof deze (vooralsnog, net als het Gerecht) op het bedrag van Afl. 2.340,-, zoals weergegeven in de brief van mw. M. Lopez, GZ-psycholoog d.d. 29-02-2024.
Dictum
Hij kon het niet meer zo met mij doen. Zo was het gestopt. Ik weet niet wat voor details meer ik kan vertellen."
V: Wat is de naam van jouw nicht?
A: [nicht].
V: Wat is de naam van haar vader?
A: [de verdachte]. Hij had die dingen met mij gedaan. Wij noemen hem [de verdachte].
V: Je zei dat de eerste keer was de ergste, waar was dat gebeurd?
A: Bij hem thuis.
V: Wat voor auto reed [de verdachte]?
A: Het was een oude pick-up. Het was rood. Bij deed het met mij in zijn pick-up, bij mij thuis en bij hem thuis. Hij parkeerde zijn pick-up onderweg naar mijn huis.
V: Hoeveel keren was het allemaal ongeveer gebeurd?
A: Meer dan tien keren.
5. Een proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 18 september 2024 (los stuk), voor zover inhoudende, als
verklaring van [benadeelde partij 2]
, -zakelijk weergegeven-:
Op een gegeven moment heeft [de slachtoffer] (Het Hof begrijpt: de verdachte) mij Afl 25,- gegeven als betaling. Ik kan niet herinneren wanneer dat was. We zaten in zijn pick-up en wij waren onderweg naar mijn huis. Hij had toen haast, hij had geen plek om te stoppen, hij was aan het rijden. Ik herinner dat we onderweg waren naar huis van Santa Cruz langs Mundo Nobo. Het was in de avond bijna zonsondergang. Hij kon toen niet stoppen. Hij begon aan mijn penis te wrijven, terwijl hij aan het rijden was. Hij deed mijn rits omlaag. Hij begon mij af te trekken met zijn rechterhand. Toen we bij de kruising Taliwan waren, was hij gestopt met het aftrekken. Hij werd stil. Hij keek rond en zag dat er geen andere auto aankwam. Hij gaf mij toen Afl 25,-.
6. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg op 29 februari 2024, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:
Ik was vanaf 1991 tot 20 mei 2015 honkbalcoach onder meer bij de [honkbalteam] voor de jeugdteam leeftijdscategorie zeven (7) tot negen (9) jaar en dertien (13) tot vijftien (15) jaar.
Op 20 mei 2015 ben ik gestopt als honkbalcoach, omdat wij te weten zijn gekomen dan mijn vrouw ziek was. Toen ik honkbalcoach was, haalde ik de pupillen thuis op om naar de trainingen te gaan. Toen ik honkbalcoach was had ik een groene [automerk/model] (het Hof begrijpt: een pick-up) en een rode [automerk/model] (het Hof begrijpt: een pick-up).
Ik maak wel vliegers, maar ik heb nooit samen met [benadeelde partij 1] een vlieger gemaakt.
Ik heb [benadeelde partij 1] drie of vier keer opgehaald om naar de honkbaltraining te gaan.
Ik heb [benadeelde partij 2] twee keer opgehaald, omdat zijn vader ook coach is en hem niet naar de honkbaltraining kon brengen. [benadeelde partij 2] woont niet ver van het veld. Dat is de reden waarom ik hem en andere kinderen ophaalde.
Proces-verbaal verklaring van de getuige [moeder van benadeelde partij 1] d.d. 9 juni 2023 ([onderzoeksnaam] bijlage 2).
Proces-verbaal verklaring van de getuige [getuige 1] d.d. 9 juni 2023 ([onderzoeksnaam] bijlage 3).
Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris van [benadeelde partij 1] d.d. 12 juli 2024.
Processen-verbaal verklaring van de getuigen [moeder van benadeelde partij 2] en [vader van benadeelde partij 2], beiden d.d. 1 september 2023 ([onderzoeksnaam] bijlagen 2 en 3).
Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris van [getuige 2] d.d. 14 november 2024.
Brief d.d. 22 augustus 2024 van dr. N.A. Kingsale, psychiater.
Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris van [benadeelde partij 2] d.d. 18 september 2024.
Processen-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris van [benadeelde partij 1] d.d. 12 juli 2024 en [benadeelde partij 2] d.d. 18 september 2024.
Het huidige Wetboek van strafrecht van Aruba is op 15 februari 2014 in werking getreden (AB 2014, nr.12).
Brief d.d. 27 februari 2024 van Psyched Aruba.