Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius e
2025-07-08
ECLI:NL:OGHACMB:2025:220
Civiel recht
Hoger beroep
3,832 tokens
Volledig
Burgerlijke zaken over 2025
Registratienummers eerste aanleg: SXM202100095, SXM202100099, SXM202100100, SXM202100101, SXM 202100103
Registratienummers hoger beroep: SXM2023H00015, SXM2023H00016, SXM2023H00017, SXM2023H00018, SXM2023H00019
Uitspraak: 8 juli 2025
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
B E S C H I K K I N G
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
Trimerit N.V.,
gevestigd in Sint Maarten,
appellante, in eerste aanleg verweerster,
gemachtigde: mr. C.J. Koster,
tegen
1[geïntimeerde 1],
2[geïntimeerde 2],
3[geïntimeerde 3],
4[geïntimeerde 4],
5[geïntimeerde 5].
allen wonende in [woonplaats],
geïntimeerden, in eerste aanleg verzoekers,
gemachtigde: mr. P.A.M. Brandon.
Appellante wordt hierna Trimerit genoemd, geïntimeerden worden aangeduid als [geïntimeerde 1], [geïntimeerde 2], [geïntimeerde 3], [geïntimeerde 4]en [geïntimeerde 5] en gezamenlijk als de (vijf) werknemers.
1. Het verdere verloop van de procedure
1.1
Het Hof heeft op 13 maart 2024 een tussenbeschikking gewezen. In die tussenbeschikking is de zaak naar de rol verwezen voor uitlating partijen.
1.2
Op 21 augustus 2024 heeft Trimerit een akte ingediend met producties (tevens verzoek voor verweer in incidenteel beroep).
1.3
Op 23 oktober 2024 hebben de werknemers een antwoordakte genomen, met producties.
1.4
Daarop heeft Trimerit gereageerd bij akte uitlating producties van 19 maart 2025.
1.5
Beschikking is nader bepaald op vandaag.
2. De verdere beoordeling
verweerschrift tegen het incidenteel beroep
2.1
Trimerit heeft verzocht alsnog een verweerschrift in incidenteel beroep te mogen indienen. Dit betreft de loondoorbetaling van de werknemers in periode D (1 oktober 2021 tot 15 november 2023). Om beide partijen een gang naar de Hoge Raad te besparen zal het Hof Trimerit toestaan dit verweerschrift in te dienen. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de Hofrol in Sint Maarten van 27 augustus 2025 (meteen P3, nu Trimerit op deze wijze meer dan de gebruikelijke termijn de tijd heeft voor dit verweer), zonder gelegenheid voor de werknemers om daar op te reageren.
voortgang procedure
2.2
In de tussenbeschikking van 13 maart 2024 heeft het Hof overwogen (in 4.76) dat Trimerit berekeningen moet maken van het achterstallig loon waarop de werknemers nog recht hebben, waarna de werknemers daarop kunnen reageren. De uitgangspunten van die loonberekeningen zijn opgenomen in 4.71-4.74, waarbij in 4.72 vier perioden worden onderscheiden (periodes A tot en met D).
2.3
Trimerit heeft zich bij akte van 21 augustus 2024 uitgelaten over de uitgekeerde loonsubsidie en zij heeft berekeningen per werknemer overgelegd, echter niet over periode D, omdat zij zich over die periode nog wil uitlaten. Verder heeft Trimerit geen berekeningen gemaakt van de verschuldigde wettelijke verhoging en van de wettelijke rente, omdat “dit te gecompliceerd en te tijdrovend is” en geeft aan dit na de eindbeschikking te doen. Zij verzoekt om de datum van opeisbaarheid van de loonvorderingen te stellen op een bepaalde datum (in plaats van dit per quincena te bepalen, zo begrijpt het Hof).
2.4
De werknemers hebben bij antwoordakte onder meer aangevoerd dat de wijze waarop Trimerit de berekeningen heeft uitgevoerd niet beantwoordt aan de instructies van het Hof. Volgens de werknemers dient een payrollcalculatie gemaakt te worden van hetgeen Trimerit verschuldigd is aan de werknemers. Daarna moet aan de hand van loonstroken worden vastgesteld wat achterstallig is. De werknemers betwisten de berekeningen van Trimerit, onder meer betwisten zij hetgeen Trimerit heeft genoteerd als “betaald”, omdat dit niet overeenkomt met de loonstroken.
2.5
Bij deze stand van zaken ontkomt het Hof er niet aan een deskundige te benoemen die een berekening moet maken van wat aan de werknemers verschuldigd was en wat aan hen betaald is aan de hand van de gegevens in de administratie van Trimerit, controleerbaar voor de werknemers.
2.6
Daarbij gelden de uitgangspunten, zoals opgesomd in 4.72, waaraan het Hof het volgende toevoegt aan de overwegingen over de loonsubsidie (periode C), de doorbetaling tijdens ziekte en de wettelijke rente en wettelijke verhogingen.
loonsubsidie
2.7
Het Hof heeft in 4.72 sub C overwogen dat de werknemers over periode C recht hebben op 50% van hun overeengekomen salaris, met eventueel een aanvulling, maar alleen voorzover Trimerit in die periode loonsubsidie heeft ontvangen die meer bedraagt dan 50% van het overeengekomen salaris. Trimerit heeft in haar akte van 21 augustus 2024 (p.4 alinea 12) een tabel overgelegd waaruit blijkt dat aan die voorwaarde niet is voldaan. De werknemers hebben dit niet betwist. Over periode C hebben de werknemers dus alleen recht op 50% van hun overeengekomen salaris (zonder aanvulling).
loondoorbetaling tijdens ziekte
2.8
Het Gerecht heeft (in de eindbeschikking in 2.15-2.17) beslist dat de vorderingen van de werknemers tot loondoorbetaling tijdens ziekte (een verplichting die geldt voor een betrekkelijk korte periode) worden afgewezen omdat Trimerit voor de betreffende werknemers ([geïntimeerde 1], [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3]) al aan die verplichting heeft voldaan. Het Hof heeft geconstateerd (in de tussenbeschikking 4.8) dat de werknemers in hoger beroep geen bezwaar hebben gemaakt tegen deze beslissing van het Gerecht en dat dit dus niet voorligt in hoger beroep.
2.9
Het Hof ziet geen aanleiding terug te komen op deze bindende eindbeslissing. Ook na ambtshalve inhoudelijke beoordeling van dit punt blijft deze beslissing staan. Het Hof is het namelijk eens met het Gerecht dat Trimerit al aan haar doorbetalingsverplichting aan de genoemde werknemers heeft voldaan door gedurende langere tijd door te betalen. Of SZV al dan niet aan Trimerit een vergoeding hiervoor heeft betaald en Trimerit daar voordeel bij heeft gehad kan in het midden blijven, omdat dit niet speelt in verhouding tussen Trimerit en de werknemers.
wettelijke rente en wettelijke verhoging
2.10
Een deskundige zal in staat zijn na inzage in de payrolladministratie van Trimerit per betaalperiode vast te stellen of hetgeen verschuldigd is ook daadwerkelijk betaald is en vervolgens bij gebreke aan tijdige betaling de wettelijke verhoging (van 10%; zie tussenbeschikking rov. 4.72) en de wettelijke rente te berekenen. Die berekening van rente en wettelijke verhoging dient dan plaats te vinden tot de datum van afronding van het deskundigenbericht. De door Trimerit opgeworpen bezwaren behoeven daarmee geen verdere bespreking.
Volledig
Burgerlijke zaken over 2025
Registratienummers eerste aanleg: SXM202100095, SXM202100099, SXM202100100, SXM202100101, SXM 202100103
Registratienummers hoger beroep: SXM2023H00015, SXM2023H00016, SXM2023H00017, SXM2023H00018, SXM2023H00019
Uitspraak: 8 juli 2025
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
B E S C H I K K I N G
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
Trimerit N.V.,
gevestigd in Sint Maarten,
appellante, in eerste aanleg verweerster,
gemachtigde: mr. C.J. Koster,
tegen
1[geïntimeerde 1],
2[geïntimeerde 2],
3[geïntimeerde 3],
4[geïntimeerde 4],
5[geïntimeerde 5].
allen wonende in [woonplaats],
geïntimeerden, in eerste aanleg verzoekers,
gemachtigde: mr. P.A.M. Brandon.
Appellante wordt hierna Trimerit genoemd, geïntimeerden worden aangeduid als [geïntimeerde 1], [geïntimeerde 2], [geïntimeerde 3], [geïntimeerde 4]en [geïntimeerde 5] en gezamenlijk als de (vijf) werknemers.
1. Het verdere verloop van de procedure
1.1
Het Hof heeft op 13 maart 2024 een tussenbeschikking gewezen. In die tussenbeschikking is de zaak naar de rol verwezen voor uitlating partijen.
1.2
Op 21 augustus 2024 heeft Trimerit een akte ingediend met producties (tevens verzoek voor verweer in incidenteel beroep).
1.3
Op 23 oktober 2024 hebben de werknemers een antwoordakte genomen, met producties.
1.4
Daarop heeft Trimerit gereageerd bij akte uitlating producties van 19 maart 2025.
1.5
Beschikking is nader bepaald op vandaag.
2. De verdere beoordeling
verweerschrift tegen het incidenteel beroep
2.1
Trimerit heeft verzocht alsnog een verweerschrift in incidenteel beroep te mogen indienen. Dit betreft de loondoorbetaling van de werknemers in periode D (1 oktober 2021 tot 15 november 2023). Om beide partijen een gang naar de Hoge Raad te besparen zal het Hof Trimerit toestaan dit verweerschrift in te dienen. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de Hofrol in Sint Maarten van 27 augustus 2025 (meteen P3, nu Trimerit op deze wijze meer dan de gebruikelijke termijn de tijd heeft voor dit verweer), zonder gelegenheid voor de werknemers om daar op te reageren.
voortgang procedure
2.2
In de tussenbeschikking van 13 maart 2024 heeft het Hof overwogen (in 4.76) dat Trimerit berekeningen moet maken van het achterstallig loon waarop de werknemers nog recht hebben, waarna de werknemers daarop kunnen reageren. De uitgangspunten van die loonberekeningen zijn opgenomen in 4.71-4.74, waarbij in 4.72 vier perioden worden onderscheiden (periodes A tot en met D).
2.3
Trimerit heeft zich bij akte van 21 augustus 2024 uitgelaten over de uitgekeerde loonsubsidie en zij heeft berekeningen per werknemer overgelegd, echter niet over periode D, omdat zij zich over die periode nog wil uitlaten. Verder heeft Trimerit geen berekeningen gemaakt van de verschuldigde wettelijke verhoging en van de wettelijke rente, omdat “dit te gecompliceerd en te tijdrovend is” en geeft aan dit na de eindbeschikking te doen. Zij verzoekt om de datum van opeisbaarheid van de loonvorderingen te stellen op een bepaalde datum (in plaats van dit per quincena te bepalen, zo begrijpt het Hof).
2.4
De werknemers hebben bij antwoordakte onder meer aangevoerd dat de wijze waarop Trimerit de berekeningen heeft uitgevoerd niet beantwoordt aan de instructies van het Hof. Volgens de werknemers dient een payrollcalculatie gemaakt te worden van hetgeen Trimerit verschuldigd is aan de werknemers. Daarna moet aan de hand van loonstroken worden vastgesteld wat achterstallig is. De werknemers betwisten de berekeningen van Trimerit, onder meer betwisten zij hetgeen Trimerit heeft genoteerd als “betaald”, omdat dit niet overeenkomt met de loonstroken.
2.5
Bij deze stand van zaken ontkomt het Hof er niet aan een deskundige te benoemen die een berekening moet maken van wat aan de werknemers verschuldigd was en wat aan hen betaald is aan de hand van de gegevens in de administratie van Trimerit, controleerbaar voor de werknemers.
2.6
Daarbij gelden de uitgangspunten, zoals opgesomd in 4.72, waaraan het Hof het volgende toevoegt aan de overwegingen over de loonsubsidie (periode C), de doorbetaling tijdens ziekte en de wettelijke rente en wettelijke verhogingen.
loonsubsidie
2.7
Het Hof heeft in 4.72 sub C overwogen dat de werknemers over periode C recht hebben op 50% van hun overeengekomen salaris, met eventueel een aanvulling, maar alleen voorzover Trimerit in die periode loonsubsidie heeft ontvangen die meer bedraagt dan 50% van het overeengekomen salaris. Trimerit heeft in haar akte van 21 augustus 2024 (p.4 alinea 12) een tabel overgelegd waaruit blijkt dat aan die voorwaarde niet is voldaan. De werknemers hebben dit niet betwist. Over periode C hebben de werknemers dus alleen recht op 50% van hun overeengekomen salaris (zonder aanvulling).
loondoorbetaling tijdens ziekte
2.8
Het Gerecht heeft (in de eindbeschikking in 2.15-2.17) beslist dat de vorderingen van de werknemers tot loondoorbetaling tijdens ziekte (een verplichting die geldt voor een betrekkelijk korte periode) worden afgewezen omdat Trimerit voor de betreffende werknemers ([geïntimeerde 1], [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3]) al aan die verplichting heeft voldaan. Het Hof heeft geconstateerd (in de tussenbeschikking 4.8) dat de werknemers in hoger beroep geen bezwaar hebben gemaakt tegen deze beslissing van het Gerecht en dat dit dus niet voorligt in hoger beroep.
2.9
Het Hof ziet geen aanleiding terug te komen op deze bindende eindbeslissing. Ook na ambtshalve inhoudelijke beoordeling van dit punt blijft deze beslissing staan. Het Hof is het namelijk eens met het Gerecht dat Trimerit al aan haar doorbetalingsverplichting aan de genoemde werknemers heeft voldaan door gedurende langere tijd door te betalen. Of SZV al dan niet aan Trimerit een vergoeding hiervoor heeft betaald en Trimerit daar voordeel bij heeft gehad kan in het midden blijven, omdat dit niet speelt in verhouding tussen Trimerit en de werknemers.
wettelijke rente en wettelijke verhoging
2.10
Een deskundige zal in staat zijn na inzage in de payrolladministratie van Trimerit per betaalperiode vast te stellen of hetgeen verschuldigd is ook daadwerkelijk betaald is en vervolgens bij gebreke aan tijdige betaling de wettelijke verhoging (van 10%; zie tussenbeschikking rov. 4.72) en de wettelijke rente te berekenen. Die berekening van rente en wettelijke verhoging dient dan plaats te vinden tot de datum van afronding van het deskundigenbericht. De door Trimerit opgeworpen bezwaren behoeven daarmee geen verdere bespreking.