Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius e
2025-03-25
ECLI:NL:OGHACMB:2025:165
Civiel recht
Hoger beroep
3,922 tokens
Inleiding
Burgerlijke zaken over 2025
Zaaknr: CUR202400303/CUR202400304 – CUR2024H00160/CUR2024H00161
Uitspraak: 25 maart 2025
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Beschikking in de zaak van:
[de vrouw],
wonend in [woonplaats],
in eerste aanleg verzoekster,
thans appellante,
hierna te noemen: de vrouw,
gemachtigde: mr. M.J. Eisden,
-tegen-
[de man],
wonend in [woonplaats],
in eerste aanleg verweerder,
thans geïntimeerde,
hierna te noemen: de man,
procederend in persoon.
Belanghebbenden:
[belanghebbende 1], geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats],
[belanghebbende 2], geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats],
[belanghebbende 3], geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats],
[belanghebbende 4], geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats].
1Het verloop van de procedure
1.1
Verwezen wordt naar de op 16 mei 2024 uitgesproken beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht). De inhoud van die beschikking geldt als hier ingevoegd.
1.2
De vrouw is in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking door indiening op 27 juni 2024 van een beroepschrift met producties.
1.3
De mondelinge behandeling van het hoger beroep heeft plaatsgehad op 25 februari 2025 in het Gerechtsgebouw te Curaçao. Verschenen zijn de vrouw, bijgestaan door haar gemachtigde, en de man in persoon. Bij die gelegenheid hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigde van de vrouw heeft daarbij pleitaantekeningen overgelegd. Ook zijn vragen van het Hof beantwoord.
1.4
De hiervoor onder 1. en 2. genoemde belanghebbenden zijn op 24 februari 2025 gehoord door mr. E.A. Saleh, lid van het Hof, in tegenwoordigheid van de griffier.
1.5
Uitspraak is bepaald op vandaag.
Feiten
2.1
Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
2.2
Zij zijn de ouders van de hiervoor als belanghebbenden genoemde minderjarige kinderen (hierna: de minderjarigen).
2.3
De man heeft de minderjarigen erkend. De vrouw oefent van rechtswege alleen het gezag uit over de minderjarigen.
2.4
De minderjarigen wonen bij de vrouw.
Beoordeling
De verzoeken van de vrouw en de beslissingen van het Gerecht
3.1
De vrouw heeft verzocht om de man te veroordelen tot betaling van NAf 371,25 per kind per maand aan kinderalimentatie en tot vaststelling van een omgangsregeling tussen de man en de kinderen.
3.2
Het Gerecht heeft overwogen dat partijen op beide punten overstemming hebben bereikt en dienovereenkomstig als volgt beslist. Het Gerecht heeft bepaald dat de man aan de vrouw ingaande 1 juni 2024 een bedrag aan kinderalimentatie van NAf 250,- per maand zal betalen en dat partijen alle kosten met betrekking tot de school en opvang van de minderjarigen bij helfte verdelen. Het Gerecht heeft ook een omgangsregeling vastgesteld, die inhoudt dat de man de twee oudste minderjarigen van maandag tot en met donderdag van school haalt en zorgt voor een warme maaltijd. De twee jongsten komen twee keer per week mee. Om het weekend brengen de minderjarigen het weekend bij de man door: hij haalt ze van school op en brengt ze zondagavond terug bij de vrouw.
3.3
Het hoger beroep van de vrouw richt zich tegen de hoogte van de vastgestelde kinderalimentatie. Ten aanzien van de omgangsregeling stelt de vrouw dat een regeling met betrekking tot de vakanties ontbreekt en verzoekt zij deze alsnog vast te stellen.
Omgangsregeling
3.4
Ter zitting is de mogelijkheid besproken dat de minderjarigen afwisselend de ene week bij de vader verblijven en de andere week bij de moeder. De vader en de moeder hebben aangegeven zich daarin te kunnen vinden. Ook zijn zij het eens over de verdeling van de vakanties, in die zin dat de minderjarigen de helft van de vakanties bij de vader verblijven en de andere helft bij de moeder. Hierbij geldt dat de minderjarigen het ene jaar de eerste helft van de vakantie bij de vader doorbrengen en de tweede helft bij de moeder en het volgende jaar omgekeerd. Hetzelfde geldt voor kerst en oud en nieuw.
3.5
Het Hof ziet geen aanleiding de twee oudste minderjarigen nader over de omgangsregeling te horen nu uit de kindgesprekken is gebleken dat zij zich bij beide ouders thuis voelen en ook gedurende vakanties evenveel tijd bij elke ouder willen doorbrengen.
3.6
Het Hof zal dan ook als omgangsregeling vaststellen dat de minderjarigen met ingang van 1 april 2025 de ene week bij de vader en de andere week bij de moeder verblijven met de wisseling op de maandag of enige andere in overleg te bepalen dag. De vakanties en feestdagen worden bij helfte verdeeld als vermeld onder 3.4.
Bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding
3.7
Gelet op voormelde omgangsregeling ligt het in de rede dat iedere ouder in de week dat de minderjarigen bij hem/haar verblijven de kosten van verzorging en opvoeding voor zijn/haar rekening neemt. Daar vallen ook onder de kosten voor recreatie en feestjes. Wat betreft de schoolkosten geldt dat de ouder bij wie de minderjarigen verblijven in die week de versnapering op school en internet betaalt. Ten aanzien van de overige schoolkosten, genoemd in de brief van de gemachtigde van de moeder aan de vader d.d. 28 mei 2024, geldt dat de kosten voor opvang voor rekening van de vader komen en de overige schoolkosten (agenda, etui, schooltas, thermos, gympen, schoolartikelen, schoolgeld en uniform) voor rekening van de moeder. Deze verdeling acht het Hof redelijk omdat de moeder een hoger maandelijks nettosalaris (ongeveer NAf 3.550) heeft dan de vader (ongeveer NAf 2000).
3.8
De slotsom is dat de bestreden beschikking zal worden vernietigd. Het Hof zal opnieuw rechtdoen als na te melden. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
Het Hof:
vernietigt de bestreden beschikking en doet opnieuw recht:
stelt een omgangsregeling vast als hiervoor onder 3.6 vermeld;
bepaalt dat iedere ouder in de week dat de minderjarigen bij hem/haar verblijven de kosten van verzorging en opvoeding (inclusief kosten voor recreatie en feestjes), de versnapering voor school en het internet voor zijn/haar rekening neemt;
bepaalt dat de vader de kosten voor opvang van de twee jongste minderjarigen voor zijn rekening neemt;
bepaalt dat de moeder de overige schoolkosten (agenda, etui, schooltas, thermos, gympen, schoolartikelen, schoolgeld en uniform) betaalt;
wijst het meer of anders verzochte af
Aldus gegeven door mrs. E.A. Saleh, G.C.C. Lewin en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao op 25 maart 2025 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.
Inleiding
Burgerlijke zaken over 2025
Zaaknr: CUR202400303/CUR202400304 – CUR2024H00160/CUR2024H00161
Uitspraak: 25 maart 2025
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Beschikking in de zaak van:
[de vrouw],
wonend in [woonplaats],
in eerste aanleg verzoekster,
thans appellante,
hierna te noemen: de vrouw,
gemachtigde: mr. M.J. Eisden,
-tegen-
[de man],
wonend in [woonplaats],
in eerste aanleg verweerder,
thans geïntimeerde,
hierna te noemen: de man,
procederend in persoon.
Belanghebbenden:
[belanghebbende 1], geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats],
[belanghebbende 2], geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats],
[belanghebbende 3], geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats],
[belanghebbende 4], geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats].
1Het verloop van de procedure
1.1
Verwezen wordt naar de op 16 mei 2024 uitgesproken beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht). De inhoud van die beschikking geldt als hier ingevoegd.
1.2
De vrouw is in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking door indiening op 27 juni 2024 van een beroepschrift met producties.
1.3
De mondelinge behandeling van het hoger beroep heeft plaatsgehad op 25 februari 2025 in het Gerechtsgebouw te Curaçao. Verschenen zijn de vrouw, bijgestaan door haar gemachtigde, en de man in persoon. Bij die gelegenheid hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigde van de vrouw heeft daarbij pleitaantekeningen overgelegd. Ook zijn vragen van het Hof beantwoord.
1.4
De hiervoor onder 1. en 2. genoemde belanghebbenden zijn op 24 februari 2025 gehoord door mr. E.A. Saleh, lid van het Hof, in tegenwoordigheid van de griffier.
1.5
Uitspraak is bepaald op vandaag.
Feiten
2.1
Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
2.2
Zij zijn de ouders van de hiervoor als belanghebbenden genoemde minderjarige kinderen (hierna: de minderjarigen).
2.3
De man heeft de minderjarigen erkend. De vrouw oefent van rechtswege alleen het gezag uit over de minderjarigen.
2.4
De minderjarigen wonen bij de vrouw.
Beoordeling
De verzoeken van de vrouw en de beslissingen van het Gerecht
3.1
De vrouw heeft verzocht om de man te veroordelen tot betaling van NAf 371,25 per kind per maand aan kinderalimentatie en tot vaststelling van een omgangsregeling tussen de man en de kinderen.
3.2
Het Gerecht heeft overwogen dat partijen op beide punten overstemming hebben bereikt en dienovereenkomstig als volgt beslist. Het Gerecht heeft bepaald dat de man aan de vrouw ingaande 1 juni 2024 een bedrag aan kinderalimentatie van NAf 250,- per maand zal betalen en dat partijen alle kosten met betrekking tot de school en opvang van de minderjarigen bij helfte verdelen. Het Gerecht heeft ook een omgangsregeling vastgesteld, die inhoudt dat de man de twee oudste minderjarigen van maandag tot en met donderdag van school haalt en zorgt voor een warme maaltijd. De twee jongsten komen twee keer per week mee. Om het weekend brengen de minderjarigen het weekend bij de man door: hij haalt ze van school op en brengt ze zondagavond terug bij de vrouw.
3.3
Het hoger beroep van de vrouw richt zich tegen de hoogte van de vastgestelde kinderalimentatie. Ten aanzien van de omgangsregeling stelt de vrouw dat een regeling met betrekking tot de vakanties ontbreekt en verzoekt zij deze alsnog vast te stellen.
Omgangsregeling
3.4
Ter zitting is de mogelijkheid besproken dat de minderjarigen afwisselend de ene week bij de vader verblijven en de andere week bij de moeder. De vader en de moeder hebben aangegeven zich daarin te kunnen vinden. Ook zijn zij het eens over de verdeling van de vakanties, in die zin dat de minderjarigen de helft van de vakanties bij de vader verblijven en de andere helft bij de moeder. Hierbij geldt dat de minderjarigen het ene jaar de eerste helft van de vakantie bij de vader doorbrengen en de tweede helft bij de moeder en het volgende jaar omgekeerd. Hetzelfde geldt voor kerst en oud en nieuw.
3.5
Het Hof ziet geen aanleiding de twee oudste minderjarigen nader over de omgangsregeling te horen nu uit de kindgesprekken is gebleken dat zij zich bij beide ouders thuis voelen en ook gedurende vakanties evenveel tijd bij elke ouder willen doorbrengen.
3.6
Het Hof zal dan ook als omgangsregeling vaststellen dat de minderjarigen met ingang van 1 april 2025 de ene week bij de vader en de andere week bij de moeder verblijven met de wisseling op de maandag of enige andere in overleg te bepalen dag. De vakanties en feestdagen worden bij helfte verdeeld als vermeld onder 3.4.
Bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding
3.7
Gelet op voormelde omgangsregeling ligt het in de rede dat iedere ouder in de week dat de minderjarigen bij hem/haar verblijven de kosten van verzorging en opvoeding voor zijn/haar rekening neemt. Daar vallen ook onder de kosten voor recreatie en feestjes. Wat betreft de schoolkosten geldt dat de ouder bij wie de minderjarigen verblijven in die week de versnapering op school en internet betaalt. Ten aanzien van de overige schoolkosten, genoemd in de brief van de gemachtigde van de moeder aan de vader d.d. 28 mei 2024, geldt dat de kosten voor opvang voor rekening van de vader komen en de overige schoolkosten (agenda, etui, schooltas, thermos, gympen, schoolartikelen, schoolgeld en uniform) voor rekening van de moeder. Deze verdeling acht het Hof redelijk omdat de moeder een hoger maandelijks nettosalaris (ongeveer NAf 3.550) heeft dan de vader (ongeveer NAf 2000).
3.8
De slotsom is dat de bestreden beschikking zal worden vernietigd. Het Hof zal opnieuw rechtdoen als na te melden. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
Het Hof:
vernietigt de bestreden beschikking en doet opnieuw recht:
stelt een omgangsregeling vast als hiervoor onder 3.6 vermeld;
bepaalt dat iedere ouder in de week dat de minderjarigen bij hem/haar verblijven de kosten van verzorging en opvoeding (inclusief kosten voor recreatie en feestjes), de versnapering voor school en het internet voor zijn/haar rekening neemt;
bepaalt dat de vader de kosten voor opvang van de twee jongste minderjarigen voor zijn rekening neemt;
bepaalt dat de moeder de overige schoolkosten (agenda, etui, schooltas, thermos, gympen, schoolartikelen, schoolgeld en uniform) betaalt;
wijst het meer of anders verzochte af
Aldus gegeven door mrs. E.A. Saleh, G.C.C. Lewin en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao op 25 maart 2025 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.